metropolis m

Kunsthal Rotterdam, Kudzanai-Violet Hwami, They have always been here. Foto Marco De Swart

Met They have always been here presenteert Kunsthal Rotterdam de eerste Nederlandse solotentoonstelling van kunstenaar Kudzanai-Violet Hwami. In haar intrigerende en gelaagde schilderijen verweeft Hwami persoonlijke herinneringen met collectieve geschiedenissen, fictie met feit, spiritualiteit met lichamelijkheid. Haar visuele taal, doordrenkt van kleur, emotie en complexiteit, roept vragen op over identiteit, representatie en het geheugen als geconstrueerd terrein. Welke verhalen laat de geschiedenis toe, en welke worden geweerd?

In het monumentale schilderij You are killing my spirit (2021) wordt de toeschouwer ondergedompeld in de droomwereld van een naamloze, slapende figuur. Deze ligt vooraan in het beeldvlak, tussen een wirwar van witte lakens, de voeten stevig in de matras geplant en de armen slap met slaap. De zachte curve van hun lippen, de teerheid van hun gesloten ogen en hun onbeschermde borst verraden een staat van absolute tevredenheid, overgave en rust. Het is een scène die zo betoverend is dat je als toeschouwer even afgeleid wordt van de veelheid elementen die de figuur omringen.

De persoon bevindt zich namelijk niet in een slaapkamer, maar in een kleurrijk landschap. De symmetrische, Rorschach-achtige compositie van uitdijende groene en oranje vlekken roept een bos op, een indruk die versterkt wordt door de pezige takken die uit de borst van de slaper lijken op te stijgen. Tussen de bomen staat een groep in blauw geklede figuren met roze gezichten. Hun horizontale ogen, O-vormige mond en de uitgesproken ovale vorm van hun hoofden verlenen de figuren iets maskerachtigs. Toch roepen ze geen angst op, maar een gevoel van kalmte, alsof het beschermengelen zijn die over de slaper waken.

De zachte levendigheid waarmee de achtergrond is geschilderd herinnert aan post- en neo-impressionistische schilderijen en wekt de indruk dat we met de dromen van de figuur meekijken. Het interne leven van de dromer wordt extern: hun slaap is niet alleen een moment van rust, maar ook een explosie van creativiteit en misschien zelfs herinnering. Toch wordt dit gevoel van gelukzaligheid niet weerspiegeld in de titel van het schilderij, die verwijst naar een gewelddadige moord op de levendigheid die het schilderij net in overvloed toont. Enkel de felrode vlek in de holte van de rug van de dromer getuigt van dat geweld, een subtiele doch brutale onderbreking.

Kudzanai-Violet Hwami, You are killing my spirit, 2021

Een vliegende start

De in Gutu (Zimbabwe) geboren Kudzanai-Violet Hwami verhuisde op zeventienjarige leeftijd van Zuid-Afrika naar het Verenigd Koninkrijk, waar ze in 2016 een studie begon aan het Wimbledon College of Arts in Londen. Niet lang na het afronden van haar bachelor, werd Hwami gevraagd deel te nemen aan het Zimbabwaanse paviljoen op de 58ste Biënnale van Venetië. Daarmee werd ze in 2019, op haar vijfentwintigste, de jongste kunstenaar die ooit aan de mega-tentoonstelling deelnam. Het gaf het startschot voor een internationale carrière, die haar na Venetië onder meer naar Zuid-Afrika, Brussel en Londen bracht.

Hwami’s schilderijen dienen zich aan als portalen. Het zijn hyper-gesatureerde vensters die uitkijken op taferelen die tegelijk bovennatuurlijk en realistisch, kunstmatig en onvervalst, aanvoelen. Deze spanning tussen feit en fictie zit in haar technische virtuositeit als maker. Haar figuren lijken in eerste instantie op foto’s die verknipt, uitvergroot, op canvas aangebracht zijn die elk moment uit het beeld zouden kunnen stappen. De haast fotografische stijl is verraderlijk en vraagt van de bezoeker beter te kijken. Wat op afstand gestileerd en glad oogt, blijkt van dichtbij opgebouwd uit verschillende soorten verf, houtskool, afdrukken en getextureerde pastels. In die materiële gelaagdheid schuilt een dubbele beweging, die de figuur uit het doek trekt, maar er tegelijkertijd ook in laat opgaan.

De benadering van beeld als samengesteld geheel heeft Hwami in het verleden beschreven als haar collage mentality. Al zijn haar schilderijen zeker geen collages in de traditionele zin van het woord, maar ze zijn wel schatplichtig aan de logica die collages volgen: overlap, ontdubbeling, montage. Een veelheid aan beelden en referenties worden ontleend aan een even diverse reeks bronnen, waaronder archiefmateriaal, pornografie, eigen familiefoto’s en zelfgemaakte, digitaal bewerkte beelden. Zo creëert Hwami een vorm van ‘betekenis-speleologie’, waarin persoonlijke verhalen zich vermengen met maatschappelijke en historische gebeurtenissen.

Hwami’s schilderijen dienen zich aan als portalen. Het zijn hyper-gesatureerde vensters die uitkijken op taferelen die tegelijk bovennatuurlijk en realistisch, kunstmatig en onvervalst, aanvoelen

Kunsthal Rotterdam, Kudzanai-Violet Hwami, They have always been here. Foto Marco De Swart
Kunsthal Rotterdam, Kudzanai-Violet Hwami, They have always been here. Foto Marco De Swart
Kunsthal Rotterdam, Kudzanai-Violet Hwami, They have always been here. Foto Marco De Swart

They have always been here

Deze ‘betekenis-speleologie’ is ook een van de uitgangspunten van They have always been here, haar solopresentatie in Kunsthal Rotterdam. Hier presenteert Hwami een volledig nieuwe reeks schilderijen, alsook twee bronzen beelden, een medium waar de kunstenaar niet eerder in gewerkt heeft. In eerste instantie klinken sculpturen als een breuk met het oeuvre dat Hwami al heeft opgebouwd. Ze is immers bekend en vermaard als schilder. De sculpturen dienen zich echter aan als een doordachte verkenning van de vertaling van de principes van fragmentatie en het schilderkunstige proces naar dit (fundamenteel verschillend) medium. Het oppervlak van de sculpturen herinnert aan Hwami’s werk op doek. Soms toont het een scherpzinnigheid en een intens oog voor detail en realisme, andere keren is het oppervlak oneffen. Het zijn contrasten die Hwami ook in haar schilderwerken opzoekt.

Het valt, met andere woorden op dat, ondanks alle nieuwigheden van het medium, Hwami trouw blijft aan haar ‘collage-achtige’ benadering van kunst. In haar presentaties gaat ze deze nog een stap verder. Overal in de presentatie worden de witte muren onderbroken door grote zwart-wit prints, ofwel wall vinyls, van foto’s die Hwami terugvond in fotoalbums of zelf heeft genomen op haar laatste reis naar Zimbabwe. De wall vinyls staan enerzijds los van de schilderwerken, maar dienen ook als hun ‘gesprekspartners’. Zo vormt de blow-up van een liggende vrouw met een glanzende, donkere huid in een helderwitte jurk de antipode voor het aangrenzende schilderij, waarvan de buitenste rand met die van de muurvinyl in lijn ligt. In het schilderij brengt een liggende vrouwelijke figuur ook een arm naar haar hoofd, met als grootste verschil dat ze volledig naakt is. In elkaars verlengde, staan de twee verwante beelden zowel vergelijking als verrijking toe: het vinyl en het schilderij kunnen als aparte eenheden worden aanschouwd, maar ze staan ook een verbonden lezing toe, als een ‘mega-kunstwerk’ dat ter plekke is gemaakt.

Een andere wall vinyl verraadt een andere benadering tot collage. Aan de rand van het zwart-wit beeld is een groep van zeven vrouwen zichtbaar die in een fel belichte kamer in een ontspannen gesprek verdiept zijn. Wanneer je blik over de rest van het beeldvlak glijdt, beginnen enkele incongruenties op te vallen. Hwami heeft namelijk aan de hand van AI en digitale bewerkingstechnieken geprobeerd te verbeelden wat zich buiten het kader van de oorspronkelijke foto te zien is. Deze verbeelde ruimte wordt gekenmerkt door een uitgesproken glitchy onscherpheid. Bovenop deze fictieve ruimte zijn vier kleine, vierkante met rood omzoomde schilderijen gemonteerd. Elk tonen ze het ontblote bovenlijf van een niet nader geïdentificeerde geportretteerde. De wall-vinyl wordt in haar functie ontdubbeld: een eigen kunstwerk en onderzoek naar artificiële media alsook een drager voor de schilderijen dat hun compositie buiten hun eigen randen laat verdergaan.

De niet waarheidsgetrouwe benadering van de ‘wereld buiten het frame’ brengt Hwami’s reflecties op geheugen in herinnering. Een herinnering is volgens haar nooit een exacte weergave van het verleden, maar een samengesteld beeld van gevoelens, associaties en gedachten. Dit maakt de herinnering daardoor niet onecht, maar juist een nieuw geheel. Hetzelfde geldt voor haar inspiratiebronnen. Door verschillende bronnen te stapelen en gelijk te schakelen, maakt Hwami ze fictief, elke laag een stap verder weg van het verhaal zoals het oorspronkelijk was. Toch verliest het geheel daardoor geen echtheid: de inspiratiebronnen bestaan nu als parallelle waarheden in hetzelfde picturale veld, als verschillende exponenten van hetzelfde moment.

Maatschappelijke dimensie

Deze nadruk op de gelaagdheid van geheugen en herinnering moet ook worden gezien binnen wat Hwami beschouwt als de maatschappelijke inzet van haar werk. Ze ziet haar werk niet enkel als een reflectie op herinnering, maar als een onderzoek naar wie wordt herinnerd en op welke manier. Haar werk vormt een poging om degenen die in de officiële geschiedschrijving vaak uitgewist of genegeerd zijn, opnieuw zichtbaar en herkenbaar te maken. Door het Zwarte queer lichaam centraal te plaatsen in haar composities, haalt Hwami diegene uit de marge van de geschiedenis en brengt hen resoluut naar de voorgrond. De geschiedenis is, aldus Hwami, namelijk een verhaal dat eindeloos herhaald wordt. En als het herhaald wordt, kan het ook aangepast worden, niet?

In You are killing my spirit komt die maatschappelijke inzet op stille, maar indringende wijze tot uiting. De slapende figuur is onbeschermd, maar niet verlaten, centraal in het beeld, omgeven door zorgzame blikken en dromerige kleuren. Het Zwarte lichaam wordt hier niet geobjectiveerd of afgebeeld als getuige van geweld, maar als drager van rust, schoonheid en betekenis. Daarmee keert Hwami zich af van dominante geschiedenissen die deze lichamen marginaliseren of uitwissen. In plaats van een reconstructie van wat verloren ging, toont dit werk een gevoelig voorstel: zo zou herinneren óók kunnen voelen.

METROPOLIS M KAN NIET ZONDER JE STEUN

Trouwe lezers vormen het fundament van Metropolis M. Wij kunnen niet zonder je steun. Je kunt ons steunen door een jaarabonnement af te sluiten. Het eerste jaar krijg je 40% korting. Een regulier jaarabonnement kost 58 euro. Er zijn ook kortingsabonnementen. Studenten/65plussers/CJP-ers/Personen met een minimuminkomen en PLATFORM BK-leden betalen slechts 36 euro voor hun jaarabonnement. Op DEZE PAGINA lees je meer over de verschillende abonnementssoorten en kun je je direct aanmelden.

BIJ VOORBAAT DANK!

DEZE TEKST IS EERDER VERSCHENEN IN METROPOLIS M NR 6-2025/26

Violet-Kudzanai Hwami
Kunsthal Rotterdam
8.11.2025 t/m 12.4.2026

Paula Rodríguez Sardiñas

is kunsthistorica, schrijver en redacteur

Recente artikelen