metropolis m

‘Waarom Europa?’ Bijna iedereen die ik sprak en vertelde over de aandacht die we wilden geven aan Europa kon zijn verbazing niet verbergen. De utopie voorbij is Europa een non-issue geworden, een politieke worsteling die bestemd is voor altijd worsteling te blijven, als het niet een keer implodeert als gevolg van zijn bestuurlijk falen.

Het beroerde imago van Europa mag symptomatisch lijken voor de mengeling van wereldvreemdheid en arrogantie die ‘Brussel’ als bestuurlijke zetel van Europa eigen is, het is ook een teken van een schrikbarend slechte zelfpromotie en public relations. Een jaar geleden verzorgden Wolfgang Tillmans, Rem Koolhaas en Stephan Petermann in aanloop van de Europese verkiezingen Eurolab, een meerdaagse workshop in Amsterdam met jonge kunstenaars ontwerpers en creatieven die onderzochten wat er is misgegaan in 25 jaar communicatie van Europa. Op de laatste avond deden ze een aantal voorstellen hoe de boodschap van het Europese Project verfrist kon worden. De alternatieve communicatievoorstellen wisten niet te imponeren. Opzettelijk cynische antireclame van een enge opzichtige deportatiebus voor asielzoekers, een t-shirt met de tekst ‘Ludwig’, ‘Wolfgang’, ‘Rembrandt’ en ‘Vincent’; het zal Europa echt niet gaan redden, vond ook het publiek. In een eerste reactie vroeg een vrouw uit het publiek cynisch of ze werkelijk geloofden dat marketing iets uitmaakt als Europa niet eens capabel is om een vluchtelingenstroom goed op te vangen. 

Waarmee direct het achterliggende probleem werd opgerakeld: weten de inwoners van Europa (en misschien ook de politici) nog wel waarom de unie is opgericht? Ook in Brussel begint het langzaamaan te dagen dat de gedachte achter de unie minder bekend is onder de inwoners dan voorheen gebruikelijk bij de generaties die de oorlog hebben meegemaakt. 

Gezien dit toch vrij nijpende manco onder de unie-bewoner bevreemdt het dat Brussel de diepere cultureel-maatschappelijke profilering van de eigen missie afgelopen decennia liefst overliet aan de lidstaten zelf en vooral aan heel veel onafhankelijke stichtingen, zoals European Cultural Foundation (de uitvinder van het Erasmus uitwisselingsprogramma), terwijl het zelf zat te bakkeleien over visrechten en melksubsidies. Natuurlijk zijn er de Europese culturele hoofdsteden (betaald door Europa) en is er het Europese cultuurbudget voor transnationale culturele samenwerking (waar onder andere de Manifesta uit wordt betaald), maar dat zijn slechts speldenprikken op de schaal waarop discussie over de missie van Europa beter gevoerd wordt. 

Pas in 2007 besloot het Europese Parlement er iets aan te gaan doen. Enkele jaren nadat de unie in omvang was verdubbeld met de toestroom van veel voormalige Oostbloklanden, is besloten tot de oprichting van een Huis voor Europese Geschiedenis dat in 2017 in Brussel is geopend. In een over zes verdiepingen verdeelde tentoonstelling wordt nu middenin de Europese wijk van Brussel het verhaal verteld van Europa, vanuit het perspectief van de unie. Ik ben er gaan kijken en zag hoe hier eens niet handelsakkoorden en begrotingstekorten de toon zetten maar een vrij nadrukkelijk ideologisch gevoed waardenstelsel waar elk aspirantlid zich aan dient te committeren alvorens tot de unie toegelaten te worden. Direct aan het begin op de eerste verdieping worden dat waar de unie voor staat je ingepeperd: democratie, gelijkwaardigheid, solidariteit, vrijheid van meningsuiting, scheiding van machten, een onafhankelijke rechtspraak. De voorgeschiedenis van deze begrippen wordt toegelicht aan de hand van heel veel kunst. Europa toont zich hier de bakermat van voortdurend maatschappelijk experiment met zowel goede als desastreuze uitkomst. Democratie passeert de revue, net als onder meer de Franse en de industriële revolutie, het humanisme, kapitalisme, kolonialisme en marxisme. Europa is uitvinder van de eerste grootschalige geïndustrialiseerde oorlog en van genocide op ongekende schaal. Het is de zetel van het Christendom en van de uitvinding van de onafhankelijke rechtspraak. Natuurlijk komt in het Huis ook de economische welvaart aan bod die de unie de deelnemende landen heeft gebracht, maar dat gebeurt pas enkele verdiepingen hoger. 

Fijntjes wordt de bezoeker erop gewezen dat nationalisme een negentiende-eeuwse uitvinding is, gebaseerd op de fictie van de eenheid van taal, land en volk. Terwijl Europa zich juist kenmerkt door zijn enorme diversiteit en talenrijkdom (er worden van oudsher meer dan 250 talen gesproken), die de samenwerking enkel heeft gestimuleerd. In omliggende ruimtes wordt uitgebreid getoond tot wat voor verschrikkelijke conflicten het nationalistische eenheidsdenken heeft geleid. En hoe in antwoord daarop nieuw unies zijn gesmeed en nieuwe vormen van solidariteit. Zoals de Europese Unie zelf. Het vermijden van oorlog is vanaf het begin een van de belangrijkste redenen voor de oprichting ervan geweest en is dat nog steeds. 

Ik kijk naar scherven van het schervengericht waarmee de Grieken het volk een stem gaven, een guillotine-mes, een achttiende-eeuwse Vrouwe Justitia van albast, de encyclopedie van Diderot en een Jodenster. Er worden beschrijvingen gegeven van de rechten die de rechtstaat een burger biedt, de welvaart die internationale samenwerking brengt, de gelijkwaardigheid van volkeren als voorwaarde van vrede en democratie, terwijl de audiotour aan mij steeds weer vraagt of ik denk dat de bijzondere verworvenheden die Europa zijn inwoners bracht voor altijd zullen blijven voortbestaan. Als je de opstapeling van omwentelingen ziet die in Europa hebben plaatsgehad weet je dat dat retorische vragen zijn.

Domeniek Ruyters

is hoofdredacteur van Metropolis M

Recente artikelen