metropolis m

Lucas Odawara, Still Men, 2023, geglazuurde tegels keramiek, hout, van elk 150 x 120 cm, installatie, Künstlerhau Behangen, Berlijn 2023

Dertien jaar nadat Lucas Odahara Brazilië verliet om in Duitsland kunst te studeren, is hij zich steeds meer bewust van hoe de ontwikkeling van zijn beeldtaal samenhangt met identiteit: ‘Abstractie kan voor mij de middelen bieden om afstand te nemen van afkomst, gender en geschiedenis, en om na te denken over de verhouding tussen ruimte en het lichaam.’

Lucas Odahara, die het afgelopen jaar aan de Jan van Eyck Academie verbleef, gaat op een persoonlijke maar toch abstracte manier om met de fysieke en sociale context waarin hij zich bevindt. Het werk Under the Impression dat hij afgelopen Open Studios presenteerde draait om de afdruk, letterlijk en figuurlijk, soms op staal, soms op papier, soms op keramiek, en altijd in het hoofd en het hart. Aan de hand van vage afdrukken van alles wat ons in het dagelijks leven overspoelt, zoals gevonden voorwerpen, archiefbeelden en vrije vormen, onderzoekt hij in dit werk abstracte ideeën over aan- en afwezigheid, het vermogen om te herinneren en te vergeten, en in het verlengde daarvan over duurzaamheid.

In toelichtingen op zijn werk vertelt Odahara dat hij abstractie ziet als een vorm van verzet tegen ‘het geweld van representatie’. Zijn werk gaat over hoe de vormen zich tot elkaar verhouden, elkaar uitsluiten en afdekken, of zoals het gidsje bij de Open Studios stelt: onder de indruk zijn is in iets geloven zonder veel bewijs; het gaat over beslissingen nemen op de drempel van de kennis, de relatie tussen herinneren en vergeten. ‘Hoe kunnen we de dichtheid, onontkoombaarheid en tegelijkertijd instabiliteit van de tijd verwelkomen?’

Ik ga met Odahara in gesprek over zijn interesse in wat hij noemt het diasporageheugen, de rol van abstractie en de impact hiervan op zijn identiteitsbesef, en tref hem op het moment dat hij zijn studio in de Jan van Eyck aan het leegruimen is. Allereerst vraag ik hem naar de ontwikkeling van zijn werk van de afgelopen jaren, waarop hij vertelt: ‘De eerste werken die ik in Europa maakte, gingen over het begrijpen van de nieuwe verhalen waarmee ik in contact kwam: de Duitse, de Portugese en de Europese geschiedenis in bredere zin. Ik probeerde te begrijpen hoe dit verband hield met mijn familiegeschiedenis en de geschiedenissen die ik in Brazilië had geleerd.’ Later begon hij historische scènes te schilderen op Portugese tegels, waarmee hij muren mee samenstelde, zij het niet op natuurgetrouwe wijze. De modulaire structuren gaven hem de mogelijkheid om ze als fragmenten op te nemen en de compositie te veranderen. Het laat zien hoe de kunstenaar de behoefte voelt om de geschiedenis te herschrijven: ‘De tegeltableaus waar ik sinds 2017 verschillende versies van heb gemaakt, zijn begonnen vanuit de frustratie dat bepaalde gebeurtenissen niet goed gedocumenteerd waren of zelfs doelbewust uit de geschiedenisboeken waren weggelaten.’ Zo maakte hij werk over Tibira do Maranhão, vermoedelijk de eerste homomartelaar op Braziliaans grondgebied, die in 1614 werd vermoord door Franse kolonisten, en over Amaro, de hoofdpersoon van Adolfo Caminha’s Bom Crioulo (1895), de eerste Braziliaanse roman waarin een homoseksuele hoofdrolspeler voorkomt, die is bedacht vanuit het gezichtspunt van de heteroseksuele mannelijke auteur. In de reeks zit ook een portret van een jongen met de titel Race and Beauty, dat de oprichter van het eerste Duitse homoblad aan het begin van de twintigste eeuw verbeeldt.

Met de serie belicht Odahara naar eigen zeggen genderdiscriminatie, hoewel het adresseren van identiteit in zijn werk geen bewuste keuze is: ‘Ik denk dat er soms een misverstand bestaat over werken die identiteitsvragen behandelen. Alsof je er bewust voor kiest om het in je werk aan de orde te stellen.’ Zijn hele leven wordt hij door anderen geconfronteerd met wie hij is vanwege zijn afkomst en gender. Dat leidt soms zelfs tot agressie omdat anderen er een probleem van maken. In zijn studio heeft hij het echter zelf in de hand en bepaalt hij zijn eigen positie. ‘Ik creëer telkens mijn eigen taal. De werken verhouden zich tot de discussie, maar onttrekken zich ook aan stigmatisering.’

In het werk van Odahara komen ook sociale kwesties aan bod. De kunstenaar is voortdurend bezig met de vraag: hoe verhoud ik me ten opzichte van anderen en de context waar ik me begeef? Om dit te beantwoorden gaan tekst en beeld vaak samen. Een voorbeeld hiervan is Roux, de negen helden kat (2023), een kinderboek over zijn persoonlijke ervaring met racisme. Hiermee wil Odahara van stereotypen afstappen en mensen in hun kracht zetten. Maar het verhaal neemt ineens een andere dimensie aan wanneer de kunstenaar het boek vertaalt naar enkele tientalen abstracte papieren collages. Deze zwart-wit-serie die vorig jaar getoond werd in de tentoonstelling Stranger belongs to me bij TaxisPalais Kunsthalle Tirol in Oostenrijk, brengt de complexiteit van racisme aan het licht zonder dat het expliciet wordt. Door het te abstraheren neemt hij de regie in eigen handen en beslist hij zelf wat op deze wijze aandacht krijgt en wat verborgen blijft.

Lucas Odawara, installatiefoto Jan van Eyck Academie OPen Studios 2024

Odahara heeft twaalf jaar in Duitsland gewoond. Toen hij naar Maastricht verhuisde, belandde hij in een persoonlijke crisis: ‘Het was de eerste keer dat ik op een intense manier afstand nam van wat mijn thuis was. ‘Ik besefte pas hier goed hoe deze nieuwe verhuizing mij de kans bood om zaken anders te benaderen.’ Dit leidde ertoe dat hij aan de Jan Van Eyck Academie abstracte werken van staal en papier maakte, waar vormen en compositie centraal staan.

Wat betekent dit abstracte werk voor hem? Was het een vlucht voor identiteit, een zelfbeschermingsmechanisme of een wens om niets te hoeven definiëren? De kunstenaar zocht naar openheid van beeld. ‘Het voelde als het juiste moment om op een andere manier met vormen en materialen om te gaan. Ik begon anders te denken over de verhouding tussen ruimte en het lichaam, waarbij ruimte een prominentere rol speelt.’

     Als ik naar zijn recente Paper Pieces kijk, en specifiek naar het werk Ik had de indruk dat er iets tussen ons was, zie ik stukjes folie en papierstreken naast elkaar op een houten frame. Er zit een zekere hardheid in deze compositie. ‘Hoe komt dat?’ vraag ik hem. ‘Deze serie begon voor mij met een bepaald mysterie. In een nieuw land, had ik op de een of andere manier het gevoel dat ik meer naar de ruimte om me heen wilde kijken dan naar mijn eigen lichaam.’ Hij legt een link met architectuur: ‘De hardheid die je bedoelt, komt misschien doordat ik kijk naar de ruimtelijke relaties tussen elementen in onze omgeving. Ik zie deze werken bijna als schetsen van ruimtes.’

En waarom de gelaagdheid? ‘Het zijn allemaal fragmenten. Dingen zijn achter elkaar verborgen, maar er zit ruimte tussen de lagen. De elementen zijn niet allemaal tegelijkertijd zichtbaar, maar geven samen een indruk. Je ziet nooit het hele plaatje.’ Is dat laatste de daadwerkelijke functie van abstractie?, vraag ik. ‘Dat denk ik, ja. Ik ben er op dit moment meer in geïnteresseerd om iets nader en zachtaardiger te bekijken. Zonder het hele beeld te hoeven definiëren en te benoemen, inclusief mezelf.’

     Als hij het heeft over het veranderen van identiteit, benadrukt hij het belang van het kennen van het verleden om onszelf en elkaar beter te begrijpen: ‘Ik groeide op in São Paulo als mestiço (van gemengde afkomst). Verschillende mensen zien je op verschillende manieren. Hier in Nederland vragen ze mij bijvoorbeeld voortdurend of ik Indonesisch ben. Ik had dit nog nooit eerder gehoord. Wat ik in Europa heb geleerd, is dat het veel gaat over de voor hen bekende geschiedenis, met name als het gaat over migratie en kolonisatie. Daarom is het belangrijk om deze koloniale geschiedenissen goed te leren kennen en te begrijpen. Het heeft invloed op hoe we elkaar als gemeenschap zien.’

     Geeft dat een zekere zin kracht? ‘Ja, dat is ook hoe we gemeenschappen opbouwen, toch? We maken allemaal altijd deel uit van verschillende gemeenschappen, want iedereen is gemengd. Neem bijvoorbeeld de LHBTQI-gemeenschap; die bevat zoveel soorten mensen. We moeten bewust zijn van het sociale klimaat en afhankelijk van de context weten welke stem en houding er beter bij past. Representatie en identiteit zullen altijd individueel blijven in ieders leven of voor kunstenaars in hun kunstpraktijk, maar uiteindelijk hebben we samen allerlei soorten stemmen nodig.’

Draagt jouw werk bij aan het gemeenschapsgevoel? ‘Ik weet het eerlijk gezegd niet. Ik ben in ieder geval graag samen met mensen die ik respecteer en praat met hen over onderwerpen die ik belangrijk vind. Daarnaast ben ik nou eenmaal kunstenaar. Ik vind dat de gemeenschappen waar de kunstenaar deel van uitmaakt, niet noodzakelijkerwijs direct in zijn werk tot uiting hoeft te komen. Maar uiteindelijk zullen onderwerpen die spelen in het maatschappelijke en politieke debat wel naar voren komen in wat ik doe.’

Isabel Ferreira de Sousa

is schrijver en doceert aan Maastricht Institute of the Arts

Recente artikelen