
Onder druk, boven verwachting – Hoe drie Brusselse initiatieven zich richten op diverse gemeenschappen
Na Wallonië in het vorige nummer, richt Ive Stevenheydens zich in dit tweede deel van een drieluik over het huidige Belgische kunstlandschap op Brussel. Niet als stad van grote kunstinstellingen en talloze galeries, maar van kleinschalige initiatieven die een onmisbare, maar wankele pijler vormen in het culturele ecosysteem. Stijgende huurprijzen, ontoegankelijke subsidieprocedures en beleidsmatige onverschilligheid ondermijnen hun voortbestaan. Wat houdt deze plekken draaiende?
In de Belgische hoofdstad vormen kleinschalige, artist-run initiatieven een belangrijk, maar kwetsbaar onderdeel van het culturele landschap. Ze creëren ruimte voor experiment, bouwen bruggen tussen gemeenschappen en bieden kansen aan beginnende kunstenaars. Toch hebben ze het niet makkelijk in een stad die gekenmerkt wordt door stijgende vastgoedprijzen, complexe beleidsstructuren en versnipperde subsidiestromen. Ik spreek met vertegenwoordigers van drie Brusselse organisaties die elk op hun manier proberen stand te houden binnen deze realiteit.
Ik spreek met Nina Janssen van Etablissement d’en face, een van de oudste artist-run spaces in Brussel. Sinds de oprichting in 1991 staat de ruimte bekend om haar focus op artistieke autonomie en internationale uitwisseling. Het programma onderscheidt zich door zorgvuldig samengestelde projecten van zowel Belgische als internationale kunstenaars. Daarnaast spreek ik met Pauline Hatzigeorgiou, Joséphine Wagnier en Rokko Miyoshi van SB34. Deze organisatie ontstond in 2018 vanuit de nood aan betaalbare werkruimte en is sindsdien uitgegroeid tot een hechte gemeenschap van kunstenaars en cultuurwerkers die elkaar op allerlei manieren ondersteunen. De derde gesprekspartner is An Vandermeulen van Globe Aroma, actief sinds 2002. Het Huis voor Collectieve Verbeelding, zoals ze het zelf noemen, richt zich vooral op artistieke co-creatie met nieuwkomers en mensen met een migratieachtergrond, veelal in nauwe samenwerking met kunstenaars. In gesprek met deze vertegenwoordigers bekijk ik hoe hun organisaties inclusieve werking organiseren, welke drempels ze ervaren, en wat er nodig is om duurzame, diverse kunstpraktijken in Brussel te versterken.
Hoe positioneren jullie je binnen het Brusselse kunstenlandschap?
Nina Janssen vertelt dat Etablissement d’en face sinds 1991 gegroeid is qua team en vier keer is verhuisd, ‘maar onze kern blijft: ruimte bieden aan kunstenaars’. Een divers samengesteld team zorgt voor een wisselend programma van performances en tentoonstellingen waarbij zowel (inter)nationaal gevestigde namen als jonge Brusselse kunstenaars aan bod komen. Dit voorjaar was er bijvoorbeeld een tentoonstelling van Bernd Lohaus en Nora Schultz, en tot de zomerstop liepen projecten van Victor Pilars en Jules Ballon. In september 2025 staan er tentoonstellingen van Laura Langer en Vera Palme gepland.’
Pauline Hatzigeorgiou, Joséphine Wagnier en Rokko Miyoshi schetsen hoe SB34 begon als gedeeld atelier, ontstaan uit het tekort aan betaalbare werkruimte.. ‘We zijn begonnen in 2018, en inmiddels beheren we twee atelierlocaties in Sint-Gillis en Molenbeek, en een projectruimte in Elsene – SB34 Concorde – waar we eigen werk tonen en ruimte bieden aan externe curatoren en kunstenaars.Onze werking blijft bewust open, flexibel en is dus steeds in beweging.’
Ook Globe Aroma is een artistieke werkplek, die ruimte, materiaal, begeleiding en toegang tot netwerken biedt aan kunstenaars om hun praktijk te ontwikkelen. Kunstliefhebbers kunnen er kennismaken met het Brusselse en Vlaamse culturele aanbod, zo vertelt An Vandermeulen. ‘Tegelijk zijn we ook culturele ontmoetingsplaats voor mensen die hun thuisland moesten ontvluchten. Daarvoor werken we samen met zowel asielinstanties zoals het Federaal Agentschap voor de Opvang van Asielzoekers (Fedasil) en het Brussels Onthaalbureau voor Nieuwkomers (BON), als met culturele instellingen zoals Kaaitheater, Decoratelier en Cultureghem.’ Een recent project is Goud Zout Gallery, een tijdelijke kunstgalerie in de Beursschouwburg, waar in mei en juni unieke kunstobjecten en werken in beperkte oplage werden getoond van kunstenaars van Globe Aroma.
Door wie worden jullie gesteund?
Janssen geeft aan dat Etablissement d’en face voornamelijk steun ontvangt van de Vlaamse overheid. Het is daardoor minder afhankelijk van de Brusselse context, waar subsidies door politieke impasses soms maar mondjesmaat worden uitbetaald. ‘Dat maakt het plannen van activiteiten erg moeilijk.’
Ook voor Globe Aroma is de Vlaamse Gemeenschap een structurele partner. Daarnaast werken ze samen met de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) en de stad Brussel. ‘Eén van de grootste drempels blijft het gebrek aan flexibiliteit in het subsidiestelsel’, vertelt Vandermeulen, ‘zeker voor praktijken die zich tussen sectoren bevinden zoals kunst, sociaal werk en activisme.’ ‘Onder minister Gennez is er vooruitgang geboekt, bijvoorbeeld door het wegvallen van de strikte scheiding tussen kunst en welzijn, maar er is nog veel werk. Toch wordt onze tussenpositie niet altijd begrepen door beoordelingscommissies. We zijn geen reguliere kunstinstelling, voor ons is het proces, de samenwerking, zeker zo belangrijk als de uitkomst ervan.’
Bij SB34 is het niet zozeer de samenstelling van de commissies die knelt, maar het gebrek aan doordacht beleid. Er lijkt helemaal geen serieuze interesse te zijn in wat ze doen. ‘Het grootste knelpunt is het ontbreken van een structurele aanpak voor kunstenaarsateliers. De Franstalige kant (bij de Commission communautaire française of kortweg Cocof) lijkt nauwelijks betrokken, en wat de Vlaamse overheid bijdraagt, blijft fragmentarisch. Ondertussen stijgen de huurprijzen, en is er steeds meer druk vanuit de vastgoedsector. Wij willen absoluut vermijden dat kunstenaars instrumenteel worden ingezet in gentrificatieprocessen, wat geregeld wel speelt. Daarom pleiten we, samen met andere organisaties, voor duurzame oplossingen op lange termijn.’ Structurele ondersteuning is cruciaal: ‘We draaien met vijf mensen, waarvan er slechts anderhalve positie wordt betaald. Dat is onhoudbaar. We willen eerlijk verlonen, burn-out vermijden en toekomstgericht plannen. Kunst is geen luxe, maar essentieel maatschappelijk weefsel. Vooral experimentele en non-profitpraktijken zouden meer erkenning verdienen.’
Etablissement d’en face herkent dat: ‘Ook wij kampen met een gebrek aan structurele meerjarige ondersteuning. Momenteel werken we noodgedwongen op jaarbasis, wat onze positie onzeker maakt en zorgt voor een hoge administratieve last. We starten onze programma’s al op voordat duidelijk is of we subsidie krijgen.’ Janssen wijst op de logheid van het systeem: ‘er is slechts één indienmoment om de vijf jaar (in 2028 is de volgende ronde), beperkte toegang en grote concurrentie. Voor kleine non-profits zoals de onze is het bovendien moeilijk om aan de vereiste twintig procent eigen inkomsten te voldoen. We willen een laagdrempelige, gastvrije plek blijven, dus geen galerie of commerciële instelling worden.’ Het belang daarvan zou wel wat hoger gewaardeerd mogen worden, zegt ze. ‘We begrijpen de uitdagingen binnen de hele cultuursector, ook voor galeries, maar geloven sterk in de waarde van kleine organisaties, gezien hun experimentele karakter. We maken ruimte voor risico en geven kansen aan kunstenaars die elders geen podium vinden.’
Toch waarderen alle drie de organisaties hun plek in Brussel. SB34: ‘Brussel is complex en inspirerend, ook al zijn er ook drempels als de taal, administratie, huisvestingsdruk.’ Etablissement d’en face is nog positiever: ‘De meertaligheid en diversiteit van Brussel biedt veel voordelen. Ze weerspiegelen zich in ons team en ons publiek. We communiceren in drie talen en streven naar laagdrempeligheid zonder spontaniteit te verliezen.’ Ook Globe Aroma wil bruggen slaan tussen stadsbewoners met uiteenlopende achtergronden.‘Rekening houdend met migratie, ongelijkheid, meertaligheid en gentrificatie proberen we een veilige, inclusieve plek in het centrum van Brussel te zijn, waar mensen zich thuis kunnen voelen en aan hun praktijk kunnen werken in hun eigen tempo.’
Wat is er nodig om de duurzaamheid van deze organisaties te versterken?
Nina Janssen kan er kort over zijn: ‘Minder bureaucratie en meer flexibiliteit. De huidige administratieve last is ontmoedigend, zeker voor beginnende kunstenaars.’ Ze pleit ook voor een erkenning van hybride praktijken, en voor meer betaalbare ruimte. ‘Huren slorpen budget op, en veel kunstenaars vinden simpelweg geen plek.’ Globe Aroma vult aan: ‘Structurele ondersteuning zonder instrumentalisering. Lagere drempels voor kunstenaars zonder papieren of in een precair statuut. Meer middelen voor collectieve trajecten die vertrekken vanuit “lived experience”. En vooral: betaalbare werk- en toonplekken, en publieke infrastructuur. Er is dringend nood aan een cultuurbeleid dat inclusie en diversiteit als kernprioriteit beschouwt, niet als bijzaak.’ Wat deze drie organisaties dus bindt is de strijd voor een ander systeem: eentje waarin kunst niet wordt herleid tot economisch rendement, maar erkend wordt als fundamenteel sociaal goed.
Ive Stevenheydens
is schrijver, curator, deejay en dramaturg




