
Sauf Liège ! – de hernieuwde relevantie van Tectonic ’84 en Place Saint-Lambert Investigations (1985) – twee Luikse tentoonstellingen over de problemen van de stad
De jaren tachtig staan volop in de aandacht in België. Binnenkort opent in het S.M.A.K. een tentoonstelling die is gewijd aan veertig jaar Chambres d’Amis, de legendarische tentoonstelling van Jan Hoet die de kunst onderbracht bij enkele tientallen inwoners van Gent. Daarnaast is er hernieuwde aandacht voor Tectonic ’84 (1984) en Place Saint-Lambert Investigations (1985), twee Luikse stadstentoonstellingen waarin de kunst niet bij de welgestelde burgerij, zoals bij Chambres d’Amis, maar op straat en in een door de toenmalige crisis onafgebouwde parkeergarage werd ondergebracht. Een keur aan kunstenaars, onder wie Guillaume Bijl, Orlan, Ann Veronica Janssens, Pieter Laurens Mol en Jef Geys, schrokken er niet voor terug lastige kwesties onder de aandacht te brengen. Wat valt er nu nog van deze tentoonstellingen te leren?
In het voorjaar van 1984 creëerde Bernadette Kluyskens het werk Bouée de sauvetage op de wand van een gebouw in het centrum van Luik. Het kunstwerk is een advertentie waarop de aarde wordt gevangen door een reddingsboei. De tekst op het plakkaat, ‘sauf Liège’, is tweeledig te interpreteren: niet alleen betekent het ‘behalve Luik’, maar ook klinkt het als ‘sauve Liège’, wat ‘red Luik’ betekent. Luik wordt doorgaans over het hoofd gezien, aldus Kluyskens, en zou gered moeten worden.
Het werk van Kluyskens maakte deel uit van Tectonic ’84, een tentoonstelling die in het centrum van Luik werd getoond en door Kluyskens werd georganiseerd, samen met kunstenaars Daniel Dutrieux en Bernard Villers die samen de vzw (6000)’ vormden. Een jaar later vond de tentoonstelling Place Saint-Lambert Investigations plaats. Beide manifestaties reflecteerden op de maatschappelijke context en stedelijke problematiek van de vroege jaren tachtig.
Sauf Liège ! is tevens de titel van de bijeenkomst gewijd aan Tectonic ’84 en Place Saint-Lambert Investigations die plaatsvond in Vandenhove, centrum voor kunst en architectuur in Gent op 25 maart 2026, georganiseerd door Jeroen Staes (Centrum Kunstarchieven Vlaanderen) en Jakob Deploige (Universiteit Gent). Aanwezig zijn de kunstenaars die bij deze tentoonstellingen betrokken waren samen met onderzoekers om ruim veertig jaar na dato op deze tentoonstellingen te reflecteren.
Naast een aardbeving en een overstroming van de Maas, kampte Luik in de jaren tachtig met recessies in de industrie en bevond de gemeente zich in een ongekende schuldencrisis. Tegelijkertijd ontstonden hoogmoedige plannen om de stedelijke infrastructuur te hervormen in een poging de stad te moderniseren.
Op de Place Saint-Lambert, het centrale plein van Luik, kwamen deze problemen samen. Onder het plein liggen de fundamenten van de voormalige kathedraal van het prinsbisdom Luik die na de Franse Revolutie werd gesloopt. In de jaren zestig ontstond het plan om een parkeergarage onder dit plein aan te leggen, waarvoor deze restanten geruimd zouden moeten worden. De werken aan de parkeergarage werden gestaakt, maar het plein bleef tot ver in de jaren tachtig een letterlijke en figuurlijke modderpoel.
Place Saint-Lambert Investigations vond plaats in de ruimtes van de onvoltooide parkeergarage onder het plein. Zo maakten Ann Veronica Janssens en Monica Droste de installatie Investigations Place Saint-Lambert. Ze legden spiegels op een helling aan de rand van de parkeerplaats, waardoor licht in de donkere ruimte naar binnen kon vallen. Verder in de parkeergarage plaatste Guillaume Bijl zijn Abri antiatomique, een installatie van metalen bedden, kasten en meubels die een schuilkelder suggereerden. Investigations werd georganiseerd door kunstenaar Laurent Jacob, samen met Johan Muyle en Anne Zumkir. De tentoonstelling viel samen met het ontstaan van Espace 251 Nord, tevens opgericht door Jacob, dat tot op de dag van vandaag een van de belangrijkste ruimte voor hedendaagse kunst in Luik is.
Voor Tectonic ’84 werden kunstwerken in situ gemaakt en door het centrum van Luik heen geplaatst. Naast haar plakkaat plaatste Kluyskens een reddingsboei op La Passerelle, een brug over de Maas. Luc Deleu plaatste zijn De laatste steen van België (1979) tussen de klinkers, Deze steen, waarin de titel van het werk zowel in het Nederlands als het Frans is gebeiteld, wijst op een ironische manier op de Belgische bouwwoede van die tijd. De Luikse kunstenaar Jacques Lizène maakte Passage pour piétons, een verdraaid zebrapad waar een scheur doorheen loopt, ter plekke samen met werkers van de gemeente Luik.
In de herinnering aan kunst uit de jaren tachtig hebben de Luikse tentoonstellingen zeer beperkte aandacht gehad, zeker in vergelijking tot Chambres d’amis (1986) in Gent, gecureerd door Jan Hoet. Voor Chambres d’amis werd kunst getoond in privéwoningen door de stad heen. De tentoonstelling had hierdoor een burgerlijke uitstraling – citymarketing avant la lettre. Het onderzoek van Jakob Deploige maakt aan de hand van archiefmateriaal, interviews en beelden duidelijk dat de Luikse stadstentoonstellingen in scherp contrast staan met hun Gentse navolger.
Naast het presenteren van onderzoek, biedt de bijeenkomst in Gent een bijzondere kans voor de nog levende betrokkenen bij Tectonic ’84 en Place Saint-Lambert Investigations om met elkaar te reflecteren. In een panelgesprek lichtten Daniel Dutrieux en Laurent Jacob hun beweegredenen toe voor het samenstellen van deze tentoonstellingen. Zij herinneren zich een zeer beperkte infrastructuur voor hedendaagse kunst in België in die tijd, afgezien van het Internationaal Cultureel Centrum (ICC) in Antwerpen. Musea in Luik hielden zich toentertijd vaak afzijdig van maatschappelijke vraagstukken en ontwikkelingen in de hedendaagse kunst. Dutrieux en Jacob, zelf ook kunstenaars, voelden de urgentie om in dit vacuüm te stappen. Zij vroegen voornamelijk kunstenaars uit hun eigen netwerk om aan een nieuwe tentoonstellingen bij te dragen. Hun bottom-up benadering bood waardevolle ruimte voor kritische reflectie op de maatschappelijke problemen die toen in Luik en België speelden.
De performance MesuRAGE die de Franse kunstenaar ORLAN opvoerde in 1980 op het Place Saint-Lambert vestigde ook de aandacht op de stedelijke problematiek van Luik in die tijd. In haar bijdrage tijdens de bijeenkomst in Gent zet Julie Bawin, hoogleraar hedendaagse kunst aan de universiteit van Luik, de geschiedenis van deze performance uiteen. ORLAN had MesuRAGE reeds in de jaren zeventig in het Vaticaan en in Parijs opgevoerd voordat de Luikse groep kunstenaars Cirque Divers haar vroeg deze in Luik op te voeren. In de performance kroop ORLAN over de houten planken die in de modder op het Place Saint-Lambert waren gelegd. Ze liet zich meevoeren door een graafmachine en waste ze zichzelf met zeep te midden van een toekijkend publiek. ORLAN’s performance, die door de politie vroegtijdig werd beëindigd, richtte de aandacht op de stedenbouwkundige crisis rond het Place Saint-Lambert, enkele jaren voor Investigations. Tegelijkertijd getuigt haar performance van een feministische drijfveer die in de latere stadstentoonstellingen goeddeels buiten beschouwing zou blijven.
Verrassing
In Gent blijkt uit een panelgesprek begeleid door Jeroen Staes ook de relevantie van kunstenaarsarchieven bij reflectie op de totstandkoming van de Luikse tentoonstellingen. Zo traceerde Kaat Obbels, onderzoeker bij het MHKA, de totstandkoming van Catacombes, Jef Geys’ bijdrage aan Investigations. Catacombes bestaat uit een serie identieke schilderijen die naast elkaar zijn opgehangen in een grote, hoge ruimte van de parkeergarage en waar een reeks stoelen tegenover is geplaatst.
Obbels herleidde de schilderijen tot een foto van Claes Oldenburgs sculptuur Trowel (1971) gemaakt voor Sonsbeek buiten de perken (1971). Hoewel de troffel noeste arbeid symboliseert, was de sculptuur van elf meter hoog het duurste nieuwe werk van de tentoonstelling in Arnhem. Geys gebruikte een foto van Oldenburgs werk om een schilderij te laten maken dat hij in veelvoud heeft laten reproduceren voor de installatie in Luik. Door Oldenburgs troffel te reduceren tot kitsch en dit vervolgens in een onafgewerkte parkeergarage te tonen, wees Geys op de ontoegankelijkheid en hypocrisie van buitententoonstellingen als Sonsbeek.
De bijeenkomst in Gent wordt afgesloten met een uitsmijter: de week voor de bijeenkomst vond Obbels in het archief van het S.M.A.K. een video-opname van Place Saint-Lambert Investigations, vermoedelijk van Jan Hoet zelf. In de video maken de grote, donkere ruimtes van de parkeergarage, de echoënde stemmen van het handjevol bezoekers en het geluid van het verkeer op de achtergrond de groezelige sfeer van de tentoonstelling tastbaar.
Deze kersverse vondst benadrukt de unieke waarde van Tectonic ’84 en Place Saint-Lambert Investigations. De tentoonstellingen zijn fascinerende voorbeelden van hoe kunst in de publieke ruimte kan engageren met maatschappelijke en stedelijke crises. Het tegendraadse karakter van deze tentoonstellingen steekt af tegen andere tentoonstellingen uit dezelfde tijd, zoals Chambres d’amis en Sonsbeek buiten de perken, die in de geschiedschrijving meer aandacht hebben genoten. Het valt dus te hopen dat na Sauf Liège nog meer reflecties op de Luikse stadstentoonstellingen uit de jaren tachtig zullen volgen.
De bijeenkomst Sauf Liège: Kunst in Luik in de jaren 1980. Tectonic ’84, Place Saint-Lambert Investigations en andere manifestaties vond plaats op 25 maart
Arent Boon
is schrijver en onderzoeker



