metropolis m

In de projectruimte van 1646 in Den Haag heeft Līga Spunde een ‘gym voor het hart’ gecreëerd. De eerste solotentoonstelling van de Letse kunstenaar in Nederland, The Mind the Heart, volgt de wisselwerking tussen twee allegorische protagonisten: belichamingen van het hart en het brein. Spunde vertrekt vanuit de overtuiging dat het empathisch vermogen binnen onze rationele samenleving niet verloren, maar ongetraind is.

Spunde’s praktijk begeeft zich op het snijvlak van speculatieve fictie, autobiografie en psychologisch onderzoek, die zij verenigt in een ‘digitale esthetiek’. Met absurdistische sculpturen, video’s en illustraties biedt de tentoonstelling verlichting van alledaagse rationaliteit en productiviteit. Maar tegelijkertijd confronteert de tentoonstelling ook doordat ze een gevoel van inefficiëntie achterlaat.

Als onderdeel van de tentoonstelling kan de bezoeker zich verdiepen in een e-mailuitwisseling tussen Līga Spunde en journalist Lena Bril, waarin wordt gecorrespondeerd over de vormgeving van emotie in de tentoonstelling en inspirerende concepten als David Humes rede als slaaf van de hartstochten tot poëtische communicatie. Hoe kunnen we ons binnen de kapitalistische samenleving verhouden tot de paradox van ratio en emotie? En kunnen beelden dichter bij ‘pure’ emotie komen waar woorden dit beperken?

De entree van de tentoonstellingsruimte dient als ingang van de ‘gym’. Het ontlenen van een visuele en conceptuele stijl aan digitale media voelt voor mij vaak nog enigszins als een ver-van-mijn-bedshow , omdat ik me veelal sceptisch opstel tegenover de manier waarop de digitale wereld onze perceptie stuurt via een gekunstelde realiteit. Daarbij stroomt digitale esthetiek voort uit internetcultuur en sluit aan bij een vorm van trendy frivoliteit wat als risico heeft dat het tot een oppervlakkige vormgeving van kritiek of complexe emotie kan leiden. In het veelbesproken boek Immediacy, Or, The Style of Too Late Capitalism uit Anna Kornbluh haar kritiek op deze oppervlakkigheid. Kornbluh stelt dat hedendaagse kunst en media zich spiegelen aan de onmiddellijkheid (immediacy) — oftewel de frictieloze consumptie —van het 21e-eeuwse digitale kapitalisme. Een kritische positionering binnen deze esthetiek is dan ook noodzakelijk om het werk niet volledig te laten opgaan in de overvloed aan gegenereerde beelden binnen de hedendaagse media.

Līga Spunde, Visitor, 2026, foto Tommy Smits.
Līga Spunde, The Bin ,2026, foto Tommy Smits.

In de ‘receptie van de gym’ is de eclectische aard van Spundes werk onmiskenbaar aanwezig. Ik betreed de ruimte in het kielzog van een andere, ongewone bezoeker: Visitor (2026), die met kronkelige ledematen en een rugzakje een moment lijkt te nemen om de fidgetspinner die hij bij zich draagt te bewonderen. In dezelfde zaal verbeeldt een muurwerk de twee protagonisten in veelvoud; de rode harten lijken gecoat met een latex en de knoestige roze breinen wekken een geplastificeerde indruk. Al zwetend en behangen met hartslagmeters voeren ze alleen of in duo’s sportoefeningen uit, omringd door waterflessen en sportapparaten.

Het geanimeerde schouwspel in Excercise of Playing Dead (2026) refereert met zijn felle kleuren, universele symbolen en alledaagse objecten aan de traditie van de popart, maar dan onder invloed van een soort internetsteroïden

Līga Spunde, The Mind The Heart, 2026, foto Tommy Smits.

Daarnaast roept het connotaties op met Panathenaeïsche amforen: prijsvazen uit de Griekse oudheid waarop vaak vergelijkbare sporttaferelen werden afgebeeld. Hoewel de kunstmatige aard van de personages aanvankelijk mijn vooroordelen bevestigt, doorbreekt deze eerste indruk al snel de oppervlakte en raak ik geboeid genoeg om mijn ‘training’ voort te zetten.

Tijdens het doorlopen word ik ook fysiek geprikkeld; de vloer van de zaal is bedekt met een gele puzzel van foamtegels. Dit nostalgische materiaal koppel ik aan verre herinneringen. Een iets minder verre herinnering evoceert zich in de opeenvolgende zaal bij de tweekanaals videoinstallatie Laughing Without Reason (2026). Op de schermen in de verduisterde ruimte maken twee harten hun terugkeer in video’s waarin ze enkel te herkennen zijn aan hun afgekaderde ogen. Ridicuul gelach schalt door de zaal, onderbroken door een luide piep die me doet denken aan de befaamde Pacer-runner test, maar ook verwarring oproept over de situatie, die Spunde ‘een training’ noemt. Tussen de lachende ogen rust een gebroken glimlach op krukken; enkele tanden zijn voorzien van een gezicht met een uitgesproken uitdrukking. De Broken Smile (2026) wordt bijeengehouden door een beugel. Spunde steekt de draak met onze distantie van emotie, door te suggereren dat we zelfs onze lach moeten trainen en onze emoties­­ – net zoals onze scheve tanden – een hulpmiddel nodig hebben om herschikt te worden.

Līga Spunde, Laughing Without Reason en Broken Smile, 2026, Tommy Smits.

Via Shower (2026), waarin een hart een regenererende douche neemt, kom ik terecht in de sauna, waar de video-installatie The Mind, The Heart (2026) de twee protagonisten opnieuw samenbrengt in een gestileerde digitale esthetiek. De wat haperige lage beeldsnelheid (FPS, frames per seconde), en opgietwolken in lage resolutie doen denken aan een vroeg internettijdperk. Tegelijkertijd bootst het werk de snelle opeenvolging van onderwerpen op een sociale media tijdlijn na. In de ogenschijnlijk serene setting volgt een discussie waarin sociale vraagstukken worden besproken, onder luid gekletter van de douche op de achtergrond. Logischerwijs zijn de twee veelal niet met elkaar in overeenstemming over onderwerpen als ecologie, female hysteria, existentialiteit, anxiety en informationele overvloed. Het gesprek verbeeldt op allegorische wijze de innerlijke strijd tussen emotie en rationaliteit, iets wat bemoeilijkt wordt door de afstand die de efficiëntie van het kapitalisme tot onze emoties heeft gecreëerd. Het brein stelt, in een verwijzing naar de eerste zaal, dat de enige manier waarop we in deze wereld kunnen overleven is door ‘dood te spelen’: oftewel de emotie uit te zetten.

Līga Spunde, Broken Smile, 2026, foto Tommy Smits.

Maar Spunde laat zien dat dood spelen niet de enige strategie is; het hart kan versterkt worden. De tentoonstelling, vol prikkels en kleuren, voelt inderdaad als een emotioneel oefenproces. De afstand die ik aanvankelijk voelde, is omgeslagen in nabijheid en een omarming van verwarring. Waar gevoel aanvankelijk aproductief voelt, kan het op een eigenzinnige manier waardevol zijn in de productie van ervaring en ons vermogen om keuzes te maken.

Spunde maakt haar maatschappijkritische houding toegankelijk met de inzet van onpretentieuze en licht nostalgische verbeelding hoewel dat tweede zeker maar bij een selecte leeftijdsgroep tot de verbeelding zal spreken. De filosofische uitwisseling tussen Spunde en Bril, verrijkt met alledaagse affectie en het delen van kattenfoto’s, laat zien dat rationaliteit en emotie elkaar versterken. Hoe ik buiten deze eigenaardige ervaring mijn emotie moet blijven trainen blijft onzeker, maar dat is wellicht ook een te rationele verwachting van de tentoonstelling. De rede probeert het van emotie winnen, behalve in Spunde’s gym.

The Mind The Heart is tot 12 juli te zien bij 1646.

Fieke Lamers

is masterstudent kunstgeschiedenis en werkt bij de redactie van Simulacrum.

Gerelateerd

Recente artikelen