metropolis m

Haar fotografie roept die van Cindy Sherman in herinnering, maar uit die van de Cubaanse Susana Pilar spreekt veel meer urgentie, vooral door de akelige spanning die eromheen hangt. Over het vrouwelijk lichaam dat continu in gevaar is door huiselijk geweld, verkrachting, verminking, vrouwenmoord, verbale intimidatie, psychologische bedreiging, maatschappelijke eisen en sociale obstakels.

 

Een van de belangrijkste doodsoorzaken van vrouwen is moord door hun (voormalig) partner. Huiselijk geweld en andersoortige agressie tegen vrouwen is een groot probleem. Feminicide is een belangrijk thema in het werk van de Cubaanse kunstenaar Susana Pilar Delahante Matienzo (Havana, 1984 – kortweg Susana Pilar, Havana, 1984). Pilar gaat in op het geweld tegen vrouwen door zichzelf als mishandelde of vermoorde vrouw te fotograferen. Het zijn ‘situaties van geweld die proberen nieuwe horizonten te creëren voor diegenen die dergelijke brutaliteit hebben ervaren en hun intieme band met de wereld om hen heen hebben verloren’. In haar Film Stills wordt de beeldvorming van vrouwen in film besproken, onder verwijzing naar Cindy Sherman. Pilar richt haar gaze initieel op Cuba, in een poging de lichamelijke gevolgen, die vaak binnenskamers blijven, tegen te gaan.

Haar werk doet in de enscenering en wijze waarop ze de beeldvorming rond vrouwen aankaart denken aan de Films Stills van Cindy Sherman. Maar meer nog trekt Pilar de lijn door die uitgezet werd door denken aan dat van Ana Mendieta, een van de belangrijkste Cubaanse kunstenaars die in 1985 de dood vond door een dubieuze val uit het raam van haar appartement, na een ruzie met haar toenmalige partner en kunstenaar Carl Andre (hij werd vrijgesproken voor de vermoedelijke moord op Mendieta en haar dood werd aangemerkt als zelfmoord. Nog altijd wordt er bij zijn tentoonstellingen geprotesteerd). In de lijn van vroege performance en body art en net als Mendieta onderzoekt Pilar de grenzen van het lichaam, haar incasseringsvermogen en veerkracht. Zowel Mendieta als Pilar gebruiken het fotografisch medium als belangrijkste drager voor hun werk, dat naast het huiselijke geweld en verkrachting ook gericht is op het opgelegde vrouwelijk schoonheidsideaal. Het gezicht van de vrouw wordt op verschillende manieren vervormt, ofwel door mishandeling, of plastische chirurgie. Een voorbeeld daarvan is het lichaam dermate hard tegen een glazen plaat aan te duwen dat het vervormt. Pilar refereert daarmee aan Mendieta’s Untitled (Facial Cosmetic Variations). Een van de andere verwijzingen van Pilar zijn de zoutzuuraanvallen op vrouwen die dit lot moesten ondergaan na in de ogen van familieleden de familie-eer te hebben geschonden. 

Zowel Mendieta als Pilar maakten zelfportretten waarin de uitkomst van mishandeling wordt getoond. Pilar deed in een forensisch archief onderzoek naar verwondingen van vermoorde vrouwen die ze samenbracht met haar eigen lichaam door een semi-transparante laag van archieffoto’s over zelfportretten te leggen. Mendieta gebruikte onder meer bloed Untitled (Self Portait with Blood), 1973, en Pilar make-up om zich als vermoord of mishandeld lichaam op een politiefoto-achtige wijze vast te leggen (serie Untitled, 2002). Beide Cubaanse kunstenaars wijzen ook op verkrachting, waarbij binnen een soort crime scene re-enactment het geweld direct voelbaar en visueel wordt (Mendieta’s Rape Scene en Pilars Fabrication of a murder, 2002). Het zijn werken waarin een plaats delict te zien is en fictie in realiteit overloopt. Voor de personen die niet in toeval geloven: Pilar werd een jaar voor de dood van Mendieta geboren en zou gezien kunnen worden als de persoon die het stokje overnam om deze problematiek binnen de kunstcontext aan te kaarten. In haar meer performance georiënteerde werk maakte ze onder meer een ceremonie ter nagedachtenis van Mendieta Contacto (Cajón en homenaje a Ana Mendieta, 2015) waarbij elementen uit Santeria worden gebruikt – de religie die in Afro-Cubaanse gemeenschap wordt bedreven en overeenkomsten vertoont met West-Afrikaanse religies, Surinaamse Winti, Haïtiaanse Voodoo en Jamaicaanse Obeah.

Nadat Pilar in de gelegenheid werd gesteld om buiten Cuba te reizen voor haar werk – ze doet veelvuldig residenties en gaat de wereld over van New York tot Enschede en Lubumbashi tot Gent – zag ze ook hoe de geweld gelieerd aan raciale problematiek binnen de (gehele) Afrikaanse diaspora speelde. Haar interesse voor geweld binnenshuis werd in toenemende mate verlegd naar de publieke ruimte waar maatschappelijk geweld tegen personen van kleur plaatsvindt. Ze reflecteert onder meer op de zogenaamde gelijkheid in Cuba onder het communistisch regime. Voor de revolutie waren er significante klassenverschillen gebaseerd op etnische achtergrond die onder het communisme niet besproken konden worden, iedereen was immers gelijk. De racistische structuren bleven desondanks bestaan: de betere banen gingen ook onder het regime van Fidel Castro vooral naar de lichtgekleurde bevolking. De zwarte bevolking werd grotendeels onzichtbaar in de beeldvorming van Cuba en deze ontkenning is slechts recent omgezet naar gedeeltelijke onderkenning.

Pilar, zelf een zwarte vrouw, gaat hierop in, bijvoorbeeld met Black Girl Long Hair (2015), waarvoor ze een beauty contest organiseerde waarin natuurlijk zwart haar centraal stond, als verzet tegen opgelegde witte schoonheidsidealen en viering van het natuurlijke kroeshaar. Ze stelt: ‘Haar is een zeer belangrijk element in de zwarte identiteit. De fysieke transformatie ervan is altijd beïnvloed door historische, culturele, raciale en politieke belangen. Met deze performance maak ik publieke rituelen van transformatie, die voor anderen meestal onzichtbaar blijven. Dit is een manier voor mij om trots te zijn op wie ik ben en te protesteren tegen koloniale schoonheidsnormen die we als zwarte mensen hebben moeten nastreven.’ 

In de Verenigde Staten van de jaren zestig en zeventig werd de Afro – liefst zo groot mogelijk – symbool van zwarte emancipatie. Denk aan Angela Davis als gezicht van de Black power beweging en de slogan black is beautiful. Het uitgekamde haar nam letterlijk ruimte in waardoor het zwarte lichaam onontkenbaar aanwezig werd gemaakt, terwijl het ook een statement was tegen verschillende versies van (zelf-)onderdrukking, omdat kroeshaar tot dan toe zo veel mogelijk  naar het steile haar van witte mensen werd (moest worden) gemodelleerd. Wie dit niet deed, werd als onverzorgd of ongeciviliseerd beschouwd – door zowel de zwarte als witte gemeenschap. Het modelleren was een vaak kostbaar, tijdrovend en pijnlijk proces, met chemische producten en hete tangen. Dit laatste vormt de basis van de performance El tanque (2015–16) waarin de moeder van Susana Pilar het haar van de kunstenaar ontkroest met een hete kam; zodra het proces voltooid is, stopt de kunstenaar haar hoofd in een emmer met koud water, waardoor het gehele, tijdrovende proces in enkele seconden teniet wordt gedaan. Een metafoor voor de nutteloze pogingen om te voldoen aan een onnatuurlijke norm die extern wordt opgelegd, maar vaak ook is geïnternaliseerd. Het witte schoonheidsideaal blijft voor de zwarte vrouw onhaalbaar.

Deze idealen hangen samen met het lichaam en de aanwezigheid van het zwarte lichaam binnen de publieke ruimte. Het is het vrouwelijk lichaam dat continu in gevaar is: huiselijk geweld, verkrachting, verminking, vrouwenmoord, verbale intimidatie, psychologische bedreiging, maatschappelijke eisen en sociale obstakels. Maar ook het zwarte lichaam dat wordt onderdrukt door economische problematiek, sociale constructen en raciaal ingegeven structuren. Het gaat in beide gevallen om een precariteit in de publieke ruimte waar je elk moment vermoord kan worden. Dit constante gevoel van onveiligheid wilde Pilar overbrengen op de bezoeker door hen weer te geven als doelwit voor een onzichtbare schutter met het werk Paranoia (Villa de Bank, Enschede en Bienal de la Habana, beiden 2011). Ook maakte ze een aantal werken waarin het (naakte) zwarte lichaam in een ruimte aanwezig is. In een aantal performatieve werken bevroeg Pilar nog de moraliteit van de bezoeker door deze de mogelijkheid te geven om haar eigen acties en handelingen te beïnvloeden en voor te schrijven – refererend naar vroege performancekunst. Het idee van overleven beeldde zij uit door de machete, het Cubaanse symbool van de Revolutie en de Cubaanse onafhankelijkheid, ter hand te nemen als symbool van de (haar) strijd om te overleven. Recenter wilde ze juist gevoelens van geborgenheid op roepen door de vrouwelijke lijn in haar familie bij elkaar te brengen. Foto’s uit haar familiealbum werden levensgroot bij elkaar in dezelfde ruimte geplaatst. In alle gevallen gaat het om een confrontatie met haar zwarte, vrouwelijke lichaam: dood, levend, mishandeld, misplaatst en overlevend onder de zwaarste omstandigheden. Voor een zwarte vrouw ligt de dood altijd en overal op de loer.

Vincent van Velsen

is freelance redacteur Metropolis M en co-curator van Sonsbeek 2020

Vincent van Velsen

is curator en redacteur Metropolis M

Recente artikelen