
Tanatchai Bandasak – Residu
Wij vroegen drie curatoren om een kunstenaar te portretteren die een enorme indruk op ze heeft gemaakt. Isabelle Sully koos voor Bein van Vilsteren, wiens werk zij zag in juli op de Graduation Show van de Gerrit Rietveld Academie. Lieneke Hulshof koos uit een langere lijst van voorkeuren uiteindelijk voor Brigitte Louter, die in haar werk het kenbare tart. Eloise Sweetman werd geraakt door het impliciet tijdgebonden werk van Tanatchai Bandasak dat ze voor het eerst zag bij een bezoek aan een galerie in Bangkok.
Ik maakte voor het eerst kennis met het werk van Tanatchai Bandasak (1984) begin 2024 tijdens zijn solotentoonstelling A New Cave in Bangkok CityCity Gallery in Thailand. Zijn werk is fijn gecomponeerd, rustig en aandachtig met betrekking tot de ruimtes tussen een vorm, een idee of een gebaar. Elk kunstwerk, of misschien beter gezegd, elke gebeurtenis, draagt een gevoel van vergankelijkheid met zich mee – als de tentoonstelling eindigt, lijken deze gebeurtenissen op te lossen en te verdwijnen in het dagelijks leven, alsof ze daar nooit los van hebben gestaan.
In ons eerste gesprek merkte Bandasak op dat hij zijn werk graag een plaats geeft op dezelfde manier als een kat een warme plek vindt om te slapen. Ik begrijp wat hij bedoelt. De schaduw van de afgeronde bodem van een boomstamboot uit Borneo (Gaunggang, 2024), die op het dakraam rust, kan gemakkelijk worden verward met een opgekrulde kat. Op de grond rusten bemoste theetuiten (SsSsSsSsSs, 2024) tegen de muur, waarbij je moet oppassen dat je er niet op stapt. Het vlezige been van Stalectic zit trots bovenop een stapel versleten plastic stoelen (Pillar, 2024).
Bandasak is opgeleid als filmmaker en heeft een intuïtieve, conceptuele praktijk ontwikkeld die zich beweegt tussen installatie, video en beeldhouwkunst. Bandasaks aandacht voor materiaal en de kwaliteiten ervan komt voort uit het aangaan van gesprekken met mensen die Bandasak tegenkomt tijdens lange wandelingen die deel uitmaken van zijn onderzoek. Kijk bijvoorbeeld naar Untitled (non-dormant) (2024), waarin een hengel die wordt gebruikt om een zwembad schoon te maken slechts centimeters van de grond hangt. Het werk trilt als de oplettende kijker probeert te zien hoe dicht het werk bij de grond komt. Bandasak vond dit vergeten gereedschap na een gesprek met een zwembadschoonmaker. De schoonmaker legde uit dat wanneer een zwembad niet regelmatig wordt schoongemaakt, het een ‘dode plas’ wordt. Hij ging op zoek naar een hengel voor zwembaden en vond uiteindelijk het exemplaar dat we zien, in een afgesloten zwembad tijdens de pandemie.
Overblijfselen, grenzen, sporen en naweeën staan centraal in Bandasaks verkenning van veranderlijkheid, kwetsbaarheid en vergankelijkheid. In een tentoonstelling waar ik momenteel aan werk, lijkt een van zijn werken, Untitled (a flower of extraordinary size) (2021), van veraf niet meer dan een vlek. Je loopt er gemakkelijk aan voorbij, niet bewust van zijn aanwezigheid. Maar voor wie nieuwsgierig genoeg is om dichterbij te komen, onthult het werk een tekst, bevlekt met bedorven wijn, penetrant en geleidelijk vervagend. De tekst beschrijft een parasitaire bloeiende plant die oorspronkelijk uit Zuidoost-Azië komt – een plant zonder wortels die afhankelijk is van de systemen van anderen om te overleven. De bloem, het enige zichtbare deel van de plant, is de grootste ter wereld en ruikt naar rottend vlees. Bandasak geeft kijkers de tijd om een moment van ontdekking te ervaren – een rustig ‘om de hoek kijken’-moment, waarbij iets verborgens zich onverwachts openbaart. Zo’n moment van ontdekking, zoals de zwembadreiniger die Bandasak tegenkomt, benadrukt het mysterieuze dat in het alledaagse verborgen zit.
Het thema van negatieve ruimte en pauzes dat in al zijn werk terugkomt, is ook duidelijk in The Centre Cannot Hold (2018), waar Bandasak de barrières doorbreekt door een verlichtingssysteem te programmeren dat willekeurig aan en uit gaat. De tentoonstellingsruimte zelf is een drempel tussen de andere zalen van een tentoonstelling. De installatie is bedoeld om de grens tussen donker en licht te laten vervagen. In An Opening (from white to white) (2017) past Bandasak een videobewerkingstechniek toe, die lijkt op het open en dicht schuiven van een deur, waardoor de negatieve ruimte zelf zichtbaar wordt. Zijn gebruik van montagetechnieken, met name het langzaam oplossen van beelden, zorgt voor een slepend gevoel. In Central Region (2019), bijvoorbeeld, worden we middels vloeiende beelden naar de Hintang Standing Stones in Sam Neua, Laos geleid: grote platen graniet met een onbekend doel, die oude, raadselachtige communicatie oproepen die de kijker uitnodigt om te blijven hangen in hun eigen zintuiglijke ervaring.
Bandasaks fascinatie voor wat achterblijft, komt duidelijk naar voren in werken zoals 5/364 (2023), waarin hij de sporen benadrukt die zijn achtergelaten in een boek van Eerwaarde Acariya Maha Boowa Nanasampanno, de oprichter van het Baan Taad Forest Monastery. We vinden ook resten als we terugkeren naar Bandasaks tentoonstelling A New Cave. Hier zien we dat een deel van de muur is weggesneden, waardoor een opening ontstaat (–, 2024). De opening heeft de vorm van een stuk flip-flop dat door steenbewerkers wordt gebruikt om granietplaten van elkaar te scheiden. Deze kleine afdankertjes zijn veerkrachtige beschermers die een grens markeren en voorkomen dat het schijnbaar solide oppervlak wordt aangetast. Bandasak vindt zulke voorwerpen en brengt ze, hun verhalen en de mensen die ze gebruiken, in zijn werk. Zo moedigt hij de kijker ook aan om iets beter te kijken, om verder te kijken dan wat we denken te weten.
Bandasaks werk vestigt de aandacht op zowel het praktische van het leven als de natuurlijke mysterie ervan, en legt de sporen vast waar het ene lichaam ooit lag ten opzichte van het andere. En uiteindelijk bevinden we ons er tussen het monumentale, verborgen in het alledaagse, net als een kat die een warme plek vindt om te slapen, een gebruikte kokosnoot veranderd in een kussen, gevonden flessen van het strand, een gescheurde pagina uit een oud archeologieboek of de krabbel veroorzaakt door het vergeten van het sluiten van de notitiesapp.
Thema's
Eloise Sweetman
is a curator and writer who explores the nuances of ‘not knowing’ and ‘intimacy’. She is one half of Shimmer, a curatorial studio in the Port of Rotterdam



