metropolis m

Het is dit jaar precies zestig jaar geleden dat Provo is opgericht door Roel van Duijn, Rob Stolk en Maarten Lindt. De legendarische protestbeweging trad op 25 mei 1965 voor het eerst publiekelijk naar buiten per pamflet, tijdens een happening van Robert Jasper Grootveld op het Spui in Amsterdam. Provo werd bekend van, zoals de naam al zegt, allerlei provocaties, die zich vaak in de publieke ruimte afspeelden en gericht waren tegen de bestaande orde. Het waren geen demonstraties met slogans en marsen, maar speelsere acties, die onbepaald van aard waren, indirect politiek en gericht op de samenleving als geheel. ‘Het was een poging grenzen, structuren en rituelen van het dagelijks leven te verkennen, te bevragen en ondermijnen’, schrijft historicus Niek Pas in zijn uitgebreide monografie over de beweging. Een protest op symbolisch niveau, met een sterk gevoel voor verbeelding. Provo bleek bijzonder mediageniek, het had de glimlach als vast onderdeel van het actierepertoire. Het bevoegd gezag had het er maar moeilijk mee, humorloos als het is. Talrijke keren trad de politie hard op, terwijl de bedoelingen van Provo niet kwaadwillend waren en verre van agressief. Ontwrichtend was het wel.

Ik moest aan Provo denken toen ik onlangs bij IFFR de film La Quema (del Planeta “B”) van de in Nederland woonachtige Ecuadoriaanse kunstenaar Francisco Baquerizo Racines bekeek. Demonstratief wordt een enorme kartonnen replica van het oude galjoen Amsterdam vanachter de brommer door de nauwe straten van Guayaquil getrokken. Het is een vervreemdend tafereel, daar in de straten van de oude en armoedige havenstad. Op de stoepen staat een publiek van enorme poppen in felle kleuren, zogenaamde año viejo-poppen, in de gedaante van bekende stripfiguren, boeven en actiehelden uit cartoons. Ook het schip is zo’n pop, met als bestemming een veldje aan het water in de haven, waar het klokslag middernacht net als de oudejaarspoppen in brand wordt gestoken. Het verbranden van de año viejo is zeer populair in Ecuador en Colombia. Het is hun vorm van vuurwerk, bedoeld om alle negatieve gebeurtenissen of slechte energieën in het oude jaar achter te laten en met frisse moed het nieuwe in te gaan.

In de film en installatie van Francisco Baquerizo Racines wordt afgerekend met eeuwen van koloniale overheersing, die met de landing van de Nederlandse vloot zo’n vierhonderd jaar geleden een aanvang nam. De Hollanders hebben Ecuador geen goed gedaan. Om te beginnen staken ze de oude stad in brand, nadat ze hem eerst haddenleeggeroofd. Vervolgens introduceerden ze op het continent een koloniale overheersing die tot op heden voortduurt. Het kapitalisme in Ecuador is hard en rauw, de uitbuiting exponentieel. En dat terwijl de oorspronkelijke Indiaanse bevolking er juist een vreedzame manier van samenleven op nahoudt, in harmonie met elkaar en met de natuur.

Langzaam voel je je steeds ongemakkelijker worden als inwoner van de aangesproken piratenstaat die door grootschalige rooftochten extreem rijk is geworden. Francisco Baquerizo Racines gaat er met gestrekt been in, en toont het schip onomwonden als een boodschapper van de dood. Op het achtersteven hangt de naam Amsterdam te midden van twee skeletten. En toch laat hij de glimlach nooit helemaal van je gezicht verdwijnen, daarvoor is de setting te grappig, de actie te ongevaarlijk.

Het schip brandt volledig af. Aan het eind van de film, terwijl de boot nog wat smeult, vragen stemmen in diepe duisternis een beetje knullig aan elkaar of het nu klaar is. ‘Ja, ik denk van wel’, hoor ik iemand zeggen. ‘Kom, laten we gaan.’

Domeniek Ruyters

is hoofdredacteur van Metropolis M

Recente artikelen