
Tussen verbeelding en verzet – Hoe verder met activisme in de kunst?
Het activistische discours is vandaag de dag nadrukkelijk aanwezig in de kunstwereld. Tentoonstellingen, projecten en instellingen positioneren zich veelal in relatie tot sociale en politieke strijd, van klimaatactivisme tot antiracisme en antifascisme. Toch blijkt de verstrengeling tussen kunst en activisme in de praktijk meer symbolisch dan structureel, waardoor kunst de politieke strijd eerder depolitiseert dan versterkt. René Boer vraagt zich af wat de huidige activistische golf werkelijk teweegbrengt, en in welke richting zij zich kan en wellicht zou moeten ontwikkelen.
Een helder uitgelichte installatie bestaande uit vijf enorme, kleurrijke vlaggen, verwijzend naar de socialistische, ecologische, feministische, queer en Palestijnse strijd, vormt een scherp contrast met het overwegend kleurloze, neo-barokke interieur van de Paradijskerk in Rotterdam. Voor de vlaggen staat een klein podium, waar twaalf uur lang activisten uit verschillende politieke organisaties, vakbonden en sociale bewegingen met verve de noodzaak van hun strijd verkondigen. Een bonte verzameling toehoorders beloont elk betoog met een luid applaus en is het klaarblijkelijk hartgrondig eens met alles wat de sprekers te melden hebben. In deze ‘linkse kerk’ wordt duidelijk voor eigen parochie gepreekt. Dat is ook precies het idee achter Anti-Fascist Church, een initiatief van kunstenaars Jonas Staal en Jeanne van Heeswijk. In een begeleidend essay in De Groene Amsterdammer stellen zij dat in een tijd waarin fascisme aan een opmars bezig is en er voorstellen worden gedaan om Antifa te verbieden, het in hun ogen ‘gefragmenteerd, ideologisch verward en te vaak institutioneel dakloos’ links wel een preek kan gebruiken. In aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen hopen ze met deze langdurige en vurige dienst nieuwe meerderheden te ‘componeren’ die zich ‘verenigen in hun verzet tegen neofascistische krachten’.
Het in de kunst centraal stellen van dergelijke vormen van (radicaal) politiek activisme of er vanuit de kunst een verbinding mee aan gaan gebeurt momenteel veelvuldig, en is uiteraard niet nieuw. Beide kunstenaars hebben een lange staat van dienst op dit gebied en bouwen voort op een lange en veelzijdige traditie van sociaal geëngageerde of gepolitiseerde kunst. Het is lastig om precies te markeren wanneer de meest recente golf ontstaan is, maar dat politiek activisme op dit moment alomtegenwoordig is in de kunst is zeker. Het hangt onder andere samen met de opkomst van participatieve en gemeenschapskunst sinds het begin van deze eeuw, waarin Van Heeswijk jarenlang het voortouw heeft genomen, maar ook met de populariteit van ‘queerness’ als raamwerk om veel meer dan alleen seksuele normen te bevragen, met de brede weerklank van de Black Lives Matter-beweging en, meer recent, de solidariteit met Oekraïne en Palestina. Concreet heeft dit in de kunst de afgelopen jaren geresulteerd in een toenemend aantal tentoonstellingen, kunstprojecten en publieksprogramma’s over (radicaal) politiek activisme, van activistische cultuur tot activistische methodologieën, en uiteraard ook meer specifiek over de thema’s die activisten adresseren.
Wijdverbreid
In Nederland manifesteert deze ontwikkeling zich op uiteenlopende manieren. Bij Framer Framed vormt de relatie tussen kunst en activisme de kern van het programma, maar ook instellingen als De Appel en het Van Abbemuseum bieden structureel ruimte aan politiek engagement. Op sommige plekken zit het activisme meer in de onderliggende houding, zoals bij Metro54, terwijl er elders meer letterlijke uitingen de relatie met activisme moeten representeren, zoals bij het Stedelijk Museum dat vele reproducties van Black Lives Matter / No Justice No Peace van Farida Sedoc aan de muren hing. Daarnaast zijn er tal van kleinere initiatieven die vormen van activisme op inventieve wijze inbedden in de kunst, zoals We Sell Reality, een ‘label’ waaronder ongeveer vijftien vluchtelingen als social designers opereren, of Fossil Free Culture, dat jarenlang op performatieve wijze actie voerde tegen de banden tussen kunstinstellingen en de fossiele industrie. Ook dit jaar gebeurde er veel op dit terrein, met RADIUS die het hele jaarprogramma wijdde aan het ‘organiseren van een meersoortige politieke ecologie’, of het Kunstmuseum dat in New New Babylon: Visions for Another Tomorrow de zoektocht van Constant naar een radicaal andere samenleving voortzette met hedendaagse beeldend kunstenaars, ontwerpers, denkers en activisten, en Viewmaster Projects in Maastricht dat met de tentoonstelling Protest een indrukwekkend overzicht van video- en mediakunst samenstelde rond ‘de beeldtaal, de structuren, de symboliek en impact van verschillende typen demonstraties en politieke acties in het publieke domein’.
Tegelijkertijd wordt ook wel gesuggereerd dat met de laatste documenta de aandacht voor activisme in de kunst een voorlopig hoogtepunt heeft bereikt. Hierin bracht het Indonesische collectief ruangrupa vormen van gezamenlijkheid, organisatiestructuren en strijd van over de hele wereld samen, wat vooral in Duitsland tot allerhande onbegrip en discussies leidde. Ook maakte curator Vincent van Velsen eerder dit jaar al de observatie dat de aandacht voor diversiteit in de culturele sector mogelijk ook al tanende is, ook voor iedereen die zich daarvoor sterk hebben gemaakt.2 Met daarbij opgeteld de intensivering van activisme zelf de afgelopen jaren is dit misschien dan ook het juiste moment om de betekenis, de gevolgen en het potentieel van het activistisch discours in de kunst nog eens kritisch tegen het licht te houden. Kunstenaar Winnie Herbstein en ik hebben hier de afgelopen jaren een begin mee gemaakt als onderdeel van ons onderzoeksproject Contemporary Conflict, aanvankelijk in de context van de Social Practice Workshop van de Rijksakademie en later als gezamenlijk fellowship bij Framer Framed en de Universiteit van Amsterdam. We onderzochten hoe in maatschappelijke domeinen, waaronder kunst en activisme, vormen van (politiek) conflict vaak worden geneutraliseerd of esthetisch opgeschoond, in plaats van centraal gesteld als uitgangspunt voor een mogelijke verandering. Uiteindelijk bracht dit ons tot een uitgebreide reflectie op de omgang met vormen van conflict, waaronder activisme, in de kunst en in welke mate dit daadwerkelijk politiek mag zijn.
Urgenties
Hoewel onze praktijken zich uitstrekken tot zowel kunst als activisme, vonden we het van belang om de focus op activisme in de kunst niet vanuit een kunst- of kunsthistorisch perspectief te bekijken, maar, juist ook vanwege de eerder genoemde urgenties van deze tijd, vooral de balans op te maken wat het in activistische en politieke zin betekent. We onderzochten vele tentoonstellingen, projecten en initiatieven vanuit dit perspectief, waaronder overigens ook delen van ons eigen werk, en kwamen tot een aantal stevige conclusies. In positieve zin viel het op dat veel initiatieven meer zichtbaarheid geven aan activistische groepen en hun maatschappelijk bereik vergroten. Zo zette de Anti-Fascist Church ook kleine actiegroepen weer vol in de spotlight op een centrale locatie in Rotterdam, en kreeg bijvoorbeeld The Black Archives de afgelopen jaren veelvuldig het podium, zoals ook bij documenta. Daarnaast kunnen er vaak, tot op zekere hoogte, (financiële) middelen of mogelijkheden gedistribueerd worden, zoals bijvoorbeeld in de vele gemeenschapsprojecten van Jeanne van Heeswijk, of bijvoorbeeld de manier waarop het Indonesische collectief Taring Padi werk kon verkopen in de context van hun samenwerking met Framer Framed. Mogelijk nog krachtiger is de bijdrage van kunst om alternatieve werelden te kunnen verbeelden, zoals de volledig opnieuw uitgedachte en ontworpen rechtsgang in Court for Intergenerational Climate Crimes van Jonas Staal en Radha D’Souza, of de enorme opblaasbare objecten die Bambi van Balen maakte voor verschillende demonstraties wereldwijd.
Toch kwamen er in het onderzoek ook een aantal problematische patronen naar voren, die mogelijk wel de aanknopingspunten vormen om met elkaar verder vooruit te kunnen kijken. Zo begint de aankondiging van Anti-Fascist Church met de oproep om onszelf te organiseren in de strijd tegen het opkomend fascisme, maar eenmaal aangekomen is het onduidelijk hoe en waar de daadwerkelijke poging tot organisatie plaats kan vinden. De preken zijn indrukwekkend en overweldigend, maar volgen elkaar met een hoog volume en in rap tempo op zonder dat er ruimte is voor uitwisseling onderling. Mogelijk zijn er onder de betrokken activisten enkele nieuwe contacten gelegd, maar voor de rest blijft vooral de vraag wat dit, naast een krachtig beeld en de nodige inspiratie, daadwerkelijk betekent voor de bredere antifascistische beweging. Vanuit die beweging bezien lijkt het initiatief in z’n totaliteit vooral veel tijd en inzet te vragen van een grote groep activisten, maar blijft het onduidelijk wat het teruggeeft. Uiteraard hoeft niet alle sociaal geëngageerde of gepolitiseerde kunst altijd productief of effectief te zijn, maar wanneer er een beslag gelegd wordt op de schaarse capaciteit van gemeenschappen of bewegingen en de schaarse ruimte voor sociaal-politieke innovatie is het wel degelijk van belang om scherp te kijken wat de kunst hier daadwerkelijk voor effect sorteert.
Bij veel van de tentoonstellingen of kunstprojecten die activisme centraal stellen of er een verbinding mee aangaan, is dit een vaak terugkerend euvel. Zelden wordt in de relatie met precaire, uitputtende en vaak ook risicovolle vormen van daadwerkelijk bestaand activisme het leveren van een bijdrage als uitgangspunt genomen, of anders op z’n minst wederkerigheid als standaard gehanteerd. In plaats van als springplank voor een bredere ontwikkeling te dienen, is er veelal sprake van een extractieve relatie waarbij de kunstwereld vooral als eindpunt fungeert. Daarnaast is een ander probleem dat in de vertaalslag van ‘de straat’ naar ‘het museum’ vaak een groot deel van het politieke potentieel verloren gaat. De scherpe randjes van het conflict waar het activisme over gaat worden vaak verzacht, wat mogelijk verband houdt met de afnemende tolerantie voor de als ongemakkelijk en onbeschaafd beschouwde uitingen van openlijk conflict. Vervolgens worden de uitingsvormen van het activisme veelal losgekoppeld van de werkelijkheid en opgepoetst tot ze voldoen aan de dominante normen in de kunst met betrekking tot onder andere tijd, inspanning en comfort. Het resultaat is dat er veelal een gereduceerde representatie van de daadwerkelijke conflictsituatie ontstaat, in plaats van een conditie waarin het transformatieve potentieel van het conflict tot uiting kan komen. Ook de controverse rond Bakunin’s Barricade van Ahmet Öğüt kan in dit licht gezien worden. De barricade van Öğüt is een abstractie van hoe een barricade daadwerkelijk geconstrueerd moet worden en daarmee nooit bedoeld om echt gebruikt te worden.3 Ook het Stedelijk Museum was, ondanks het tekenen van de juridische clausule, nooit van plan om de barricade daadwerkelijk op straat tot zijn recht te laten komen.
Uiteraard hoeft niet alle sociaal geëngageerde of gepolitiseerde kunst altijd productief of effectief te zijn, maar gezien de schaarse ruimte voor sociaal-politieke innovatie is het wel degelijk van belang om scherp te kijken wat daadwerkelijk effect sorteert
Verwarring
De laatste problematiek die duidelijk naar voren kwam betreft de ondermijning, of op z’n minst verwarring, wat betreft de democratische besluitvorming en representatie van activistische groepen of gemeenschappen, die ontstaat wanneer er vanuit de kunst samenwerkingen met hen worden aangegaan. In dergelijke samenwerkingen worden beslissingen vaak niet genomen binnen de besluitvormingsstructuur van de groep, maar ontstaat er een onduidelijke situatie waarin tussenpersonen, vaak kunstenaars die ook deel uitmaken van de groep, samen met bijvoorbeeld curatoren en directies van kunstinstellingen de lijnen uitzetten. Hierbij valt vaak op dat deze tussenpersonen geen duidelijk mandaat hebben vanuit hun groep en ook niet verantwoordelijk gehouden kunnen worden, en de kunstprofessionals ook nog een overwicht hebben door de grotere hoeveelheid tijd, geld en soms ook kennis en connecties die ze tot hun beschikking hebben. Daarbij worden vaak de doelstellingen van de instelling, bijvoorbeeld een bepaald aantal tentoonstellingen binnen een bepaalde tijd, als uitgangspunt genomen en niet de doelstellingen van het activisme, die steeds verder uit beeld raken. Ook bij de Anti-Fascist Church kunnen vraagtekens gezet worden bij de besluitvorming. Wie bepaalt wie hier mag spreken, wat zijn daar de gevolgen van en waar is de mogelijkheid om eventuele kritiek hierop bespreekbaar te maken?
Onderaan de streep zou een voorlopige conclusie kunnen zijn dat een diepere verweving van kunst en activisme veelbelovend kan zijn, vooral gezien de noodzaak van nieuwe verbeeldingen in onzekere tijden. Wel ligt er in de praktijk een vorm van culturele toe-eigening op de loer, aangezien er meestal geen sprake is van een gelijkwaardige verweving maar van een kunstwereld, veelal gesubsidieerd en onderdeel van de dominante cultuur, die overwegend precaire vormen van activisme en activistische cultuur absorbeert en voegt naar hun eigen belangen. Op deze manier gebeurt het nog te vaak dat kunstinstellingen en professionals zich tot op zekere hoogte decoreren met het activisme waar ze zelf geen deel aan hebben noch de consequenties van ervaren. Het kan en gebeurt al anders. Meer dan zichtbaarheid en middelen gaat het om duurzame, wederkerige samenwerkingen waarin de uitgangspunten, kwetsbaarheden en tijdspaden van activistische groepen leidend zijn. Daarbij is het van belang dat de kern van de conflictsituatie, van vormen van structurele onderdrukking tot door activisten aangespannen rechtszaken, niet geneutraliseerd wordt maar de ruimte krijgt in alle complexiteit, inclusief mogelijke pijn, schaamte, patstellingen, contradicties en potentieel, te bestaan. Dit kan alleen als gemeenschappen, activistische groepen en sociale bewegingen zich niet alleen hoeven te voegen naar institutionele privileges, maar ook de sleutels van de voordeur krijgen om hier zelf en op hun eigen manier vorm aan te kunnen geven.
METROPOLIS M KAN NIET ZONDER JE STEUN
Trouwe lezers vormen het fundament van Metropolis M. Wij kunnen niet zonder je steun. Je kunt ons steunen door een jaarabonnement af te sluiten. Het eerste jaar krijg je 40% korting. Een regulier jaarabonnement kost 58 euro. Er zijn ook kortingsabonnementen. Studenten/65plussers/CJP-ers/Personen met een minimuminkomen en PLATFORM BK-leden betalen slechts 36 euro voor hun jaarabonnement. Op DEZE PAGINA lees je meer over de verschillende abonnementssoorten en kun je je direct aanmelden.
BIJ VOORBAAT DANK!
Dit essay is onder andere gebaseerd op inzichten uit het onderzoeksproject Contemporary Conflict van Winnie Herbstein en René Boer.
- Jeanne van Heeswijk en Jonas Staal, Preken in de Antifascistische Kerk, De Groene Amsterdammer, 9 oktober 2025.
- Vincent van Velsen, Culturele kenteringen – het einde van de diversiteit, Metropolis M, 19 januari 2025.
- Elders uitgebreid besproken, onder andere in Metropolis M; Actiegroep: Stedelijk Museum weigert Bakunin’s Barricade uit te lenen voor studentenprotest op straat, 28 juni 2024.
René Boer
is criticus, curator en organiser, en partner bij Loom–praktijk voor culturele transformatie




