metropolis m

Werewere Liking, Lampedusa, 2019, acryl op doek, 270 x 530 cm, courtesy Galerie Cécile Fakhoury, Abidjan

Het onverwachte overlijden van curator Koyo Kouoh op 10 mei 2025 schokte de internationale kunstwereld. Als artistiek directeur van de 61e Biënnale van Venetië, een historische aanstelling want als eerste een zwarte vrouw, werkte ze aan de tentoonstelling In Minor Keys. Kerstin Winking blikt terug op Kouohs traject en de blijvende impact van haar werk.

In oktober 2024 werd Koyo Kouoh benoemd tot artistiek directeur van de 61e editie van 2026 van de Biënnale van Venetië. Het was een historische aanstelling: voor het eerst kreeg een vrouwelijke curator van Afrikaanse afkomst het centrale podium van de internationale kunstwereld in handen. De benoeming was een (te late) bevestiging van haar lange inzet voor de hedendaagse kunst, na decennia waarin haar werk al richtinggevend was, maar zelden het soort centraal podium kreeg dat ze mede mogelijk had gemaakt. En toen, onverwacht, overleed Kouoh op het moment dat haar visie en missie invloedrijker waren dan ooit. 

Zoals een van haar goede vrienden en jarenlange samenwerkingspartners, Kader Attia, mij vertelde, werkte zij tot kort voor haar overlijden met onverminderde toewijding aan de tentoonstelling In Minor Keys. In de samenwerking moedigde zij kunstenaars aan hun ideeën op de meest experimentele wijze te realiseren, terwijl zij er volgens Attia tegelijkertijd steeds op toezag dat elk kunstwerk een doordachte, rationele relatie met de tentoonstellingsruimte aanging. Samenwerken met Kouoh betekende voor Attia deel uitmaken van een voortdurende, intensieve conversatie, een proces waarin gaandeweg vertrouwen werd opgebouwd. Als curator stimuleerde zij hem de grenzen van de kunst te verkennen, te experimenteren en onconventioneel te denken.

Tammy Nguyen, 2: Snake in the Grass, 2023. Courtesy the artist and Lehmann Maupin, New York, Seoul, and London. Photo Izzy Leung

Engagement

Achter haar benoeming tot artistiek directeur lag een decennialang engagement met Afrikaanse kunst en haar culturele infrastructuur. Wie haar werk volgt, ziet geen reeks losse projecten, maar een consistente, genereuze inzet om ruimte te maken voor Afrikaanse perspectieven binnen uiteenlopende institutionele contexten. 

Toen ik haar in 2008 leerde kennen, had zij na jarenlange betrokkenheid bij Rencontres de Bamako en Dak’Art, de biënnale voor hedendaagse Afrikaanse kunst. Ze had net RAW Material Company opgericht, een stap die haar engagement voor structurele verankering van kunst in de Afrikaanse context bekrachtigde, en was tegelijkertijd bezig haar praktijk internationaal uit te breiden met tentoonstellingen als Hypocrisy: The Site Specificity of Morality (Nasjonalmuseet, Oslo, 2009), Geo-graphics: A Map of Art Practices in Africa, Past and Present (Bozar, Brussel, 2010) en Make Yourself at Home: Contemporary Hospitality in a Changed World (Kunsthal Charlottenborg, Kopenhagen, 2010), waarin ze liet zien hoe verschillende Europese instellingen Afrikaanse kunst niet als thema, maar als uitgangspunt positioneerden.

Zo ook in Hollandaise, een tentoonstelling die zij in 2012 in het Stedelijk Museum Bureau Amsterdam realiseerde, en waarin zij een kritische houding tegenover (post)koloniale structuren zichtbaar maakte. De tentoonstelling onderzocht de geschiedenis van batikstof en legde bloot hoe economische, culturele en persoonlijke geschiedenissen in elkaar grijpen. Wat op het eerste gezicht een materiële studie leek, bleek vooral een herpositionering van perspectief: haar Afrikaanse ervaring en kritische uiteenzetting van de Nederlandse koloniale handelsgeschiedenis vormden het kader waarbinnen bestaande narratieven werden bevraagd, op een moment waarop instituten in Europa zich daar nog nauwelijks mee bezighielden.

Kaloki Nyamai, Kana kakwa, 2026, courtesy Galerie Barbara Thumm, Berlijn

Nieuwe instellingen, nieuwe voorwaarden

Met haar werk aan de tentoonstelling Geo-graphics: A Map of Art Practices in Africa, Past and Present (2010) bij Bozar richtte ze voor het eerst expliciet de aandacht op haar missie: institution building, ofwel het proces van institutionele opbouw. Haar doel was het zichtbaar te maken hoe sinds het midden van de jaren negentig het artistieke landschap op het Afrikaanse continent ingrijpend is veranderd. Kouoh zag hoe die verschuivingen op het conto kwamen van vooral veel jongere initiatieven die voortkwamen uit evenzo jonge, onafhankelijke instellingen. Bozar werd zo een platform waar initiatieven als L’appartement 22 uit Marokko, CCA Lagos uit Nigeria, Doual’art uit Kameroen en Picha uit Congo zich voor het eerst op een centrale plaats in Europa konden laten zien. Er werd niet alleen werk geëxposeerd, maar ook de achterliggende infrastructuur getoond, met instellingen die op het Afrikaanse continent zelf nieuwe modellen van organisatie en samenwerking ontwikkelden.

Geo-graphics bracht historische en hedendaagse kunstenaars samen, uit verschillende regio’s en generaties, zonder hen op gedateerde wijze onder te brengen in één stijl, school of identiteit. Wat zichtbaar werd, was geen fragmentarisch overzicht, maar een continuüm van artistieke productie met een eigen geschiedenis en interne samenhang. Tegelijkertijd speelde Geo-graphics expliciet met het idee van de plattegrond. Een kaart is nooit neutraal: zij bepaalt wat wordt gezien, bezocht en gecirculeerd, en wat buiten beeld blijft. Door een andere cartografie voor te stellen, herordende de tentoonstelling het eurocentrische perspectief van waaruit Afrikaanse kunst te vaak werd benaderd.

Ook RAW Material Company nam in Geo-graphics een vanzelfsprekende plaats in. Kouoh had dit instituut opgericht in Dakar vanuit de overtuiging dat kunst een fysieke verankering nodig heeft, een basis, een huis. Het idee voor RAW ontstond uit haar nauwe samenwerking met kunstenaars, onder wie Issa Samb, voor wie zij een diepe bewondering koesterde. RAW werd niet bedacht als museum met een vaste collectie en geen commerciële galerie, maar als ontmoetingsplek en werkruimte. Kunstenaars kunnen er tijd doorbrengen, ideeën ontwikkelen en in gesprek gaan met schrijvers en onderzoekers. Gastvrijheid was voor Kouoh geen bijzaak, maar een institutioneel principe.

RAW ontstond uit een concreet tekort. Veel Afrikaanse kunstenaars reisden internationaal en werden zichtbaar op biënnales en in musea, maar in hun eigen omgeving bestond nog geen duurzame infrastructuur. Archieven bevonden zich elders, publicaties verschenen buiten het continent en belangrijke discussies werden gevoerd in instellingen die geografisch en cultureel ver verwijderd waren van de plekken waar het werk zelf ontstond. Zichtbaarheid was mogelijk, maar structurele verankering moest nog mogelijk gemaakt worden. Institutionele opbouw betekende hier: voorwaarden scheppen. RAW functioneert nog steeds als een ecosysteem waarin kunst en ideeën kunnen groeien.

Voor Kouoh was RAW tot 2019 een thuisbasis van waaruit zij haar internationale praktijk verder uitbouwde, waaronder haar rol als curator van de 37e editie van EVA International in Limerick in 2016. De tentoonstelling Still (the) Barbarians stelde het hardnekkige onderscheid tussen ‘beschaving’ en ‘barbarij’ ter discussie, een onderscheid dat diep verankerd is in koloniale geschiedschrijving en culturele hiërarchieën. Hier bracht zij kunstenaars samen die zich bezighielden met migratie, uitsluiting, identiteit en macht, zonder deze thema’s te reduceren tot illustraties van politieke actualiteit. Zoals vaker in haar werk lag de nadruk niet alleen op wat werd getoond, maar op de voorwaarden waaronder het werd getoond: samenwerkingen met lokale partners, publieke programma’s en een sterke discursieve component maakten integraal deel uit van het project.

Still (the) Barbarians liet zien hoe Kouoh een internationale tentoonstelling kon vormgeven zonder haar uitgangspunten te verliezen. De principes van RAW bleven het referentiepunt, niet alleen geografisch, ook inhoudelijk. De aandacht voor context, de nauwe dialoog met kunstenaars en de overtuiging dat instellingen ruimte moeten scheppen voor complexe verhalen waren ook hier leidend. Zo werd duidelijk dat haar internationale carrière geen breuk vormde met haar werk in Dakar, maar er een verlengstuk van was. 

Eustáquio Neves, Cartos ao Mar, Untitled, 2016, foto, mixed media, courtesy de kunstenaar
Eustáquio Neves, Arturos, Untitled, 1993-95, foto, mixed media, courtesy de kunstenaar

Andere schaal

Toen ze in 2019 directeur werd van het Zeitz Museum of Contemporary Art Africa in Kaapstad, veranderde de schaal van haar werk ingrijpend. Zeitz MOCAA, gevestigd in een voormalige graansilo aan de V&A Waterfront, is architectonisch spectaculair en internationaal zichtbaar. Het museum werd bij de opening gepresenteerd als hét platform voor hedendaagse kunst uit Afrika en de diaspora.

De vraag was niet langer hoe een instelling vanaf nul kan worden opgebouwd, maar hoe een bestaande, monumentale structuur kan worden heringericht. Onder Kouohs leiding verschoof de nadruk naar het museum als publieke ruimte, met vooral aandacht voor onderzoek, educatie en langdurige samenwerking met kunstenaars. Ze benadrukte het belang van lokale betrokkenheid, terwijl het museum tegelijk opereerde binnen een internationale kunstmarkt en toeristische economie. Zo ontwikkelde ze in samenwerking met co-curatoren tentoonstellingen zoals When We See Us: A Century of Black Figuration in Painting die niet alleen voor de locatie van het Zeitz MOCAA relevant waren, maar ook naar instituten zoals Bozar en Kunstmuseum Basel reisden.

Kouohs benoeming tot artistiek directeur van de Biënnale van Venetië in 2024 was geen symbolische daad, maar een verdiende erkenning van haar professionaliteit, haar toekomstgerichte visie en haar consequente inzet voor de hedendaagse kunst. Haar plotselinge overlijden in 2025 kwam op een moment waarop dit ook internationaal erkend werd. Dat haar visie in Venetië door haar team wordt uitgewerkt en uitgedragen, is meer dan een eerbetoon. Door ruimte te maken voor de verbeelding van gemarginaliseerde verhalen en stemmen, nieuwe instellingen te bouwen en bestaande kaders van binnenuit te herinrichten, heeft zij de internationale kunstwereld tot zelfreflectie gebracht en veranderd. Zoals Attia onderstreept, is Kouoh voortdurend aanwezig: in geest, in energie en in de kennis die zij heeft achtergelaten.

Alle afgebeelde werken zijn te zien op de door Koyo Kouoh en haar team samengestelde tentoonstelling In Minor Keys, de internationale tentoonstelling van de 61e Biënnale van Venetië, Arsenale en Centrale paviljoen Giardini, 9.5 t/m 22.11.2026

Kerstin Winking

is een in Amsterdam gevestigde kunst- en cultuurhistoricus

Recente artikelen