
‘Mijn werk keert terug naar de aarde, precies zoals wij’ – In gesprek met Delcy Morelos
Sinds haar deelname aan de Biënnale van Venetië in 2022 lijkt Delcy Morelos alomtegenwoordig. Zo ook in de pas in het leven geroepen Sculpture Court van The Barbican en in de Hortahal van Bozar. In haar werk onderzoekt de Colombiaanse kunstenaar hoe aarde een plek van oorsprong, geweld, transformatie en wedergeboorte kan zijn. Sander Bortier praat met Morelos over haar circulaire visie op het bestaan.
Een vogelnest, zo omschrijft Bozar Morelos’ installatie Uterus in Uterus. Beschermend voelt het zeker, misschien ook wat benauwend, zonder echter verstikkend te worden. Het werk heeft een ruwe, korrelige huid die de sporen draagt van handmatige opbouw: fijne, droge vezels en grint vormen een gelaagde, natuurlijk gegroefde textuur. Binnen in deze imposante massa is een smalle gang uitgesneden die de bezoeker nauw omsluit, terwijl het invallende licht van bovenaf door de diepte van de structuur snijdt. Eenmaal binnen vergeet je de massieve afmetingen (veertien meter lang, negen meter breed), opgeslokt door een zware, klamme deken van aarde, doordrongen met de warme, balsemachtige tonen van kaneel en kruidnagel, gecomponeerd door parfumeur Nadjib Achaibou.
The Guardian bundelde enkele bezoekersreacties naar aanleiding van het werk Origo, dat tot 31 juli te zien is in de Sculpture Court van The Barbican. ‘Het ruikt net als op mijn ranch. Net alsof ik als kind weer in de modder speel,’ zei iemand. Het parfum in Bozar doet mij denken aan met kruidnagel doorprikte sinaasappels, vele jaren geleden gemaakt rond kerst. Maar tegelijk roept de constructie uit aarde ook meer recente herinneringen op: De verwoestende overstromingen na de ‘waterbom’ in onder meer de provincie Luik en Nederlands Limburg zijn intussen vijf jaar geleden. Langs de oever van de rivier de Ourthe wil een projectontwikkelaar nu een stuk van de oever verkavelen.
Morelos’ werk krijgt deze zomer een plaats in de Hortahal, vernoemd naar de art nouveau architect die met een imposante constructie van marmer en glas de centrale spil van het kunstencentrum vormgaf. Toch zijn haar installatie en de architectuur van Victor Horta niet tegengesteld, benadrukt Morelos: ‘De materialen waaruit dit gebouw is opgetrokken, kwamen uit een berg. De eerste schuilplaats die we als mensheid hadden was een grot; in een berg. Eigenlijk wonen we nog steeds in grotten, alleen zijn ze nu ontworpen door gesofisticeerde architecten.’
Dat schijnbaar tegengestelde concepten dezelfde oorsprong of weerklank delen, is een motief dat tijdens ons gesprek meermaals terugkeert. Aan het begin van haar loopbaan werkte Morelos voornamelijk met verf en tekeningen. In MoMA Magazine citeerde ze in 2023 haar filosofieleraar uit het Amazonegebied, de inheemse Uitoto Isaías Román: ‘In het universum is alles verweven als een rieten mand. Tegenpolen verstrengelen zich in steeds hechtere knopen, totdat ze zelfs water kunnen vasthouden.’ Wanneer ik haar vraag of ze met haar ruimtelijke installaties conceptueel schildert in een bestaande omgeving, antwoordt ze: ‘Textiel is een weefsel van horizontale en verticale draden, een ruimte is dat ook.’
'Eigenlijk wonen we nog steeds in grotten, alleen zijn ze nu ontworpen door gesofisticeerde architecten.’
Van 1999 tot 2002 werkte Morelos aan de baanbrekende reeks Color Que Soy (De kleur die ik ben), waarvoor ze doodskisten schilderde in 163 huidtinten. Dat ze nu met Uterus in Uterus het begin van het leven verbeeldt, een kwarteeuw na een reeks die in het teken van de dood stond, vormt een intrigerende parallel. ‘Geometrie is altijd belangrijk geweest in mijn werk, maar hier staat ook de ervaring centraal: leven en dood.’
‘Tijdens het maken van Color Que Soy dacht ik veel na over racisme, over de absurditeit ervan en de oorsprong van geweld. In mijn geboortedorp zeggen we: wanneer we sterven, zijn we allemaal gelijk, ongeacht hoe rijk we bij het leven waren.’ Morelos groeide op in Tierralta, een stadje in het noord-Colombiaanse departement Córdoba. De regio vormde het decor voor een bloedige strijd tussen paramilitaire groepen, guerrilla’s en het regeringsleger om de controle over het land en de rivier. De grond waarop men leefde was daardoor niet alleen een bron van bestaan, maar ook het brandpunt van onteigening en territoriale strijd. Morelos woonde er bij haar grootmoeder in een lemen huis, dat ze dagelijks met hun handen bevochtigden om te voorkomen dat de klei uitdroogde.
‘Als je opgroeit in een gewelddadige regio, leer je oog te houden voor wat er wel waardevol is. Geweld voedt geweld; daarom moeten we het leven voor elkaar zo licht mogelijk maken. Europeanen denken vaak dat ze gelukkiger zijn dan mensen in Latijns-Amerika, maar ik ervaar hier juist veel verdriet en boosheid. Waar wij vandaan komen zijn de omstandigheden harder, waardoor we tevreden leren zijn met minder. We ontdekken dat de waardevolste dingen gratis zijn, of nauwelijks iets kosten. Een deel van mijn praktijk draait om bescheidenheid – zonder die gronding zou ik dit werk niet eens kunnen maken.’
‘Het land waar je geboren bent, draagt zijn volledige geschiedenis als iets tastbaars in zich,’ zei Morelos eerder dit jaar in een interview met Art Basel; een treffende illustratie van hoe ze de aarde beschouwt als een gelaagdheid van geschiedenissen, ook die van kolonisatie en onteigening. ‘Na een oorlog,’ legt ze uit, ‘wordt al het bloed en de verwoesting uiteindelijk opgenomen door de aarde. Dat geldt net zo goed voor dieren die sterven en planten die hun bladeren verliezen. Alles belandt in de bodem en verandert in een rijke compost die nieuw leven voedt. Het transformeert in schimmels, in nieuwe gewassen – nieuw leven dat gevoed wordt door de dood. De bodem is de ultieme plek van transformatie.’
Die kringloop verklaart ook waarom Morelos haar installaties altijd opbouwt uit lokale grond. Voor Bozar werkte ze met rode Waalse klei, in samenwerking met de Brusselse arbeiderscoöperatie BC Materials en studenten van RWTH Aachen University en UCLouvain–LOCI. Na afloop van de tentoonstelling zal het werk opnieuw opgaan in de aarde.
Ik vraag Morelos of die vergankelijkheid een kritiek is op de westerse, kapitalistische kunstmarkt en de drang om kunstwerken te bezitten. Ze antwoordt bevestigend: ‘Het belangrijkste gebeurt nu. Over vijftig jaar ben je er zelf misschien niet meer; wat maakt het dan nog uit hoeveel kunstwerken er van jou in museale collecties hangen? Wanneer je de dood in de ogen kijkt, veranderen al je prioriteiten. Voor mij is het essentieel om te tonen dat de mens net zo efemeer is als het kunstwerk zelf. Mijn werk keert terug naar de aarde, precies zoals wij. Alles willen bewaren en bezitten is een menselijke illusie. Uiteindelijk leef je voort in andere levensvormen.’
'Alles belandt in de bodem en verandert in een rijke compost die nieuw leven voedt. Het transformeert in schimmels, in nieuwe gewassen – nieuw leven dat gevoed wordt door de dood. De bodem is de ultieme plek van transformatie.’
In besprekingen van Morelos’s werk, is de term land art moeilijk te vermijden. ‘Ik zal geen namen noemen,’ zegt Morelos, al dook Walter De Maria meermaals op in recensies over haar werk, zeker nadat ze exposeerde in Dia Chelsea, op steenworp afstand van De Maria’s New York Earth Room (1977), dat eveneens deel uitmaakt van de Dia Art Foundation. De Maria vulde destijds een loft met 190 kubieke meter aarde, ingekaderd door strakke witte muren, gietijzeren ramen en tl-verlichting. Al sinds de jaren zeventig claimt die 127 ton aarde een onbetaalbaar stuk vastgoed in Manhattan.
‘Het verschil is dat hij werkte vanuit een typisch mannelijk perspectief: je kunt de ruimte wel aanschouwen, maar niet betreden of aanraken. Het sluit je uit,’ zegt Morelos. Ook Ana Mendieta – met wier ‘magie en diepe band met de aarde’ Morelos zich sterk verwant voelt – bekritiseerde de monumentale earthworks van mannelijke land art kunstenaars, die zich opdrongen aan de natuur, als een extern object dat beheerst moest worden. ‘Toen ik mijn interventie deed bij Dia Chelsea, wilde ik dat bezoekers de aarde konden vasthouden, en dat de aarde de mens omsloot. Ik merkte hoeveel behoefte daaraan bestond, juist in New York.’
‘Mijn persoonlijke geschiedenis, mijn band met de natuur, de plekken die ik bereis en de filosofen die ik lees: het voedt allemaal mijn praktijk.’ Met name de vrouwelijke ouderen uit het Amazonegebied noemt Morelos als haar belangrijkste spirituele en filosofische gidsen; zij leerden haar de aarde te benaderen als een levend, ademend organisme. ‘Toen ik gerepresenteerd werd door de Marian Goodman Gallery, sprak ik met Philipp Kaiser, de toenmalige directeur, die net een boek over land art had geschreven. Hij vroeg me waarom ik de aarde meng met allerlei andere substanties, anders dan klassieke land art kunstenaars. Ik antwoordde: “Ik ben een vrouw, ik ben een heks. Ik houd ervan om mengsels en vergif te maken.” Dat is het verschil.’
Uterus in Uterus is tot 30 augustus te zien in de Horthal van Bozar, in het kader van Bozar Monumental
Origo is tot 31 juli te zien in de Sculpture Court van The Barbican Estate
Sander Bortier
is kunsthistoricus




