metropolis m

Zaaloverzicht I Hit You With A Flower in Stedelijk Museum Schiedam, met werk van Lily van der Stokker en Anna Aagaard Jensen

Het is geen toeval zijn dat juist nu in deze donkere tijd, waarin geopolitieke ontwikkelen de stemming drukken, meerdere tentoonstellingen humor en plezier centraal stellen. Er is een lange culturele traditie die de emanciperende kracht van plezier bepleit. Van de nar tot aan carnaval, hoe LOL kan helpen om ideologische bolwerken te slechten.

Het is een klassieker, die zo blijkt in het Stedelijk Museum Schiedam nog weinig van zijn kracht verloren heeft. In een dubbele projectie zie je hoe Pipilotti Rist over een straat in Zürich loopt met in haar handen een enorme bloem waarmee ze, als was het een voorhamer, met een enorme swiep autoruiten van grote geparkeerde auto’s kapot slaat. De camera hangt laag, zodat de vrouw hoog boven het publiek uittorent. Als een raam aan gort geslagen is, volgt dat van een volgende auto en weer een. Het geweld van de actie contrasteert scherp met de rust in de wereld eromheen. Geen voorbijganger lijkt onder de indruk van wat de vrouw doet. Zelfs een agent die passeert laat het gebeuren als was het de gewoonste zaak van de wereld. Zie het als recht dat zegeviert.

In Schiedam dient Rists revanchistische wraak op het patriarchaat als een van de drie historische ijkpunten van hedendaagse ‘meisjeskunst’, zoals curator Nanda Jansen het werk in de door haar samengestelde expositie noemt. Naast Rist worden Lily van der Stokker en Kinke Kooi ten voorbeeld gesteld aan een jongere generatie vrouwelijke kunstenaars die net als zij werk maken dat er ondanks de vrolijke kleurtjes em motieven niet voor terugschrikt gevaarlijk venijnig uit te halen. Female power is het onderwerp, de patriarchale museumcultuur is gewaarschuwd.

Er vinden in Schiedam de nodige bevrijdingsslagen plaats. Niet alleen die van Pipilotti Rist en oudgediende Lily van der Stokker die zich bevrijdt van het aanrecht, met een bloemenrijk keukenblok vol spotzieke commentaren. Er is ook Vera Gullikers die zich bevrijdt van mannelijke klassiekers uit de kunst door ze zich toe te eigenen in het haar toevertrouwde zoetroze kleurenpalet. Jakob Lena Knebl bevrijdt zich van lichaamsschaamte met barbapapa achtige sculpturen die de vetrol op de heupen in ere herstellen. Anna Aagaard Jensen bevrijdt zich op haar beurt van kleinburgerlijke huiselijkheid, met een  wijdbenige schemeramp met gevaarlijk spitse pumps aan de poten.

Nanda Jansen heeft een missie. ‘Nog nooit was engagement zoveel fun’ lees ik in een toelichting. Ze spreekt over ‘de tegendraadsheid van kleur’ die dit keer eens niet dient om te behagen maar om te bevrijden. Jansen drijft de spot met decennia van kleurenrantsoen in veelal door mannen verzorgde modernistische tentoonstellingen, die ook in dit museum lang de toon hebben gezet. De heren, zo nog in leven, zouden zich wel even op het hoofd krabben, als ze hun werk zouden tegenkomen in een zaal met deze zuurstokroze kunst. En zij niet alleen. In een zaaltekst wordt opgemerkt dat ook Vera Gulikers op de academie nog van een docent kreeg toegebeten dat hij van haar kleurgebruik ‘een vieze smaak in de mond’ kreeg.

Als je dat leest begrijp je wel waarom Jansen in Schiedam de remmen losgooit om de zogenaamd goede smaak op alle fronten te tarten. Niet alleen qua kleurstelling, maar ook op onderwerp. Jansen biedt ruim baan voor de vulva en body possitivity, knullige keramiek en koddige levensgrote knuffelpoppen, die, begrijp ik uit de toelichting, een reactie zijn op de overvloed aan ‘macho bronzen’uit de kunstgeschiedenis.

Jurjen Galema, Penisdress, 2021, gedragen door Lola Lasagna, textiel en fiber fill, collectie kunstenaar uit de tentoonstelling I Hit You With A Flower, Stedelijk Museum Schiedam 2024/2025

Pleasure activism

In de tentoonstelling draait het om het transgressieve plezier waar Adrienne Maree Brown over schrijft in het boek Pleasure Activism uit 2019. Brown verzamelde stukken van zichzelf en andere feministische schrijvers die plezier agenderen als sociale en politieke kracht van formaat. In de inleiding schrijft ze hoe plezier kan dienen om zich te bevrijden van systemische onderdrukking en de verbeelding de vrije loop te laten. ‘Ik onderschrijf geen politiek van reductie. Ik zie misschien de humor in van stereotypen, maar ik leef mijn leven en mijn verlangens niet door de lens of beperking van andermans constructie van macht, identiteit of suprematie.’ 

Daartegenover stelt ze het pleasure activism, dat zich ‘via alle plezier die het leven te bieden heeft’ verzet tegen elke vorm van onderdrukking van persoonlijke vrijheden, daarin slaagt succesvol te zijn. Het is bij Brown een sterk fysieke vorm van plezier die ‘seks en erotiek omvat, drugs, mode, humor, passie, verbinding, lezen, koken en/of eten, muziek en andere kunsten, en nog veel meer’. 

De tentoonstelling in Schiedam doet ook denken aan Kamala Harris, die een tijd met ‘joy’ campagne voerde tegen de apocalyptische doomdenker Donald Trump. Met veel succes, aanvankelijk, want gedurende enige tijd wist ze met haar vrolijke levenslust een enorm enthousiasme los te weken onder de kiezers, die zich unaniem achter haar kandidatuur schaarden. De verbeten Trump had er geen antwoord op.

Toch wist Harris haar succes niet vast te houden en veranderde van strategie, wat ze misschien beter niet had gedaan. Harris’ draai bewijst ook hoe hardnekkig patriarchale structuren zijn en niet eenoudig te bestrijden. Ze zitten diep verankerd in de wereld, en in onszelf. Een ouder stel houdt het in Jansens tentoonstelling al na een halve zaal voor gezien, en ik moet ook bekennen dat ik niet alle werken even goed verdraag. Gelukkig is de bovenverdieping iets ingetogener van aard, met onder andere mooie aquarellen van Rory Pilgrim, die vooral veel liefde prediken. Niet alles in Schiedam spreekt in de overtreffende trap.

Joy

Jansen staat niet alleen in haar missie. Er zijn momenteel opvallend veel tentoonstellingen die zich wijden aan een vrolijk stemmend vrouwelijk & queer verzet in reactie op het huidige nogal bitter getoonzette politieke klimaat. In Parijs opende eind februari Joy, een tentoonstelling die collectieve vreugde centraal stelt. De tentoonstelling brengt internationale kunstenaars en projecten samen die geïnspireerd zijn door verschillende vormen van collectieve expressie, zowel muzikaal, recreatief, politiek en utopisch. Er is een open podium, je kunt er tafelvoetbal spelen, en schaken middenin een kunstwerk. Volgens het Paleis van Tokio ‘viert de tentoonstelling onze manieren om gemeenschappelijkheid te creëren en ons collectief te organiseren’.

Onder de kunstenaars zitten veel enkele bekende namen. Ik herken Lauren Halsey, die bij de Arsenale afgelopen Biënnale van Venetië indruk maakte met een reeks naar zwarte figuren gebeeldhouwde pilaren, Ex-Rijksacademie-resident Guy Woueté doet mee en de in Parijs nog altijd geliefde Thomas Hirschhorn. Uit Nederland is er een werk van Pris Roos te zien, die een installatie wijdt aan de Place de la République – het plein waar sinds de Franse revolutie het stedelijke protest zich traditioneel organiseert, zoals meer recent bijvoorbeeld rondom het anti-Israël protest. 

Anders dan de wat fysiek ingezette tentoonstelling in Scheidam gaat Joy gaat over de politiek van plezier, dat zich als een collectieve sociale kracht transgressief manifesteert. De tentoonstelling richt zich nadrukkelijk tegen de verdeelpolitiek van extreemrecht, door er een positieve, optimistische en verbindende beweging tegenover te stellen. Om de missie kracht bij te zetten is er een enorm foto-archief in d etentoonstelling opgenomen die talloze voorbeelden van dit soort verbindende publieke manifestaties in beeld brengt, van dance-raves tot carnavalsoptochten.

Natuurlijk kun je niet al het plezier over een kam scheren. Roland Barthes bijvoorbeeld zag plezier als ‘een weerstand biedende kracht’ , maar maakte in diens fameuze The Pleasure of the text  wel onderscheid tussen ‘plezier’ (plaisir) en ‘gelukzaligheid’ (jouissance), waarbij plaisir een comfortabel, gereguleerd genot is, terwijl jouissance iets ontwrichtends, buitensporigs, zelfs grensoverschrijdends is. Vogens Barthes wordt plezier ten onrechte vaak wordt gezien als iets triviaals, iets decadents, onwaardig voor de ernst van het bestaan. Maar dat doet het begrip in bredere zin tekort. Plezier voor Barthes is ook meervoudig, anarchistisch en onvoorspelbaar. Het weigert categorisering en is van nature transgressief. 

Het maakt plezier tot een belangrijke ontregelaar, die in staat is rigide structuren van betekenis te doorbreken en zich verzet tegen de beperkingen van ideologie. De naar luchtigheid snakkende Nederlandse kunstwereld is daar altijd heel sterk in geweest. Kunst met een kwinkslag, er zijn legio voorbeelden van: van Wim T Schippers tot Willem de Haan. Juist in autoritaire tijden is er veel behoefte aan. 

Domeniek Ruyters

is hoofdredacteur van Metropolis M

Recente artikelen