‘We hebben een archetype-update nodig’ Müge Yilmaz
Müge Yilmaz werkt op afstand van het verstand, met werk dat nadrukkelijk fysiek en emotioneel is. Meest herkenbaar is dat bij haar pluizige wezens, die een nieuwe soort archetypen voorstellen: paars, interseks, hybride.
‘Ik geloof in het collectieve onderbewustzijn. Een pasgeboren baby heeft gecodeerde reflexen, dieren hebben direct na de geboorte kennis, planten weten precies wat ze moeten doen’, vertelt Müge Yilmaz mij in een van onze e-mailconversaties. Zo’n collectief onderbewustzijn lijkt echter aangeboren beelden of categorieën te impliceren, terwijl Yilmaz’ werk juist benadrukt dat veel archetypische voorstellingen aan vervanging toe zijn. Haar werken, van kassen gevuld met planten tot performances met harige, begroeide wezens, wijzen erop dat er nog iets anders is in deze wereld, dat er meer is dan de Mens1 en zijn vaste denkbeelden. Dat meer, dat zijn de anderen. Soms bestaan ze al of hebben ze ooit bestaan, maar ze kunnen ook een voorstel voor de toekomst zijn. Zij zijn de nieuwe archetypen die ons kunnen helpen om verder te denken dan dichotomieën als mens/dier, dier/plant, man/vrouw, zwart/wit.
Waar Yilmaz’ ‘anderen’ wellicht het meest duidelijk vorm krijgen is in harige wezens die door hun schutkleuren verdwijnen in hun omgeving. Ze laat ze terugkeren in verschillende performances binnen kunstinstellingen. Maar eigenlijk vooral daarbuiten in de publieke ruimte, zoals in Brussel tijdens Performatik17 en in de bossen en graslanden rondom Beetsterzwaag tijdens een tentoonstelling bij Kunsthuis Syb in 2017. Veel werken van Yilmaz bevatten verwijzingen naar andere entiteiten in onze werkelijkheid. Voor The Seventh Continent, de afgelopen Biënnale van Istanbul, maakte ze een werk getiteld Eleven Suns (2019) waarin eeuwenoude iconografische voorstellingen uit grotten, tempels en heiligdommen werden gecombineerd met haar eigen tekeningen van hybride mens-plant-dieren. De uit hout gesneden figuren in Eleven Suns hinten zowel naar historische ‘anderen’ die eerder voorstellingen maakten van hun mede-aarde-bewoners als nieuwe speculatieve amalgamen die misschien wel in ruïnes ver in de toekomst gevonden zullen worden. Tot slot zijn er de groene ecosystemen die terugkomen in de werken van Yilmaz. De kassen, gevuld met echte en nep planten, speciale apparatuur van plastic flesjes voor bevochtiging en allerlei draden en kabels, lijken verlaten laboratoria. Deze werkplekken waar het groen weer, of altijd al, de overhand heeft, herinneren ons eraan dat er samenlevingen zijn die ook los van ‘ons’ bestaan.
Hoewel deze analyse tot nu toe vrij intellectueel klinkt, roepen veel werken van Yilmaz vooral een sterke affectieve reactie op, van aantrekking tot walging, van nieuwgierigheid tot ongemak, van angst tot empathie. Yilmaz vertelt het verhaal over twee heel verschillende specifieke interacties tussen kinderen en de bijna dierlijke performers in haar werk. Het ene kind vroeg een performer of deze iets wilde drinken. Een ander, tweede kind werd bang en riep dat de performer een ‘Chinese robot’ zou zijn. ‘Deze verschillende relaties’, zegt Yilmaz, ‘zijn interessanter dan het werk zelf.’ Waar in sciencefiction vooral een plot aangeboden wordt, niet de materiële context en verwezenlijking daarvan, geeft Yilmaz ons juist de organische, bewegende materie, die ons laat afvragen wat er in hemelsnaam gebeurt. ‘Misschien laten ze zien hoe de menselijke soort er over een miljoen jaar uitziet, na de georganiseerde religie en het postkapitalisme. Misschien hebben we na een bijzondere gebeurtenis weer lichaamshaar ontwikkeld en ons DNA met planten samengevoegd’, mijmert Yilmaz.
Yilmaz’ werk functioneert, in haar woorden, als een grote ui, waarbij de fysiek-emotionele reactie de buitenste laag is. Daarna ontvouwen zich verhalen over schaarste, gemeenschap, vrouwelijkheid, ritueel, behoud en verandering. De afstand tot een intellectueel discours creëert ruimte voor connecties met sciencefiction en pure verbeelding en om geschiedenis vanuit een vrouwelijk gezichtspunt en vanuit intuïtie uit te diepen. ‘Ik noem dit een proces van “innerlijke de-fascisering”, waarvan ik me later realiseerde dat het ook (innerlijke) dekolonisatie wordt genoemd. Als kind groeide ik op in Turkije en in Italië bracht ik mijn tienerjaren door. Beide landen hebben een traumatisch verleden van fascistische en militaristische regeringen.’
De harige, begroeide wezens in Yilmaz’ performances zijn zowel een reflectie op het anders-zijn van nu als ook een niet-lineaire sprong in tijd en evolutie. Maar misschien zijn het ook wel metaforen voor hen die nu al als vreemde wezens gekoesterd of gevreesd worden. Deze ‘anderen’ stimuleren ‘door slechts zichzelf te zijn en zonder verdere provocatie’ uiteenlopende affectieve reacties, niet alleen bij kinderen maar ook bij volwassenen. ‘Voor mij vertegenwoordigen ze daarom alle spectrums van verschillen, het “anders-zijn” dat een groot deel van de mensheid denkt te kunnen overheersen en exploiteren. Het grijze, het paarse, het androgyne, het medium, het intersekse, het biseksuele, het noch wit noch zwarte, is wat ik echt zou willen vertegenwoordigen. En ook hybriden van mens, mineraal, plant en dier. Dat is waar we een archetype-update nodig hebben.’
1 Ik schrijf ‘Mens’ met een hoofdletter om te verwijzen naar de historisch gezien normatieve implicatie van het woord. Als er gesproken werd, en nog wordt, over de Mens, als in ‘mankind’, dan gaat het vaak onbewust over de witte, cisgender, heteroseksuele man zonder beperkingen, en iedereen die daarvan afwijkt is in meer of mindere mate verwijderd van de definitie ‘Mens’.
A Fair Share of Utopia
CBK Zuidoost, Amsterdam
3.9 t/m 22.11.2020
A Fair Share of Utopia
Nest, Den Haag
4.9 t/m 22.11.2020
Liza Prins
is kunstenaar




