metropolis m

Jeanne van Heeswijk en Afrikaanderwijk Coöperatie, Mobile of Interdependency (Acts of Balance), 2014, onderdeel van tentoonstelling Trainings for the Not-Yet bij BAK, basis voor actuele kunst, Utrecht, foto: Tom Janssen 

Cultuurplannen bij steden komen en gaan. Doorgaans gaat de introductie van een nieuw cultuurplan zonder al te grote schokken; er komen wat instellingen bij en er vallen een paar af. Maar in Utrecht doen ze het dit keer anders. Daar adviseert de commissie aan de gemeente om zich komende periode te ontdoen van tal van grote spelers, om vervolgens het gespaarde geld in te zetten voor enkele prille lokale initiatieven. Wat denkt de commissie hiermee te bereiken?

Als het aan de externe adviescommissie Cultuurnota 25-28 van de gemeente Utrecht ligt krijgen BAK en IMPAKT vanaf 2025 geen subsidie meer. Hoewel beide instellingen afgelopen decennia sleutelspelers in het Utrechtse kunstenveld waren, bekend van degelijke artistieke programma’s en hun internationale netwerk van kunstenaars en verwante instellingen, is hun aanvraag afgewezen. Dit gebeurt niet vanwege de artistiek-inhoudelijke kwaliteit van hun programma’s maar vooral omdat de adviescommissie vindt dat ze te weinig betekenis hebben voor de stad.

BAK en IMPAKT zijn niet de enige grote spelers die wat betreft de adviescommissie hun geluk elders mogen gaan zoeken. Ook Tweetakt krijgt een negatief advies, net als het Nederlands Filmfestival, Het Huis, Landhuis Amelisweerd, het Rosa Ensemble en het mediafestival Uncloud. Het is kortom bijltjesdag in Utrecht, als het aan deze commissie ligt. In de plaats van de grote spelers krijgen kleinere organisaties een kans, die doorgaans met lokale makers werken, soms crossdisciplinair en vaak intercultureel in programma’s die vooral opereren op wijkniveau.

De kaalslag treft niet het gehele veld. Hoewel er in alle disciplines instellingen sneuvelen, lijkt ’theater en dans’ dit advies redelijk ongeschonden te doorstaan, net als de muzieksector. Als je de eigen statistieken uit het advies volgt worden er 22 van de 25 theateraanvragen gesteund en 16 van de 21 aanvragen bij muziek. Het zijn vooral de instellingen uit de beeldende kunst die hard worden aangepakt. Volgens de eigen statistieken in het rapport waren er slechts vier (!) aanvragers. Daar blijven er nu twee van over. Als ik zelf de lijst van toekenningen natel kom ik tot elf niet-museale aanvragers op het gebied van de beeldende kunst in bredere zin, waarvan er vijf subsidie gaan krijgen: Casco, EX, De Nijverheid, Kunstliefde en Fotodok.

Karig aanbod

Utrecht heeft al geruime tijd een probleem met de beeldende kunst. Voor de omvang van de stad is het aanbod aan instellingen en initiatieven bescheiden. Zeker als je het vergelijkt met de andere grote steden in de Randstad die elk meerdere grote en tal van kleine kunstinstellingen herbergen. Ter vergelijking: Rotterdam steunde afgelopen cultuurplan zeven niet-museale instellingen op het gebied van de beeldende kunst, en biedt daarnaast nog steun aan onder meer de Kunsthal, het Fotomuseum en Museum Boijmans Van Beuningen met zijn Depot. In de stad zitten bovendien nog allerlei initiatieven die niet in het meerjarenplan van de gemeente zitten. In Den Haag worden er zeven instellingen uit de beeldende kunst gesteund door de gemeente, naast de talrijke musea die deze stad telt. Ook deze stad telt vrij veel kleinere kunstinitiatieven die niet in het cultuurplan zitten. In Amsterdam is als bekend het aanbod nog groter.

Je zou denken dat in een stad waar beeldende kunst zo’n magere positie heeft de instellingen die bereid zijn hun nek uit te steken liefdevol worden gekoesterd. Maar niet in Utrecht. Het advies meldt dat de commissie teleurgesteld is in de mate waarin de leidende beeldende kunstinstellingen zich vernieuwen en open stellen voor een nieuw en meer divers publiek. Met als consequentie dat er fors wordt gekort op de beeldende kunst. Het schrappen van IMPAKT en BAK levert bijna een miljoen euro op, waarvan zo’n twee ton weer terugvloeit naar de beeldende kunst via de ondersteuning van de jongere initiatieven. De rest gaat naar de andere disciplines.

De commissie verantwoordt zich voor die verschuiving door te stellen dat er toenemend sprake is van een vervaging tussen de disciplines. Er is daarom minder streng toegezien op een evenredige verdeling tussen de verschillende disciplines. Maar als je ziet waar het geld naartoe gaat kun je dat niet echt volhouden. Dan is beeldende kunst toch echt een van de de grote verliezers in dit advies.

Negatief oordeel

Uit het advies blijkt dat de kerncommissie zeer ontevreden is over het functioneren van BAK en IMPAKT, met argumenten die niet volkomen uit de lucht gegrepen zijn. Ik wil hier niet de inhoudelijke beoordeling van de commissies in het licht van de gestelde criteria gaan bediscussiëren. Ik ken de aanvragen niet en zie de uitgestippelde beleidslijnen van de commissie volgend ook wel dat dat deze instellingen nog wat slagen te maken hebben als een sociaal inclusief beleid de norm is. Mij gaat het om het bredere perspectief: waar wil deze commissie naartoe met de beeldende kunst in Utrecht?

Geschrapt worden instellingen die al jaren op internationaal niveau opereren, ten gunste van enkele kleine initiatieven die pas kort bezig zijn en veel met lokale makers werken. Zij moeten nu de kar gaan trekken, het gezicht van de stad voor beeldende kunst worden. Alleen Casco en Fotodok voeren een nationale en soms internationale agenda.

Ik mis in het advies een overkoepelende visie op de artistiek-inhoudelijke koers van de instellingen, die het behoud van wat in jaren is opgebouwd garandeert. Een museum gooi je tenslotte ook niet zomaar dicht, van het ene op het andere moment. Hoe denkt de commissie het internationale profiel van de beeldende kunst in Utrecht te handhaven? In een grote internationale universiteitsstad zijn ook studenten een community, een heel forse ook, die juist door programma’s als van BAK en IMPAKT naar de stad zijn gelokt. Hoe denkt de commissie te garanderen dat Utrecht een stad blijft met een kunstleven dat niet alleen de bewoners in de wijken aanspreekt, maar ook mensen van daarbuiten?

Ik mis in de aanvraag daarnaast een visie op het meer discursieve aspect van de beeldende kunst, dat juist in Utrecht sterk vertegenwoordigd is. Jarenlang keek Nederland naar Utrecht als het ging om hoogstaand intellectueel kunstdiscours, dat werd gewaardeerd van Boston tot Berlijn, de laatste jaren zelfs tot aan Jakarta. Hoe ziet de commissie de rol van Utrecht in de handhaving van die opgebouwde netwerken, die perfect samenwerkten met de programma’s van de universiteit en de hogescholen? Of is dat waar Utrecht zo sterk in was, dat de stad internationaal op de kaart zette, ineens niet meer relevant?

Als onder de nieuwkomers instellingen zaten waarvan de plannen die van BAK en IMPAKT zouden doen verbleken, die het kunstdiscours een radicaal andere wending gaven, zou ik me wel iets kunnen voorstellen bij het schrappen van hun subsidies. Maar die zijn er niet. En dus geeft dit advies het gevoel dat het kind met het badwater wordt weggegooid. Er wordt iets geschrapt omdat de commissie iets anders wil, maar een vervanger heeft zich nog niet gemeld.

Een evenwichtig kunstbeleid gaat niet alleen over het bereiken van lokale communities. Het is op meerdere manieren onderhoudend en uitdagend, divers, perspectiefrijk, creatief, intellectueel en discursief

Het valt te waarderen dat de commissie zo nadrukkelijk zoekt naar een cultuurplan met meer draagvlak, dat begrijpt dat inclusiviteit organisaties diep van binnen moet raken en hun programma’s radicaal verandert. Maar een evenwichtig kunstbeleid gaat niet alleen over het bereiken van lokale communities. Het is op meerdere manieren onderhoudend en uitdagend, divers, perspectiefrijk, creatief, intellectueel en discursief, liefst voor heel veel verschillende publieken en verzorgd door kunstenaars en beschouwers van hier én van elders. Ik hoef het de commissie niet uit te leggen, want meerdere leden werken zelf bij internationaal actieve kunstinstellingen in de andere grote steden waar nog wel waarde wordt toegekend aan ambitieuze internationaal georiënteerde artistiek-inhoudelijke programma’s.

Het drastische advies roept ook de vraag op of de commissie geen andere middelen had om de instellingen te corrigeren waarvan de aanvraag op een aantal punten tekort schoot. Hadden ze niet wat minder geld toegekend kunnen krijgen? Hadden ze niet de tijd kunnen krijgen aanvullende plannen in te dienen om bepaalde functies in hun aanvragen te versterken? Bij kunstinstellingen die zo lang zo gezichtsbepalend zijn voor het kunstleven in Utrecht zou je toch op iets meer coulantie mogen hopen. Het is nu alles of niets, met gevolg dat het vermoedelijk jaren gaat duren voordat de beeldende kunstwereld in Utrecht zich enigszins van dit verlies gaat herstellen.

Domeniek Ruyters

is hoofdredacteur van Metropolis M

Gerelateerd

Recente artikelen