metropolis m

Yujing Liu performing New Animals at Metro54

‘Die geurige vrucht van verlangen die ik van het lot zocht, schuilde in de balsemachtige lok van mijn geliefde.’ (Hafez, Ghazal 214) Naar deze strofe verwijst Chupan Atashi in de titel van hun solotentoonstelling Daddy Party آن نافه مراد که میخواستم ز بخت  درچین زلف آن بت مشکین کلاله بود te bezichtigen bij Metro54. Door middel van ongehoorzame (zelf)beelden, circulaire installaties en performances reflecteert de Iraanse kunstenaar, vanuit zijn ballingschap, op zowel zijn eigen transformaties als die van de objecten en organismen in zijn atelier.

‘In alles wil ik een gat maken en diep doordringen. Ik wil het hart van de aarde bereiken, want daar ligt mijn liefde: een plek waar zaadjes groen worden, wortels schieten, elkaar tegenkomen en waar de schepping zelfs in ontbinding doorgaat. Ik denk dat het altijd zo is geweest, in geboorte en in de dood. Mijn lichaam is een vergankelijke vorm, geloof ik. Ik wil diens essentie bereiken. Ik wil mijn hart als een rijpe vrucht aan elke tak van elke boom hangen.’ (Forough Farrokhzad in een brief naar Ebrahim Golestan)

Ik kijk naar een gat gesneden uit een zelfportret van Chupan Atashi’s uit 2009. De kunstenaar maakte deze foto in het centrum van Teheran tijdens massademonstraties tegen het Iraanse regime. Het gat, waar eerst hun gezicht zat, vulde hij vijftien jaar later met een foto van wat lijkt op het bloemenpark in de Keukenhof. Rood, oranje, roze en blauwe tulpen staan plichtsgetrouw in nette rijen die in de horizon verdwijnen. Het enige wat dit idyllische beeld verstoort, is de aanwezigheid van de kunstenaar: tussen de tulpenrijen prijkt zijn kont naar de camera. In Horizon of Ass (2025), voor het eerst tentoongesteld als onderdeel van Atashi’s solo-expositie Daddy Party آن نافه مراد که میخواستم ز بخت  درچین زلف آن بت مشکین کلاله بود in Metro54, wordt het verwarde gezicht van de kunstenaar – zoals vastgelegd in Tehran Self Portraits 2008-2010 – vervangen door zijn achterwerk. Het gezicht dat in 2009 omringd werd door mededemonstranten, is nu vervangen door een anus omringd door bloemen.

In Horizon of Ass zijn de demonstranten van 2009 desalniettemin aanwezig. De nette rijen bloemen contrasteren met de demonstranten, die als geesten rondzweven op de achtergrond van de foto uit 2009: figuren met sjaals en gezichtsbedekkingen in het groen – de kleur van de demonstratiebeweging – die wanhopig proberen te bewegen tussen de rijen auto’s, zo dicht op elkaar dat het haast onmogelijk lijkt om er een naald, laat staan een mens, tussen te krijgen. Toch verdwijnen de demonstranten, net als de rijen tulpen, in de horizon. Niet in de zachtblauwe lucht van de Keukenhof, maar in een grijs-zwarte wolk van grootstedelijke luchtvervuiling, traangas en rook van verbrande autobanden.

Terwijl het beeld van Atashi’s kont in het midden van de tulpen van vlijmscherpe kwaliteit is, is het beeld uit 2009 gepixeld. Het is vaag en vergankelijk, alsof het de enige herinnering is aan een verre gebeurtenis, of de sentimentele nabootsing van een terugkerende droom. ‘In ballingschap zijn betekent dat je in de positie van de toeschouwer komt te staan, want je kijkt constant naar je verleden en probeert het terug te brengen naar het heden,’ vertelt Atashi tijdens mijn tentoonstellingsbezoek. Al sinds de nasleep van de demonstraties van 2009 woont Atashi buiten zijn geboorteland Iran, waar hij Tehran Self Portraits 2008-2010 maakte. Voor degenen die vanuit hun ballingschap over hun verleden getuigen, verliest tijd haar lineariteit: ze wordt een cyclus om in te verdwalen, of een gat om in opgezogen te worden. In Horizon of Ass brengt Atashi de beelden uit 2009 niet enkel terug naar het heden, maar laat hen ze ook kenmerken door de ballingschap waar dat nieuwe heden uit bestaat. Het gat dat de ballingschap achterlaat, wordt gevuld door Hollandse tulpen en een achterwerk. Zoals Nima Esmailpour opmerkt in de publicatie met dezelfde titel als de tentoonstelling: ‘Ongehoorzame (zelf)beelden die getuigen van een strijd die steeds terugkeert en nog niet voorbij is.’

Chupan Atashi, Horizon of Ass, photo collage, 2025. Foto: Nadine Stijns

Mijn eerste confrontatie met Tehran Self Portraits 2008-2010 herinner ik me in door dezelfde gepixelde lens die ik nu in Horizon of Ass zie. Ik moet een jaar of twaalf geweest zijn. Het was een paar jaar na de demonstraties van 2009. De repressie en collectieve depressie die volgden op het falen van de demonstraties waren net voorbij, dus besloten mijn ouders me voor het eerst naar de hoofdstad te nemen. We reisden naar het centrum waar een eindeloos lange trap ons naar een galerij in de kelder van een supermarkt leidde. Daar zag ik Atashi voor het eerst, gevangen door de lens van zijn eigen camera.

Of misschien zag ik Tehran Self Portraits 2008-2010 voor het eerst op de satelliettelevisie in de woonkamer van mijn grootouders in Isfahan, waar we elke vrijdag met de hele familie samenkwamen om te zien wat de officiële televisiezenders ons nooit toonden. We keken een programma over Iraanse kunstenaars in de diaspora. Atashi had het land kort daarvoor verlaten. Zijn zelfportretten werden voor het eerst tentoongesteld in een westerse hoofdstad, een verre plek genaamd Londen. Ik was een kind dat de demonstraties vanuit een veilige, maar frustrerende afstand had meegemaakt, op schermen en vanaf balkons in een traditionele stad, ver van de bruisende hoofdstad. Altijd van ver, altijd van bovenaf. Atashi niet. Atashi stond in het hart van de demonstraties. Hen legde niet alleen de transformaties van de straten vast, maar ook die van zichzelf, altijd op ooghoogte en nooit bang om zijn aanwezigheid vast te leggen: zijn lichaam, dwalend door de snel transformerende straten van de hoofdstad.

2009 was een protestbeweging van beelden: voor het eerst in de Iraanse geschiedenis hadden demonstranten de middelen om hun protest zelf vast te leggen. Smartphones en relatief toegankelijke internetverbindingen gaven hen het vermogen om zichzelf te presenteren zoals zij dat wilden, en niet zoals de macht dat dicteerde. In ‘Seeds as memory capsules’ betoogt Katayoon Barzegar dat we Tehran Self Portraits 2008-2010 moeten zien als onderdeel van deze bredere beeldende beweging. Een beeldenstroom die erin slaagde om een protestbeweging vast te leggen die ongetwijfeld gewist zou worden door de Iraanse autoriteiten, ongeacht de kosten. Maar Atashi’s zelfportretten bewaren niet alleen de demonstraties waaraan hij deelnam; ze bewaren ook zijn aanwezigheid en transformaties, voor, tijdens en na de demonstraties. In Horizon of Ass verzoent hij de geest van de demonstraties van 2009 met hun nieuwe zelf, wiens ontstaan enkel ingekaderd en bewaard kan worden door een onaffe strijd, en een gat dat hun vroegere zelf achterliet.

Het vastleggen van transformaties is een terugkerend thema in de sculpturale installatie die Atashi, samen met Horizon of Ass en andere werken, tentoonstelt onder de naam Daddy Party آن نافه مراد که میخواستم ز بخت درچین زلف آن بت مشکین کلاله بود In deze installatie neemt Atashi opnieuw de rol van bewaarder op zich. Zoals Radna Rumping, de curator van de tentoonstelling, uitlegt in haar tekstuele bijdrage aan de tentoonstellingspublicatie, bewaarde de kunstenaar in de jaren voorafgaand aan de tentoonstelling limoenen, aardappelen, pepers en bananen lange periodes in zijn atelier. De aardappelen bleven uitlopen, de limoenen composteerden, en de zachte, gele bananenschillen droogden op, werden stijf en transformeerden in dunne, donkere linten die precies de materialisatie zijn van de balsemachtige lok van de geliefde, waar de strofe uit het gedicht van Hafez in de tentoonstellingstitel naar verwijst. Atashi stond deze transformaties toe en bewaarde ze op verschillende manieren: hen naaide de verwelkte limoenen nauwkeurig aan elkaar en maakte jasjes voor ze, zodat ze hun vorm konden behouden. De gedroogde bananenschillen naaide en lakte hij aan elkaar, en ook de aardappelen penetreerde hen zachtjes met dunne naalden die, met behulp van neondraad, de nieuwe vormen van elke aardappel probeerden te bewaren. Deze elementen bracht hij vervolgens samen met veren, glitters, en kettingen, die door sjiitische moslims gebruikt worden om de martelaarsdood van Imam Hoessein te herdenken, tijdens Ashura-processies. Vervolgens hing hij ze op aan draden en presenteerde ze als een circulaire installatie, die ook fungeert als podium voor de performance New Animals.

Daddy Party trekt je even hard aan als dat het je beledigt: glinsterende neondraden, glitters en geanimeerde dieren lokken je als een ekster die onweerstaanbaar afgaat op alles wat blinkt — tot je plots oog in oog staat met verwelkte groenten en een achterste. Het is té veel, extravagant en androgyn; nooit bang om te falen, nooit bang om te breken met afgebakende schoonheid, en altijd sentimenteel over een onaf verleden. Daddy Party is camp: niet mooi, maar kitsch. In het beste geval laat mooie kunst ruimte voor interpretatie, maar verlangt ze niets van de maker, noch van degene die naar haar kijkt. Ze vraagt niet om onze tussenkomst, want ze is al volmaakt – of dat beweert ze althans te zijn. Het is pretentieus, arrogant, af. Goedgekeurd door de meesters der smaakt, zij met macht. Camp daarentegen is, net zoals kitsch, transparant in zijn verlangen: in zijn hoop en transformatie. Het kan met alles vervlochten worden, zolang jij dat maar wilt. Kitsch smeekt om de verbeelding van de toeschouwer. Het wil jou, het heeft jouw interventie nodig, want het is nooit af. Het maken van een gat is het antwoord op een diep verlangen naar interventie en transformatie. Het is een poging om het geborgen hart van de aarde te bereiken waar Farrokhzad het in haar brief naar Golestan over heeft. Daddy Party is een camp interventie, omdat iedere transformatie, en het vastleggen daarvan, onvolmaakt maar extravagant is. Het blijft verlangen naar interventie en naar nog meer– van iedereen die zijn schoenen uitdoet en de tentoonstelling betreedt. Dat is precies wat Atashi doet: hij penetreert zowel de hardheid van demonstraties als die van zichzelf, van aardappelen, bananen en citroenen, op zoek naar de vele veranderlijke harten van de aarde en als uitnodiging tot het hart van de dingen ‘waar de schepping doorgaat, zelfs in ontbinding.’

Niloufar Nematollahi

is schrijver en curator

Recente artikelen