
Het werk is nooit voltooid – Judy Chicago’s Revelations
Toen Judy Chicago in de late jaren vijftig aan UCLA het vak Intellectual History of Europe volgde, kreeg zij van een mannelijke professor te horen dat vrouwen niets hadden bijgedragen. Die onterechte uitspraak voedde haar praktijk, waarmee ze een van de grondleggers van de feministische kunst werd. In het Joods Museum in Amsterdam is momenteel Revelations te zien, een omvangrijke presentatie die dat herstelwerk in beeld en tekst ontvouwt. Maar de tentoonstelling toont ook de limieten van herstel via beeldvorming.
Geboren in 1939 in Chicago, de stad die ze als achternaam verkoos boven de naam van haar familie of echtgenoot, is de kunstenaar nog steeds actief met de thematieken die zij al in de jaren vijftig als haar focus zag: het zichtbaar maken van het werk van vrouwen en hun bijdragen aan de geschiedenis. Zij nam toen, en nu nog steeds, de verantwoordelijkheid op zich om de patriarchale lacunes in de kunstgeschiedenis aan te vullen. Zoals bij haar beroemde Birth Project (1980-1985), een meterslange serie waarin Chicago samen met meer dan 150 naaisters een iconografische leegte in de westerse kunstgeschiedenis aanvulde met verbeeldingen van geboorte, moederschap en vruchtbaarheid. In Revelations zien we de bevallende lichamen als wervelende landschappen, met grafische patronen die de lichamen in het verlengde leggen van kosmische frequenties, in rood en roze pastelkleuren of net met indringende gradients van wit, grijs en zwart prismacolor kleurpotloden. De verbeeldingen ervan zijn even talrijk als de bevallingen zelf.
Grondleggers hebben fundamenten. Ze handelen vanuit overtuigingen, ingevingen en intuïties die, zo toont de geschiedenis, door latere generaties verder worden uitgewerkt. Het systematisch uitbreiden, herwaarderen en ontleren van canonieke geschiedenissen is een relatief recente ontwikkeling waar onderwijs en wetenschappelijke instituten de laatste twintig jaar breed op inzetten. Chicago was al sinds de jaren vijftig bezig met het adresseren van deze systemische ongelijkheden: vrouwen werden wel gerepresenteerd als object van geschiedenis, maar niet erkend als maker van geschiedenis. Zoals haar beroemde installatie The Dinner Party, gerealiseerd tussen 1974 en 1979, als uitkomst van een lange onderzoeksperiode naar vergeten vrouwen in geschiedenissen. Dit monumentale werk eert de prestaties van 1038 vrouwen (39 aan tafel, 999 namen op de Heritage Floor) uit de geschiedenis, en is permanent te zien in het Brooklyn Museum in New York. Daarnaast leidde het onderzoek tot het samenbrengen van Revelations, dat Chicago een geïllustreerd manuscript noemt. Het werd pas in 2024 gepubliceerd, in kader van Hans Ulrich Obrists project rond kunstwerken die niet eerder gerealiseerd waren.
Revelations bleef lange tijd een ongepubliceerde pendant bij Chicago’s oeuvre en handelen. Het vertelt een mythische geschiedenis, geen feitelijke kroniek. Dat verschil onderstreept ze zelf; zij wil geen historicus zijn. Chicago keert terug naar het begin: het verhaal van de schepping. Zolang God als man wordt gedacht, schrijft Chicago, is de vrouw gedoemd tot een secundaire positie, omdat zij niet als scheppende kracht wordt erkend. In haar alternatieve scheppingsverhaal verschuift zij die hiërarchie en plaatst zij de vrouw op de voorgrond. Enerzijds geeft het, in beeld en tekst, vorm aan de intuïties, gevoeligheden en posities die Chicago als jonge kunstenaar ontwikkelde en die zij in haar praktijk consequent bleef hanteren. Anderzijds, zo blijkt uit de context die het Joods Museum in de tentoonstelling aanreikt, biedt het Chicago ook een concrete opdracht die haar binnen een Joodse traditie plaatst. Ze groeide op binnen een seculier gezin, maar nam wel de opdracht van ‘tikkun olam’ mee in haar praktijk: de verantwoordelijkheid om bij te dragen aan het herstel van de wereld. Niet alleen zijn, maar ook handelen.
Op uitnodiging van Obrist werd Revelations in 2024 een tentoonstelling bij Serpentine Galleries, in 2025 bij Kunsthalle Recklinghausen nabij Dortmund en tot augustus 2026 bij het Joods Museum. Het is Chicago’s eerste solotentoonstelling in Nederland en meteen een omvangrijke, met meer dan tweehonderd werken. In contrast met haar overzichtstentoonstelling Herstory in 2023 in het New Museum in New York, ligt in Amsterdam de nadruk vooral op werk op papier, voorstudies, aangevuld met videowerk, notitieboeken en archiefmateriaal. Installaties ontbreken, maar er wordt wel documentatie getoond rond The Dinner Party, om dit kostbare en kwetsbare werk toch zichtbaar te maken.
De ruime selectie wordt gepresenteerd volgens dezelfde thematische structuur als de hoofdstukken van Revelations. Onderwerpen als de onderdrukking van vrouwen, de destructie van de natuur door de mens, verbeeldingen van geboorte en de analyse van machtsverhoudingen volgen elkaar op. Die thematische gelaagdheid suggereert dat deze kwesties in samenhang moeten worden gelezen, in een werkelijk intersectioneel perspectief. Tegelijkertijd zorgt de hoeveelheid aan werken voor vervlakking eerder dan verdieping. Dat ligt niet zozeer aan de werken zelf, maar eerder aan de wijze waarop zij worden gepresenteerd.
De presentatie bij het Joods Museum is een voorbeeld van hoe co-geproduceerde tentoonstellingen tekortschieten wanneer zij geen aanvulling bieden op de veranderende context van presentatie. De tentoonstelling voelt te sterk als een copy-paste. Het feit dat Chicago een pionier is en nog geen solotentoonstelling in Nederland had, maakt die bewering op zichzelf niet overtuigend. De betekenis van een gevestigde kunstenaar toont zich in de praktijk, niet in een veronderstelling. Een kunstpraktijk eren, is het durven activeren, herbekijken en bevragen. De tentoonstelling had kunnen laten zien hoe vooruitstrevend ze is, juist door meer van haar receptiegeschiedenis zichtbaar te maken. Of, door meer te contextualiseren hoe haar visies over gender, verbeeldingen van lichamen en politieke signalen, contrasteren of illustreren hoe er in de jaren zestig, zeventig, tachtig over deze onderwerpen gesproken werd.
Dat zou bijvoorbeeld kunnen laten zien dat, hoe vooruitstrevend Chicago’s gedachtegoed ook was, zij haar oeuvre structureerde rond een binaire verhouding tussen man en vrouw. Mensen verschijnen daarbij niet louter als mens, maar steeds als wezenlijk gegenderde subjecten. The Dinner Party is zonder twijfel een iconisch werk, maar sinds de eerste presentatie eind jaren zeventig is er aanzienlijke kritiek geuit op het beperkte perspectief op vrouwengeschiedenis dat het werk presenteert: overwegend westers georiënteerd, met een binair begrip van gender en met slechts één vrouw van kleur aan tafel. Waar anders dan in Nederland, en meer specifiek in Amsterdam, zouden ze hiermee kunnen erkennen hoe Chicago’s werk blijft resoneren, inspireren en activeren via patricia kaersenhouts Guess Who’s Coming to Dinner Too (2019). In deze installatie herdenkt en herkadert zij Chicago’s Dinner Party vanuit een expliciet inclusieve benadering, zowel wat betreft culturele achtergrond als gender. Het werk werd in 2021 gezamenlijk aangekocht door het Centraal Museum, het Frans Hals Museum, het Stedelijk Museum Amsterdam en het Van Abbemuseum: een pronkstuk in het Nederlandse canon.
Chicago toont in Revelations dat het werk van de geschiedenis nooit voltooid is. Ik zie het daarom als een gemiste kans dat het Joods Museum in deze eerste solotentoonstelling geen verbinding legt met de manier waarop Chicago’s oeuvre in Nederland betekenis krijgt en kan blijven krijgen. Het werk prijzen als iconisch en pionierend is legitiem, maar niet voldoende om het levend te houden.
DEZE TEKST IS EERDER GEPUBLICEERD INMETROPOLIS M NUMMER 1-2026
Judy Chicago, Revelations
Joods Museum, Amsterdam
6.2 t/m 23.8.2026
Helena Julian
is curator en schrijver



