
2025 > 2026 Man met een missie – Jacob Lawrence in Kunsthal Kade
Het is op de valreep, kort voordat de tentoonstelling over een week sluit, maar des te meer reden om er aandacht voor te vragen: de innemende Jacob Lawrence in Kunsthal Kade. Zonder twijfel een van de boeiendste tentoonstellingen van het jaar in Nederland.
Het is een overzicht zoals ze in Nederlandse musea nog zelden worden gemaakt. Omvangrijk, een heel oeuvre dat ontsloten wordt, van het vroegste werk tot het laatste, gemaakt door een kunstenaar die in Nederland niet al door iedereen gekend is. Een riskante onderneming daarom, zeker voor een relatief kleine organisatie als Kunsthal Kade, die die uitdaging met lef is aangegaan en een verzorgde tentoonstelling samenstelde, met veel oog voor detail. Niet alleen het werk krijgt volle aandacht, ook het verhaal van de kunstenaar. Want Jacob Lawrence had een verhaal. Hij was een man met een missie.
Lawrence is een Afrikaans Amerikaans kunstenaar die honderd jaar geleden op jonge leeftijd al snel furore maakte in New York met een sjabloonachtige figuratieve schilderkunst, waarin het leven van Zwarte Amerikanen centraal stond. Hij deed dat op een moment dat dat in de kunst nog niet veel gebeurde. Lawrence vertelde verhalen die in het toen nog meer dan nu gesegregeerde Amerika niet verteld werden, omdat Zwarte Amerikanen hardnekkig buiten de officiële geschiedenis waren gehouden, tot Lawrence’ grote woede. Ook in de musea werden de verhalen niet verteld. Zwarte kunstenaars hadden ruim honderd jaar geleden niet eens toegang tot kunstopleidingen, ook Lawrence niet, die zijn schilderlessen volgde in een community center in Harlem.
In de chronologisch ingerichte tentoonstelling wordt duidelijk hoe Lawrence, schatplichtig aan de Harlem Renaissance, een eigen vereenvoudigd bijna naïef aandoend vocabulair ontwikkelde, waarin hij op een doordachte wijze aandacht vroeg voor het zware alledaagse leven van Zwarte Amerikanen in de eerste decennia van de vorige eeuw. In de Migration Series bijvoorbeeld, de 60-delige serie schilderijtjes die hij op 22-jarige leeftijd aan de Great Migration wijdde.
De Great Migration verwijst naar de massale migratie van Zwarte families uit het arme Zuiden naar het economisch welvarender Noorden, waar de discriminatie minder hevig was en er meer kans was op werk. Ook de vader en moeder van Lawrence waren vanuit het Zuiden naar de oostkust getrokken, waardoor de serie overkomt als Lawrence’ biografie. Als in een van de paneeltjes een jong kind met een groot hongerig oog kijkt naar het brood dat door moeder gesneden wordt, ben je geneigd de kleine Jacob erin te zien.
Het 60-delige werk, waarvan enkele paneeltjes in Amersfoort te zien zijn, is te ervaren als een vervolgverhaal, een serie nieuwsfoto’s met bijpassend onderschrift, waarin het leven in volle omvang geportretteerd wordt, zowel de massaliteit van de verhuizing, de armoede en hardheid ervan, als de voordelen die de verhuizing bracht, zoals het stemrecht. Het werk maakte direct zoveel indruk dat het al snel werd aangekocht door twee musea: het MoMA en de Phillips Collection in Washington.
Lawrence ontpopt zich in de in Kade ruim vertegenwoordigde series als een geboren verhalenverteller – in de catalogus wordt een verbinding gelegd met de West-Afrikaanse griot, een muzikant en dichter die lokale tradities bewaart voor volgende generaties. Ik moet denken aan Tshibumba Kanda-Matulu die een beroemde reeks van honderd paneeltjes wijdde aan Patrick Lumumbu en de vrijheidsstrijd in Kongo tegen de Belgische overheersing – het werk is tegenwoordig in bezit van het Wereldmuseum in Amsterdam.
Net als Kanda-Matulu schuwt Lawrence de grote thema’s niet in zijn werk. Na de Great Migration volgde half jaren vijftig een serie over de Amerikaanse Revolutie, getiteld The Struggle Series, een vrij complexe reeks van min of meer op zich staande geschiedenissen uit deze Amerikaanse vrijheidsstrijd tegen de Britse overheersers en hun sympathisanten, die in deze reeks werken wordt bezien vanuit het perspectief van de gewone man. Lawrence vertelt over deze strijd als iets wat iedereen aangaat, vriend en vijand, in werken waarin de complexe politieke verhoudingen weerspiegeld worden in evenzo complexe composities. Met de onoverzichtelijkheid van sommige situaties lijkt Lawrence te suggereren dat de strijd om democratie (gelijke rechten) nog lang niet gestreden is, ook al heet Amerika de oudste democratie van de wereld te zijn.
Van Lawrence zijn in Amersfoort nog meer series te zien, onder andere werk uit een serie over abolitionisten en over Zwarte vrijheidstrijders, zoals Toussaint de L’Ouverture.
Lawrence ontpopt zich in de in Kade ruim vertegenwoordigde series als een bedreven verhalenverteller - in de catalogus wordt een verbinding gelegd met de West-Afrikaanse griot, een muzikant en dichter die lokale tradities bewaart voor volgende generaties
Tot mijn favoriete werken in Amersfoort behoren de schilderijen die Lawrence naar aanleiding van zijn reizen naar Afrika maakte, niet als serie, maar als op zichzelf staande werken. Hij was naar Lagos gereisd vanwege de expositie van werk uit zijn Migration Series en zo enthousiast dat hij niet lang daarna nog eens in Nigeria neerstreek voor een veel langere periode. Onder de indruk van, zoals hij in de catalogus wordt geciteerd, ‘de vele nieuwe visuele indrukken’ met ‘ongebruikelijke kleurcombinaties, texturen, dramatische lichteffecten’, maakte hij enkele complexe composities in een afgewogen balans van abstracte en figuratieve elementen. Het is vooral dit werk waaraan hij de naam dankt ‘kubistisch’ te werken.
Wereldberoemd in eigen land
Lawrence ontwikkelde zijn werk los van het internationaal bekende officiële Amerikaanse verhaal van de kunst, de modernistische lijn die met steun van de overheid (zelfs de CIA) het abstract expressionisme internationaal promootte als het symbool van de vrije wereld. Lawrence’ kritische houding tegenover de Amerikaanse politiek paste niet zo goed in die vertelling. Hij bewoog zich met zijn, in streng modernistische ogen als anekdotisch beschouwde werk bovendien in een compleet andere artistieke richting.
Toch is hij internationaal niet buiten beeld gebleven. Lawrence exposeerde al kort na de oorlog in het Stedelijk, onder Sandberg in een tentoonstelling over Amerikaanse figuratieve kunst. Diep in de Amersfoortse tentoonstelling stuit ik bovendien op een poster die Lawrence ontwierp voor de Olympische Spelen van München in 1972. Het is een prachtig sporttafereel, enkele zwarte atleten die met elkaar strijden om de winst tijdens een estafettenummer. Met verwrongen gezichten proberen ze er kort voor de finish nog wat extra snelheid uit te persen.
De posters waren een prestigeproject voor de Duitsers, waarmee de organisatie het land via de koppeling van sport en kunst wilde neerzetten als een moderne democratie die openstaat voor alle culturen en die zich een betrouwbaar partner van de vrije wereld weet. Er deden (destijds) zeer bekende kunstenaars mee, 26 in totaal, onder wie Vasarely, Poliakoff, David Hockney en Eduardo Chillida. En dus Lawrence, die naast Tom Wesselman de Verenigde Staten representeerde.
Elke poster is prachtig. Ook die van Lawrence die, passend bij zijn werk uit die jaren, een voorstelling maakte in de geest van de strijd om de burgerrechten, vier jaar nadat Tommie Smith op de Olympische Spelen de Black Panther-groet bracht op het podium van de 100 meter.
Het werk sluit in de tentoonstelling goed aan bij enkele evenzo indrukwekkende portretten van Jesse Jackson en Stokely Carmichael, twee voorgangers in de burgerrechtenbeweging, waarvan het eerste gemaakt is voor de cover van een Black Special van Time uit 1970.
Wat kan Nederland hiervan leren?
De tentoonstelling in Amersfoort oogt wat nostalgisch, met werk dat de twintigste eeuw ademt, de Black renaissance in Harlem en de grote politieke bewegingen in Zwart Amerika. Lawrence toont zich er een kunstenaar van het grote verhaal meer dan iemand van het grote gebaar, als was hij een bevlogen docent die niet ophoudt aandacht te vragen voor het leven van Zwarte Amerikanen, in een (Amerikaanse) kunstwereld die zich in de loop van de eeuw steeds meer loszong van zijn maatschappelijke idealen en een grote autonomie opeiste.
Hoewel ook Lawrence niet ongevoelig was voor artistieke ontwikkelingen en zoals zijn werk laat zien subtiel met modes meebewoog, bleef hij eerst en vooral de politiek geïnspireerde schilder wiens engagement hem in in de hoek van de grote sociaalkritische schilders van de vorige eeuw plaatst – type George Grosz. Daarnaast bleef Lawrence tot laat in zijn carrière oog houden voor de eenvoudige arbeider, voor wie hij waardering vroeg in monumentale voorstellingen die behoren tot de beste schilderijen die hij maakte.
Zijn bevlogenheid en missie hebben hem in Amerika veel waardering opgeleverd. Zijn werk is over het hele land verspreid geraakt en terechtgekomen in de vaste collectiepresentaties van tal van Amerikaanse musea. Die zichtbaarheid, die hem al vroeg in zijn loopbaan ten deel viel, geeft te denken over hoe wij in Nederland met cultureel diverse kunstenaars omgaan die aandacht vragen voor hun positie in de geschiedenis. Wie zou de Nederlandse Lawrence kunnen zijn?
Je leert in Amersfoort niet alleen over een Amerikaans kunstenaar met een missie, je kunt je ook afvragen of wij in Nederlandse musea wel voldoende oog hebben voor de niet vertelde verhalen uit de geschiedenis. Want ook hier zijn landgenoten met diverse culturele achtergrond buiten het officiële verhaal van de vaderlandse geschiedenis gehouden. Er wordt in feite pas sinds een paar jaar meer aandacht voor gevraagd, in tentoonstellingen die met vallen en opstaan gevoelige onderwerpen uit het Nederlandse verleden aansnijden.
Als je de breedte en diepte van aandacht die Lawrence er zijn leven lang voor vroeg ziet, besef je dat we hier nog pas aan het begin van dit proces van erkenning staan. Hoewel het in Amersfoort niet met zoveel woorden wordt gezegd, is het wel duidelijk dat we gezien deze tentoonstelling in Nederland nog een lange weg te gaan hebben bij het onder de ogen komen van het eigen verleden.
Jacob Lawrence | African American Modernist, 27.09.2025 — 04.01.2026 Meer info HIER
Domeniek Ruyters
is hoofdredacteur van Metropolis M



