metropolis m

Annabelle Binnerts, Two Rooms. Foto: Bart Lunenburg.

Taal verbindt en scheidt ons van elkaar. Miscommunicatie, vertalingen, typfouten, versprekingen, ze houden taal levend. In een tijd waarin er steeds minder ruimte lijkt te zijn voor de speelsheid van taal, betoogt de tentoonstelling Reading Characters bij Billytown juist voor ambiguïteit. Kelly-ann van Steveninck gaat in gesprek met initiatiefnemers Annabelle Binnerts en Eva van Bemmelen over de binnen- en buitenkanten van taal.

In de glazen vissenkom van Billytown in Den Haag, waar de plek sinds 2018 huisvest, houden zeventien kunstenaars atelier. Naast dat ze buren zijn, vormen ze een collectief dat Billytown, met inmiddels 22 jaar op de teller, draaiende houdt door ieder een andere managementrol op zich te nemen. De tentoonstellingen die in de galerieruimte op de begane grond worden georganiseerd komen dan ook altijd uit de koker van minstens één. In het geval van Reading Characters is dit Eva van Bemmelen, die Annabelle Binnerts erbij vroeg. ‘We gebruiken bewust niet het woord cureren maar initiëren voor deze tentoonstelling, omdat we het als een collectief proces hebben benaderd,’ vertelt Binnerts. ‘De kunstenaars maakten vrijwel allemaal nieuw werk en we lieten hen daarin los. We vinden het belangrijk dat er geen klassieke hiërarchie is.’ Het resultaat is een op het oog heldere en ranke presentatie, die zich ondanks, of wellicht dankzij, het gebrek aan pikorde organisch in elkaar laat overlopen.

Reading Characters focust zich op de dynamische wortels van het lezen. Het werk The Mother Tongue Counts van Jelena Vanoverbeek,  spant zich rondom de gevel van het gebouw. Het telt van 1 tot 20, in Nederlandse getallen maar in het Engels uitgesproken, zodat er woorden als ‘to have, their teen, fair team’ ontstaan. Vanoverbeek is Vlaams, waardoor de tekst een aantrekkelijke intuïtieve cocktail van talige nuances creëert. Het plantsoen waar Billytown is gevestigd is een populaire plek voor jongeren uit de wijk, waarvan enkelen het werk van Vanoverbeek begonnen ‘voor te rappen’. Het gebouw leent zich voor deze didactische wisselwerking, niet alleen door haar vroegere functie als schoolgebouw, maar ook door de open glazen wanden. De architectuur doet als vanzelf een handreiking en laat het binnen en buiten in elkaar overvloeien. Vanaf buiten zijn ook de serie muurschilderingen van Binnerts goed zichtbaar. Sommige van de korte, poëtische kreten zijn op zichzelf te lezen, anderen vergen tijd en aandacht. In ieder woord zit ritme, alsof Binnerts ons uitnodigt om mee te spelen in haar linguïstische spel.

Van Bemmelen en Binnerts zochten naar manieren om de tentoonstellingservaring vorm te geven als het bladeren door een boek. ‘Een boek opent en sluit,’ licht Van Bemmelen toe. ‘In de ruimte wilden we de balans zoeken tussen deze intimiteit en openheid.’ Het geluidswerk an audible letter to a moving body van Puck Kroon, dat zowel in het Nederlands als Engels op een losse koptelefoon te beluisteren is, neemt de bezoeker aan de hand mee door de ruimte. Annelies Kamens multimedia-installatie in het midden van de zaal ontvouwt zich rond haar persoonlijke videowerk House Show, waarin het ongelezen manuscript van haar grootmoeder wordt voorgelezen. Dit geluid nodigt juist schallend door de ruimte uit tot openheid en interactie. 

Van Bemmelen en Binnerts zochten naar manieren om de tentoonstellingservaring vorm te geven als het bladeren door een boek.

De kunstenaars in Reading Characters spelen ook met de bewegelijkheid van taal. Heel letterlijk komt dit terug in Ode de Korts werk (   )’S. Twee kinetische aanhalingstekens bewegen op onvoorziene momenten, waardoor er telkens een andere ruimte tussen hen ontstaat. De tekens lijken rusteloos, alsof ze zich los willen worstelen uit het vaste stramien van linguïstische zekerheden. Meer robuust doen Hilde Onis haar geletterde dobbelstenen aan, die her en der door de ruimte zijn verspreid. Het organische gevormde glas is zelf geblazen, waarmee Onis de fysieke aspecten van taal door middel van haar eigen adem verankert.

‘Het voelt alsof we door deze lagen een visueel, abstract en conceptueel woordenboek hebben gecreëerd aan de hand van de acht verschillende talen van de kunstenaars,’ aldus Van Bemmelen. Om dit woordenboek kracht bij te zetten maakte het duo een publicatie bij de tentoonstelling. Ontworpen door Van Bemmelen, die een achtergrond heeft als grafisch ontwerper, sluit het boekje naadloos aan bij de tentoonstelling. De acht kunstenaars leverden ieder een aanvulling op hun getoonde werk in de vorm van proza, poëzie en typografische experimenten. De speelsheid van de tentoonstelling komt ook terug in de vorm van de publicatie: de pagina’s voelen  door de experimentele typografie en bladspiegels avontuurlijk om doorheen te bladeren. Achterin is een index gemaakt, die namen van fonts, woorden maar ook zelfgecreëerde symbolen duidt. Met het uitgeven van een publicatie in samenhang met de tentoonstelling hopen Van Bemmelen en Binnerts dat de inhoud langer zal beklijven. 

Het overbrengen van de liefde voor talige kunst, is relevanter dan ooit volgens het duo. Van Bemmelen: ‘Tekst in kunst schrikt mensen soms af. Veel kunstenaars werken met taal, maar dan wel visueel uitgevoerd.’ ‘Speelsheid is erg belangrijk als het om taal gaat,’ vertelt Binnerts. ‘Zodra  iets de vorm van geschreven taal heeft, krijgt het een imago van serieuze theorie, alsof het een opgave betreft. Mensen verwachten dat de tekst de uitleg bevat van het beeld waar zij voor komen.’ Schrijver Britt Moricke schreef een katern voor de opening en raakte daarmee volgens het duo de juiste nuances voor hun pleidooi. Reading is hearing. In your head. (…) Type-face, it should rather be type-voice. Face is so cosmetic, it’s what we see. Voice is presence, tone, mood. Voice is what you feel.

Van Bemmelen kan zich goed verplaatsen in het idee van type-voice. Ze maakt levensgrote schilderijen van verschillende lettertypes, die als fysiek grote gebaren met een subtiele inhoudelijke kracht tegen de muren zijn geplaatst. ‘Mijn letters zijn levende personen. Een van de letters A is een ode aan mijn onlangs overleden tante,’ vertelt Van Bemmelen. ‘Ze was altijd goed verzorgd, met haar perfecte nageltjes en rode lippenstift. Ik heb daarom Times New Roman gekozen, omdat de kanteeltjes net zo perfect zijn in mijn ogen. Het is echt een portret van haar.’ Ook het werk van Clara Amaral herbergt dezelfde tere fysieke componenten. Op zeven A0 posters, die hangen aan de muur, bevraagt ze het hoe van lezen. Het werk is niet compleet zonder de bijbehorende performance, waarin ze op theatrale wijze met haar gehele lichaam de bladen omslaat en voorleest.

Binnerts en Van Bemmelen kenden elkaar voor deze samenwerking nog niet, maar herkenden in elkaar hun gezamenlijke genegenheid voor het geschreven woord. Van Bemmelen heeft dyslexie, ‘de letters dansen om haar heen.’ Ze ziet woorden als architectuur en interpunctie als muzieknoten, die los staan van de aangeleerde schoolse structuren. ‘Mensen zien een ‘A’ en lopen door. Maar die ‘A’ is voor mij een heel persoon, heeft een bepaald karakter, gevoel, snelheid, herinnering.’ In een tijd, waarin sommigen de teksten die uit bloedeloze systemen als ChatGPT rollen als waardige vervanger van de menselijke geest beschouwen, zoekt Reading Characters compromisloos naar de verbinding die de verschillende lezingen van taal kan bewerkstelligen.

De tentoonstelling Reading Characters is nog tot 14 juni te zien bij Billytown in Den Haag

Kelly-ann van Steveninck

is kunsthistoricus met als specialisatie moderne en hedendaagse kunst

Gerelateerd

Recente artikelen