
Het verlangen naar een trendbreuk
Volgens de opvattingen van disruptive innovation vind je niet een markt voor je product maar creëer je die, ten koste van het bestaande. Met het debat over de gevolgen van Uber en Airbnb nog vers in het geheugen, kent iedereen voorbeelden van dit soort verstoringen in de maatschappij. Wat voor omwentelingen vinden er plaats in de kunst als gevolg van deze economie?
De afgelopen tien jaar heeft de kunstwereld geprobeerd een manier te vinden hoe om te gaan met de veranderingen die het gevolg zijn van de opkomst van een digitale cultuur die nieuwe stijlen en idiomen met zich meebrengt, nieuwe mogelijkheden voor de verspreiding van kunst, nieuwe vormen van kritiek en tentoonstellingsmaken. Gedrukte periodieken als dit tijdschrift worden geplaagd door de verschuiving van aandacht naar blogs en andere online publicaties, en door keuze voor het beeld als geliefd middel voor het kunstverslag. We kijken liever naar kunst, zoals op Contemporary Art Daily of Universes-within-Universes, dan dat we erover lezen.
De nieuwe distributievormen die mogelijk zijn geworden door het internet zijn een veel geroemde, radicale verandering. Kunstenaars en andere kunstprofessionals zijn er anders door gaan denken; ze zien het internet niet als een nieuwe markt, maar als een Silicon Valley-achtige manier om kunst te maken (en geld verdienen) door beroemdheid te creëren op de sociale media als onderdeel van de beleveniseconomie. Hoewel de veranderingen in het kunstlandschap diepgaand zijn geweest, ontstaan er inmiddels discrepanties tussen de voorspellingen over aanstaande veranderingen en de realisering daarvan (of beter: het uitblijven daarvan).
De mogelijkheid om viral te gaan op het internet betekent in theorie dat het mogelijk is een kunstwerk (eigenlijk: een afbeelding van een kunstwerk) direct van de kunstenaar naar een geïnteresseerde groep over te brengen. Zonder de institutionele context die aangeeft dat het om ‘kunst’ gaat. Het kan functioneren als een meme (overdraagbaar idee) in plaats van als een object, waardoor bredere of andere doelgroepen bereikt kunnen worden dan in een museum of galerie. Daarnaast kan het nieuwe vormen aannemen doordat het kunstwerk radicaal openstaat voor appropriatie en versionicity, een term van Oliver Laric om de situatie te omschrijven waarin een kunstwerk voor altijd kan bestaan en van ‘gebruiker’ tot ‘gebruiker’ verandert. Of zoals de kunsttheoreticus David Joselit recent stelde: het kunstobject is niet meer enkel een commodity (koopwaar) of iets waarnaar gekeken wordt, maar een reeks van beelden.
Vanuit deze situatie zou een nieuw soort kunsteconomie kunnen ontstaan, die niet gericht is op het kopen en verkopen van goederen, maar waarin kunst een financieel instrument kan zijn, zoals in een project van de kunstenaar Christopher Kulendran Thomas. Precies zoals Nicolas Bourriaud in zijn tekst Postproduction (2002) de economie van de postproductie in de context van de hedendaagse kunstproductie probeerde te begrijpen, zo proberen kunstenaars vandaag de dag direct in te grijpen in de economie zelf, in ruil voor aandacht of geld. Zij maken deze ingrepen zelf tot hun werk, een in geld uitgedrukte versie van mail art, een spiegel voor de beleveniseconomie.
Zulke veranderingen kunnen worden vergeleken met de totale transformatie zoals die door de disruptive innovation wordt gepredikt in de wereld van de technologie. Kunst is een sector die, net als vele andere, volkomen zou (of zal) worden herzien door de komst van het internet. Maar is dat zo?
Nieuw spel
Clayton Christensen introduceerde de term disruptive innovation in zijn boek The Innovator’s Dilemma uit 1997, waarin hij beweerde dat succesvolle bedrijven niet zozeer slagen door het innoveren van hun producten, maar vooral door het veranderen van het consumentenlandschap waarop ze zich richten. Het bekendste voorbeeld dat Christensen aanhaalt is het T-Ford model, de eerste betaalbare auto. Het is niet de komst van de auto die de paard-en-wagenmarkt uitdaagde, omdat de meeste auto’s te duur waren voor het gewone publiek. Het was de lager geprijsde T-Ford die de paardenkarmarkt de das om deed. Disruptive innovation heeft, ondanks de scepsis over de theorie, niet alleen in de technologiewereld voet aan de grond gekregen. Het hele idee van disruption, verstoring, is de (bijna Hegeliaanse) manier waarop verschillende spelers in het internettijdperk vooruit willen gaan. Niet door kleine stappen te nemen, maar door het hele bordspel om te gooien en een nieuw spel te creëren.
Melissa Gronlund
is schrijver, redacteur en presentator




