metropolis m

Alles tegelijkertijd
Eija-Liisa Ahtila

Een paar jaar geleden bestormde ze de kunstwereld in razende vaart. Haar complexe films, meestal tegelijkertijd vertoond op meerdere schermen, zijn sindsdien niet meer uit de aandacht van de internationale kunstwereld weggeweest. Geen biënnale of Eije-Liisa Ahtila zat erbij. Hoogste tijd voor een analyse van het werk van de Finse die momenteel een overzichtstentoonstelling heeft in De Appel in Amsterdam.

Een meisje in een rood shirt zit tegen een blauwe muur in de zacht verlichte slaapkamer van haar vader. Ze heeft ons verteld over haar vaders verdriet, over hoe hij al de hele dag het huis vult met zijn gejammer. Ineens vraagt ze zich af wiens vader hij eigenlijk is – Sanna’s, Mia’s, Marko’s, Pasi’s, of haar eigen? We horen haar stem, maar ze spreekt haar eigen naam niet uit. Misschien is ze niet zo zeker meer van haar eigen identiteit. Om de dingen nog verwarrender te maken, beweert ze vervolgens: ‘Ik zit in een leunstoel. Ik heb een vriendje. Ik heb iets op mijn schoot. Ik ben 66 jaar oud.’ Het scherm gaat op zwart en onze blik wordt gestuurd naar een ander scherm, getiteld Vera. We zien een oude vrouw met een sigaret en een asbak in haar hand in een kamer die baadt in een warme rode gloed.

Today (1996/97), een video-installatie van de Finse kunstenaar en filmmaker Eija-Liisa Ahtila, volgt het makkelijk herkenbare patroon van een ‘whodunit’- detectiveverhaal. Ahtila heeft de vertelling opgebouwd uit aanwijzingen die gereconstrueerd kunnen worden als een tragedie met een slachtoffer, een per ongeluk vermoorde grootvader en de oorzaak van zijn dood. We krijgen echter ook een overvloed aan aanwijzingen die niet lijken bij te dragen aan de plot. Ze weven een complex web van karakters en hun dubbelzinnige relaties. De plot begint minder relevant te worden. Pogingen om de familierelaties te verhelderen lijken nutteloos, nu onze aandacht meer en meer getrokken wordt door die doelbewuste vaagheid en fascinerende breuken in het narratieve verhaal.

De thema’s en benaderingswijzen die Eije-Liisa Ahtila heeft ontwikkeld in haar werk, van haar vroegste tot en met haar meest recente video-installaties, kunnen in kaart worden gebracht aan de hand van deze aandacht voor breuken en scheuren – zowel in ruimte als tijd, zowel concreet als symbolisch. In deze fracturen, of in de ruimtes daartussen, concentreert zich de dynamiek van haar werk. Het weigert zich te voegen naar de lineaire samenhang die men verwacht van bewegend beeld, het narratieve verhaal en haar personages en gebeurtenissen.

Vloeiende ruimte

In Ahtila’s meest recente video-installatie, The House (2002), kijkt een jonge vrouw in een rood shirt uit het raam naar een landschap vol bomen. Ze ziet haar geparkeerde auto in de tuin. Wanneer ze iets naar links beweegt, achter een roodgestreept gordijn, kan ze de auto niet meer zien, maar het geluid van de motor vult wel de kamer. Beeld en geluid worden losgekoppeld. De grenzen van haar huis worden diffuus en wat buiten is, stroomt naar binnen. ‘Er ontstaat buiten een nieuwe orde’, vertelt Ahtila, ‘één die overal aanwezig is. Alles is nu tegelijkertijd, hier, zijn.’ Afgezet tegen de veelheid aan geluiden in haar hoofd, wordt kijken een ontoereikend middel om de wereld te vatten.

‘Tijd is willekeurig en ruimtes overlappen elkaar’, zegt ze. Bij bewegend beeld zijn tijd en ruimte gegevens van het medium. Hoe deze gevormd kunnen worden en tot verschijning worden gebracht in de vertelling, hangt af van het verhaal en de thema’s. Ahtila noemt The House en Today als voorbeelden: ‘The House onderzoekt hoe het gevoel van tijd en ruimte van de hoofdpersoon steeds verder uit elkaar valt. In Today wordt de tijd gedeeld door alle personages. De gelijkheid van de familieleden wordt benadrukt, boven de individuele identiteit. Het jonge meisje en de oudere vrouw zijn op een bepaalde manier dezelfde persoon. Het verschil in tijd is niet relevant, of zelfs afwezig.’ Alle werken van Ahtila kunnen worden gezien als een onderzoek naar ideeën over de vorming van subjectiviteit in relatie tot anderen. De problematiek van intersubjectiviteit legt de nadruk op de geconstrueerde en verscheurde aard van het zelf, in plaats van op de schijnbare coherentie en zelfstandigheid. Het thematisch web dat wordt geweven krijgt vorm in breukmomenten, breuken tussen de individuele karakters en breuken in henzelf.

Ahtila’s vroege korte videowerken (Me/We, Okay , Gray (1993), ze werden vertoond op televisie tussen de reclames door of in een installatie) bieden een goed voorbeeld van haar omgang met subjectiviteit. In Me/We spreekt de stem van de vader voor alle familieleden. Terwijl hij de was te drogen hangt, blijken de personages van de één in de ander te veranderen. De vraag is of de vader, de patriarch, contact met zijn familie verliest. In Okay vertelt een vrouw ons over haar relatie die door woede en frustratie in de knoop is geraakt. De tekst wordt afwisselend door haar en haar partner uitgesproken. Dan voegen andere mannen- en vrouwenstemmen zich erbij, tot de verschillende individuen niet meer van elkaar te onderscheiden zijn.

Gelaagd

Het verstoren en compliceren van coördinaten van ruimte en tijd functioneert in Ahtila’s praktijk op twee niveaus: aan de ene kant in de vertelling, aan de andere in het op de proef stellen van de (formele) mogelijkheden die het medium biedt. Ahtila beklemtoont dat de taal van het bewegende beeld centraal staat in haar artistieke praktijk en in de manier waarop ze verhalen construeert. Ze noemt het een ‘terugkeer naar de fundamenten van de cinema’, maar vraagt zich tegelijk af of het spreken over een terugkeer niet wat overdreven is. Want misschien is die narratieve cinema er nog helemaal niet geweest. In haar werk zijn beeld en geluid even belangrijk als dialoog en plot. Op die manier zou je kunnen zeggen dat de dramaturgie zich uitbreidt tot de basiselementen en middelen van expressie. Het lineaire wordt in zekere zin losgelaten, maar ze gelooft wel dat haar werk nog een zekere coherentie heeft. De elementen die worden gebruikt in de vertelling zijn alleen anders, onverwachter.

Multiscreen video-installaties maken een verdergaand spel mogelijk met verschuivende perspectieven en verschillende simultane visies. Schijnbaar willekeurige beelden van plaatsen en voorwerpen en de wisselende aaneenschakeling van stem en beeld zijn cruciaal voor het zich ontvouwende verhaal. Er wordt een geheel gecreëerd dat beladen, gelaagd en flexibel is en dat weigert ons een compleet, verzegeld pakketje te serveren. Dit maakt het onderzoek naar het begrip subjectiviteit in haar werk tot een complex proces. Ondanks alle fragmentatie hoeft het subject niet noodzakelijkerwijs gestoord of ontredderd te zijn. Ahtila laat in haar recente werk juist zien hoe dun de scheidslijn tussen normaliteit en psychose is.

Verwarring

In Ahtila’s werk raakt de verhouding tussen dialoog en beeld geregeld vertroebeld door de voortdurende wisseling van soundscapes en simultaan verschuivende beelden. De elementen waaruit video bestaat, zijn niet langer ondergeschikt aan elkaar in een vaste hiërarchie. Dit dwingt de kijker ertoe van zijn gebruikelijke lezing van de codes af te zien en gewoontes te herzien. Ahtila hecht eraan de narratieve elementen te bevrijden uit hun gangbare onderschikkende orde. Maar dat is geen doel op zich. Ze zoekt steeds naar een passend expressiemiddel voor elk type informatie. De keuze wordt bepaald door wat ze wil overdragen: emoties, relaties tussen personages, gebeurtenissen, et cetera. En dus geldt dat wat in eerste instantie op een breuk met het realisme lijkt, in feite onze aandacht richt op gevoelens en ervaringen van een andere aard. Tegelijkertijd wordt onze opvatting over realistische weergave ter discussie gesteld.

In het werk Anne, Aki and God (1998) voert Ahtila de ondermijning van het begrip realiteit het verst door. Alle referentie aan de werkelijkheid gaat verloren. Fictie en realiteit raken volledig verstrikt. Elk personage is meer dan één persoon, en tegelijkertijd niemand. Ze worden gespeeld door slechts een klein aantal mensen. Aki verschijnt als vijf verschillende personen in dezelfde eenvoudige setting. De rol van God wordt eerst gelezen door een vrouwelijke en dan door een mannelijke acteur op een scherm boven een leeg bed. Anne wordt indirect weergegeven door verschillende meisjes die auditie komen doen voor de rol van Anne in de feitelijke installatie van het werk. Individuen zijn niet te onderscheiden van de rollen, noch zijn ze te plaatsen in de één of andere realiteit. Doen ze allemaal auditie voor een rol in een film, of is dit uiteindelijk de manier waarop men het dichtst bij een individu kan komen binnen het kader van visuele representatie? Er wordt zo steeds meer van de kijker gevraagd in Ahtila’s werk. Je moet je aandacht verdelen, keuzes maken en je eigen interpretatie meten aan de verschillende niveaus van het verhaal.

Ahtila is geïnteresseerd in hoe de kijker functioneert in een installatie van bewegend beeld. Ze onderzoekt hoe informatie wordt ontvangen en gebruikt, wat het effect is van bepaalde elementen en wat voor soort waarde de elementen in het proces van betekenisgeving verkrijgen. In haar meest simpele vorm kan informatie worden gegeven door middel van een dialoog, maar het kan ook verwerkt worden in geluidseffecten. De middelen sluiten elkaar niet uit, ze reageren juist op elkaar, volgens Ahtila. Hoe ontleent de kijker een betekenis aan de fragmenten en vormt hij zich een beeld van de realiteit? Ahtila is soms verbaasd welke onvoorspelbare vragen het werk oproept – wat oorspronkelijk als cruciaal werd gezien, maakt plaats voor andere kwesties die het publiek uit de video’s afleest.

Psychose

In haar meest recente werk betreedt Ahtila het moeilijke, en zelfs uiterst risicovolle terrein van de geestesziekte. Hoe kan de ervaring van psychose gerepresenteerd worden zonder de oude stereotypes te herhalen, dat wil zeggen de tegenstelling tussen normaal en abnormaal, evenwichtig en gestoord, gezond en gek?

Het werk is gebaseerd op haar onderzoek naar de ervaringen van vrouwen met een psychose. In de installatie The Present en de speelfilm Love is a Treasure worden aan de hand van korte verhalen de verschillende ervaringen naar het domein van de fictie verplaatst. In een van haar eerdere werken, If 6 Was 9 (1995), raken werkelijkheid en fictie op vergelijkbare manier verweven wanneer het persoonlijk gedeelde verleden en de toekomst in elkaar overvloeien. Ahtila verzamelde verhalen van haar vriendinnen, hun herinneringen aan kinderfantasieën en seksuele spelletjes. Deze volwassen herinneringen voegde ze vervolgens samen met haar eigen herinneringen en fictieve verhalen. Door deze in de mond van tienermeisjes te leggen, creëerde ze een onverwacht verontrustende effect, een uiteenvallen van de lineair verlopende tijd die de tegenstelling tussen kinderlijke onschuld en zijn verval in seksuele volwassenheid ter discussie stelde. Eén van de meisjes bijvoorbeeld zit op een hek met een lichtroze jasje aan en haar benen net iets te wijd uit elkaar, ‘als een klein meisje dat nog niets geleerd heeft over seks’. Maar volgens haarzelf is ze eigenlijk al een volwassene, een vrouw die ‘geneigd is haar agressie te maskeren door een zeer feminiene stijl’. Ze is teruggestuurd naar haar meisjestijd, omdat ze alles wat mannen hebben ook wilde hebben. Ze gaat naar de sporthal van de school, de plek waar het meisjes was toegestaan om competitief, actief en gepassioneerd te zijn – de plek waar al haar vragen begonnen. De vertrouwde en schijnbaar heldere opvattingen van vrouwelijke seksualiteit en tienertijd worden hier radicaal verscheurd. Hoeveel van dat onbekende en ondefinieerbare meisjesachtige dragen vrouwen eigenlijk nog in zich?

Het is een bijna onmogelijke taak die Ahtila op zich heeft genomen. Ze geeft ons verhalen van psychoses, de vele individuele ervaringen, die weigeren algemene definities of modellen van psychose aan te dragen. In plaats van het ensceneren van het passieve slachtoffer dat alle controle heeft verloren, presenteert het werk ons actieve individuen die reflecteren op hun situatie en er ook mee omgaan. Hun innerlijke verwarring en pijn worden uitgedrukt door hun fysieke en zintuiglijke relatie tot de omgeving en tot anderen. Terwijl de grens tussen rationeel en irrationeel, vertrouwd en ander vervaagt, worden de definities van normale subjectiviteit ter discussie gesteld. Zijn deze personen genezen en kijken ze nu met kritische distantie terug op hun ervaringen? Of stellen ze feitelijk het hele idee van ‘beter worden’ ter discussie – de veronderstelling dat iemand de lijn zou kunnen of moeten oversteken om terug te keren naar de veilige kant? Staan zij op een drempel tussen wat als gezond en wat als gek wordt ervaren, en nodigen ze ons uit ook in deze zone van uiteenvallende scheidslijnen?

Terwijl de conventie van het representeren van psychische toestanden wordt verstoord, raakt de kijker meer bij het werk betrokken. Nu het niet meer mogelijk is om te vertrouwen op de aangeleerde codes om het beeld te lezen, wordt de kijker aangemoedigd om de verhalen te ontrafelen aan de hand van zijn of haar eigen perspectief. Ligt de sleutel tot deze gefragmenteerde en gelaagde heelheid in de openheid die het toestaat, of in de breuken die het creëert met het keurslijf van leesgewoontes en afstandelijke kijkposities? Het werk is verleidelijk en vol belofte, maar ook enigszins bedreigend. We moeten immers de drempel over naar onbekende plekken.

Eija-Liisa Ahtila exposeert in De Appel, Amsterdam tot en met 23 maart

Taru Elfving

Recente artikelen