
Vlaanderen bespaart 10% op cultuur, nadat de culturele sector vorig jaar al 23 miljoen heeft ingeleverd
De Vlaamse regering snoeit in de cultuurbegroting. De makers zelf blijven grotendeels buiten schot, maar achter de schermen wordt wel degelijk gesneden. Vooral steunpunten, fondsen en andere ondersteunende structuren moeten met minder verder.
De Vlaamse regering wil opnieuw tientallen miljoenen besparen binnen cultuur, maar kiest ervoor om de klap niet overal even hard te laten aankomen. Voor kunstenaars en kunstenorganisaties is er relatief goed nieuws. Elders in de sector vallen de harde klappen.
Cultuurminister Caroline Gennez koos ervoor om de kaasschaaf niet zomaar over het hele Kunstendecreet te halen. De structurele werkingsmiddelen en projectsubsidies voor kunstenaars en kunstenorganisaties blijven grotendeels gespaard. Ook de indexering blijft behouden.
De makers blijven buiten schot. Er wordt vooral gekeken naar wat in beleidstaal de ‘bovenbouw’ heet: organisaties die de cultuursector ondersteunen met advies, expertise, onderzoek, belangenbehartiging en andere dienstverlening. Daar zijn stevige besparingen aangekondigd.
Ook verschillende fondsen en organisaties binnen het culturele landschap moeten met minder middelen verder. De precieze impact verschilt per sector en organisatie. Bij de amateurkunsten werd aanvankelijk bijvoorbeeld een bijkomende besparing van 10,5 procent aangekondigd, bovenop een eerdere besparing. Na kritiek werd die ingreep uiteindelijk verzacht tot 5,8 procent. Dat maakt de besparing kleiner dan eerst gevreesd, maar verdwijnen doet ze niet.
Het besluit negeert het feit dat steunpunten en ondersteunende organisaties belangrijke taken heeft, bijvoorbeeld advies, verzamelen cijfers, begeleiden makers, organiseren opleidingen en onderhouden internationale contacten. De gevolgen kunnen pas later zichtbaar worden.
Protest
In een verklaring tekenen oKo, De Federatie en OCE protest aan.* Ze wijzen erop dat de cultuurbegroting slechts 0.72 procent van de totale begroting bedraagt, terwijl de maatschappelijke meerwaarde van cultuur enorm is. Daarbij zijn ze en groot publiek succes. Activiteiten van Sociaal Culturele organisaties tellen jaarlijks 10 miljoen unieke bezoekers. De musea ontvangen jaarlijks 5,2 miljoen bezoekers. 81% van de Vlamingen bezoekt jaarlijks een monument of een erfgoedsite en 89% een concert of voorstelling.
In 2004 bedroeg het cultuurbudget 1,99% van de totale Vlaamse begroting. Het daalde gestaag tot 0,72%. In de verschillende besparingsrondes is cultuur proportioneel één van de beleidsdomeinen die het meest heeft ingeleverd. Ook vorig jaar stond de Vlaamse Regering voor een grote besparingsoefening. De cultuursector droeg uiteindelijk 13,5% – of 23 miljoen euro – van het totaal te besparen bedrag bij. Een buitenproportioneel bedrag.
Cultuur is geen kostenpost die zich beperkt tot de middelen die de overheid erin investeert. De cultuursector genereert economische activiteit, werkgelegenheid, internationale roem en inkomsten en vooral ook maatschappelijke waarde. Die effecten zijn niet allemaal even gemakkelijk in euro’s uit te drukken. Wie enkel naar de overheidsuitgaven kijkt, ziet dan ook maar een deel van het verhaal.
Bron: P-magazine en verklaring beroepsorganisaties
* De Federatie, belangenbehartiger voor amateurkunsten en sociaal-cultureel werk. www.defederatie.org oKo, overlegkunstenorganisaties, belangenbehartiger voor de kunstensector. www.overlegkunsten.org OCE, belangenbehartiger voor de cultureel- erfgoedsector. www.overlegcultureelerfgoed.be





