metropolis m

Animism
Extra City & M HKA, Antwerpen
door Christophe van Eecke

ANTWERPEN

Museum voor Hedendaagse Kunst Antwerpen (M KHA)

& Extra City Kunsthal Antwerpen

22 januari t/m 2 mei

Het project Animism is een ambitieuze samenwerking tussen het Antwerpse M HKA en de tentoonstellingshal Extra City. Een tweede versie van de tentoonstelling zal dit jaar te zien zijn in de Kunsthalle in Bern. Ook voor de Generali Foundation in Wenen en in het Haus der Kulturen der Welt in Berlijn zullen nieuwe versies ontwikkeld worden in respectievelijk 2011 en 2012. Daarnaast volgt er ook nog een publicatie. De presentatie van de Antwerpse musea geldt dan ook als de ‘eerste staat’ (om een artistieke metafoor te gebruiken) van een langdurig project.

Animisme is het proces waarbij de mens een vorm van bezieling toeschrijft aan objecten uit zijn omgeving. Hierdoor worden die objecten als het ware vermenselijkt. Ze worden opgenomen in een continuüm waar ook de mens deel van uitmaakt, waardoor de grens tussen materie, dieren en mensen niet langer absoluut is. Animisme wordt in eerste instantie geassocieerd met primitieve religies, bijvoorbeeld met het gebruik van totemdieren of met mythologische verhalen waarin mensen en dieren met elkaar communiceren, maar ook met het opnieuw tot leven wekken van de doden (het fenomeen van de zombie). Die antropologische duiding van animisme werd in de negentiende eeuw echter aangevuld met een politiek-filosofische vorm van animisme, die zijn meest duidelijke formulering vond in Das Kapital (1867) van Marx. Met name het ‘objectfetisjisme’ moet in deze context worden gezien: de mens bezielt objecten omdat hij er in het arbeidsproces een deel van zichzelf in investeert. Het doorgedreven rationalisme van de kapitalistische arbeidsdeling maakt volgens Marx deze bezieling echter ongedaan, hetgeen resulteert in vervreemding.

De tentoonstelling Animism geeft een nog bredere betekenis aan het begrip en trekt het concept ook door naar hedendaagse kunstpraktijken. Daarbij is er bijvoorbeeld ook aandacht voor de manier waarop tentoonstellingen en musea, maar ook systemen van wetenschappelijke analyse en classificatie, mensen en objecten ‘vastzetten’ in een identiteit of betekenis, terwijl kunst anderzijds ‘versteende’ betekenissen opnieuw relevant kan maken voor de eigen tijd. Op die manier wordt Animism een kritiek op de dualistische denkstructuren die het westerse moderne denken kenmerken: subject tegenover object, mens tegenover dier, natuur tegenover cultuur.

Een grappig maar tegelijk zeer indringend voorbeeld van de manier waarop de mens zijn eigen betekenis in de wereld projecteert, biedt The Dangers of Petrification I + II (1996-2007) van Jimmie Durham. De kunstenaar verzamelde in twee vitrines een hele reeks gesteentes en benoemde ze als fossielen van alledaagse objecten. Kleurige brokken steen worden aangeboden als versteend brood en spek of versteende zeep op basis van gelijkenissen in vorm en textuur met die alledaagse objecten. In haar film Soft Materials (2004) maakt de Engelse kunstenaar Daria Martin ook een proces van bezieling aanschouwelijk door twee naakte figuren in een sensuele dialoog te laten treden met primitieve, antropomorfe robotten. Net zoals kinderen een pop als een levend wezen kunnen behandelen, benaderen deze mensen een machine als een lichamelijk wezen waarin ze meer gelijkenissen met zichzelf zien, dan verschillen.

Het zal niet verbazen dat een tentoonstelling over animisme ook veel bewegend beeld bevat. Cinema is namelijk bij uitstek de kunstvorm waarin het bewegingloze (individuele beelden) tot leven wordt gewekt. De verduisterde hal van Extra City bevat het gros van de geselecteerde film- en videowerken, waaronder de animatiefilm Tusalava (1929) van Len Lye, waarin amorfe biologische organismen over het scherm krioelen alsof we getuige zijn van het ontstaan van leven uit primaire materie. Verder is er de beroemde animatiefilm met dansende skeletten van Walt Disney, maar ook Phantoms of Nabua (2009), een korte film van de Thaise kunstenaar Apichatpong Weerasethakul over het dorp Nabua in Laos, waar in 1965 het eerste verzet van de communistische boeren tegen het totalitaire regime uitbrak. De film is geen documentaire over Nabua maar een poëtische film waarin de cineast licht en projectie als een magisch-realistisch motief gebruikt om de geschiedenis als het ware ritueel aanwezig te stellen. Op het ‘dorpsplein’ staat een scherm waarop beelden van het verleden worden geprojecteerd, jongeren uit het dorp spelen er voetbal met een brandende bal. Uiteindelijk gaat het filmscherm in vlammen op.

De opstelling in Extra City waarvoor een houten stellage werd opgetrokken waarin een aantal kabinetten werden ondergebracht, heeft een hoge dichtheid en biedt daardoor een veel omvattender beleving dan de meer traditionele opstelling in het M HKA. De beide onderdelen van Animism hebben wat dat betreft ieder een duidelijk ander temperament: het M HKA koos voor een meer intellectuele en soms wat afstandelijke aanpak, terwijl Extra City de toeschouwer in de tentoonstelling betrekt door er een environment van te maken. In vergelijking mist de presentatie in het M HKA dan ook wat bloed.

Ten slotte kan men op Animism ook niet om de nadrukkelijke aanwezigheid van Ken Jacobs heen. Deze legende van de Amerikaanse undergroundfilm is vertegenwoordigd met twee videowerken waarin hij telkens een stereoscopische foto uit de negentiende eeuw tot leven wekt door stroboscopisch van het ene onderdeel van de foto naar het andere te springen. In Capitalism: Child Labor (2006) toont Jacobs een foto van een fabriekshal uit de textielindustrie waar jonge kinderen aan het werk zijn; in Capitalism: Slavery (2006) neemt hij een foto van Afro-Amerikaanse katoenplukkers als uitgangspunt. In beide gevallen gaat het om mensen die tot slaven zijn gereduceerd. Door de manier waarop hij details uit deze foto’s licht en laat ‘bewegen’ maakt Jacobs echter de objectivering ongedaan die deze mensen in de handen van het kapitalistische productieproces ondergingen: ze beginnen als het ware te bewegen, verliezen hun dingkarakter en worden opnieuw individuen. Jacobs verzorgde ook een indrukwekkende performance op de opening van de tentoonstelling. Via een zelfgemaakte projector met vervormende lenzen en opnieuw een rudimentair stroboscoop-effect projecteerde Jacobs de textuur van ertsen en gesteenten die hij zelf voor de lens van de projector bewoog. Op die manier ontstond een spel van licht en kleur alsof gestolde lava weer tot leven kwam.

Met deze drie werken ging de éminence grise van Animism naar de essentie van deze tentoonstelling: de wisselwerking tussen objectivering en animatie. Jacobs’ interventies bewijzen bovendien dat een nadrukkelijk ‘kritisch’ project als Animism niet hoeft te betekenen dat de onderzoeksfactor van een tentoonstelling ten koste gaat van het esthetisch genot. De voorbije jaren heeft de gedachte dat kunstwerken of tentoonstellingen ook een vorm van (maatschappij-)kritisch onderzoek kunnen zijn brede ingang gevonden. Helaas resulteert dat vaak in presentaties waar de werken schaamlapjes zijn voor intellectueel geneuzel, waardoor kunstwerken noch kritische reflectie er baat bij hebben. Dat geldt niet voor Animism. Kunst en kritiek gaan hier harmonieus hand in hand, waardoor zowel M HKA als Extra City het jaar starten met een ijzersterk tentoonstellingsproject: een brede maar duidelijke kritische focus, een fascinerende selectie van opmerkelijk werk en vooral in het deel in Extra City een puike presentatie.

Christophe van Eecke is filosoof, Brugge

Christophe Van Eecke

Recente artikelen