metropolis m

Regina José Galindo, Tierra, 2013, Photo: Bertrand Huet, Courtesy the artist and prometeogallery di Ida Pisani, Milan / Lucca

In het boek Art Against the Machine: Untrapping Life from Profit-Driven Tech Dependency dat in juni bij ArtEZ Press verschijnt, biedt Monique Peperkamp een technokritisch perspectief op ons natuur- en cultuurbegrip. In een wereld die getekend wordt door zowel versnelde technologische ontwikkeling als ecologische afbraak keert Peperkamp haar blik naar kunst en theorie die een andere logica en sensitiviteit aanspreken. Stella Kummer spreekt Peperkamp over haar PhD-onderzoek en het boek dat daaruit voortkwam.

In hedendaagse theorie rond de relatie tussen natuur en cultuur zijn filosofen zoals Donna Haraway, Bruno Latour en Timothy Morton niet weg te denken. Haraway en Latour introduceerden het hybridisme, dat stelt dat het onderscheid tussen mens, natuur en technologie niet meer gemaakt moet worden. Peperkamp onderzocht de opkomst en implicaties van dit denken. In haar publicatie Art Against the Machine pleit ze voor een technokritische verrijking, niet alleen van kunst en theorie maar van het leven zelf.

Stella Kummer: Waar kwam de noodzaak voor dit onderzoek voor jou vandaan?

Monique Peperkamp:‘Al langer was ik geïnteresseerd in de tegenstrijdige betekenissen van het natuurbegrip. In de kunstwereld, als student aan de Rietveld, later kunstgeschiedenis en filosofie, en als docent bij ArtEZ, merkte ik dat het natuurbegrip vaak met romantische naïviteit werd geassocieerd. Dit was vooral ingegeven door het hybridistische denken van Donna Haraway, Bruno Latour en Timothy Morton, dat het begrip ‘natuur’ achterhaald verklaarde. Volgens hen moeten we technologie als ononderscheiden van (onze) natuur moeten begrijpen. Aanvankelijk vond ik hun ideeën inspirerend, juist omdat ze de relatie natuur, cultuur, mens, technologie op de voorgrond brachten.

Rond 2015 kwam de klimaatcrisis steeds prominenter in de media naar voren. Het hybride denken dat ik als docent met mijn studenten besprak, begon steeds meer te wringen vanwege hun onkritische omgang met technologie en het wegwuiven van het natuurbegrip. Met name studenten die zich bezighielden met het Antropoceen presenteerden werk dat vervuiling en natuurafbraak esthetiseerde en daarmee normaliseerde. Ik begon de theorie te zien als deel van het probleem. Ik wilde beter begrijpen waar hybridistische ideeën vandaan kwamen, en ook andere perspectieven vinden om mijn studenten aan te reiken. Gaandeweg werd ik steeds kritischer op de rol van technologie en op mijn eerste bronnen.’

SK: Wat is volgens jou het probleem met het hybridisme en de opheffing van de scheiding tussen natuur en cultuur?

MP: ‘We kunnen het erover eens zijn dat natuur en cultuur niet wezenlijk gescheiden zijn. Mensen zijn onderdeel van de natuur, en alle cultuur is op de een of andere manier gemaakt van natuur. Maar dat wil niet zeggen dat het onderscheid in taal niet nuttig of nodig is. Dus waarom zou het juist nu zo belangrijk zijn het natuurbegrip op te heffen? Tijdens mijn onderzoek leerde ik hoe de natuur in met name sinds de jaren zestig een belangrijk politiek onderwerp werd door de strijd van sociale en ecologische bewegingen. Deze bewegingen richten zich niet op losse problemen, maar waren kritisch op het hele systeem. Hun werk leidde tot regelgeving die de groei van (vervuilende) bedrijven en technologieën begrensde. Het natuurbegrip werd in deze context dus een kritische notie van weerstand tegen marktgedreven technologisering, een grens.

Hybridisme komt in de jaren tachtig gelijktijdig op met het internet en de neoliberale netwerkeconomie. Het sluit aan bij de Amerikaanse techniekfilosofie, die zich als bevrijding presenteerde van “linkse angsten” voor de macht van grote bedrijven. Nieuwe technologieën zouden als bron van nieuwe creatieve en emanciperende mogelijkheden moeten worden gezien, die je constructief moet oppakken, om er “je eigen ding” mee te doen. Dit oplevend techno-optimisme behelst dus het verdwijnen van structurele technologiekritiek. In overeenstemming daarmee maakt het hybridistische vervagen van het onderscheid tussen mens, natuur en technologie het lastig om weerstand te bieden tegen intensiverende technologieën.’

Nieuwe technologieën, zoals AI vandaag, beloven steeds opnieuw grotere vrijheid, terwijl automatisering de mogelijkheid tot aarzeling, kritisch denken en anders handelen, tot collectieve verandering juist wegneemt

melanie bonajo, Progress vs. Regress (Progress), 2013, photography, Courtesy the artist & AKINCI

SK: Je keert in het boek terug naar denkers als Herbert Marcuse. Waarom heb je er niet voor gekozen je op hedendaagse denkers over technologie te richten?

MP: ‘Ik belicht de invloed van Haraway en Latour uitgebreid, juist omdat ze nu zoveel invloed hebben! Ook op Mortons ideeën, die hun ideeën radicaliseert en die wordt gezien als de Antropoceen filosoof, ga ik dieper in. Maar ik wilde ook verklaren hoe en waarom Haraway en Latour zo invloedrijk werden en waarom zij op dat moment hun ideeën lanceerden. In mijn boek relateer ik het hybridisme aan de Whole Earth Catalog en aan de metafoor van de aarde als een ruimteschip. Deze invloedrijke ideeënwereld stond lijnrecht tegenover vragen naar sociale, historische en ecologische relaties, en tegenover vragen naar wie de problemen definieert en wat echt goede oplossingen zijn. Herziening hiervan is denk ik juist wat we nu nodig hebben.

Kritiek van de afgelopen decennia gaat vooral in op specifieke effecten die met aanpassingen kunnen worden opgelost. Door naar de historische context te kijken worden patronen duidelijk. Nieuwe technologieën, zoals AI vandaag, beloven steeds opnieuw grotere vrijheid, terwijl automatisering de mogelijkheid tot aarzeling, kritisch denken en anders handelen, tot collectieve verandering juist wegneemt.’

SK: Je opent het boek met een werk van melanie bonajo: Progress vs. Regress (Progress II) (2013). Wat betekent het begrip van progressie voor jou?

MP: ‘De westers-Europese cultuur is sinds de zeventiende eeuw gericht op vooruitgang. Als gevolg van sociale strijd gaat dit ook het streven naar vrijheid, gelijkheid en solidariteit betekenen. Maar tegelijkertijd wortelt het vooruitgangsbegrip in een mechanistisch beeld van de (menselijke en anders-dan-menselijke) natuur. Daarin zit het idee dat de machine die we gaande houden niet mag stoppen en ook niet te stoppen is. Als er dus geen keuzes meer kunnen worden gemaakt wordt het proces niet alleen ongevoelig maar ook irrationeel. Dat is een probleem, want, zoals Naomi Klein stelt: onze economie is in oorlog met het leven zelf. De samenleving die economische groei vooropstelt is als een machine die de sociale en ecologische kosten niet meerekent. Aarzeling en structurele vragen brengen het gevaar van stagnatie en moeten worden vermeden. Vooruitgang heeft daarom een dwangmatig karakter, en creëert een fatale afhankelijkheid van technologie.’

SK: Terug naar bonajo’s werk. Je begint en eindigt het boek met diens werk. Waarom sluit het zo aan bij jouw onderzoek?

MP: ‘Progress, waar het boek mee begint, sprak mij aan als een confrontatie met het onze techno-culturele arrogantie en met het collectieve negeren van aardse processen. In dit geval natuurlijk: de stijgende zeespiegel en het catastrofale verlies van (bio)diversiteit. Het werk is in mijn ogen een aanzet, een provocatie om de diepere vraag naar progressie, naar waar we als samenleving naartoe willen te stellen, te ontrafelen.

Wat me interesseerde was dat bonajo zich als een hybride kunstenaar presenteert, maar tegelijkertijd het natuurbegrip gebruikt om onze relatie tot natuur, tot elkaar, tot technologie te onderzoeken. Ik vond het een mooi voorbeeld van hoe kunst haar politieke rol kan versterken door theorie eigenzinnig te gebruiken. Hen geeft ook in het bijzonder een stem aan vrouwen. Dit laat zien dat als je het onderscheid tussen natuur en cultuur, maar ook tussen geprivilegieerde en gediscrimineerde groepen niet meer mag maken, het moeilijk of onmogelijk wordt onrecht aan te vechten.’

SK: Je hebt het over hoe kunst op een andere manier dan theorie zulke vragen kan stellen, maar je benoemt ook dat kunst niet immuun is voor dat vooruitgangsdenken.

MP: ‘Het merendeel van de meest erkende kunst gaat daarin mee, maar ik wil kunst en theorie versterken die een kritisch, ecologisch en sociaal bewustzijn prikkelt. Naar mijn idee is er onvoldoende theorie voor handen om dat te doen. Ik wil niet zeggen “kunst moet dit of dat doen”, maar ik ben wel kritisch over kunst, en met name over theorie die technologisering naturaliseert en die acceptatie en niet-weten cultiveert. Ook kritische ecologische kunst is vaak onderdeel van projecten die in feite acceptatie van technologieën willen vergroten. Deze innovaties worden bekostigd met publiek geld, maar worden ontwikkeld buiten echte publieke inspraak om. Ik richt me op de verantwoordelijkheid van theorie om bewustzijn over dergelijke systemische problemen te versterken.’

Ik wil niet zeggen "kunst moet dit of dat doen", maar ik ben wel kritisch over kunst, en met name over theorie die technologisering naturaliseert en die acceptatie en niet-weten cultiveert

melanie bonajo, Night Soil - Nocturnal Gardening, 2016, HD one-channel colour video with sound, 49:47 min., Courtesy the artist & AKINCI

SK: Ik wil het ook graag hebben over hoe jij de verbindingen tussen kunst, theorie en activisme ziet. Ik het boek noem je bijvoorbeeld Extinction Rebellion en Scientist Rebellion maar je zegt ook dat politiek relevante kunst niet altijd expliciet activistisch hoeft zijn.

MP: ‘Immanuel Kant introduceerde eind achttiende eeuw een esthetiek die kennis en sociale kwesties buitensluit. Deze opvatting is nog steeds heel algemeen. Hieruit komt het verwijt dat geëngageerde kunst ambiguïteit zou missen. Dat is onterecht; dergelijke kunst appelleert juist vaak aan een opener sensitiviteit. Ik vind bijvoorbeeld wat bonajo doet met bewustzijn van tijd interessant. In Nocturnal Gardering geeft hen een portret van vier vrouwen die echte, concrete alternatieven voor onze vlakke, efficiënte omgang met de natuur realiseren. Dit geven van ruimte en tijd aan het niet-efficiënte is een kritische dimensie van kunst die hoort bij een relationele ecologische tijdsbeleving. Daarin wordt voelbaar hoe alle levende wezens om ons heen hun eigen tijd hebben, eigen manieren van dingen doen, relaties vormen en veranderen. Dit geldt natuurlijk ook voor mensen. Ook kunst die niet expliciet activistisch is kan daarom de technologisch verbroken verbondenheid ’triggeren’ en mensen betrokken maken. Het kan politieke moed geven tegen de stroom in te durven gaan.’

SK: Op wat voor manieren verzwakt technologie die sensitiviteit?

MP: ‘Technologie maakt het mogelijk om momenten van mogelijke aarzeling over te slaan. Een goed voorbeeld is hoe AI iedere menselijke overweging uit kan sluiten in drone bombardementen die veel slachtoffers maken. De connectie tussen waarneming, gevoel, denken en handelen, wordt verbroken. Fragmentatie maakt mensen controleerbaar en vervangbaar. Machines zijn dan ook perfect om lastige of stakende arbeiders weg te krijgen. In allerlei processen wordt ervaringskennis van het geheel beperkt. Je bent (slechts) een functioneel onderdeel van het proces. Wat daarbuiten valt is jouw verantwoordelijkheid niet meer. Zo vallen effecten van uitbuiting van menselijke en anders dan menselijke natuur buiten de ‘zone of interest’ van een met groei geobsedeerde technologische cultuur. Door de efficiënte techno-logica van het systeem is het ook mogelijk vervreemd te zijn van effecten van collectief handelen die ons wel degelijk direct raken, maar waarvan we zijn gaan denken dat ze automatisch en onveranderbaar zijn. Daartegenover kan kunst een veelheid van ervaringen, maar ook praktische mogelijkheden laten zien. Vanuit gefragmenteerde kaders en de efficiënte scheiding van denken en doen lijken ze absurd of irrelevant, maar ze begrijpen het geheel juist veel scherper.’

SK: Ik zie het begrip weigering de laatste tijd veel voorbijkomen. Je bespreekt het begrip ook in je boek aan de hand van Marcuse. Hoe zie jij de rol van weigering?

MP: ‘In het boek bespreek in ook het werk Tierra (2013) van Regina José Galindo. Daarin heeft ze een statische pose die het moment van weigering voor mij belichaamt. Zij weigert, naakt en ontwapend, plaatst te maken voor een machine, die ook het systeem symboliseert. Weigering is een belangrijk moment. Daarin ligt wel de vraag besloten welke betekenis we eraan geven. Om weigering als opening naar andere mogelijkheden te begrijpen, moeten we ons begrip van progressie en de verwachting van technologische redding van bovenaf herzien.’

METROPOLIS M KAN NIET ZONDER JE STEUN

Trouwe lezers vormen het fundament van Metropolis M. Wij kunnen niet zonder je steun. Je kunt ons steunen door een jaarabonnement af te sluiten. Het eerste jaar krijg je 40% korting. Een regulier jaarabonnement kost 58 euro. Er zijn ook kortingsabonnementen. Studenten/65plussers/CJP-ers/Personen met een minimuminkomen en PLATFORM BK-leden betalen slechts 36 euro voor hun jaarabonnement. Op DEZE PAGINA lees je meer over de verschillende abonnementssoorten en kun je je direct aanmelden.

BIJ VOORBAAT DANK!

Monique Peperkamp, Art Against the Machine: Untrapping Life from Profit-Driven Tech Dependency, 2025, ArtEZ Press, ISBN 9789491444920

Op 11 juni gaat Monique Peperkamp in gesprek met Miriam Meissner, Jeff Diamanti en Sruti Bala over haar boek. Spui 25. Meer info HIER

Stella Kummer

is schrijver en webredacteur bij Metropolis M

Recente artikelen