metropolis m

Martin Brandsma, Into Nature, 2026, foto: Heleen Haijtema

Into Nature trekt het moeras in voor een tentoonstelling vol mysterieuze wezens, sporen en berichten die zich niet direct laten duiden. Dinnis van Dijken fiets de route van 22 km en ziet een gevarieerde tentoonstelling die meerdere perspectieven op het landschap biedt. Maar hij vraagt zich ook af: hoe ver mag je als kunstenaar het landschap naar je eigen praktijk en verhaal toe trekken, en wanneer zou het beter zijn om het voor zichzelf te laten spreken?

De route heeft geen expliciet begin of eindpunt en zodoende kan je ofwel beginnen bij het Wall House 2 aan de rand van Groningen of bij het Drents Museum te Assen. Vanaf daar vervolgt de weg zich rondom de Onlanden. Dit natuurgebied wordt in het promotiemateriaal centraal gesteld, wat de verwachting schept dat de kunst hier dient als middel om het landschap beter te begrijpen. Dat lukt slechts ten dele.

Voor deze vijfde editie van Into Nature vroeg het artistieke team, bestaande uit Hilde de Bruijn, Nathalie Hartjes, Sanne Morssink en Eva Posas, de kunstenaars tevens na te denken over wederkerigheid. De moerassige en waterig Onlanden, waren inspiratie voor dit thema. Het moeras is een plek waar verschillende soorten dieren, planten en bacterieën samenleven, maar ook waar menselijke belangen met ecologische schuren. Maar het roept ook de vraag op: hoe ver trek je het landschap naar je eigen praktijk en het bredere discours, en wanneer laat je het landschap voor zichzelf spreken?

Ik begin de route in Groningen. De eerste installatie The Laughing Lichen, the Booming Bittern and other Swampy Creatures, van Mercedes Azpilicueta is gevestigd op de bovenste twee verdiepingen van het iconische Wall House 2. De eerste verdieping is roze gekleurd dankzij filters voor alle ramen. De ruimte is gevuld met een soundscape, tekeningen en objecten op een platform, een muurtekst en een spiegel. De ruimte voelt spaarzaam ingericht en leest niet gemakkelijk als samenhangend geheel. Zonder het bijgeleverde boekje of de live performance blijven de verbindingen grotendeels verborgen. Ik lees hoe het werk een moeras voorstelt als een ruimte om je te oriënteren vanuit onzekerheid en gedeeltelijk zicht, maar als installatie geeft het de bezoeker weinig handvaten om die oriëntatie echt tot leven te brengen.

Het eerste werk buiten is de Hoogzit van Garrett Phelan. De titel is letterlijk: het is een hoogzit. De vorige hoogzit was populair bij vogelaars en buurtbewoners maar was aan vervanging toe. Phelan bouwde er een nieuwe versie van, van lokaal hout, met materialen van de oude constructie hergebruikt, en met een ruimere oprit die het werk toegankelijker maakt voor mensen met een beperking. Het werk is direct in wat het doet: een betere hoogzit, voor meer mensen, die ook na de tentoonstelling blijft. Maar het behoudt ook het gegeven dat de natuur een plek voor menselijke recreatie is. Hierdoor gaat Hoogzit meer over de wederkerigheid tussen de gemeenschap en de kunst, en niet zozeer over het landschap zelf.

Het moeras is een plek waar verschillende soorten dieren, planten en bacteriën samenleven, maar ook waar menselijke belangen met ecologische schuren

Mercedes Azpilicueta, Into Nature, 2026, foto: Jedidja Smalbil
Mercedes Azpilicueta, Into Nature, 2026, foto: Jedidja Smalbil
Garret Phelan, Into Nature, 2026, foto: Jedidja Smalbil
Nils Alix-Tabeling, Into Nature, 2026, foto: Heleen Haijtema

Het werk Handwerk I en Handwerk II+ van Martin Brandsma vereist geduld en een scherp oog; ik zie het eerste werk pas nadat ik langs Nils Alix-Tabelings sculptuur ben gefietst, ondanks dat het al eerder op de kaart stond aangegeven. Stalen staven houden dode takken omhoog, als twee handen die een lichaam uit het moeras tillen en presenteren. Langs de paden zijn pijlen geschoten in dode bomen, geschilderd in de kleuren van de klapekster; jaren geleden volgde Brandsma enkele klapeksters die inmiddels dood zijn. De vage aanduiding van de werken dwingt me om constant op de omgeving te letten en weet me met weinig middelen stevig in het landschap te plaatsen

Het paviljoen van Manuele Chavajay, Ru k’uuk’ Toj / The Energy of the Offering, staat in een hoek van een veld, omringd door bomen. De constructie is gebaseerd op voorouderlijke architectuur van de Tz’utujil Maya en vormt een portaal om dankbaarheid voor water uit te drukken. Bovenaan hangen vruchten die zijn geplaatst tijdens een performance; als ik aankom zijn ze al voor een groot deel verschrompeld en aangetast, en trekken ze allerlei vlinders en vliegen aan. Het werk voelt als een bewuste breuk binnen de logica van de tentoonstelling: een gebaar naar manieren van samenleven met water buiten de Nederlandse denkwijzen, als iets waar we dankbaar voor moeten zijn en niet als iets waar we constant tegen vechten. Maar het water blijft hier te afwezig; de bomen onttrekken het zicht aan de wijdse Onlanden en het werk voelde zodoende geïsoleerd.

Manuel Chavajay, Into Nature, 2026, foto: Heleen Haijtema
Martin Brandsma, Into Nature, 2026, foto: Heleen Haijtema

In een container in het veld ernaast bevindt zich het werk A Voice and Nothing More van Priscila Fernandes. Binnen speelt een film met animatie en documentaire elementen, waarin vogels door verrekijkers vogelaars in de gaten houden: het script letterlijk omgedraaid. Wat begint als een luchtige vraag over het geven van stem aan vogels, verdiept zich al snel via het gebruik van militaire radar, bioacoustica en extinctiedreiging. Je stapt er lichter in dan je naar buiten gaat.

Na Fernandes verlaat je de Onlanden en verandert het landschap volledig: slingerende landwegen, oude boerderijen, uitgestrekte velden, kleine dorpen. Deze beslissing lijkt vreemd op basis van de teksten die de Onlanden sterk centraliseren en wordt alleen begrijpelijk als je kijkt naar het werkproces, de onderzoeken en alle samenwerkingen waarin ook het Kleibosch als gebied erbij wordt betrokken.

De route leidt via Peize naar woonzorgcomplex De Esrank, waar Pia Lindman met bewoners en kinderen van een basisschool Mude Muta maakte, een akoestische sculptuur van klei, en verderop een kamer ingericht met zachte stoffen en digitale schilderijen. Eén bewoner laat me enthousiast zien hoe je op de scultpuur kan trommelen. De ruimte heeft iets van een serre, met achter de sculptuur een vijver vol karpers en tropische planten: de perfecte tegenhanger van alles wat ik daarvoor had gezien. Natuur in dienst van de mens, geïsoleerd uit zijn ecologische functie. De Onlanden lijken op dat moment ver weg.

Pia Lindman, Into Nature, 2026, foto: Heleen Haijtema

Dat gevoel houdt aan in het Kleibosch, een natuurgebied in zijn eigen recht, waar je de fiets achterlaat en een zandpad op loopt. Het glaswerk Freeze, Flourish van Site Specific Feelings (Rosanne van Wijk) staat opgesteld tegen wilde appelbomen: elementen in glas gemonteerd op stalen staven, geboord in houten blokken aan de voet van de bomen. Het werk voelt enigszins invasief of onhandig op de manier waarop het is geïnstalleerd, alsof het niet echt weet wat te doen met de bomen als gegeven en zich maar opdringt in een poging tot letterlijke nabijheid.

Verderop staat Su Mul Ri; Emerging Liquid Trajectories van Junghun Kim. De gebruikte materialen zijn directe verwijzingen naar de elementen aanwezig in het veld waarin het zich bevindt: De kleibodem, glas dat technisch gezien een vloeistof is en naar water verwijst, andere organische elementen die de sculptuur met de omgeving vervlechten. Enkele losgeraakte glazen ballen rollenvrij over de grond, wat het idee van water als bewegend materiaal onbedoeld maar treffend zichtbaar maakte.Toch mist het werk specifiteit; het had net zo goed in een andere park met een kleibodem kunnen staan.

Bij een ijsbaan een stuk verderop bevindt zich het werk Poly-Nation van Manjot Kaur: in het veld staan vogelbaden met kleitabletten en een een wilde bloemenborder is aangelegd samen met botanici en de lokale gemeenschap. Het werk is zorgvuldig uitgewerkt juist doordat het geworteld is in de lokale plek.

Bij de lijnoliekorenmolen in Roderwolde zijn de kostuums van Marina Sulima te vinden, Oil Skins en Droog zullen we zinken. Sulima combineert oude technieken van lijnolie als waterafstotend materiaal, met beelden die rechtstreeks naar de nabije omgeving verwijzen. De kostuums lijken thuis te horen bij de molen en zien eruit als een historisch display. Het bijgeleverde liedjesboek Droog zullen we zinken bundelt de sporen die Sulima tijdens haar onderzoek vond van lokaal verzet tegen droogmaking van het land.

De route eindigt bij Wekelijks Waterberichten van Maud van den Beuken, op de plek waar het water de Onlanden verlaat richting de Waddenzee. Een glazen sculptuur, aangedreven door een wind- en waterturbine, functioneert als luidspreker. Plaquettes tonen hoe het water zich in specifieke weken door het gebied bewoog. Het werk plaatst je zowel in het landschap als dat het je met de hele wereld verbindt. Het is het enige werk dat alleen daar kon staan en nergens anders.

Het werk plaatst je zowel in het landschap als dat het je met de hele wereld verbindt.

Maud van den Beuken, Into Nature, 2026, foto: Heleen Haijtema

Aan het einde van de route vraag ik me af wat de Onlanden nu eigenlijk zijn. De website, de teksten en verslagen, geven inzicht in het proces: de kunstenaars hebben onderzoek gedaan, contact gezocht met lokale gemeenschappen en wetenschappers geraadpleegd. Echter krijg je als bezoeker eerder een abstract beeld van het landschap als een collectie van geselecteerde gegevens waar je als kunstenaar mee kan werken, maar die je als bezoeker niet stevig in de complexiteit van het landschap weten te zetten. Dat komt mede doordat slechts de helft van de route zich daadwerkelijk in het gebied bevindt.

In het jaarverslag van 2025 splitst Into Nature de route expliciet op in twee gebieden, en laat duidelijk alle werkprocessen zien, maar in de promotionele teksten ontbreekt die duidelijkheid. Weinig van de werken wijst heel direct naar iets wat je als bezoeker ter plekke kan aanschouwen in het landschap. Onderwerpen als water, vogels, moeras zijn brede thema’s die niet exclusief zijn aan de Onlanden en die gaan alleen iets betekenen als je ze weet te verbinden aan de plek zelf.

Haunted by water is tot en met 25 oktober te bezoeken

Dinnis van Dijken

is beeldend kunstenaars, kunstcriticus, organisator, schrijver en mede-oprichter van het kunstkritiek-platform Zandbank.

Recente artikelen