
‘Kunstinstellingen moeten plekken zijn van fysieke, zintuiglijke aanwezigheid, waar je dingen kunt voelen waar nog geen woorden voor zijn’ – Vivian Ziherl over Vleeshal Middelburg
Vivian Ziherl begon precies een jaar geleden als directeur van Vleeshal Middelburg. Afgelopen jaren was ze vooral actief als curator en programmamaker bij Melly in Rotterdam. Wat zijn haar plannen in Middelburg?
Afgelopen september trad Vivian Ziherl aan als de nieuwe directeur van Vleeshal Middelburg, als opvolger van Roos Gortzak, die de instelling tien jaar lang had geleid. Ziherl begon kort nadat Vleeshal aan een nieuwe vierjarige periode als presentatie-instelling binnen het BIS was begonnen. Ze reorganiseerde het team en leverde een bijdrage aan de samenstelling van verschillende lopende programma’s, zoals een nieuwe editie van Oemoemenoe met Carly Rose Bedford in de Hedwigepolder. Een nieuw initiatief is AIR Zeeland, de Artist in Residence Zeeland, in samenwerking met Theaterproductiehuis Zeeland en het muziekfestival Mostly Modern, dat tot doel heeft kansen te creëren voor met name jongere en opkomende kunstenaars in Zeeland. Ziherl: ‘Dit is een provincie zonder kunstacademie, dus jonge kunstenaars moeten elders studeren. AIR Zeeland creëert een verbindingspunt voor kunstenaars om terug te keren en hun praktijk in Zeeland te verkennen.’ Een ander nieuw initiatief, dat voorheen niet op de agenda stond, is het vijftigjarig jubileum, een groot feest om, zoals Ziherl het zegt, ‘onszelf te markeren en te vernieuwen’. Vleeshal presenteert zijn collectie in negen culturele instellingen in Zeeland, met onder meer werken van Jimmie Durham, Rosella Biscotti en Marlow Moss.
Waar staat Vleeshal voor?
‘Als ik aan Vleeshal denk, denk ik aan een toverlantaarn – dat prachtige licht dat al meer dan vijftig jaar schijnt in het hart van Zeeland. Vleeshal heeft altijd voorop gelopen met nieuwe ideeën in de internationale hedendaagse kunst. De tentoonstellingsgeschiedenis lijkt een beetje op een “greatest hits”-album. Je had hier Hans Haacke en Marinus Boezem, de toonaangevende conceptuele kunstenaars, en het beste performancewerk van Carolee Schneemann en Nan Hoover. In de jaren tachtig waren er die prachtige new wave-kunstenaars zoals General Idea, en later Jimmie Durham, Mark Dion, en meer recentelijk Sandra Mujinga en Eglė Budvytyė. Er is een ongelooflijke artistieke erfenis die artistieke verbeelding echt centraal stelt binnen de organisatie. De vraag is hoe we dit kunnen voortzetten – de kracht en het gedurfde artistieke experimenteren – en hoe we het steeds meer kunnen contextualiseren binnen Zeeland door middel van samenwerking.’
Hoe ben je van plan dat aan te pakken?
‘De afgelopen vier jaar hebben we een soort jaarlijks ritme gevolgd. Vorig jaar stond vooral in het teken van transitie. Dit jaar richten we ons op heropening. Dat heeft geleid tot ons vijftigjarig jubileum en een aantal andere programma’s en samenwerkingen. Het komende jaar zal in het teken staan van het leggen van een solide basis. Het jaar daarna van het uitstippelen van de koers. Elk jaar heeft een focus die zowel betrekking heeft op onze programmering als op wat we als instelling doormaken. Er is een zeer diepgaande relatie tussen ons programma en onze praktijk.’
Met het oog op de komende vijftig jaar ligt onze belangrijkste focus op deze eilandregio en wat het betekent om verbonden te zijn
Wat versta je onder deze praktijk?
‘Dit jaar is bijvoorbeeld een heropening – iets waar we actief mee bezig zijn, het is niet alleen een reeks ideeën. We werken vooral aan het vernieuwen van onze connecties op internationaal, nationaal en lokaal niveau. Met het oog op de komende vijftig jaar ligt onze belangrijkste focus op deze eilandregio en wat het betekent om verbonden te zijn. In dit project, dat is gestart in samenwerking met ArtBase in Terneuzen, werken we aan een netwerk van negen instellingen in Zeeland die, als onderdeel van het jubileum, elk delen van de Vleeshal-collectie zullen huisvesten. Veel belangrijke werken van kunstenaars zullen te zien zijn, zoals Dorothy Iannone, Jimmie Durham en Mark Manders bij ArtBase in Terneuzen, in hun prachtige brutalistische stadhuis. Sommige stukken zijn ook in bruikleen van M HKA, wat een link legt met hun zorg voor en betrokkenheid bij de collectie sinds 2005. Het is een viering van het jubileum van de Vleeshal, maar ook een uitdrukking van het culturele ecosysteem waarvan wij deel uitmaken.’
Ik heb het altijd opvallend gevonden dat Middelburg zo’n vooruitstrevende instelling kon huisvesten, terwijl de provincie bekendstaat als een gereformeerde regio die gevormd is door de Bible Belt, niet echt een cultuur die gek is op beelden.
‘Het antwoord ligt bij de kunstenaars en hun netwerken. Neem bijvoorbeeld Pieter van Beveren, een kunstenaar uit Middelburg die in 1975 het Art & Information Festival organiseerde in wat toen de Vleeshal was. In die tijd werd de Vleeshal gebruikt voor allerlei soorten tentoonstellingen – je kon er zelfs een duivententoonstelling houden. Het was echt het initiatief van kunstenaars, met name uit de conceptuele kunst, Fluxus en de performancekunst, om de kans te grijpen die de Vleeshal hen bood. De tentoonstelling van Van Beveren in 1975 was een Xerox-tentoonstelling, met een buitengewone lijst van kunstenaars, waaronder Joseph Beuys, Stanley Brown en Edward Ruscha – eerlijk gezegd voornamelijk mannen. Stichting IK heeft er vorig jaar een prachtige tentoonstelling aan gewijd. Ook Marinus Boezem was van groot belang. Zijn nalatenschap werpt een lange schaduw over de instelling, en tot op de dag van vandaag blijft hij onze trouwste bezoeker.’
De Vleeshal mag dan een magische plek zijn, maar het is ook een moeilijke ruimte om in te werken; de architectuur is zo overweldigend.
‘Deze vijftiende-eeuwse voormalige vleeshal is zeker geen “white cube”. We noemen het zelfs geen galerie – we spreken gewoon van “de Hal”. Het is zo’n uniek en indrukwekkend gebouw. Een van de belangrijkste vragen bij de Vleeshal is dus hoe we kunstenaars kunnen aanvragen en met hen kunnen samenwerken die de ruimte echt omarmen. Ik denk dat dat ook deel uitmaakt van de experimentele erfenis: het biedt elke kunstenaar die hier werkt de kans om dingen anders te doen.’
Je kunt niet zomaar iedereen vragen om in een ruimte als deze te werken.
‘Nee, het is bijvoorbeeld een hele uitdaging om een schilderijententoonstelling te organiseren. Ik denk dat de schilder- en tekeningententoonstellingen die door de jaren heen echt hebben gewerkt, in zekere zin architectonisch zijn geworden. Neem bijvoorbeeld Vivian Suter, met haar enorme schilderijen die de ruimte structureren, of Peter Slagboom, wiens grootschalige tekeningen met de hal in gedachten zijn gemaakt.’
Jarenlang fungeerden de Kabinetten als een soort ‘white cube’ die een tegenwicht vormde voor de Vleeshal. Ben je van plan om zoiets nieuw leven in te blazen nu er weer budget is?
‘Nee, er zijn geen plannen om een soort bijgebouw te openen. In plaats daarvan zijn we ons gaan richten op Oemoemenoe, een programma-reeks rond locatiespecifieke interventies. In mei hadden we de voorstelling van Publik Universal Frxnd met het orgel van de Koorkerk. Tijdens het laatste weekend van augustus vieren we het 100-jarig jubileum van de Loverendale Boerderij, de eerste biodynamische boerderij in Nederland, die via partner Marie Tak van Poortvliet verbonden was met Jacoba van Heemskerck. In dat programma laten we nieuw werk maken door Anh Tranh en werken we samen met de muziekgroep Cantate Karavaan. Bezoekers zitten op hooibalen, luisteren naar prachtige cantates van Bach en genieten van schilderijen van Tranh die reflecteren op deze geschiedenis van abstractie en de strijd om grondbezit waarmee Loverendale te maken had.
Een van de dingen die ik niet had verwacht toen ik naar Zeeland kwam, was de opvallende aanwezigheid van queer modernisme hier. Zeeland bevat zoveel opmerkelijke, en soms zelfs tegenstrijdige, thema’s en aspecten. Er is het queer modernisme dat ik zojuist noemde, en ook Marlow Moss uit dezelfde periode. Dit hangt ook samen met het zeer belangrijke landbouwbeleid van de regio, zowel wat betreft biodynamische als industriële landbouw. Er is zware scheepvaart, internationaal maritiem verkeer.
Zeeland heeft bovendien een inherent internationaal karakter dankzij de toeristische sector en de grens met België. Wanneer je in Zeeland bijeenkomt om over cultuur te praten, heb je altijd een oor gericht op België, en een deel van het gesprek gaat over Vlaanderen. Er is zelfs sprake van een veel langer historisch internationalisme dat voortkomt uit de geschiedenis van het kolonialisme, waarvan de betekenis en verantwoordelijkheden onmiskenbaar zijn, zowel voor deze regio als voor hedendaagse gemeenschappen die deze herinneringen eveneens met zich meedragen. En dan heb ik het nog niet eens over de nucleaire kwestie – de zeer actuele nucleaire kwestie, die de komende jaren onder de huidige regering alleen maar prominenter zal worden.
Opvallend is verder de levendige herinnering aan de oorlog. Middelburg werd verwoest na een zwaar bombardement. Volgens lokale verhalen leek het stadscentrum op het maanoppervlak. Deze levendige herinnering was de reden waarom ik Tuan Andrew Nguyen uitnodigde voor de laatste tentoonstelling van dit jaar. In zijn serie Unexploded Ordnance (UXO) zijn alle sculpturen gemaakt van hergebruikte niet-ontplofte munitie. Hij creëert prachtige mobiles in de stijl van Alexander Calder. We brengen deze in dialoog met de lokale cultuur hier in Zeeland, waar hergebruikte granaten zijn omgevormd tot sigarettenkokers, paraplubakken en diverse andere voorwerpen – soms gewoon geëtst en bewaard in huizen. De tentoonstelling roept de vraag op of de Tweede Wereldoorlog werkelijk is afgelopen, of dat deze elders in de Stille Oceaan en op andere manieren heeft voortgeduurd.’
Ik denk dat het nog steeds een open vraag is wat participatie, diversiteit en inclusie in Zeeland eigenlijk betekenen
Ik ken je als een intellectuele curator. Wat neem je van die ervaring mee naar de Vleeshal?
‘Ik zou zeggen dat ik wil reflecteren op een aantal dingen die ik echt heb geleerd tijdens mijn tijd bij Melly, vooral tijdens het proces rond de naamsverandering. Het belangrijkste dat ik heb geleerd, is dat kunstinstellingen plekken moeten zijn van fysieke, zintuiglijke aanwezigheid – plekken waar het mogelijk is om dingen te voelen en te ervaren die in opkomst zijn maar waarvoor nog geen woorden bestaan, dingen die nog niet onder woorden kunnen worden gebracht, het ongemak. Waarom is iets nog niet gezegd, of waarom kon iets niet worden gezegd? Ik denk dat het een belangrijke rol is voor hedendaagse kunstruimtes om dat soort somatisch, zintuiglijk, visueel werk te huisvesten.’
Dus dat betekent ook dat je niet bang bent om gevoelige kwesties aan te kaarten?
‘Het is noodzakelijk, maar de vraag is hoe je een ruimte creëert waarin die gesprekken op een zinvolle manier kunnen plaatsvinden, in plaats van louter polemisch te zijn. We willen echt transformatief zijn, zodat er zinvol cultureel werk kan ontstaan. Dat is iets wat ik bij Melly heb geleerd tijdens het proces van de naamsverandering.’
Aan wat voor soort kwesties moet ik denken?
‘Voor ons is dit eigenlijk een onderzoeksonderwerp voor het komende jaar; we gaan onderzoeken hoe we participatie in Zeeland kunnen aanpakken. En ik denk dat het nog steeds een open vraag is wat participatie, diversiteit en inclusie in Zeeland eigenlijk betekenen. Hoe kunnen we de categorieën of kaders die in de Randstad gangbaar zijn, vertalen naar deze context? Dat valt nog te bezien. Een direct en urgent vraagstuk is de jeugd. Zeeland staat voor de uitdaging om jongeren te stimuleren hier te wonen en te werken. We organiseren ook Queer Cheer, het enige jaarlijkse queerfeest in Zeeland, in samenwerking met COC Zeeland en nu ook met de Spot.’
Ik neem aan dat er in de context waarin je werkt altijd een zekere druk is vanuit de lokale gemeenschap, die aandacht verwacht – ben je echt vrij om te doen wat je wilt?
‘Een van de dingen waar ik naar streef is hoe we meerstemmig kunnen zijn – hoe er via onze activiteiten meerdere toegangspunten en momenten van verbinding kunnen ontstaan. Het Oemoemenoe-programma is natuurlijk heel belangrijk. Het nieuwe artist-in-residence-programma vormt een ander verbindingspunt tussen ons en de kansen die we kunstenaars kunnen bieden. Het tentoonstellingsprogramma mag misschien wel het stralende mikpunt zijn dat ons bekend en gewaardeerd maakt, maar er zijn meerdere manieren om verbinding te zoeken. En belangrijk: via al deze programma’s willen we ook heel goed luisteren.’
DIT ARTIKEL IS EERDER GEPUBLICEERD IN METROPOLIS M NUMMER 3-2016. ALS JE WIL DAT WE DIT SOORT TEKSTEN BLIJVEN PUBLICEREN, NEEM DAN EEN ABONNEMENT. ALS JE NU EEN JAARABONNEMENT AFSLUIT STUREN WE JE HET EERSTE NUMMER GRATIS OP. MAIL JE NAAM EN ADRES BNAAR [email protected]
Dit weekend sluit 50 jaar: Vleeshal on tour, diverse locaties in Zeeland, 5.7 t/m 13.9.2026
Op 4 oktober opent de tentoonstelling met Tuấn Andrew Nguyễn
Domeniek Ruyters
is hoofdredacteur van Metropolis M




