[based upon] TRUE STORIES
[based upon] TRUE STORIES
Kwestie van kiezen
In het voetspoor van de laatste (en voorlaatste) Documenta, schuift Catherine David in Witte de With de documentaire film naar voren als mogelijke politieke stellingname en als ‘een van de meest vruchtbare vormen van cinematografie en beeldende kunst’. De tentoonstelling maakt deel uit van het ruimere programma [based upon] TRUE STORIES dat te zien was tijdens het International Film Festival Rotterdam.
Maar moet je wel een film maken als je een werkelijkheid wilt vangen met ‘echte’ verhalen, zoals de titel van de tentoonstelling suggereert? Het gaat weliswaar om kleine verhalen, persoonlijke getuigenissen, omdat we niet voor iedereen kunnen spreken, maar het feit is dat zodra je er met je medium tussenkomt, er meteen een ander verhaal ontstaat. Filmen is, zoals elke beeldende activiteit, vooral een ongericht zoeken dat toevallige kennis oplevert en tot allerlei autonome procedures leidt. De vraag is dan wat die toevallige kennis en die autonome procedures waard zijn en voor wie ze iets waard zijn.
Alejandra Riera (Buenos Aires, 1965) heeft zich door die vragen laten leiden, zich bewust van de politiek van representatie, en haar rol als kunstenaar. Zij werkt binnen collectieve projecten in progress die uiteindelijk niet resulteren in één film. Fîlmekî ku mirov nikare bikisîne – A Non-realizable Film (partial views), toont een verslag van een onderzoek in de vorm van een soort mediatheek, met een rij uiteenlopende boeken, een aantal door Riera geschreven teksten aan de muur, met enkele monitoren waarop getuigenissen worden afgelegd en nog zowat. Niet één medium of beeld trekt de aandacht. Riera verontschuldigt zich door te schrijven: ‘(…) it has no center. It is neither reportage nor fiction. It is a construction site that does not completely find it’s place in art or architecture’. En daarom is het hier. Kunst verkent grenzen. De kunstenaar hoeft niet per se beeldend werk te maken, en het hoeft allemaal niet zo autonoom. De kunstenaar mag ook gewoon géén kunstenaar zijn, als hij dat liever niet is. De kijker ziet in dit geval dat deze zelf, lezend en luisterend, uit moet zoeken wat zij aan materiaal hebben dat betrekking heeft op de werkelijkheid van een vrouwelijke politieke gevangene, ergens. En het werk wil ook dat wij ons afvragen hoe we onze eigen vrijheid moeten begrijpen in relatie tot die van haar, de gevangene.
‘Niet te realiseren’, of ‘onoplosbaar’ zijn rake toevoegingen die Riera’s werk begeleiden, zolang zij zich wil verhouden tot die problematiek van de representatie. Maar door dit zo demonstratief te presenteren domineert het concept te veel om nog tot een mogelijk verhaal door te dringen. Al te bewust van die onmogelijkheid om een waar verhaal te vertellen, ontstaat een hermetische ruimte die jou er van buitenaf naar laat kijken en doet knikken: ja het is waar, het is niet te doen. Maar het geeft geen nieuw inzicht, noch roept het iets op. Het sluit correct aan op hoe ik de werkelijkheid in het dagelijks leven al ervaar, me bewust van de rol die de media daarin spelen en mijn verantwoordelijkheid om daarbinnen (kritisch) te navigeren. Het werk heeft gelijk, maar ik wil graag de rol van de kunstenaar zien. Het gaat er niet om of de kunstenaar gelijk heeft, dat niet, maar het gaat wel om de vraag of er keuzes gemaakt zijn, en welke dat zijn. Om de daad, niet alleen maar een vertoning van mogelijkheden.
Wie het aan de kijker overlaat om te beslissen wat er wordt verteld, moet z’n materiaal op een doordringbare wijze aandragen. Wie wil confronteren of verwarren, moet een duidelijke verwarring scheppen, een helder en eigen beeld geven van wat complex is of vreemd, om de kijker zover te krijgen dat hij bereid is het ‘af te maken’. Een aantal werken in de tentoonstelling neemt geen positie in, of maakt geen keuze. Je krijgt niet iets aangereikt op grond waarvan je zelf een positie zou kunnen innemen.
Aan de andere kant vormen mooie beelden en een al te zorgvuldige gelaagdheid ook niet altijd een garantie voor een sterk verhaal. In De l’autre côté, fragment d’une installation (in z’n geheel te zien geweest op Documenta11) verweeft Chantal Akerman allerlei opnamen die zij maakte rond het grensgebied tussen Mexico en de Verenigde Staten. Beelden van illegaal overstekende Mexicanen, achtervolgingen, geluidsfragmenten, interviews met betrokkenen, moeten het gebied en de gebeurtenissen in kaart te brengen. Maar hoe prachtig het ook is gecomponeerd, het werk laat zwijgende beelden achter, die maar niet bij elkaar willen komen.
Omer Fast (Jerusalem, 1972) is zich óók bewust van het medium dat hij gebruikt, van de onmogelijkheid een getrouw documentair verslag te geven, en maakt dit ook tot zijn onderwerp. Hij doet dit door een eenvoudig uitgangspunt te kiezen: hij laat vier jonge (voormalige) Israëlische soldaten antwoord geven op de vraag wat een tank is. Op vier monitoren, asymmetrisch boven en naast elkaar geplaatst, praten een commandant, een artillerist, een lader en een bestuurder over hun ervaringen. Je volgt hen, overspringend van de een naar de ander en merkt dat je de ondertitels zo snel niet kunt volgen. Je dacht even dat je ‘killing’ las, maar nu staat er ‘smiling’. Fast laat met een kleine ingreep het documentaire genre haperen door subtiel te rommelen met de vertalingen van hun getuigenissen. Hetgeen tot vreemde uitspraken of tegenspraken leidt, die misschien wel sterk overeenkomen met alle verdraaiingen die plaatsvinden in de weergave van het Palestijns-Israëlisch conflict. Tank Translated vertelt iets over manipulatie mét manipulatie, en spreekt direct door je voor de vraag te stellen: wat zie ik, wat geloof ik, wat begrijp ik? In die zin is het een voorbeeld van hoe juist in de beperking de verwarring kan worden uitgewerkt en overgebracht, en hoe gelaagdheid al in een oogopslag effectief kan werken.
Min of meer los van al deze documentaire kwesties, staat North Circular van Mark Lewis. Lewis speelt met cinematografische regels, cliché’s en genres. Zo maakte hij eerder een film die slechts bestond uit een slotscène en een aftiteling. North Circular toont op een vrij in de ruimte hangend scherm een camerastandpunt van waaruit je zicht hebt op een verafgelegen en leegstaand gebouw. Na enkele minuten zoomt de camera in en verandert van positie, zoals we dat kennen van een computerspel. Waarna er verder wordt ingezoomd en je door de raamloze façade de springerige bewegingen van een clubje jongens kunt waarnemen. Maar ook daar is het de camera niet om te doen. Die komt uiteindelijk uit op een kleine speeltol ergens op een tafeltje. De tol blijft in beeld tot ze is uitgedraaid en op haar kant valt. ‘Mark Lewis (1957, Hamilton, Canada) is kunstenaar.’
[based upon] TRUE STORIES23 januari – 30 maart
Witte de With, Rotterdam
Esma Moukhtar





