metropolis m

Wineke Gartz, Mother Song II, 2026, foto Ernst van Deursen, courtesy Fotomuseum Hilversum

In haar multimediale installatie Mother Song II laat Wineke Gartz (1968) beelden van demonstraties in 1986 en 2026 elkaar overlappen. Er lijkt in veertig jaar weinig veranderd als het aankomt op de precaire staat van de wereld, maar de solidariteit en de strijdlust onder demonstranten zijn nog steeds groot. Maarten Buser gaat met Gartz in gesprek over de installatie, die nu te zien is in Fotomuseum Hilversum.

Maarten Buser

Die II in de naam Mother Song II intrigeert me: die associeer ik eerder met film- dan kunstwerktitels. Kun je iets vertellen over die eerste versie? Wat was de aanleiding voor dat werk? Verschilt het huidige werk veel van die eerdere versie?

Wineke Gartz

‘In 2022 was de eerste versie van Mother Song te zien in Club Solo, in Breda. Als basis gebruikte ik, net als in Mother Song II, archiefbeelden van mijn ouders die o.a. te maken hebben met het actieverleden van mijn moeder en de Vrouwen voor Vrede in de jaren tachtig. Na de presentatie in Club Solo realiseerde ik dat deze versie nog maar het begin is. Het is onderdeel van mijn grotere onderzoek naar vrede, generaties, pijn, liefde, stilstand en beweging. Fleur van Muiswinkel, de huidige directeur van Fotomuseum Hilversum, heeft destijds de eerste Mother Song gezien. Afgelopen jaar heeft ze me op basis daarvan gevraagd voor een nieuwe tentoonstelling in het Fotomuseum. Ik stelde voor om een nieuwe versie te maken en ze was direct enthousiast.

Mother Song II zie ik als hetzelfde werk, maar in een nieuwe versie die op zichzelf kan staan. De keuzes qua opbouw zijn telkens anders. Ik kijk naar de huidige maatschappelijke realiteit, mijn eigen gevoelens op dat moment en de ruimte waarin het getoond gaat worden. Een maand lang heb ik in het museum gewerkt, om een site-specific installatie te maken die inhoudelijk doorgroeit.

Voor de eerste Mother Song maakte ik veel gebruik van bewegende tekeningen in de video’s, en van abstracte en grafische animaties. Voor de tweede versie heb ik daarbij juist meer documentair beeld gebruikt. Behalve de beelden van een demonstratie uit 1986, zie je in deze versie ook protesten die ik eerder dit jaar heb gefilmd, zoals de Feminist March. In de tussentijd zijn er helaas heel veel andere dingen gebeurd, waaronder de niet-ophoudende oorlogen in Oekraïne en in het Midden-Oosten, een opstuwende wapenwedloop, wereldwijde genocides en klimaatrampen. Zodoende blijkt dat de inhoudelijke noodzaak om dit werk te tonen alleen maar relevanter geworden.’

Wineke Gartz, Mother Song II, 2026, foto Ernst van Deursen, courtesy Fotomuseum Hilversum
MB

Veel van de slogans die in 1986 te zien waren, zijn nu ook weer actueel, zoals het nee zeggen tegen de verkrachting van de aarde. Ook oorlogsdreiging en vrouwenrechten zijn belangrijke thema’s in beide protesten. Dat stemt me enerzijds moedeloos, dat die situaties nog steeds niet verbeterd zijn, maar ergens is die grote gelijkenis ook hoopvol: mensen laten zich niet zomaar uit het veld slaan. Daarover gesproken: wil je meer vertellen over Vrouwen voor Vrede?

WG

‘Vrouwen voor Vrede was een vredesbeweging waarin mijn moeder heel actief was. De beweging vond dat je onrecht in alle vormen aan moest pakken. De Vrouwen voor Vrede protesteerden tegen kernwapens en streden ook voor onder meer vrouwenrechten, gemarginaliseerde groepen, het milieu en tegen de wereldwijde economische ongelijkheid. In 1986 hielden ze een grote, landelijke vredesmanifestatie, de Pentagramdag, op het Malieveld, met aansluitend een protestmars naar het Binnenhof. Er gebeurde van alles, zoals de toneelopvoering van mijn moeders groep uit Son en Breugel als de Bruiden van de raket. Ze droegen een grote namaakraket met zich mee, begeleid door trommelslagen.

Over die dag is ook een documentaire op dvd uitgebracht door de Vrouwen voor Vrede. Die kreeg ik van mijn moeder. Omdat ik in 2022 voor Club Solo de makers probeerde op te sporen, kwam ik bij Marieke Verheul terecht, inmiddels negentig jaar. Zij was een belangrijke archivaris van de Vrouwen voor Vrede. Ook was ze een belangrijke spil binnen de beweging én organisator was van de Pentagramdag. Zij heeft mij haar persoonlijke archief gegeven. Gelukkig leeft mijn moeder nog, en kan ik ook haar nog steeds van alles vragen. Het is heel bijzonder om dit soort persoonlijke archieven als dat van mijn ouders te kunnen gebruiken voor mijn artistieke werk.’

'Ik nodig mensen altijd uit om lang genoeg in mijn installaties te blijven, zodat de teksten en beelden op je in kunnen werken. Dan kun je even worden opgetild – of ondergedompeld – en onderdeel zijn van een groter geheel'

Wineke Gartz, Mother Song II, 2026, foto Ernst van Deursen, courtesy Fotomuseum Hilversum
MB

Was je eigenlijk zelf aanwezig bij die protesten? Je was toen een tiener.

WG

‘Ja, ik ben ermee opgegroeid. Mijn vader, zusjes en ik liepen ook mee, net zoals veel vriendinnen van me er toen bij waren als “dochter van”. Het was volstrekt logisch om mee te doen en het was heel indrukwekkend. Ik was niet iemand die zelf borden maakte, maar door mee te lopen zorg je er sowieso voor dat de massa groter wordt. Maar ook nu neem ik nog deel aan protesten, zoals aan de Feminist March dit voorjaar. Het inspireert me te luisteren naar de sprekers en spreeksters, want luisteren is hartstikke belangrijk. Van hun verhalen en standpunten leer ik nog altijd enorm veel. Ik nodig mensen ook altijd uit om lang genoeg in mijn installaties te blijven, zodat de teksten en beelden op je in kunnen werken. Dan kun je even worden opgetild – of ondergedompeld – en onderdeel zijn van een groter geheel.’

MB

Je zegt dat je geen borden maakte, maar je lijkt wel met die beeldtaal te spelen. Tegen veel projecties staan stokken, alsof de video een bord is dat steeds iets anders laat zien.

WG

‘Ik snap wel dat je dat zegt. In de tentoonstelling is de esthetiek van de protestbewegingen inderdaad goed zichtbaar. Wat ik doe is een gebaar maken. Ik roep de kracht en energie van de protesten uit de jaren tachtig op. Die kracht kan ik zelf goed gebruiken in mijn werk en in mijn leven, en ik wil die energie ook met anderen delen. De protesten van toen zijn namelijk nog steeds relevant. Ik had bijvoorbeeld nooit verwacht dat het zo ongelofelijk snel bergafwaarts zou gaan met vrouwen en LGBTQI+-rechten en dat er weer zoveel voor gedemonstreerd zou moeten worden. Wat nieuw is ten opzichte van de jaren tachtig, is het openlijke racisme en fascisme dat nu overal groeit. Ook zie je allerlei wereldwijde verschuivingen nu Donald Trump opnieuw president van Amerika is. De tentoonstelling is geen protest, maar een open ruimte voor reflectie.

Ik heb er een soort golfbeweging van gemaakt. In een tentoonstelling kun je een ritme aanbrengen, voor wat meer rust en ruimte zorgen. Zo kun je aandachtig blijven kijken en je eigen gedachten en gevoelens in het werk herkennen. Ik probeer demonstraties ook zachter te maken door de menselijke kant ervan te laten zien. Je hoort daarom ook niet constant geluid in de installatie. Dit is totaal anders dan de realiteit want in zo’n protestmenigte hoor je voortdurend mensen dingen roepen. Met mijn installatie wil ik de kracht en de liefde invoelbaar maken die er in zo’n saamhorig protest zit, ook als je er niet zelf bij bent geweest. Al die mensen in de menigte tonen zoveel verschillende emoties: pijn, rouw, hoop en woede. Die mix wilde ik ook in mijn werk terug laten komen.’

'In een tentoonstelling kun je een ritme aanbrengen, voor wat meer rust en ruimte zorgen. Zo kun je aandachtig blijven kijken en je eigen gedachten en gevoelens in het werk herkennen'

Wineke Gartz, Mother Song II, 2026, foto Ernst van Deursen, courtesy Fotomuseum Hilversum
MB

Voor mij zit dat ‘zachter maken’ ook in de manier waarop je zo’n overprikkelende massa als het ware uit elkaar trekt; alleen al omdat je op verschillende muren, van alle kanten om de toeschouwer heen, beelden van die protesten ziet. Het is niet één film die je op één scherm ziet. Dat maakt een andere blik op de massa mogelijk.

WG

‘De massa wordt inderdaad beeldend materiaal, samen met bijvoorbeeld de animaties van de lijnen en bollen en de tekeningen in de video’s. De fragmentatie en de herhaling van beelden dragen bij aan een focus voor de kijker en dankzij de opstelling in de ruimte blijf je echt onderdeel van het geheel. Wat ik heel fascinerend vind aan een time-based medium als video, is dat het een soort tijdmachine is. Het moment en de werkelijkheid van toen worden opgeroepen. Als je de dvd van de Pentagramdag bekijkt, zie je de vrouwen op het veld zich verzamelen, de straten doorlopen, optreden, zingen; de emoties en bewegingen. Ook het geluid komt heel direct binnen. Wat je ziet en hoort, voelt dichtbij. Die beelden lijken zich in het nu af te spelen. Maar tegelijk realiseer je je dat ze iets tonen dat al voorbij is; zelfs bij de beelden van de protesten van dit jaar. Tijdsbelevingen beginnen door elkaar te lopen en ze zijn allemaal even echt.’

MB

Dat brengt me bij de vorm en media van Mother Song II. Je staat bekend om je site-specific installaties met verschillende, elkaar vaak overlappende film- en diaprojecties. Hoe ben je bij je multimediale, ruimtelijke manier van werken gekomen?

WG

‘Op de kunstacademie studeerde ik in de jaren negentig tekenen en schilderen, maar we kregen ook fotografievakken. Ik stond vaak in de doka en maakte dia’s die ik ging projecteren; niet om over te schilderen, maar als werk zelf. Belangrijke inspiratiebronnen waren televisie, film, nieuws en muziek. Ook de middeleeuwse en klassieke schilderkunst inspireerde me. Ik zat in een noise-bandje en bezocht heel veel concerten. Repetitieve gitaarmuziek zoals die van Sonic Youth of Shellac heeft veel invloed gehad. In mijn werk ben ik ook altijd op zoek naar een opbouwende kracht, vergelijkbaar met de stuwing die in een concert kan zitten.

Toen ik eenmaal een videocamera in handen kreeg, werd dat in eerste instantie bijna een soort stofzuiger voor me. Daarmee verzamelde ik heel veel beeldmateriaal. Dat was weer een heel nieuwe manier om de wereld vast te leggen: wat er dichtbij om me heen gebeurde, maar ook wat op tv was, en wat ik in het nieuws zag. Filmen was eigenlijk letterlijk hoe ik keek. Ik kon alles aan elkaar schakelen door beelden naast en door elkaar te projecteren. Ik ging bijvoorbeeld ook mijn tekeningen filmen. Vaak combineerde ik dia’s en video in een ruimte. in combinatie met muziek. Die manier van werken gaf mij de mogelijkheid performatiever te werken en de ruimte volledig te gebruiken.’

Wineke Gartz, Mother Song II, 2026, foto Ernst van Deursen, courtesy Fotomuseum Hilversum
MB

Heeft het installatieaspect invloed op de beelden die je laat zien, bijvoorbeeld in de montage?

WG

‘Jazeker. Ik stem de montages van de afzonderlijke videofilms op elkaar af en op de maat en indeling van de ruimte. Omdat je bij een video-installatie gewoon naar binnen en naar buiten kunt stappen wanneer je wil, ben ik altijd op zoek naar manieren om mensen niet meteen weg te laten lopen. Ik wil een spanningsboog in de projecties hebben. Die ontstaat onder meer door het ritme van de beelden, en door de wisselingen tussen bijvoorbeeld abstracte kleurbeelden, archiefmateriaal en tekeningen. Heel bepalend is ook de verscheidenheid aan combinaties die op het eerste gezicht mogelijk onlogisch lijken.

Door het ritme kun je een roes creëren bij iemand, omdat de kleuren zo mooi zijn of omdat er gewoon te veel te zien is. Terwijl je naar de ene projectie kijkt, gebeurt er iets anders in je ooghoek. Je brein kan dat allemaal niet meer goed volgen en geeft zich over aan de beelden. Maar ik monteer er ook wel verstorende momenten in om toeschouwers wakker te schudden.’

MB

Je gebruikte eerder het woord ‘site-specific’. Welke invloed heeft de ruimte op je werk?

WG

‘Die invloed is erg groot. De ruimte en wat ik daar inbreng, zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het is zoals hier in Hilversum bijvoorbeeld essentieel dat de meeste projecties levensgroot blijven, dus komt een groot deel op het plafond. Om alles te laten kloppen vul ik sommige projecties niet helemaal uit over de muur. Daardoor vallen er niet alleen gaten op de muur, maar zie je ook beelden op de ramen, de verwarmingsbuizen en zelfs de sokkels van de beamers. Zo rijg ik de ruimte, sculpturen en projecties aan elkaar. Ik puzzel net zo lang tot de open plekken en beeldvullende stukken – voorwerpen en schaduwen, groot en klein – precies als een geheel in elkaar passen.

De ruimte in Fotomuseum Hilversum is een stuk kleiner en lager dan destijds in Club Solo. Ik wilde daarom voldoende ruimte en lucht inbouwen voor de bezoeker, zodat de installatie niet te overdadig werd. Daarom heb ik de in- en uitgang erbij betrokken. Ook heb ik een extra open boog laten maken, waar eerst een muur stond. Het plafond is bijzonder. Door de kleine boogjes waar het uit bestaat wordt het extra vrolijk en sierlijk. Het refereerde voor mij ook aan de golfbewegingen van de protesten zelf. Geluiden zwellen aan en zakken weer weg in een continu ritme: tromgeroffel, marcherende mensen, geroep van leuzen en standpunten. De vrolijkheid van de boogjes kreeg voor mij ook een extra betekenis. Ze halen de zwaarte af van het nieuws rondom de protesten, van de angst om te protesteren; van de zware onderwerpen an sich. Het plafond heeft daardoor een harmoniserende werking.’

'Terwijl je naar de ene projectie kijkt, gebeurt er iets anders in je ooghoek. Je brein kan dat allemaal niet meer goed volgen en geeft zich over aan de beelden'

Wineke Gartz, Mother Song II, 2026, foto Ernst van Deursen, courtesy Fotomuseum Hilversum
MB

Wat me opvalt, is dat je installatie geen afgesloten filmzaal is. De ramen zijn afgedekt met papier, waardoor je de mensen buiten nog een beetje kunt zien.

WG

‘Vaak wordt gedacht dat het voor videoprojecties belangrijk is dat het helemaal donker is in de ruimte. Ik vind het juist fijn dat er nog wat licht door de ramen komt. Dan raak je niet afgesloten van de wereld om je heen. Zo gaan binnen en buiten echt door elkaar lopen en blijf je verbonden met de werkelijkheid buiten de tentoonstelling.’

MB

Tot slot: toen we net door de installatie liepen, wees je op een gegeven moment trots je moeder aan. Wat betekent haar aanwezigheid op die beelden voor je?

WG

‘Haar persoonlijke foto’s van de protesten zijn de aanleiding geweest voor het werk. Ik raakte er ontroerd door dat mijn moeder op dat archiefmateriaal stond: soms herkenbaar, soms onderdeel van de groep. Die beelden laten me het belang zien van beweging, of dat nu als individu is of als groep. Als ik naar mijn eigen situatie kijk: ik heb last van sombere periodes, onder meer door het wereldnieuws dat zo verlammend kan zijn. Wat mij erg helpt, is dat ik inmiddels al een tijd met een groep op straat dans. Alle voorbijgangers mogen aanhaken. Als je ergens mee zit is het belangrijk dat je anderen opzoekt. Dan zie je dat je niet alleen bent en kom je samen in beweging.’

Mother Song II is tot en met 1 november te zien in Fotomuseum Hilversum. Meer info HIER

Maarten Buser

is dichter en kunstcriticus

Recente artikelen