metropolis m

Clouds & Crowds

Nadat er al ‘wolken’ waren in het nieuwe medialandschap, is er nu de ‘menigte’. Je telt pas mee als je je met behulp van de sociale media gesteund weet door een ‘crowd’. Hoe vernieuwend is crowdfunding en crowdsourcing eigenlijk?

Een vriend van me belde me ooit vanuit de rij voor de Staatsoper in Berlijn, waar hij al een uur had moeten wachten voor de performance 7:00–8:30 PM; 05.31.2007 van de Duitse kunstenaar Gregor Schneider, met de licht gefrustreerde mededeling dat het in de rij staan en wachten waarschijnlijk het werk was. Met dezelfde vriend had ik eerder een aantal keer onderdeel uitgemaakt van iets wat later een kunstwerk bleek te zijn. Taco’s eten en muziek draaien tijdens een galerieopening in Berlijn (Rirkrit Tiravanija), orders opvolgen en (alweer) lang wachten op een gymzaalvloer in Rotterdam (Jeanne van Heeswijk), en geluiden voortbrengen in een enorme spiegel en daarmee de klankbron worden van het stuk in een operahuis in Manchester (Olafur Eliasson).

Nu ik erover nadenk, kom ik erachter dat ik zo vaak onderdeel heb uitgemaakt van kunstwerken en muziekperformances van anderen dat het niet eens meer opvalt als een nieuwe of andere vorm. Een van de meest bijzondere ervaringen was de performance Stage Fright van Brandon LaBelle in SMART Project Space afgelopen jaar. Tijdens deze performance mocht het publiek rondlopen met kleine, op latten bevestigde cassettespelers die een mysterieus gefluister en abstracte omgevingsgeluiden lieten horen. Door zelf de geluidsbron in handen te krijgen, werden de bezoekers zowel ontvanger als afzender van het geluid en werd de angst van het optreden in het openbaar gezamenlijk gedragen. Een magische ervaring.

Een andere aangename ervaring was het Spinoza Festival (2009) van Thomas Hirschhorn in de Bijlmer, dat aanvoelde als een klein festivalterrein, en waarvan het voor mij nooit duidelijk was waar het werk begon en ophield, behalve dat het daar ter plekke plaatsvond in een afgebakende periode. Zelfs door als willekeurige buitenstaander het werk te bezoeken, bevestigde je het werk en werd je er onderdeel van, naast alle buurtgenoten die de horeca bemanden en theaterstukken opvoerden.

De Franse criticus en curator Nicolas Bourriaud heeft deze kunst die de relaties tussen kunstenaar, publiek en context verkent en die niet in een isolement opereert in de jaren negentig bestempeld als relational aesthetics, ofwel relationele kunst. De werken worden geactiveerd door deelname van het publiek, en onderzoeken hiermee sociale processen en ruimten. Een term die je een decennium later vaak hoort is crowdsourced kunst. Het begrip crowdsourcing is afkomstig van de Amerikaanse Wired-journalist Jeff Howe, en betekent in feite het uitbesteden van werkzaamheden (outsourcing) aan een grote groep of gemeenschap (crowd).

Een voorbeeld van gecrowdsourcede kunst is het Johnny Cash Project van Aaron Koblin en Chris Milk, dat nu te zien is in het Nederlands Instituut voor Mediakunst. Dit werk is een videoclip voor het nummer Ain’t No Grave van Johnny Cash, dat frame voor frame is gemaakt door bijdragen van buitenstaanders via een open call. Het werk wordt dus gemaakt in samenwerking met een grote groep mensen die vanuit de hele wereld online meedoen aan dit project.

Ik heb altijd – ten onrechte – het beeld bij crowdsourcing dat het tot stand gekomen is door digitale bijdragen via online sociale netwerken. Het is toch een term van deze tijd, waarin we altijd en overal met elkaar verbonden zijn, en we elkaar via Facebook, Twitter en Foursquare volgen en helpen bij het navigeren door de wereld. Online crowdsourcing werkt ontzettend goed bij het vinden van antwoorden op vragen (welk restaurant moet ik bezoeken als ik in Berlijn ben?), het polsen of er animo voor iets is (moeten we Ben Frost uitnodigen voor een concert op 1 mei?) of het vinden van een huurder voor een appartement (32 m2 te huur op de Urbanstrasse).

Maar volgens mij is crowdsourcing eigenlijk een oud begrip – net als relationele kunst – dat niet alleen te maken heeft met sociale netwerken en nieuwe technologie. Het staat voor het wezenlijke verlangen van mensen om ervaringen te delen en gezamenlijk te ondergaan, en om onderdeel te zijn van iets groters dan zichzelf. En in dat geval zullen er dan vanzelf mensen – kunstenaars – opstaan die dit verlangen willen onderzoeken of ontwrichten, en hiermee werken maken die het publiek zowel tot bezoeker als tot vervolmaker van het werk maken.

Gecrowdsourcede kunst is dus, denk ik, geen nieuwe artistieke afsplitsing – zie de kunstgeschiedenis – maar juist een samengaan van kunsten en de wereld waarin we vandaag leven, waarin onze gedragingen en wensen worden gevormd door de alomtegenwoordigheid van internet via mobiele apparaten, cloud computing en sociale netwerken. Volgens deze logica loopt de werkelijkheid eindelijk in de pas met de kunst: het verkennen van relaties tussen het individu, de groep en de context. Met meer dan zeshonderd miljoen mensen op Facebook, talrijke sociale netwerkrevoluties in het Midden-Oosten en Afrika, en meer smartphones dan computers wereldwijd verkocht in het laatste kwartaal van 2010, zie ik het publiek dat met kunst in aanraking komt alleen maar groeien. Maar om het zeker te weten vraag ik het nog even aan mijn vrienden…

Juha van ’t Zelfde is onderzoeker op het gebied van netwerkcultuur en elektronische muziek. Hij is mede-oprichter van Non-fiction en VURB

Juha van ’t Zelfde

Recente artikelen