metropolis m

MADEYOULOOK, MAfolofolo, 2022, documenta fifteen, foto Frank Sperling

Het Zuid-Afrikaanse collectief MADEYOULOOK heeft naam gemaakt met indrukwekkende immersieve installaties waarin ze kwesties aankaarten over land, eigenaarschap, migratie en de roerige geschiedenis van Zuid-Afrika. Na een populaire deelname aan documenta fifteen vertegenwoordigt het collectief momenteel hun thuisland op de Biënnale van Venetië. Amy Stenvert gaat in gesprek met de twee leden van het collectief.

Wie twee jaar geleden in Kassel documenta fifteen bezocht, zal zich de installatie van MADEYOULOOK ongetwijfeld herinneren. In een grote zijruimte van een hotel, met rondom een balkon, was een geabstraheerd berglandschap geïnstalleerd waar je samen met anderen op kon plaatsnemen. Er ontrolde zich vervolgens een geluidspel, met beschouwende, poëtische teksten en Zuid-Afrikaans gezang, waarin werd verteld over de roerige geschiedenis van het Afrikaanse land en het zoeken naar manieren van persoonlijk herstel via het contact met het land. Het was een enorm succes. 

Momenteel toont het collectief op de Biënnale van Venetië, in het Zuid-Afrikaanse paviljoen in de Arsenale, de geluidsinstallatie Quiet Ground. Ook hierin worden verschillende dringende onderwerpen verkend, zoals eigenaarschap van land en cycli van verplaatsing en terugkeer, gebaseerd op de specifieke geschiedenis van de Bakoni en Bahurutse.

MADEYOULOOK is een interdisciplinair samenwerkingsverband tussen Molemo Moiloa en Nare Mokgotho uit Johannesburg. Als uitgangspunt voor hun werk nemen ze alledaagse Zwarte praktijken die historisch over het hoofd zijn gezien, zijn gemarginaliseerd of weggezet als onbelangrijk. Het duo past verschillende benaderingen toe in een grote diversiteit aan werken, niet alleen bij genoemde geluidsinstallaties. Ze organiseren bijvoorbeeld ook discursieve programma’s en bijeenkomsten, en ze publiceren over hun onderzoek. Hoewel ze in hun collectieve projecten vaak een specifiek (micro-)verhaal als startpunt nemen, spreken hun werken tot een breed scala aan urgente sociale en politieke kwesties die veel verder gaan dan een specifiek domein. 

 Ik praat met Moiloa en Mokgotho via Zoom over hun artistieke praktijk, hun langdurige samenwerking en hoe ze in het archief op zoek gaan naar schijnbaar verborgen geschiedenissen.

Amy Stenvert

Inmiddels zijn collectieven niet meer weg te denken uit de kunstwereld, maar rond 2010 waren ze niet zo prominent aanwezig. Hoe is jullie samenwerking ontstaan?

Molemo Noiloa

‘We zaten in ons laatste studiejaar aan de academie en werkten samen aan een project genaamd Sermon on the Train. Het was aanvankelijk niet per se de bedoeling om een collectief op te zetten. We worstelden allebei met de afstand die de kunstacademie leek te hebben tot ons dagelijks leven en onze ervaringen. We waren geïnteresseerd in het overbruggen van die kloof en dus besloten we na een gesprek, waarin we nadachten over een aantal frustraties die we hadden, om samen aan het project te werken. Dat beviel goed, dus besloten we samen verder te werken en tegen het einde van het jaar hadden we een naam: MADEYOULOOK.’

Nare Mokgotho

‘Die hoofdletters waren er niet vanaf het begin. Pas nadat we enige tijd hadden samengewerkt en ook samen gingen schrijven, begonnen we erover na te denken om de hele naam in hoofdletters te schrijven.’

AS

Waar gaat dat schrijven over?

NM

‘Ons schrijven is zelfreflectief, maar tegelijkertijd gericht op het openbaren van ons werk. In die tijd werkten we veel in de openbare ruimte. Er zit altijd een verrassingselement aan het presenteren van werk in de openbare ruimte, sommige mensen ervaren het als inbreuk of opdringerig. Voor het eerste project dat we samen deden, Sermon on the Train, nodigden we universiteitsdocenten uit om lezingen te geven over hun eigen vakgebied in de metro van Johannesburg. De metro wordt hier gezien als een laatste redmiddel om je mee te verplaatsen. Het is een ruimte van de arbeidersklasse, en niet zoals in Europa een plek waar alle klassen door elkaar lopen. We realiseerden ons dus al snel dat er iets schuurde in de dynamiek tussen de reizigers en de mensen die we uitnodigden om met ons mee te reizen in de metro. We begonnen hier ook over te schrijven, om een ander publiek aan te spreken en om op onszelf te reflecteren. Daar kwam ook onze naam vandaan, omdat we vanaf het begin al naar onze eigen praktijk kijken.’

AS

Mijn eerste kennismaking met jullie werk was bij KAdE in Amersfoort, waar jullie in 2018 deel uitmaakten van de tentoonstelling Tell Freedom, waarin werk van vijftien kunstenaars uit Zuid-Afrika werd samengebracht. Kunnen jullie wat meer vertellen over het werk dat jullie daar presenteerden?

NM

‘Onze praktijk begint altijd vanuit een bijzondere, over het hoofd geziene geschiedenis, maar het is ook altijd contextueel gebonden. Voor de tentoonstelling in Amersfoort maakten we een werk waarin we reflecteren op de geschiedenis tussen Nederland en Zuid-Afrika. Het maakte deel uit van ons non-monuments programme, dat we sinds 2012 in verschillende vormen ontwikkelen. In 2018 werden we uitgenodigd voor de Thami Mnyele Residency in Nederland, waarvoor we onderzoek deden naar wat voor soort verbindingen er bestaan tussen Zuid-Afrika en Nederland en Amersfoort specifiek. We ontdekten dat “Amersfoort” de naam was van een van de eerste slavenschepen die naar Zuid-Afrika kwamen. 

Onze non-monuments nemen op het eerste gezicht de vorm aan van conventionele monumenten, maar in plaats van brons of marmer zijn ze volledig gemaakt van golfkarton. In deze non-monuments verstoppen we echter wat wij beschouwen als het ware monument, waar de ware geschiedenis ligt: een opname van een aantal mondelinge geschiedenissen. Veel Afrikaanse geschiedenissen zijn mondeling overgedragen, in tegenstelling tot bijvoorbeeld een bronzen beeld in de Europese traditie. 

Het non-monument in Amersfoort kreeg de vorm van een vuurtoren, vanwege de vele mensen die zijn omgekomen tijdens de doortocht op zee. Voor de opname die erin verstopt zat, werkten we samen met een dichter die izithakazelo deed, een genealogisch appèl, waarbij hij de namen en voorouders aanriep van degenen die op zee waren omgekomen en hun geschiedenissen verbeeldde.’

MM

‘Een van de meest uitdagende aspecten van ons werk – en ik denk dat Nare en ik daar allebei door verrast waren – is de mate waarin men het werk als confronterend ervaart. Het wordt soms gelezen als het willen beëindigen van bepaalde geschiedenissen, het uitwissen van verhalen of zelfs het vernietigen van iets. Ons werk is echter juist gericht op agency en op het creëren van nieuwe voorstellingen. De izithakazelo ging over het eren van mensen die in de oceaan zijn verdwenen, niet over het aanvallen of uitwissen van de Nederlandse VOC-geschiedenis. En ik denk dat het heel moeilijk kan zijn om die nuance zichtbaar te maken, zeker wanneer je een Zuid-Afrikaanse tentoonstelling in Nederland opzet. Ik denk dat er veel bemiddeling voor nodig is, en dat is niet zo gemakkelijk om te doen.’

AS

Denk je dat dit verlies aan nuance iets is dat kunstenaars, curatoren en kijkers kunnen overbruggen? Of is het onvermijdelijk?

MM

‘Ik vind het belangrijk om bewust om te gaan met de ruimtes die we creëren en de talen die we spreken. Soms vereist dit een ander format. We hebben gemerkt dat er dan heel bijzondere gesprekken kunnen ontstaan. Daar experimenteren we mee, bijvoorbeeld in onze Garden Talks die plaatsvinden onder een boom. Vaak brengen we iets te eten mee en nodigen we heel specifieke mensen uit. In sommige gevallen werkt een afbeelding of sculptuur niet helemaal zoals we dat voor ogen hadden, dus laten we er teksten over schrijven die we ook opnemen in de tentoonstelling. Ook houden we vaak openbare lezingen, waarbij we meestal in een kring zitten, in plaats van rijen stoelen gericht op een panel op een podium.’

NM

‘We denken altijd heel veel na over hoe we onze openbare of discursieve programmering vormgeven. We willen er zelf ook altijd iets uit halen, zodat we onze eigen praktijk beter leren begrijpen. Zo creëren we ruimtes voor spel en experiment.’ 

AS

Dus jullie proberen ook te leren van anderen? Wat doet dat met jullie positie als kunstenaar?

MM

‘De laatste tijd werken we veel met kwesties rondom eigenaarschap en land, waarvoor we veel met boeren praten. Wanneer we in discussie gaan met een boer over land, dan zijn wij duidelijk niet de experts, toch? Dat zijn de boeren, die dingen kunnen vertellen waar wij geen idee van hebben. Het publiek, zeker het kunstpubliek, wordt vaak omvergeblazen door de kennis van deze boeren. Het schudt de hele hiërarchie van kennis door elkaar.’

NM

‘Ik denk dat het belangrijk is te benadrukken dat we niet alleen met boeren werken, maar met alle soorten landarbeiders. En met academici, activisten, andere kunstenaars, architecten. We werken altijd samen met een hele bonte verzameling van mensen die zich met vergelijkbare kwesties bezighouden als wij. Wat belangrijk is, is dat we altijd proberen om onze praktijk te aarden in de actuele werkelijkheid en materialiteit. De discussie over land leeft echt in Zuid-Afrika, het komt regelmatig langs aan de keukentafel. Veel van ons werk weerspiegelt de gesprekken die daar in real time plaatsvinden.’

AS

En hoe positioneren jullie jezelf als kunstenaars in deze discussie?

MM

‘We werken veel samen met mensen uit andere delen van de wereld, uit Latijns-Amerika, Azië en Afrika. De geschiedenis van de landen waar ze leven is in vergelijking met die in Europa veel recenter, maar in vergelijking met die van Zuid-Afrika weer veel minder recent. Het is pas dertig jaar geleden dat Nelson Mandela president werd, en dat de staat waarin we leven is ontstaan. Ik denk dat er daarom een veel sterker gevoel van urgentie is. Wat moet kunst doen in de context van die urgentie? Waarom zou je kunstenaar worden als er zoveel problemen zijn? 

Een deel van het gesprek zou moeten gaan over de manieren waarop kunst kan bijdragen aan de manier waarop we denken. Veel van wat we doen – en waar onze naam ook naar verwijst – gaat over het opnieuw bekijken van heel gewone levens en dat te gebruiken als een bron van kennis. We werken veel met het archief, meestal in de vorm van orale geschiedenissen. We proberen terug te gaan naar de verledens die niet zijn verteld, die moeten worden opgeëist, die opnieuw moeten worden herinnerd, waar opnieuw naar moet worden gekeken, om na te denken over wat dat te bieden heeft voor ons hedendaagse moment.’

AS

Hoe ontsluiten jullie het archief in je werk?

NM

‘Als we het over het archief hebben, hebben we het over ons eigen archief. Dit archief bevat vele over het hoofd geziene geschiedenissen, maar het zijn ook archieven van het alledaagse. Ons archief gaat bijvoorbeeld ook over familie. Het vertellen van persoonlijke familieherinneringen die een raakvlak hebben met veel grotere politieke gebeurtenissen en geschiedenissen in het land en elders. Vanuit die gedachte kan ook een lied een archief zijn. Voor Mafolofolo, het geluidswerk dat we op documenta fifteen presenteerden, onderzochten we populaire en politieke verzetsliederen. Een van de liederen uit dat werk, Tina Sizwe, werd onlangs overgenomen door studentenprotesten in Zuid-Afrika tijdens de Rhodes Must Fall-periode als een onofficieel volkslied voor de beweging. Dit lied wordt al sinds 1800 gezongen! Dat het lied nu weer gebruikt wordt voor een hedendaagse kwestie is ook een vorm van het archief gebruiken om de strijd vooruit te helpen en te verbinden met de historische strijd in Zuid-Afrika.’

MM

‘Er zijn veel dingen die je niet zult vinden in het canonieke archief, dat vaak over belangrijke gebeurtenissen en mensen met macht gaat. Zoeken naar het gewone leven in het archief is een ingewikkelde oefening. Als je zoekt op “Zwarte mensen” en “tuinieren”, bijvoorbeeld, ontdek je dat die twee woorden bijna nooit samen voorkomen. Er zijn misschien wel mensen in hun tuin, maar het woord tuin wordt nooit genoemd, alleen de naam van de persoon op de foto. 

Stel dat je zoekt naar liefde in het archief, hoe ga je dat vinden? Als je op “liefde” zoekt, vind je niks. Maar in het archief van de soldaten van de bevrijdingsbeweging die in ballingschap leefden, vonden we bijvoorbeeld brieven van koppels die verliefd waren geworden in ballingschap en die toestemming vroegen aan hun superieuren om te trouwen. De liefde zit dus wel in het archief, maar om het te vinden moet je andere trefwoorden gebruiken om te proberen het alledaagse Zwarte leven zichtbaar te maken.’

AS

Momenteel vertegenwoordigen jullie Zuid-Afrika op de Biënnale van Venetië. Hoe verhoudt die installatie zich tot jullie werk voor documenta fifteen?

MM

 ‘Werken in Venetië doet ons vooral beseffen hoe bijzonder documenta fifteen eigenlijk was! Het publiek in Venetië is ook heel anders. In Kassel wisten de mensen dat ze naar iets vreemds en vernieuwends zouden komen, waar geen “traditionele kunst” te zien zou zijn. In Venetië is er veel meer sprake van een komen en gaan van mensen, terwijl Kassel juist gericht was op langdurige participatie. De mensen gingen er daar echt voor zitten om alles goed te ervaren.’

NM

‘In documenta fifteen presenteerden we niet alleen de geluidsinstallatie Mafolofolo, maar organiseerden we ook een publiek programma. We wilden daarmee iets teruggeven aan de verschillende gemeenschappen en organisaties waarmee we in Kassel samenwerkten, om niet met een soort parachutesprong binnen te vallen zoals dat zo vaak gaat bij biënnales. Een veelgehoord punt van kritiek op de lumbung was dat het soms leek alsof het gesprek alleen tussen kunstenaars plaatsvond. Daar zat wel wat in, maar het bijzondere aan die documenta was dat er gewerkt werd op het tempo van vertrouwen. Pas in de nasleep merk je dat de wederzijdse relaties tussen kunstenaars beginnen te bloeien in voortdurende samenwerkingen. 

De Biënnale van Venetië daarentegen werkt op een heel andere manier. Het relationele element ontbreekt, het gaat echt om het “ding” of het object. Het uiteindelijke werk is natuurlijk ook belangrijk, maar in onze werkwijze voelt het bijna ondergeschikt.’

AS

Waar kijken jullie naar uit na Venetië?

MM

‘Het is op dit moment een bijzonder uitdagende tijd in Zuid-Afrika, dertig jaar sinds het ontstaan van de democratie. De infrastructuur is aan het instorten, er is hoge werkloosheid, economische neergang, enzovoort. Het voelt soms alsof de droom van 1994 tot een einde is gekomen. Maar wat we ons zijn gaan realiseren is dat de arbeid waarmee we zijn gekomen waar we nu zijn, nooit af is. Zoals wij het graag zeggen: “We have unfinished business”.’

Amy Stenvert

is programmadirecteur bij The Mondrian Initiative en onderzoeker

Recente artikelen