metropolis m

David Shrigley

You are so beautiful

You are so clean

You feel so smooth

You smell so fresh

You sound so clear

You are so wise

You move so gracefully

You are so kind

You taste like pork

Dit is een gedicht van David Shrigley (1968). Het is wat bitter in de afdronk maar bovenal zo typerend dat het zonde zou zijn het niét bij deze tekst mee te geven. Evenals dit vers is Shrigleys werk sarcastisch, onhandig en geestig. Zijn neiging tot beledigen loert overal, zijn gebrek aan raffinement is een constante. Toch valt de teneur op zijn tentoonstelling in het (nog relatief) nieuwe M in Leuven behoorlijk mee. De Glasgowenaar toont er tekeningen, animaties en sculpturen die in de beste Britse traditie een beetje silly zijn. Het werk ziet er amateuristisch uit, maar dat is voor Shrigley een bewuste keuze. Ook barst het van de slimme, ontwapenende vondsten. Zo tref je een groot gipsen oor dat nonchalant tegen de muur staat. In het gat van het oor ligt een bruin – oorsmeerkleurig – ventje te soezen. Een bijzonder werk, al staat er ook een rij laarzen in keramiek die nogal nadrukkelijk onhandig wil zijn. Conclusie: Shrigleys werk is leuk, het is opzettelijk knoestig en zelfs slecht. Maar is het ook goed?

Tegenover de laarzen hangen Shrigleys cartoons, zijn handelsmerk. ‘Ik ben niet zo goed in het tekenen van vrouwen, dus ben ik maar een hoop misvormde mannen gaan tekenen’, zegt hij zelf. In M doet hij dat voluit op een wand die over de hele breedte behangen is met tekeningen. Overal is tekst tussen gekrabbeld, telkens in drukletters die al dan niet onderstreept of doorgehaald zijn. Naast de tekening Guidelines for the bombing of temples hangen twee vogeltjes: ‘This is me, this is also me.’ Een bijbels ogend mannetje spreidt zijn armen naar de zon en wacht op de verlossing: ‘I want God to collect me from school in an aeroplane.’ Bij een figuurtje dat via de stengel omhoog klimt naar de bloem staat een pijl met ‘homosexual’.

Alle tekeningen zijn van een haast ontstellende eenvoud en een hardhandigheid die doet denken aan het kwaadwillige duo Beavis & Butt-head. Met zijn cartoons is Shrigley overigens razend populair. Hij levert ze op zaterdag aan The Guardian, verkoopt ze in boekvorm, op postkaarten, op plectrums en T-shirts. De nihilistische grappen vallen danig in de smaak, al is de humor de ene keer explosief en de andere keer merkwaardig mild.

In de animatiefilmpjes doen figuurtjes steeds dezelfde handeling. Een hand gooit steeds 1 met een dobbelsteen (Ones, 2010), of iemand doet het licht telkens aan en uit (Lightswitch, 2007). The lights going on and off, het controversiële Turnerprize-winnende werk van Martin Creed uit 2001, is niet veraf. Net zoals Creed gaat Shrigley hier de minimalistische, conceptuele toer op, al weet je bij hem nooit of het ernst is of sarcasme. Hij balanceert op het scherp van de snede, maar die keuze overtuigt minder bij zijn sculpturen. Zo is Cups 2010) een opzettelijk hobbyclubachtige verzameling kopjes in glanzend keramiek. Twee witte bollen kregen de titel The World mee en ook is een grote, ruwe tand te zien. Maar ongesofisticeerde beeldhouwkunst wordt al snel studentikoos, en hoewel dat perfect werkt voor de tekeningen, valt het concept minder sterk uit in het beeldhouwwerk.

Ostrich, een opgezette struisvogel zonder kop, is een twijfelgeval. Het dier oogt bizar in een museum en het verbeeldt ook een leuke gedachte (is zijn kop in het zand blijven zitten?). Maar opgezette dieren zijn inmiddels zo veel getoond dat je van goeie komaf moet zijn om er nog mee te verrassen. Shrigleys kijk op de mens is veel hilarischer dan zijn omgang met vogels of keramieken vaatwerk. Daarom geloof ik hem eerder wanneer hij mannetjes schetst die voor een bom vluchten dan wanneer hij sculpturaal ten tonele verschijnt. Het oorsmeerventje bij aanvang was zonder meer een hit, maar Shrigleys echte talent ligt toch meer in het tekenen.

Els Fiers is kunsthistoricus, criticus en schrijver, Gent

M – Museum Leuven 17 december 2010 t/m 20 maart 2011

Els Fiers

Recente artikelen