metropolis m

De chic voorbij
SMCS

Het Stedelijk Museum wil niet alleen blijven staan, zoals voorheen, maar zijn netwerk versterken en vergroten.

Het is een frisse start, zeer zeker. Maar men wil er geen mediacircus van maken.

De collectie zal in de invulling van deze interim-periode een vitale, zo niet principiële rol spelen.

Het Stedelijk Museum opent in mei zijn tijdelijke onderdak in het voormalig TPG-gebouw aan de Oosterdokskade in Amsterdam, vlakbij station Amsterdam Centraal. De ervaring met het Van Abbemuseum in Eindhoven leert dat tijdelijke onderkomens een bevrijdend effect kunnen hebben. Bij het Stedelijk lijkt hetzelfde het geval.

Ergens las ik dat de architect Alvaro Siza ontslagen zou zijn omdat het nieuwe Stedelijk Museum in Amsterdam op zoek is naar meer verbindingen met de, zijn, onze sociale omgeving. Zijn ontwerp zou te veel een continuering zijn van het museum-als-tempel: wit, oorspronkelijk, autoritair, streng. Het zou, met andere woorden, Rudi Fuchs’ ideeën om het museum uit de twintigste eeuw naar de eenentwintigste te brengen, voortzetten. Zonder veel veranderingen. De daaraan tegengestelde behoefte, eigenlijk conclusie om ‘meer contact te zoeken met de samenleving’ is allesomvattend en klinkt nogal veilig. Wat is er nou verstandiger dan te zeggen dat je meer aan engagement gaat doen, vooral vandaag de dag, nu politiek en ideologie zo trendy zijn? Vijfenveertig minuten praten met Leontine Coelewij overtuigde me ervan dat het statement van het Stedelijk aan de chic voorbij gaat.

Het grappige is dat bij al het gepraat over een socialere aanpak, het nieuwe tijdelijke thuis van het SMA een modernistisch icoon is, een bastion van pre-pomo ideologie…nou ja, bijna. Maar het ontwerp van Piet Elling uit 1959 (het gebouw werd pas in 1968 voltooid), is zeker een ode aan formele zuiverheid en sociaal engagement. Hoewel het niet officieel een monument is, geldt het toch als een hoogtepunt van laatmodernistische architectuur. Coelewij: ‘Vergeet niet, het was een knooppunt van en voor communicatie, het was een distributiecentrum van de posterijen, voorzien van de nieuwste technologische snufjes. Het is in die zin een perfecte metafoor voor het modernisme.’

Coelewij haalt de filosoof René Boomkens aan die tijdens een door het Stedelijk georganiseerde expert-meeting verwoordde wat velen al claimden: ‘Het postmoderne tijdperk is waarlijk ten einde gekomen, zijn claim dat anything goes, geldt niet meer.’ Coelewij stelt: ‘Het huidige discours komt overeen met een modernistische stellingname in de zin dat het een sterkere band met de samenleving voorstaat en ideologisch geïnspireerd is. Deze manier van denken blijkt tegenwoordig fris en relevant te zijn. Ze is niet alleen in theorie geldig, ze is zichtbaar in de praktijk.’

De verwijzing naar het modernisme is bedoeld als metafoor, het is niet dat elke bezoeker van het SMSC lastig gevallen wordt met overduidelijke referenties, zo verheldert Coelewij. ‘Behalve misschien in het grafisch ontwerp. We hebben Experimental Jetset gevraagd om alle visuele communicatie vorm te geven, ook de routing, een logo en de ingang.’ Coelewij die al eerder met Experimental Jetset samenwerkte bij hun tentoonstelling in Bureau Amsterdam, begin 1999, legt uit dat zij al geruime tijd met het modernisme bezig zijn. Zij ondervragen die erfenis, spelen ermee – en niet alleen met de esthetiek ervan – ze voegen er soms punk of gothic invloeden aan toe. Coelewij zegt dat het in dit opzicht interessant is op te merken dat de collectie van het Stedelijk tot rijpheid kwam in het modernistische tijdperk. ‘Iemand als Sandberg, aan wie we een retrospectief zullen wijden, fascineert nog steeds en is nog altijd belangrijk.’

De collectie zal in de invulling van deze interim periode een vitale, zo niet principiële rol spelen. Naast een selectie van hoogtepunten die permanent te zien zal zijn, vertelt Coelewij dat er nieuwe collectiepresentaties ontwikkeld gaan worden die hopelijk leiden tot een herziening van wat we al weten. Hoe? ‘Bijvoorbeeld door delen uit de collectie met hedendaagse interventies te combineren, door werken uit de collectie uit kunsthistorisch keurslijf te bevrijden. Het betekent dat we naar de sterke punten van de collectie zullen kijken – zoals de vroege videocollectie -, ze zullen tentoonstellen om zo ook de premissen van de collectie te verhelderen.’

Het Stedelijk Museum wil niet alleen blijven staan, maar zijn netwerk versterken en vergroten. Coelewij zegt: ‘We zijn erg geïnteresseerd in samenwerkingen, bijvoorbeeld met partners als het Filmmuseum, om te zien of er een complementaire dialoog mogelijk is tussen de collecties. Leontine Coelewij verruilde de positie van hoofd museale zaken voor die van conservator. Daarbij is ze voorzitter van de programmacommissie, de groep conservatoren met wie zij het programma voor het SMCS ontwikkelt. Haar plannen behelzen een ambitieus project met het NIFCA (Lars Bang Larssen en Nicolaus Schaffhausen) getiteld Populism, dat waarschijnlijk een zich ontwikkelende tentoonstelling zal zijn, ook te zien op drie andere locaties (de Frankfurter Kunstverein, het Oslo Museum, en het Contemporary Art Centre in Vilnius).

Populism neemt, zoals de titel aangeeft, de recente groei van het rechtse populisme en de culturele consequenties daarvan. Het project zal plaatsvinden in 2005. Ook neemt het Stedelijk eind 2004 deel aan het project Who if not we…, samen met BAK en Witte de With en een aantal internationale kunstinstellingen, dat gaat over de culturele ontwikkelingen in de tien nieuwe lidstaten van de Europese Unie. Er is verder sprake van een grote solo voor Francis Alys. De retrospectief van Rineke Dijkstra staat al vast. Ook samenwerking met het IDFA (Internationaal Documentaire Festival Amsterdam) behoort tot de mogelijkheden.

Coelewij hoedt zich voor ongefundeerde hypes over het SMCS vanwege, zo legt ze uit, het risico dat te veel aandacht naar het omhulsel gaat in plaats van naar de inhoud. Dat betekent niet dat de plannen niet ambitieus zouden zijn. De opening van de eerste tijdelijke tentoonstelling zet de toon is. ‘Ik zie het als een frisse start, maar we willen er geen mediacircus van maken.’

Hoe zal de frisse start beginnen? ‘De eerste tentoonstelling zal niet thematisch zijn. Het is integendeel een poging om nieuwe posities te presenteren die nu voor ons interessant en relevant zijn. Er is een onderstroom van muziek en geluid die sommige van de posities verbindt, zegt ze, maar het gaat meer om representatie, om het ideaalbeeld dat we van onszelf hebben, hoe we onze geschiedenis redigeren, zo vertelt ze. ‘Het is een groepstentoonstelling met werk van Steve McQueen, Francis Alys, Marc Bijl, Germaine Kruip, Torbjørn Rødland, Yesim Akdeniz Graf en Mathias Poledna, die naast De Rijke/De Rooij’s Bantar Gebang getoond worden, een film die functioneert als een verbindende schakel tussen de verzameling en de tentoonstelling.

Steve McQueens Once Upon a Time (2002) dient als ‘het anker’ van de tentoonstelling. Het is een projectie met een bewerkte soundtrack, gebaseerd op de beelden die Voyager in 1977 het heelal in stuurde, als onderdeel van het onderzoek naar buitenaardse intelligentie. NASA verzamelde zogenaamd generieke afbeeldingen van wie we zijn, om, mocht dat nodig zijn, de menselijke identiteit samen te vatten voor iets of iemand anders. Once Upon a Time onderzoekt de notie van de ogenschijnlijk objectieve, maar in werkelijkheid vooringenomen kennis. Het onontcijferbare gemurmel van soundtrack bij de projectie verwijst naar het trance-achtige ‘spreken in tongen’, waarin elke luisteraar de eigen taal in kan herkennen.

Het SMCS opent met kunstenaars die, aldus Coelewij: ‘de gevestigde representaties onderzoeken en daarop reflecteren.’ Het zijn kunstenaars die nieuwe kaders neerzetten, contexten herscheppen en situaties reconstrueren om zo vragen op te werpen met betrekking tot de vooringenomenheid van de representatie en de betekenis van die vooringenomenheid voor de wereld om hen heen. Overeenkomstig, zo lijkt het wel, het programma van het SMCS.

Misschien legt het bovenstaande te veel nadruk op het modernisme en de wens van het Stedelijk om in dialoog met de samenleving te treden, zonder de kunst of de samenleving in te perken. Zo begreep ik het van Coelewij. Toen ze de ideeën voor het nieuwe tijdelijke programma uiteenzette, was dat een verre van droog verhaal, het zat niet in een theoretische dwangbuis. Het was een veelbelovend verhaal in de zin dat het de presentatie van nieuwe posities mogelijk maakt, niet op een flitsende, uitsluitend oppervlakkige manier, maar op een kritische, nadenkende, gevoelige wijze die evengoed spannend is.

‘We zijn er niet op uit om alleen het jongste en het nieuwste te tonen. Dat is niet onze rol als museum. We hebben een collectie en willen niet eens opereren als een kunsthal. Hoewel de kunst-van-nu met de verschillende, relevante posities het startpunt is, proberen we een intensieve sociale en kritische dialoog op te zetten.’ Coelewij benadrukt dat het nieuwe programma via tentoonstellingen en avondactiviteiten, ruimte wil bieden aan commentaar op de huidige artistieke condities, zowel politiek als cultureel. Het restaurant op de bovenste verdieping en de wekelijkse clubavonden zullen ook bijdragen aan de opheffing van de strenge museale sfeer.

Hedendaagse kunst vormt de basis, verklaart Coelewij, en het programma zal trachten die in een bredere context te plaatsen. Dat uitgangspunt maakt het programma van het SMCS niet alleen nieuw en anders, maar ook beter. De wens van het Stedelijk om de beeldcultuur te incorporeren en daarbij de kunst als anker te gebruiken in plaats van, zoals zo vaak, het huwelijk tussen kunst en wat dan ook, na te streven, is een veel elegantere oplossing om actueel en niet te trendy te zijn. Een minder subtiele interdisciplinaire tactiek, zonder kunst als anker, laat de kunstwereld in de steek terwijl wij (de kunstwereld) de vluchtende bedgenoten steeds opnieuw verkeerd citeren. De boodschap die ik hoorde, ging niet over de nieuwste en meest recente communicatiegadgets, maar over het leggen van verbindingen en telkens opnieuw leggen van verbindingen, zodat het over iets van nu gaat.

Maxine Kopsa

Maxine Kopsa

Recente artikelen