metropolis m

Hans Holbein de Jongere (en leerlingen), portret van Hendrik VIII, omstreeks 1573

De zichtbaarheid van het mannelijk geslacht heeft door de tijd heen verschillende vormen aangenomen. Welke maatschappelijke en modieuze tendensen vallen hieruit te destilleren? Guus Beumer tekent een rijke cultuurgeschiedenis op van de zichtbaarheid van de leuter; van braguette en prakkie tot dickpic en gendergenerieke bobbel.

Mogelijk vormt een misplaatst idee over wat veelal als ‘mannelijke suprematie’ wordt gekenmerkt, de achtergrond voor het grote zwijgen dat hangt over de verbeelding van het mannelijk geslachtsdeel. Het mannelijk lid en alle daaraan verbonden codes en conventies worden zelden expliciet aan de orde gesteld; voor de mannelijke sekse was het immers tot voor kort genoeg om slechts te zijn. Gelukkig zijn er andere tijden aangebroken. Ook de veelal onbesproken conventies van mannelijk- en vrouwelijkheid als sociaal-culturele constructies, worden vandaag de dag alsnog van reflectie voorzien en ter discussie gesteld. Naast het genderspectrum en genderidentiteit, staat ook genderfluïditeit tegenwoordig hoog op de maatschappelijke agenda.

Ikzelf ben getroffen door twee totaal tegengestelde posities in de publieke arena, die onverwacht ook iets met elkaar delen: de een wordt vertegenwoordigd door Donald Trump en de andere door Harry Styles. In weerwil van hun radicaal verschillende publieke rollen, lijkt er, waar het de verbeelding van dat mannelijke geslachtsdeel betreft, toch ook een overeenkomst te zijn. Trump kan in al zijn veel te wijde, gabardine broeken als een anachronisme worden opgevat; een fossiel uit de vorige eeuw. Zijn kleedgedrag kenmerkt hem als een epigoon van de jaren tachtig. Dat decennium wordt wel gezien als de periode waarin het idee van een ‘counterculture’ definitief de rug werd toegedraaid, de markt in alles domineerde en materieel succes een nieuwe maatschappelijke norm vertegenwoordigde. Maar dat alles gebeurt, anders dan voorheen, zonder de kleinste verwijzing naar het mannelijk lid als fysieke en biologische bewijslast. 

Wat is de reden dat het mannelijk geslachtsdeel als klassieke verwijzing naar een biologisch gedefinieerde sekse volledig aan de zichtbaarheid wordt onttrokken? Waarom lijkt het als symbool van macht overbodig geworden? Mijn vermoeden is dat power-dressing en die brede schouders uit dat decennium een niet sekse-gebonden verbeelding van materieel succes vertegenwoordigen. Materieel succes lijkt in dat decennium door de mode doelbewust aan zowel een mannelijke als een vrouwelijke genderidentiteit te worden verbonden: powerdressing, inclusief geföhnd haar, geldt immers voor zowel mannelijke als vrouwelijke en non-binaire genderidentiteit. Waarschijnlijk kan daarom dat mannelijke geslacht als bewijslast voor een biologisch te definiëren sekse ook uit het beeld verdwijnen. 

Aan de andere kant van het spectrum staat Styles als representant van de actualiteit. Een popster die gezien wordt als vertegenwoordiger van een meer fluïde benadering van genderidentiteit. Opvallend is dat die visie op fluïditeit met name wordt verbeeld met het bovenlichaam, waarop hij publiekelijk experimenteert. Denk daarbij aan het gebruik van transparante stoffen voor overhemden, aan uitvergrootte bloemcorsages en parelkettingen. Weinig radicaal in vergelijk tot een queer-icoon als Marc Jacobs, maar desondanks opvallend voor iemand die verschillende publieksgroepen aan zich moet binden. Zou een expressie van gender al sinds de jaren tachtig allereerst aan het bovenlichaam zijn verbonden? Voor Styles geldt dat niet zozeer die experimenten met het bovenlichaam typerend zijn, maar eerder het ontbreken van ieder experiment met het onderlichaam. 

Styles is weliswaar net als collega Justin Bieber weliswaar ook met een rok gezien – onder meer op een inmiddels beroemde cover van de Amerikaanse Vogue van december 2020 – maar het dragen van een rok door pop-iconen van de mannelijke sekse wordt vandaag de dag niet zozeer als experiment opgevat. Eerder wordt het als doelbewuste marketingstrategie gezien, als een photo-op. Mogelijk is iedere genderexpressie door een associatie met de leuter – zichtbaar of onzichtbaar – voor Styles uit den boze. Mogelijk is dat ook de reden dat hij nog weinig in een modieuze legging te zien is geweest, zelfs niet met zo’n oversized, alles verhullende bomber, waardoor het mannelijk kruis onbenadrukt is gebleven. 

Vandaar ook die vreemde overeenkomst tussen Harry en Donald. Donald als de trouwe epigoon van de jaren tachtig, terwijl Harry in zijn kleedgedrag terugvalt op strategieën die mogelijk voor het eerst in de jaren tachtig zijn ontwikkeld. Het bovenlichaam vormt het fysieke schouwtoneel voor de expressie van gender. Dat zou ook een verklaring kunnen zijn voor de blijvende populariteit van die brede schouder voor alle seksen. En die roede wordt tegelijkertijd gemarginaliseerd. Sex sells, maar de leuter is voor de mode kennelijk even uitgeluld!

Van root tot tip

Het maakt de vraag naar de verbeelding van het mannelijk lid ten tijde van meer publieke aandacht voor genderidentiteit alleen maar meer urgent. In dit verkennende essay richt ik mij allereerst op de verbeelding van het mannelijk geslachtsdeel in de even fysieke als publieke ruimte. Dus niet op al die pics – van ‘root tot tip’– van dicks in allerlei mogelijke staten van opwinding die vandaag de dag in de private sfeer worden gedeeld. En nee, ik ga ook niet in op de aubergine-emoji.

Ik ben vooral geïnteresseerd in de wijze waarop dat mannelijk lid zichtbaar dan wel onzichtbaar wordt gemaakt door de mode – en in welke betekenis daar eventueel mee gepaard gaat. Dat laatste is voor de mode een lastig punt, aangezien deze discipline graag ontsnapt aan een definitieve betekenisgeving. Hoewel, het gehele terrein van de mode is mij ook weer te breed. Sportkleding is bijvoorbeeld een op zichzelf staand onderwerp binnen de mode, waarbij het dragen van een materiaal als spandex een geheel nieuw domein van zichtbaarheid met zich meebrengt. Ik richt me allereerst op bovenkleding, maar ongetwijfeld raak ik tevens aan de werking van onderkleding, omdat boven- en onderkleding elkaar nu eenmaal beïnvloeden. 

Laat ik beginnen met enkele historische voorbeelden uit de kunstgeschiedenis. Beroemd is de wijze waarop de Oude Grieken het mannelijk lid verbeelden in veelal wit-marmeren en vervolgens bont beschilderde beelden. Het is algemeen bekend dat het idee van een fysieke, zogenoemde mannelijke schoonheid door hen al sinds vierhonderd jaar voor Christus wordt omarmd. Dat drukt zich in eerste instantie uit in enigszins statische beelden, zogenoemde Kouros, van de god Apollo. In de loop van de tijd worden ook andere thema’s aangesneden, de beelden worden steeds expressiever en het naakte mannenlichaam steeds gespierder, maar het mannelijk lid groeit niet mee. Je zou zelfs kunnen zeggen dat het lid in een soort pre-puberale staat vrijwel verdwijnt tussen die machtige marmeren dijen. Een populaire verklaring luidt dat dit wormvormige aanhangsel zo foeilelijk zou zijn dat het wel moet worden verkleind om het totale beeld van fysieke, mannelijke schoonheid met overtuigingskracht te kunnen verbeelden. Je zou met andere woorden kunnen zeggen dat de beeldhouwer een vergissing van God moet wegwerken, wil de boel een beetje toonbaar blijven.

Om de een of andere reden vind ik dit afgrijzen over de leuter weliswaar grappig, maar ook weinig overtuigend. Het internet biedt een andere verklaring, waar ik me wel in kan vinden. De geboden verklaring voor de miniaturisering van het mannelijk lid schuilt volgens deze oneindige bron in een klassiek-Griekse veronderstelling over schoonheid als zuiverheid. Wil dit machtige – lees: erotische – lichaam tevens kunnen voldoen aan een idee van (seksuele) zelfbeheersing en daarmee aan balans en zuiverheid, dan moet het lid vrijwel onzichtbaar worden. 

We hebben het hier bij die Oude Grieken dus expliciet over een idee, een schoonheidsideaal, en niet over een fysiek vraagstuk. Die aloude beelden zijn nadrukkelijk geen realistische verbeelding van het mannelijke lichaam van toen van die tijd, maar constructies en kunstige ideaalprojecties. Kijk ook eens naar het contrast tussen deze odes aan lichamelijke schoonheid en de wijze waarop de Griekse god Priapos wordt verbeeld. Priapos is een vruchtbaarheidsgod en onder meer beschermer van tuinen. Deze godheid wordt veelal neergezet als een wat wrattige lelijkerd met een enorme erectie, terwijl fysieke schoonheid het dus moet doen met een theepot-tuitje. De eerlijkheid gebiedt me wel te melden dat Priapos die pronte erectie als straf moet ondergaan, wat weer heeft geleid tot het nog altijd gebruikte begrip ‘Priapisme’, een medische term die wordt gehanteerd als een erectie meer dan twee uur aanhoudt.

Een al even beroemd en historisch voorbeeld is afkomstig uit de mode voor mannen in de zestiende eeuw. Nu is mode een lastig begrip, dat zich qua betekenis aanpast aan de heersende norm van een periode; ik heb het hier eerder over een historische kledingstijl. Vergeet die klassieke, marmeren schoonheid even en werp een blik op een kopie van een verloren gegane muurschildering van Hendrik de VIII door Hans Holbein de Jonge. Holbein schildert een staande Hendrik, wat op zich al bijzonder is. Vaker wordt er ingezoomd en krijgen we een medium shot of een close-up, maar Hans Holbein de Jonge kiest hier voor een totaaltje – en dat is niet toevallig als we de moeite nemen wat langer stil te staan bij deze afbeelding. Hendrik is tijdens het poseren waarschijnlijk zo’n 45 jaar, hij zal uiteindelijk maar 55 jaar worden en bij zijn overlijden rond de 180 kilo wegen. Kortom, we kunnen gevoeglijk aannemen dat deze voorstelling een geïdealiseerd beeld vertegenwoordigt van een als jongeling geschilderde vorst. 

Holbein schijnt bekend te staan om zijn levensechte portretten, maar dat wit van de maillots vervormt de kuiten van Hendrik vast niet toevallig tot wit-marmeren zuilen. Het onderlichaam is enigszins naar voren gedraaid, terwijl de voeten uit elkaar zijn geplaatst. Door de frontale blik op de brede borstkas van deze vorst worden zijn kostbare juwelen nog eens extra in de kijker geplaatst. Maar je moet niet naïef zijn; met de verdraaiing van dat onderlichaam wordt eveneens het mannelijk lid geaccentueerd. En dat mannelijke geslachtsdeel wordt nog eens sterker benadrukt; de piemel van Hendrik heeft namelijk een soort hoesje gekregen. 

Dat hoesje wordt officieel een ‘braguette’ genoemd en is een doorontwikkeling van een eerder kledingstuk dat het mannelijk zaakje moest toedekken, mocht het tussen de naden van alle verschillende losse kledingonderdelen doorglippen. De braguette is het antwoord op dit probleem; een accessoire dat weinig discreet gestalte geeft aan dat biologisch gedefinieerde verschil tussen mannen en vrouwen. Dat verschil wordt alleen niet uit louter esthetische overwegingen geaccentueerd. Deze zijn, en zeker in retrospectief, eerder uitdrukking van een waardeoordeel. Holbein verbeeldt mijn inziens in dit portret van Hendrik VIII die piemel niet langer als een biologische bewijslast voor een sekse, maar als onderdeel van een genderopvatting van mannelijkheid. Mannelijkheid raakt niet alleen verweven met het idee van zelfbewustzijn, maar wordt weliswaar impliciet – zie ook de dolk en de gebalde vuist, tevens een synoniem voor fysieke dominantie. Voor mij dient deze beroemde afbeelding dan ook als voorbeeld van hoe seksisme en gender(expressie) zijn geconstrueerd, zij het in een specifieke historische en geografische context.

Uniseks

Ik neem opnieuw een flinke stap in de tijd en stel voor nog eens te kijken naar de jaren zestig en een deel van de jaren zeventig van de vorige eeuw. Kleding wordt in die periode zwaar beïnvloed door de zogenoemde straatmode, zo ook in Nederland, maar laten wij ons richten op enkele, meer algemene en formele tendensen binnen het modebeeld uit die jaren. Allereerst wordt die periode gekarakteriseerd door een verlenging van het been, mede dankzij de flared broekspijp en de verhoogde taille – dat wordt nog beduidend sterker ten tijde van de disco-rage. Tevens kent die periode waarbinnen menig maatschappelijke norm wordt doorbroken, een even interessante tendens naar uniseks kleding. Weliswaar wordt uniseks in de modewereld door Yves St Laurent formeel geïntroduceerd, maar binnen de straatmode is deze trend al langer aanwezig. Moeten wij de uniseks-trend van de jaren zestig en zeventig zien als een vroege poging om het binaire systeem van de mode te doorbreken?

Lichamen worden in die jaren steeds meer ontdaan van textiel, zoals ook de minirok getuigt. Voor het mannelijke gender wordt het T-shirt, dat eerder uitsluitend als onderkleding werd gedragen, enorm populair – maar dan als bovenkleding. Het meest opvallend is dat in die decennia kleding in zijn algemeenheid steeds strakker en meer lichaamsvolgend wordt. Dankzij die strakkere maatvoering wordt het mannelijk geslachtsdeel meer zichtbaar dan ooit. De maatvoering is soms zelfs zo extreem dat ballen, lid en eikel worden platgedrukt en door de stof, zelfs die van een spijkerbroek, te zien zijn. In Nederlanden heeft men het dan ook een tikje besmuikt over ‘een prakkie’. Het wordt bovendien totaal normaal om te weten aan welke kant dat mannelijke prakkie wordt gedragen; het zit immers in volle zichtbaarheid links of rechts van de gulp.

Deze ontwikkeling is mede te wijten aan het type ondergoed dat zich onder die strakke kleren bevindt. In de jaren zestig en zeventig is, met name in de Verenigde Staten, de boxershort voor de mannelijke sekse blijvend populair. Een overdaad aan stof in een strakke broek zit echter niet fijn. Dit verklaart tevens waarom er vaak geen ondergoed in een strakke broek wordt gedragen. In het Engels wordt deze praktijk going commando genoemd, omdat commando’s liever naakt zouden zijn dan ondergoed te dragen onder hun uitrusting; schurende stoffen worden zo vermeden. Het dragen van geen ondergoed door de mannelijke sekse wordt in die jaren bovendien uitdrukkelijk bepleit door verschillende artsen, omdat ventilatie de spermaproductie ten goede zou komen. 

De vraag luidt waarom er nauwelijks tot geen reflectie te vinden is op al dit fallisch geweld, terwijl er in geen ander tijdsgewricht zoveel zicht wordt geboden op het mannelijk geslacht? Als mode gezien wordt als uitdrukking van de actualiteit, welke actualiteit stimuleerde de mannelijke sekse dan zo vrijelijk het silhouet van hun geslacht met de buitenwereld te delen? Was het simpelweg volgzaamheid of een uitkomst van de seksuele revolutie? 

Er is wel sprake van enig gemor in de coulissen en meer conventionele groepen in de samenleving hebben het in die jaren graag over een feminisering van de mannelijke sekse. Men spreekt nog niet van een mannelijke gender en kennelijk is die feminisering bijzonder betreurenswaardig! Een kritiek die trouwens uitsluitend lijkt te zijn verbonden aan de haarlengte bij de mannelijke sekse en geen enkele relatie lijkt te hebben met het tonen van de contouren van die leuter. Het is wachten op het aanbreken van de jaren tachtig wanneer de penis opnieuw wordt verhuld, ditmaal in meters wollen gabardine.

Dickpics

We zijn alweer veertig jaar later. Het moet gezegd: het mannelijk geslachtsdeel laat zich nog steeds weinig zien in de mode. Er hangt weliswaar wat verandering in de lucht; nieuw is immers de herintrede van de legging voor zowel de mannelijke als vrouwelijke sekse, maar dat levert nog geen nieuwe horizonten op, mede door het veelal verhullende karakter van grote, rondvallende bovenstukken als de trui of de bomber. Ik twijfel over een mogelijke verklaring voor die grotere volumes en zie het nog vooral als een formalistische ingreep om een beeld van een helder gedefinieerde lijn onder een cirkel op te kunnen roepen.

Intussen wordt de tampeloeres wel degelijk aan de openbaarheid prijsgegeven, en mogelijk zelfs meer dan ooit, maar de kledingindustrie speelt daarbij geen enkele rol. Neem ter illustratie de populariteit van de dickpic. Is het niet interessant dat voor diezelfde industrie het mannelijke zaakje vandaag de dag eerder van vorm is veranderd? Bestond de penis zo’n vijftig jaar geleden nog expliciet uit drie onderdelen – lid, zak en eikel –inmiddels heeft het een meer organische vorm aangenomen. En er is ook geen sprake meer van links- of rechtsdragend. Het mannelijk lid is in de hedendaagse beeldcultuur verworden tot bobbel, veelal gecentraliseerd op het onderlichaam.

Het veranderende ondergoed vormt de meer constructie-technische achtergrond van deze ontwikkeling. Anders dan bij de boxershort uit de jaren zestig is het meeste ondergoed voor de mannelijke sekse vandaag de dag dankzij grote hoeveelheden lycra-garen ondersteunend geworden voor het gehele zaakje. Bovendien is er vaak sprake van een voorgevormde holte in de onderbroek, waardoor het geslachtsdeel als bobbel kan worden gecentraliseerd en niet langer naar links of rechts in visueel herkenbare delen uiteenvalt. 

De verbobbeling van het mannelijk geslachtsdeel staat niet op zichzelf, het geldt immers ook voor de vrouwenborst. Borsten hebben dankzij de huidige populariteit van padding en foam een meer generiek karakter aangenomen en de eigen vorm verloren. Zelfs een aftekening van de tepel is vrijwel taboe geworden – hoewel daar meer steeds meer verandering in komt en recentelijk zelfs bh’s met puntige neptepels aan populariteit winnen onder influencers. Desondanks lijkt het of er een soort hygiënisering van het lichaam aan ons voltrekt zonder dat wij het beseffen. Wij allen lijken vandaag de dag, net als Barbie en Ken, nog slechts over vergelijkbare bobbels met generieke kenmerken te beschikken. Wordt dat aloude, biologische perspectief op sekse nu gerelativeerd? Heeft dat een blijvend effect op het idee van gender? Zien we hier een uitkomst van een non-binaire benadering van mode? Of zijn andere, voor mij onbekende, lichaamsdelen nu dominant? Vraagt Barbie, gespeeld door Margot Robbie, daarom aan het einde van de gelijknamige film toch nog om een gynaecoloog als ze ‘het ware leven’ wil omarmen?

Het wordt mogelijk nog complexer als we beseffen dat dit tijdperk van De Grote Verbobbeling ook een relatief nieuwe, erogene zone kent, waar wij allen over beschikken. Ik heb het over de billen. En los van mogelijke biologische of cultureel gevormde verschillen zijn de billen van zichzelf al bobbels. Schuilt in de opkomst van de bil-bobbel als erogene zone een in potentie nieuw idee over gender, voorbij die geseksualiseerde en hetero-normatieve betekenis van nu? In ieder geval heeft het idee van shapewear een enorme opgang doorgemaakt en doorgronden wij dat mode weliswaar over kleren gaat maar tevens over het ‘vormen’ van dat fysieke lichaam. En wat zal er gebeuren met die gesignaleerde opdeling in een boven- en onderlichaam in relatie tot de expressie van genderidentiteit?

Laten wij nog even terug gaan naar de actualiteit in de mode en kijken naar de meest recente show van de Nederlandse ontwerper Duran Lantink, die eerder in het nieuws was met de zogenoemde vulva-broek. In die laatste show lijken veel van zijn ontwerpen letterlijk te zijn opgepompt; alsof er lucht in elk kledingstuk is geblazen. Niet zoals Rei Kawakubo, de ontwerper achter Comme des Garçons, het lichaam van de vrouwelijke sekse ooit vervormde en vervreemde door vrijwel ad-random bollingen in het kledingstuk aan te brengen, maar eerder alsof alle sekse-specifieke uitstulpingen moeten oplossen. Alsof het lid, de borsten en ook de billen plaats moeten maken voor een geheel nieuw lichaam. Weliswaar zijn er door de accentuering van de taille nog enkele referenties naar een boven- en onderlichaam, toch lijkt dat lichaam bij Lantink vrijwel ontdaan van de gebruikelijke geslachtskenmerken. Terwijl het mannelijk geslachtsdeel niet langer wordt verhuld door een stilistische ingreep, maar letterlijk is op- en weggeblazen. 

Is er in weerwil van al die groteske tegenstellingen binnen het systeem van de mode zoals zomer en winter, mannelijk en vrouwelijk, jong en oud, eveneens een non-binary perspectief te herkennen? Is die verbobbeling van het lichaam een uitkomst van een maatschappelijke tendens, die ver voorbij noties als mannelijkheid en vrouwelijkheid reikt? Stel dat de achtergrond van het verdwijnen van het mannelijke onderlichaam inclusief dat lid niet zozeer schuilt in de ontwikkeling van de mode zelf. Stel dat hier sprake is van wat Marshall McLuhan eertijds ‘The medium is the message’ noemde. Zou de wijze waarop Instagram een mogelijk beeldformaat aanbiedt, de oorzaak kunnen zijn voor het huidige accent op het bovenlichaam in de beeldcultuur? Zou Instagram een mogelijk sluimerende tendens uit de jaren tachtig hebben versterkt en uitvergroot? Niet alleen worden dagelijks via Instagram honderd miljoen foto’s geüpload, de meeste van die beelden benutten een vierkant format waardoor er een accent op het bovenlichaam wordt gelegd. Ook de beelden van Styles worden veelal zo aangesneden dat dat gezicht en niet dat kruis te zien is. Anders dan eertijds bij Holbein de Jonge ligt de voorkeur anno nu voor Instagram niet bij het totaaltje. 

Heeft het digitale universum de eerder zo dominante rol van de mode overgenomen en daarmee tevens de wijze waarop wij onszelf zien? Het huidige accent op het bovenlichaam voor de expressie van gender is (dan weg!) vervolgens geen keuze; het is dan slechts een consequentie.

Guus Beumer

Recente artikelen