metropolis m

Miriam Hillawi Abraham. FOTO: SANDER VAN WETTUM, © RADIUS CCA

Hoe oriënteer je je in een wereld waarin geen enkel kennissysteem nog vanzelfsprekend centraal staat? In The Night that Dreams: Cosmologies of Scale bij RADIUS onderzoekt Miriam Hillawi Abraham kosmologie als een belichaamde praktijk waarin kaarten, rituelen, objecten en dagelijkse levensvormen samenkomen.

De afgelopen jaren heeft het werk van de Ethiopische interdisciplinaire kunstenaar Miriam Hillawi Abraham zich ontvouwd als een voortdurend onderzoek naar hoe we ons kunnen oriënteren in een wereld die gevormd wordt door overlappende kennissystemen. Haar lopende onderzoeksproject The (Incomplete) Cosmic Catalogue (2025) markeert een cruciaal moment in dit traject. Het project, dat de vorm aanneemt van een omvangrijke publicatie met dezelfde titel en de multimedia-installatie The Cosmic Outpost die in 2025 voor het eerst te zien was bij de Jan van Eyck Academie in Maastricht, behandelt kosmologie als een belichaamde en gesitueerde praktijk, in plaats van als een abstracte wetenschap over verre entiteiten zoals die wordt gepresenteerd via de dominante kaders van de westerse cartografie.

De kern van The (Incomplete) Cosmic Catalogue wordt gevormd door een diepgaande studie van prekoloniale kosmologieën uit een gebied dat zich uitstrekt van de Afrikaanse Sahel tot in de Hoorn van Afrika. Deze uitgestrekte regio, waartoe je landen als Senegal, Mauritanië, Mali, Niger, Tsjaad, Soedan, Eritrea en Ethiopië kunt rekenen, vormt een klimatologische overgangszone en tevens dichte culturele matrix tussen de Sahara in het noorden en de savannen in het zuiden. Abrahams onderzoek put uit vijf kosmologieën of culturen: die van de Khel Ferwan in het Aïr-gebergte in Niger; Abessijnse tradities, waaronder die welke verband houden met orthodox-Ethiopische kennissystemen; de Sereer-kosmologie in Senegal en Gambia; de Dogon-kosmologie in de Bandiagara-klif in Mali; en de Zār-praktijk, een traditie van bezetenheid door geesten uit de regio Ethiopië, Soedan en Egypte.

Onderdeel van het werk zijn talismanische objecten, die Abrahams baseerde op echte talismannen en andere ceremoniële voorwerpen die worden gebruikt door elk van de specifieke culturen die zij heeft bestudeerd. Deze talismannen fungeren tevens als mistige lenzen die de bezoeker helpen bij het doorkruisen van en het voorzichtig situeren van zichzelf langs een groot, van achteren verlicht oppervlak dat is bedekt met kaarten en sterrenbeelden. Deze ‘kosmische buitenpost’, zoals Abraham het noemt, fungeert als een speculatief observatorium waar kaarten, lenzen, projecties en talismanische objecten een betrokken, op lichaamsschaal verrichte verkenning van de kosmos ondersteunen, in plaats van een, zoals we dat in het Westen gewend zijn,  afstandelijk, allesomvattend overzicht van bovenaf.

Miriam Hillawi Abraham. FOTO: SANDER VAN WETTUM, © RADIUS CCA
Miriam Hillawi Abraham. FOTO: SANDER VAN WETTUM, © RADIUS CCA
Miriam Hillawi Abraham. FOTO: SANDER VAN WETTUM, © RADIUS CCA

Abraham zoomt in op een reeks van elkaar verschillende, maar niettemin ook sterk verwante manieren van ‘wereldvorming’. In elk daarvan is kosmologie onlosmakelijk verbonden met de geleefde ervaring, omdat het streven om de eigen plaats in de wereld en de kosmos te begrijpen, diep verankerd is in de praktijken van het dagelijks leven: ceremonies en rituelen, landbouw en levensonderhoud, architectuur en onderdak. Zo weerspiegelt de constructie van een Toeareg-huwelijkstent hemelse formaties, en biedt een Sereer-kosmogram ecologische kennis van specifieke bomen of waterlichamen, terwijl de Dogon-kosmologie laat zien hoe de kleinste en grootste entiteiten elkaar weerspiegelen: het atoom en de ster, het zaad en het universum.

Het werk vormt een subtiele kritiek op westerse kennistheorieën, met name die zijn geworteld in de cartesiaanse cartografie. In de Jan van Eyck Academie bracht Abraham het ‘goddelijke perspectief’ naar voren dat in dergelijke praktijken besloten ligt: een manier van kijken die abstraheert, afvlakt en uiteindelijk gezag claimt over de wereld die zij weergeeft. Daartegenover stelde haar installatie elementen die zich verzetten tegen volledige leesbaarheid en transparantie. Visuele documentatie en geprojecteerde sterrenkaarten werden naast of over hard geworden Arabische gom geplaatst, waarin sporen van andere materialen, organismen, beelden en geschiedenissen in het oppervlak gevangen zijn. Het gebruik van Arabische gom is hier bijzonder veelzeggend. Deze substantie, gewonnen uit acaciabomen in de zogenaamde ‘gomgordel’ van de Sahel, met name in Soedan, is historisch gezien uitgebreid gedocumenteerd in koloniale archieven als een grondstof om te worden gewonnen en verhandeld, waarbij de ecologische en culturele context ervan werd gereduceerd tot economische gegevens. Tot op de dag van vandaag produceert de regio meer dan zeventig procent van de Arabische gom in de wereld. In Abrahams installatie verschijnt de gom als een bemiddelaar, gegoten in doorschijnende schijven die als lenzen fungeren en juist die kaarten en verslagen vervormen die ooit bedoeld waren om de gom in kaart te brengen. 

Als de installatie functioneert als een observatorium, breidt de bijbehorende publicatie deze logica uit naar een draagbaar formaat. Het boek is opgevat als een soort nomadische analoge toolkit, qua vorm geïnspireerd door The Whole Earth Catalog van Stewart Brand en Het boek der denkbeeldige wezens van José Luis Borges. Het bundelt kaarten, tekeningen en tekstfragmenten zo dat ze behulpzaam zijn bij het duiden van de nachtelijke hemel vanuit een Sahel-perspectief. Cruciaal is dat alle kosmologieën waarnaar wordt verwezen, in kaart worden gebracht op hetzelfde hemelse veld – de noordelijk hemisfeer – maar dat ze de overgeërfde Grieks-Romeinse naamgevingsconventies doorbreken die de hedendaagse astronomie domineren. Het resultaat is een gedeelde hemel die door meerdere lenzen opnieuw wordt voorgesteld, zonder vaste oriëntatie of hiërarchie. Abrahams benadrukt daarmee de mobiliteit van kennis, objecten en mensen, een onderwerp dat als een rode draad door haar werk loopt. Kosmogrammen, talismannen en kaarten worden niet behandeld als statische archiefstukken of etnografische artefacten, maar als ‘draagbare architecturen’ of ‘nomadische apparaten’. Deze zijn bedoeld om mee te nemen en om de hedendaagse grenzen van natiestaten te overschrijden door over geografische gebieden te reizen. Hun gebruik en betekenis verschuiven naargelang de nieuwe contexten waarin ze worden ingezet, maar ze behouden altijd sporen van hun oorsprong. 

Het resultaat is een gedeelde hemel die door meerdere lenzen opnieuw wordt voorgesteld, zonder vaste oriëntatie of hiërarchie.

Miriam Hillawi Abraham. FOTO: SANDER VAN WETTUM, © RADIUS CCA

De volgende fase van het project is deze zomer te zien bij RADIUS CCA in Delft, waar Abraham de solotentoonstelling The Night that Dreams: Cosmologies of Scale zal tonen. De titel is ontleend aan een vers uit het gedicht Nuit de Sine van de Senegalese dichter Léopold Sédar Senghor en maakt deel uit van het jaarprogramma You and I Are Earth van RADIUS. Eerdere tentoonstellingen bij RADIUS richtten zich op minerale en geologische processen die zich ontvouwen op ongelooflijk uitgestrekte en nauwelijks te bevatten ruimtelijke en temporele schalen, waarbij steeds de vraag werd gesteld hoe we onszelf kunnen begrijpen als ‘minerale subjecten’ die verstrikt zijn in diepe tijd en de necropolitieke logica van extractie. Deze benadering sluit aan bij het bredere doel van RADIUS om meer affectieve relaties met de aarde te cultiveren, nu wetenschappelijke taal vaak moeite heeft om de emotionele dimensies van ecologische crises over te brengen. Abrahams werk introduceert een kosmologisch perspectief dat tegelijkertijd uitgestrekt en intiem is, en de menselijke ervaring situeert binnen een schaalbaar continuüm dat zich uitstrekt van het microscopische tot het kosmische.

In Delft presenteert ze elementen die voor het eerst werden geïntroduceerd aan de Jan van Eyck Academie: lichtbakken, projectietafels en analoge diaprojectoren zullen een gelaagde en gestructureerde omgeving creëren waarin kaarten en ander visueel materiaal voortdurend wordt vergroot en verkleind; een opstelling die deels is geïnspireerd op de Bessy-scantafel die in 1972 voor het eerst werd getest in CERN, en op soortgelijke vroege scantechnologieën die veelal door vrouwen werden bediend. De inherente neiging tot transformatie van het werk komt tot uiting in de manier waarop bezoekers worden uitgenodigd om langs een speelse route door verschillende ruimtelijke situaties te bewegen, en in de toestand van gedeeltelijke en onderbroken toegang tot kennis; sommige kosmologische systemen overleven alleen in fragmenten die creatief aan elkaar moeten worden gepuzzeld, andere in teksten die al decennia lang niet zijn bijgewerkt, en weer andere als levende praktijken die zich volledig verzetten tegen documentatie, in gebieden die moeilijk toegankelijk zijn.  

Abraham vraagt zich in al haar werk af wat het zou kunnen betekenen om ons te heroriënteren in een wereld waarin dominante kennissystemen steeds meer ter discussie worden gesteld. Door de schijnbaar neutrale kaders van de westerse wetenschap en cartografie te relativeren, creëert ze een uitnodigende ruimte om alternatieve kennissystemen te verkennen en te leren waarderen. The (Incomplete) Cosmic Catalogue biedt niet zozeer antwoorden als wel een specifieke reeks vragen: hoe kunnen we onszelf situeren binnen meervoudige, elkaar overlappende schalen van het bestaan? Welke vormen van kennis en manieren van leven zijn verduisterd door dominante verhalen? En hoe kunnen we beginnen deze te herstellen, opnieuw voor te stellen of opnieuw uit te vinden? Abrahams werk herinnert ons eraan dat onze relatie met de aarde evenzeer gaat over aandacht schenken aan het kleinste zandkorreltje als over onszelf positioneren ten opzichte van de verste ster. Navigeren door de wereld is een taak van afstemming over deze enorme schaalniveaus heen, en het vraagt om instrumenten die even flexibel en onvolledig zijn als de werelden waarin ze trachten te verblijven. 

Miriam Hillawi Abraham, The Night that Dreams: Cosmologies of Scale 

RADIUS CCA, Delft

13.6 t/m 27.9.2026

Manuela Zammit

is a writer and researcher from Malta

Recente artikelen