De Morgen
Lars Eijssen
Hoewel het officieel nog geen lente was, luidde de dag waarop Lars Eijssen zijn performance De Morgen in Casco Projects in Utrecht uitvoerde officieus het voorjaar in. Terwijl het publiek zich voor de ingang van de galerie in de milde avondzon verzamelde, werd binnen nog hard gewerkt om het decor voor de performance op orde te brengen. Het zag eruit als een professionele stageset: een prachtig groen landschapje met uit de knop springende boompjes en struikjes met daar doorheen een fris watertje, waaraan nog de laatste hand werd gelegd. De op scherp staande Eijssen instrueerde zijn acteurs en medewerkers – een heel scala aan professionals zoals lichttechnicus, kleedster en visagist – wat er waar nog moest worden aangepast of afgemaakt. Al voordat de performance werd uitgevoerd, vond hierdoor een bepaalde ervaring plaats; alsof we bij toeval deelgenoot waren van een voorbereiding op een filmopname of theatervoorstelling.
Vergeleken bij al deze precieze en uitvoerige voorbereidingen was de uiteindelijke performance in een ogenblik voorbij. De acteurs, die al geruime tijd paraat stonden in het kantoor van Casco dat tussen de boompjes van het ‘parkje’ door te zien was, werden door Eijssen naar hun plaats geleid waarna het tl-licht uitging en een zwoele R&B-riedel samen met een koel ochtendlicht van achter in het ‘landschap’ inzette: woe-hoehoe woe-hoehoe yeaheaah yeeeaheaheah. Een zwarte zanger met afrokapsel, gekleed in Schotse kilt, bleef de klaagzang net zolang herhalen totdat hij er moe van leek te worden. Gedurende deze korte tijdspanne werd op de voorgrond in het landschap een soort ontwakingsdans uitgevoerd door een frêle danseres, die in grijs-lila gewaad en met lange opplakwimpers op een bosnimf leek. Met schokkende bewegingen liet ze haar haar in het beekje naast haar vallen en ‘waste’ zich op deze manier schoon. Toen de morgen dan eenmaal was ingezet en de zang langzaam was weggestorven, liepen bosnimf en sater tezamen het landschap uit.
De kortstondige ervaring die Eijssen met zijn performance neerzette, baseerde hij op een serie schilderijen, tekeningen en kopergravures – eveneens getiteld De Morgen – van de Duitse romantische kunstenaar Philip Otto Runge. Het escapisme, het ontsnappen aan de gerationaliseerde werkelijkheid door het creëren van een ervaring die op de zinnen – de natuur van de mens – inspeelt, was een belangrijk uitgangspunt voor Runge en zijn collega-kunstenaars uit de romantiek. Die individuele ervaring, die ook in onze tijd nagenoeg verdwenen lijkt te zijn, probeert Eijssen met hedendaagse middelen in de beeldende kunst terug te brengen. En dat daar vandaag meer voor nodig is dan een schilderij of kopergravure, heeft hij goed begrepen: alle muzen die hij tot dat doel kon bewegen, werden ingezet om voor zijn publiek een bijna-echt situatie te creëren. En in die zin kan eigenlijk nauwelijks over een performance worden gesproken; veel meer is De Morgen een eenmalige uitvoering van een perfect geënsceneerd moment, een tableau vivant aangezet met minimale zang en dans.
En dat roept, veel meer nog dan de romantische gedachte van Runge, een ander, nog ouder, concept uit de kunstbeschouwing in herinnering: dat van de goddelijke vervoering. De Italiaanse wijsgeer uit de renaissance Marsilio Ficino schreef over deze geestelijke toestand, die vanuit de goden via de muzen (de muziek, die van hun naam is afgeleid, en dans) via het menselijke lichaam de geest bereikte. In de mythische schilderijen van de Italiaanse Renaissanceschilder Sandro Botticelli zag Ficino dit gesymboliseerd. De schoonheid en perfectie waarmee Eijssens performance werd uitgevoerd en waarmee hij zijn publiek in vervoering bracht, alsmede de timing op een vroege voorjaarsdag, maken De Morgen tot een hedendaagse versie van La Primavera (de lente), Botticelli’s beroemdste werk.
Was in de renaissance de (goddelijke) vervoering nog een ervaring die mijlenver afstond van het platte, meer algemene vermaak, nu in onze gedifferentieerde mediacultuur high en low art al lang met elkaar zijn verweven, zijn de meer ervaringgerichte vormen van kunst misschien juist te vinden in de entertainment-industrie. Een niet onbekend terrein voor Eijssen, die jarenlang werkzaam is geweest in het webdesign. Maar het werken voor een (commerciële) opdrachtgever scheen hem niet langer uitdagend, en hij besloot zich opnieuw in het autonome circuit te begeven. Dat begon voorzichtig met samenwerkingen met beeldend kunstenaars zoals Mascha de Vries, met wie hij in het Stedelijk Museum (Display) en in het Stedelijk Museum Bureau Amsterdam (Air de P-P-Paradis) exposeerde. De Morgen is Eijssens eerste zelfstandige project als beeldend kunstenaar en het lijkt dat hij daarmee een juiste stap heeft gezet. In plaats van zijn commerciële ervaring in te zetten om een zo groot mogelijk publiek te bereiken, maakt hij een tegengestelde beweging en brengt het kunstwerk terug tot een exclusieve, intellectuele beleving, die zij bijna niet meer lijkt te kunnen zijn. Laten we maar hopen dat Eijssen zich in de beeldende kunst minder snel gaat vervelen dan in de toegepaste kunst, en we kunnen de komende tijd nog spannende ontwikkelingen verwachten.
Lars Eijssen, De MorgenCasco Projects, Utrecht
15 maart
Nathalie Zonnenberg





