metropolis m

Deadline

Elk schrijven kent één probleem: op een bepaald moment moet het af zijn. En dat terwijl iedereen weet dat hoe langer je aan een tekst werkt, hoe beter hij wordt. Kunstcriticus Jennifer Allen beschrijft het dilemma van de criticus, in een tekst die ze, hoe ironisch, ruim een maand te vroeg inleverde.

Ik heb achthonderd woorden tot mijn beschikking om iets te schrijven over deadlines. De deadline van een schrijver. Het grootste deel van de tijd schrijf ik essays voor catalogi en tentoonstellingsrecensies. Hoewel deze teksten hedendaagse kunst lijken te behandelen, gaan ze voor mij altijd over het halen van een deadline (en het daarin tekortschieten). Mijn laatste recensie was vijf dagen te laat af, zojuist voltooide ik een essay, maar liefst vijf volle weken na de oorspronkelijke deadline. Het vorige essay was maar twee dagen te laat, een vertraging die de galeriehouder evengoed aanzette tot het schrijven van dreigende e-mails met de tekst: ‘NU!’.

Toen ik rond 2000 als freelancer begon te werken, voelde ik me een mislukking omdat ik zo vaak te laat was. Het probleem lag altijd bij mij. Mijn oplossingen varieerden van meer koffie tot meer yoga. Rond 2002 realiseerde ik me dat mijn werklast onvoorspelbaar en chaotisch was. Net als mijn inkomen. Elke freelancer bevindt zich in hetzelfde lastige parket: als je geen idee hebt hoeveel geld je in een jaar zult verdienen, ben je geneigd elke opdracht aan te nemen, tenminste tot december aanbreekt. Maar altijd ja zeggen betekent , vooral in ons tijdperk van e-mails en mobiele telefoons, dat talloze mensen over de hele wereld je werklast bepalen. De sterkunstenaar die volgende week een essay nodig heeft voor Venetië; de redacteur in Londen die erop staat dat je voor het einde van de middag een alternatief voor ‘celerity’ bedenkt; de Franse curator die een tentoonstelling plant voor volgend jaar maar graag een samenvatting van je essay wil hebben, ‘wanneer je tijd hebt’, et cetera.

Dat de kunstwereld geen grenzen kent, helpt niet. Anders dan een fabriek draait de kunstwereld op sociale contacten, die meestal worden gelegd op openingen, waar iedereen een potentiële collega is. Maar als iedereen een collega kan zijn, dan kan elke plek een kantoor zijn en elk moment een deadline. Daar gaat dus je planning. Natuurlijk draagt de kunst zelf – want dat kan van alles zijn – alleen maar bij aan de verwarring. Het is onmogelijk om je voor te bereiden op een essay, laat staan om te berekenen hoeveel onderzoekstijd je nodig hebt. Een week schrijven kan van mij eisen dat ik een antwoord geef op vragen over onderwerpen die je niet tegenkomt in kunstgeschiedenisboeken of tijdens een kunstopleiding.

Neem een recente onderzoeksweek: het verschil tussen beton en cement, de rol van Ndombolo in de Democratische Republiek Congo, de geschiedenis van de term vandalisme. Relational aesthetics – waarbij mensen het medium zijn en niet materialen – is zelfs nog onvoorspelbaarder, omdat je dit werk moet ervaren (dus dat betekent reizen naar het betreffende werk). Terwijl ik kan beslissen hoeveel tijd ik aan een beeldhouwwerk besteed, kan ik niet berekenen, noch controleren, hoeveel tijd er nodig is om de inhoudelijke achtergrond te begrijpen van een project dat gaat over een stadje, even noordelijk van de poolcirkel in Noorwegen. Ik klaag niet, de meest tijdrovende opdrachten behoren tot de meest bevredigende. Maar probeer dat eens te vertellen aan de Londense redacteur, die boos is over het trage antwoord op zijn e-mail: ‘Wat spookte jij in godsnaam uit boven de Poolcirkel?’

Uiteindelijk is het te gemakkelijk om de kunst en de kunstwereld de schuld te geven. Hier ontmoeten we de perversie van de deadline. Zelfs als ik in staat was tot planning en voorbereiding, dan nog zou ik laat zijn. Waarom? Er is geen verhouding tussen de lengte van een tekst en de tijd die nodig is om de tekst te schrijven. Ik heb wel eens weken gedaan over een recensie van 550 woorden en in één avond een essay van 2500 woorden getikt. Ik zal u niet vervelen met vertellen hoeveel geld ik aan de eerste opdracht verloor en hoeveel ik won op de tweede. Helaas worden wij freelancers niet per uur betaald, maar per woord (tegen buitensporig uiteenlopende tarieven). Om de een of andere reden vereist elke tekst zijn eigen tijd en probeert eeuwig voort te leven door zijn houdbaarheidsdatum te tarten. Zonder romantisch te zijn denk ik dat er iets tijdens het schrijven gebeurt; meer tijd hebben, maakt meer mogelijk. De overschreden (of verlengde) deadline resulteert in een tekst die een langer leven beschoren is – en een nieuwe gevangenis voor de schrijver die weet dat goede teksten tijd nodig hebben, maar af moeten zijn om een tekst te zijn. Tot mijn afgrijzen weet ik ook dat meer tijd niet altijd tot een goede tekst leidt. Maar het is mogelijk. En die gok – waarbij de grens van deadlines wordt getart en die mensen over de hele wereld tot razernij brengt – behoort tot de kern van het schrijven.

Natuurlijk, niets werkt beter dan een dreigend ‘NU!’ om mezelf ertoe te zetten om een tekst af te maken. Tijdens die solitaire momenten schrijf ik zowel met angst als opluchting om dezelfde reden: ik ben de enige persoon in de wereld die deze tekst kan afmaken. Het is niet mogelijk om hulp van buiten in te huren, al droom ik van het bellen van een utopische service: ‘Luister, ik heb een lekker einde nodig voor een catalogustekst voor Venetië, een alternatief voor celerity, en wel zo snel mogelijk, en dan een overtuigende samenvatting, als je tijd hebt.’ Hoe geraffineerd het schrijversgereedschap ook is – computers met internet, tekstverwerkers met spellingscorrectie en Google voor het snel controleren van feiten – schrijven is een halsstarrige, archaïsche vorm van arbeid, die zich niets gelegen laat liggen aan de technologische vooruitgang. Ik ben een schrijver, maar ik ben ook een handarbeider die nederig haar woorden vervaardigt in het rustige tempo van één vinger per letter.

Jennifer Allen

Recente artikelen