Dromen en conflicten
Dromen en conflicten
De vijftigste Biënnale van Venetië
Interview met Francesco Bonami
De kunsttentoonstelling van de vijftigste Biënnale van Venetië draagt de titel Dreams and Conflicts, the Dictatorship of the Viewer. Ze is samengesteld door diverse curatoren, onder verantwoordelijkheid van de directeur van de biënnale, Francesco Bonami.
De vijftigste editie van de Biënnale van Venetië wordt gepresenteerd als een ‘tentoonstelling van tentoonstellingen’, exposities, die als losse eilanden onderling met elkaar verbonden zijn, een verzameling tentoonstellingen, die tot stand is gekomen dankzij een keur aan internationale curatoren en kunstenaars. Als directeur van deze manifestatie heb je je als taak gesteld om de verschillende visies zo naast elkaar te zetten, dat ze afzonderlijk voldoende bewegingsruimte houden. Kun je vertellen, waarom je voor deze aanpak hebt gekozen? Is dit een uiting van nederigheid en realiteitszin, of is je aanpak gericht op teamwork? Of is het soms je bedoeling, om een zo pluriform mogelijke tentoonstelling neer te zetten?
‘Met teamwork heeft het niets te maken: toen ik aan deze klus begon, wist ik, dat iedereen zelfstandig aan zijn eigen project zou werken. Wat ik wilde laten zien, is dat de kunstwereld bol staat van de verschillen en contradicties. Dit gegeven levert transformaties op en energie, dat krijg je niet vooral elkaar wanneer je kiest voor een centraal uitgangspunt. Dan strijk je alle verschillen plat.’
Deze manier van werken als coördinator verschilt nogal van de aanpak van een ‘curatorkunstenaar’, of in ieder geval van die aanpak, waarbij men aan het werk gaat vanuit een persoonlijke invalshoek, wat vooral bij de laatste edities van de documenta zichtbaar was. Ligt jouw rol dichter bij die van ‘cultuurmanager’?
‘Het concept van cultuurmanager spreekt me niet zo aan. Ik zie meer in de rol van de klassieke artistiek-directeur, die balanceert tussen verschillende prioriteiten enerzijds en polyfone projecten anderzijds.’
Wat kun je zeggen over de toekomst van grote internationale manifestaties, over de spanning van het experiment, de constante zoektocht naar vernieuwing en het feit, dat een steeds groter publiek moet worden aangesproken?
‘Als het gaat om de toekomst van grote tentoonstellingen, denk ik, dat het potentieel aan experiment en innovatie levend moet blijven. Je moet dus niet terugvallen op ervaringen uit het verleden, hoe succesvol die ook waren.’
De ondertitel van de tentoonstelling luidt De dictatuur van de toeschouwer. Wordt daarmee bedoeld, dat de bezoeker als het ware zijn eigen redactie voert en aan de hand van de verschillende ‘hoofdstukken’ waaruit de expositie is opgebouwd zijn eigen verhaallijn samenstelt?
‘Het idee is om een tentoonstelling samen te stellen waarbij de toeschouwer weer de baas, de ‘dictator’, is over zijn eigen ervaring, zijn eigen tijd. Op die manier kan hij zijn blik weer eens focussen, zonder door de expositie te worden verslonden. Ik wil nadruk leggen op de individuele ervaring, het concept van publiek vind ik van ondergeschikt belang.’
Een Italiaanse kunstenaar, die je kent, gaf mij zijn interpretatie van de laatste documenta. Samengevat verklaarde hij dat in Kassel enerzijds documentair werk was te zien en anderzijds kunst van kunstenaars pur sang, die ‘vrijwillig gedwongen’ voor isolement en solipsisme hadden gekozen. Volgens hem was er geen middenweg. Over de biënnale heb je gezegd, dat je een tentoonstelling wilt bouwen op een stelsel van metaforen in plaats van op boodschappen, zoals het, volgens jou, het geval was bij de laatste documenta. Hoe zie je nu de rol van de hedendaagse kunstenaar, en hoe zullen we die rol terug zien in de tentoonstellingen, die je in Venetië verzorgt?
‘Ik denk, dat er wél een middenweg bestaat of, misschien beter geformuleerd, ik geloof niet dat er alleen die twee uitersten zijn. Natuurlijk is er spanning tussen boodschap en metafoor: de boodschap conflicteert met de gedroomde metafoor. En die kan weer de metafoor van de boodschap en het conflict bevatten. Door deze botsing krijg je een derde type tentoonstelling, die ik met de biënnale hoop neer te kunnen zetten.’
Je hebt twee kunstenaars, Rirkrit Tiravanija en Gabriel Orozco, aangewezen als medecuratoren. Waarom?
‘Het zijn twee kunstenaars, die goed in teamverband kunnen werken en over een goed netwerk beschikken. Daardoor zijn zij geschikt als curator. Ik wil er wel bij zeggen, dat een kunstenaar kan proberen de rol van curator op zich te nemen, maar dat andersom een curator absoluut niet moet proberen de kunstenaar uit te hangen.’
Tot slot, kan kunst het heden verbeelden zonder hierdoor uitsluitend een belerend document te worden? En, zo ja, hoe? Uit de titel van de tentoonstelling kun je opmaken dat dromen en conflicten allebei bestaansrecht hebben…
‘Kunst gaat over het heden, als zij iets van de identiteit van het heden openbaart, maar tegelijkertijd iets van het mysterie weet achter te houden. De toeschouwer wil kortom de drempel over van de wereld van het heden naar een wereld die een hypothetisch heden had kunnen zijn.’
Francesco Bonami is de directeur van de vijftigste kunsttentoonstelling van de Biënnale van Venetië, die onder de titel Dreams and Conflicts, the Dictatorship of the viewer, plaatsvindt. Nog tot en met 2 november.
Francesco Bonami is de directeur van de vijftigste kunsttentoonstelling van de Biënnale van Venetië, die onder de titel Dreams and Conflicts, the Dictatorship of the viewer, plaatsvindt. Nog tot en met 2 november.
Luca Cerizza





