Dutch design in vogelvlucht
Nederlandser dan Nederland
Dutch design in vogelvlucht
Dutch design krijgt waar de beeldende kunst vooralsnog alleen maar van kan dromen: een groot overzichtsboek uitgegeven door Phaidon Publishers. Samensteller Aaron Betsky waagt zich aan een alomvattende theorie maar verzuimt de gelegenheid aan te grijpen voor een kritische evaluatie.
Tot in de jaren negentig van de vorige eeuw waren de rollen helder: er was vrije kunst en er was toegepaste kunst. Iedereen was het erover eens dat vrije kunst het hoogst haalbare was, zoals de vormgever met enige regelmaat door beeldend kunstenaars kreeg ingewreven. Half jaren negentig waren de rollen ineens omgedraaid en was het niet langer kunst maar vormgeving die pretendeerde de ware avant-garde te zijn. Vooruitstrevend en communicatief toonde vormgeving ons de modellen hoe te overleven in de mediamaatschappij.
De vormgevingscoupe heeft een enorm effect gehad op artistiek Nederland. Meer dan elders in de wereld gingen hier jonge ontwerpers aan de slag en werden er praktijken ontwikkeld die tot op heden de gemoederen in de internationale kunstwereld bezig houden. Aaron Betsky, directeur van het NAi in Rotterdam, is een geïnteresseerde van het eerste uur. In het boek False Flat probeert hij samen met beeldredacteur Adam Eeuwens een verklaring te formuleren voor het internationale succes van de Nederlandse vormgeving van de laatste jaren. ‘Why Dutch Design is so good?’, luidt de ondertitel en hij gebruikt 400 pagina’s om zich nader te verklaren.
False Flat ambieert een standaardwerk te zijn, van het type Holland in Vorm, het megalomane boek en tentoonstellingsproject waarmee verschillende musea in 1987 de naoorlogse Nederlandse ontwerpgeschiedenis in kaart trachtten te brengen. Betsky doet Holland in Vorm niet dunnetjes over. Liever dan lang te verwijlen bij erkende historische noties rond het Nederlands ontwerp, zoekt Betsky een verklaring voor het succes in een ietwat obligate theorie over een eeuwenoude Hollandse mentaliteit die zich manifesteert in het gevecht tegen het water, sociale bouwprogramma’s, subsidiestelsels, het poldermodel, kleinschaligheid en de school Koolhaas, op zichzelf al goed voor een klein leger Dutch Designers.
Betsky’s wijdlopigheid kan niet verhullen dat False Flat weinig nieuws te melden heeft, behalve misschien dat de auteur zich dagelijks op de fiets vanuit Alexanderpolder naar het centrum van Rotterdam begeeft, en hij daarbij de complete Nederlandse ontwerpgeschiedenis aan zich voorbij ziet trekken, van polder tot metropool, terwijl hij zijn kuiten geselt op het zogenaamde Hollandse vals plat. Betsky noemt de Nederlanders een vlijtig volkje met enkele hardnekkige eigenaardigheden (antiautoritair en vergaderziek), dat eigenhandig een compleet land uit de klei getrokken heeft met een voorbeeldig tolerant politiek klimaat, weliswaar recentelijk wat gedeukt, maar niettemin onverminderd bereid veel ruimte te geven aan jonge ontwerpers. Het klinkt als een toerist die onbedoeld in een inburgeringcursus terecht gekomen is, die hij gelijk maar toepast op de vormgeving.
Bij zijn meer exacte typering van Dutch design valt Betsky terug op het profiel dat bijna twee jaar geleden al in de tentoonstelling Reality Machines in het NAi werd geformuleerd: Dutch design is de pop-art van de moderne tijd: mediakritisch, lichtironisch, speels en niet vies van een forse dosis maatschappijkritiek. De Nederlandse vormgever is meer semioticus dan ontwerper en meer dominee dan uitvinder, en dus zeer bedreven in interpretatie, exegese en preken. Recyclen met een boodschap zou je het Hollandse vormgeefmotto kunnen noemen, maar nooit zonder een lichtironische schaduwrand.
Deze interpretatie is identiek aan de manier waarop droog design zich sinds jaar en dag profileert. Voor afwijkingen van de droogformule binnen de veel grotere Dutch designfamilie heeft Betsky geen oog en dus past hij haar net zo makkelijk toe op Marcel Wanders, ex-droger die bekend is van een vaasje in de vorm van een snotje, als Karel Martens, de eminente modernistisch geïnspireerde grafisch vormgever die bij mijn weten helemaal niets met droog uit te staan heeft. Rem Koolhaas en diens spel met modernistische standaarden en nieuwe sociaal-maatschappelijke modellen krijgt zijn eigen droogvariant opgeprikt, dat van de Dutch baroque. Zijn inmiddels wereldvermaarde ontwerppraktijk biedt volgens Betsky het ultieme recept voor Dutch design: gegevens verzamelen, ordenen, interpreteren en vervolgens al dan niet ingedikt en met ironisch commentaar (re)presenteren.
Over de rijke en lange Nederlandse traditie van het industrieel ontwerp, hoor je Betsky niet en net zo min over mode en modernisme. ‘Past niet in mijn verhaal’, zegt hij eerlijk. Hij beperkt zich liever tot zijn persoonlijk perspectief en dat blijkt uiteindelijk toch iets te beperkt en voorspelbaar voor een standaardwerk. Zo ontbreekt een afgewogen antwoord op de vraag of Dutch design eigenlijk wel zo goed is. Want, zeg nu zelf, wat moet je als lezer denken van een vormgevingspraktijk die weinig origineel is, het moet hebben van manipulatie en het betere jatwerk, zwaar leunt op subsidies, nauw samenhangt met een bekrompen middenstandscultuur, geniet van kleinschaligheid en handig profiteert van het internationale succes van een geniale architect. Het klinkt in alle eerlijkheid toch niet direct als een geheide succesformule.
In De Volkskrant gaf Betsky toe dat hoe breed hij Dutch design ook neerzet in dit boek, de basis ietwat smal blijkt te zijn. Met de verwording van het poldermodel, het teruglopen van de subsidies en de crisis in het onderwijs dreigt het zozeer bejubelde Dutch design alweer geschiedenis te zijn. En voordat je het weet is het Nederlandse vormgevingsklimaat weer net zo armoedig als pakweg vijftien jaar geleden, ten tijde van de door Betsky zo gehate jaren tachtig. Dan blijkt dat Dutch design gewoon een ordinaire hype te zijn geweest, een marketingstunt en allerminst het product van een diepreikende vormgevingscultuur die gebaseerd is op een eeuwenoude volksaard. Misschien is het goed dit eens te erkennen en te gaan kijken naar de verschillen binnen het Dutch design.
Aaeron Betsky met Adam Eeuwens, False Flat. Why Dutch Design is So Good, Phaidon, Londen 2004. ISBN 0-7148-4069-6, € 69,95
Domeniek Ruyters
is hoofdredacteur van Metropolis M




