metropolis m

Aria Dean , installatie Green Naftali, 2023, courtesy de kunstenaar, Greene Naftali, New York en Château Shatto, Los Angeles

Aria Dean verwierf bekendheid met sculpturen en video-installaties die overal ter wereld zijn tentoongesteld, van de Whitney Biënnale (2022) tot in het De Pont Museum in Tilburg. Ze publiceert uitvoerig over Zwartheid in de uitgesproken hedendaagse context van kunst, digitalisering en filosofie. Onlangs verscheen haar essaybundel Bad Infinity: Selected Writings (2023), waarmee ze inzicht geeft in haar even complexe als radicale gedachtengoed.

Ergens op Tumblr circuleert een meme waarin wordt opgemerkt dat alles zo’n beetje naar de kloten ging in 2016. Er gebeurde iets dat jaar dat de gehele (Westerse) wereld in de war schopte. Het vanaf dat moment breed gedragen verlangen naar eenvoudiger tijden is inmiddels overgegaan in de verontrustende acceptatie dat het op aarde, met elke omwenteling rond de zon, allemaal alleen maar erger wordt. In datzelfde jaar publiceerde de Californische kunstenaar, criticus en curator Aria Dean het essay Poor Meme, Rich Meme (2016) over de communicatie en consumptie van Zwarte lichamen en cultuur op het internet. Enigszins profetisch beschrijft ze uitgebreid het fenomeen van de veelvuldig gefilmde moorden op Zwarte mensen, dat bijna vier jaar later uitmondde in de wereldwijde Black Lives Matter-beweging. Deans essay raakt aan Zwarte collectiviteit en strijd voor gelijkheid, Zwartheid als handelswaar, Zwartheid in relatie tot technologie en representaties van Zwartheid in de media.

Inmiddels is het 2024 en heeft Dean recentelijk een bundel nieuwe essays gepubliceerd. In Bad Infinity: Selected Writings (2023) worden dezelfde onderwerpen gerecycled, omgewoeld en herkauwd die Deans eerdere schrijven kenmerken. De bundel biedt daarmee een inkijkje in de geest van de auteur gedurende de tumultueuze periode van de afgelopen paar jaar. In haar geschreven werk neemt Dean een vergelijkbare benadering als in haar sculpturale werk. In plaats van deconstructief te werk te gaan door specifieke onderwerpen of argumenten uit elkaar te trekken alvorens ze te analyseren of ontkrachten, vervormt en verandert Dean haar onderwerpen en confronteert ze de toeschouwer met kritische reflecties op de realiteit.

Bad Infinity is een bloemlezing in omgekeerde chronologie van de belangrijkste essays, lezingen en interviews die Dean tussen 2016 en 2023 geschreven heeft, en geeft als zodanig een overzicht van de transformatie van haar ideeën over een periode van zeven jaar. Het boek is in wezen een archief van gedachten, verspreid over tien teksten die gezamenlijk een aanzienlijk theoretisch veld afbakenen in een relatief klein aantal pagina’s. Centraal staat de Zwarte realiteit, een onderwerp dat Dean vakkundig ontleedt in verschillende vormen: van brieven aan de Amerikaanse kunstenaar Bob Morris tot persoonlijke uitlatingen en een uitgebreid interview met activist en kunstenaar Frank B. Wilderson III. Ze laveert hierbij behendig tussen filosofische thema’s als Bataille’s theorie over l’informe en hoe het Zwarte lichaam gereproduceerd wordt als foto, meme of als de ster in een snuff-film geschoten met bodycams van agenten.

Aria Dean, still, Black Meme, De Pont Museum

Dean opent haar boek met een disclaimer: ‘All of the texts in this book should be taken as artifacts, pulled from the highly specific context of their time and place.’ Deze verklaring is niet overbodig, aangezien de teksten zijn geschreven onder op z’n zachtst gezegd ongewone omstandigheden: van de zinderende hitte van de zomer waarin de grootste burgerrechtenbeweging van de afgelopen decennia plaatsvond tot het oorverdovende isolement van de wereldwijde pandemie. Maar even belangrijk is het om te benadrukken dat Bad Infinity is geschreven in een Noord-Amerikaanse context en dat is uiteindelijk waar de bundel het best gedijt, ondanks dat er meerdere malen universele uitspraken worden gedaan over de Zwarte ervaring. Een van mijn favoriete passages staat helemaal aan het einde van het boek, chronologisch gezien in de eerste tekst. In Rich Meme, Poor Meme (2016) schrijft Dean: ‘From the Middle Passage onward, we have been in circulation— shipped as goods to the New World, circulated throughout the Americas as labor, circulating ourselves as fugitives.’

Zwarte handen

Deans interesse in het verloop van ‘Black culture—Black meme—non-Black Internet object’ vormt ook de kern van haar videowerk Eulogy for a Black Mass (2017), dat momenteel te zien is in De Pont Museum in Tilburg (t/m 11.2.24). Een massa memes gemaakt door Zwarte mensen flitst over het scherm terwijl Dean in een voiceover vertelt over de verspreiding van deze memes, hoe de betekenis ervan geleidelijk verschuift en wordt losgekoppeld van (de intentie van) de oorspronkelijke makers. Het is een punt dat Dean verder uitwerkt in haar essay Black Bataille (2021), waarin ze benadrukt dat veel kunst die door Zwarte handen wordt gemaakt, ‘participate[s] in the project of liberal humanism that will always, always, always “suck their blood” … and leave them bleeding out’, of de kunstenaar zich daar bewust van is of niet. Het is een gewelddadige dissociatie. Volgens Dean maakt het niet uit hoe creatief Zwarte mensen zijn, de wereld zal altijd reageren door hen te verwijderen uit hun eigen verhaal, hetzij door bestaande stereotypen te versterken of door simpelweg geen aandacht aan ze te besteden.

Hoewel ze het voortdurend over geweld heeft, weerhoudt Dean zich van elk bloederig of sensatiebelust taalgebruik. Alsof ze wil benadrukken dat er buiten al genoeg geweld plaatsvindt en ramptoeristische lezers uitnodigt om het daar zelf maar te zoeken – een argument waar ze dieper op ingaat in een ander essay, waarin ze suggereert dat het vermoorden van Zwarte mensen noodzakelijk is om de motor van het kapitalisme draaiende te houden. Dean houdt zich verder vooral bezig met het uitpluizen van het residu dat achterblijft in het kielzog van Zwarte uitbuiting. Zo werpt ze in het essay Channel Zero (2023) bijvoorbeeld een kritische blik op theorieën over dehumanisering die van meet af aan met Zwartheid worden geassocieerd: ‘When Blackness (-1) figures into any equation where the other term is life (1), the result is zero. And so Blackness in general cannot make an appeal to ethics, to retributive justice, because it is figured as a form of nonlife: no humans are involved.’ Het is een groots statement waarmee ze in slechts enkele regels een immense pijn communiceert, zonder de lezer daadwerkelijk te confronteren met bloed of geweld.

Eenzelfde aanpak duikt op in haar sculpturale werk. Het recentelijk door De Pont Museum verworven werk GUT PUNCH/Little Island(2022) is een grote rechthoekige pilaar in chromakey green, hetzelfde groen dat in de filmindustrie wordt gebruikt voor green screens. Het midden van de pilaar lijkt in elkaar gezakt, alsof iemand er krachtig tegenaan heeft geslagen met een knuppel. Het werk verraadt Deans interesse in het minimalisme maar is verder vooral een associatieve verkenning van geweld. Er is geen Zwart lichaam te zien, geen enkele menselijke vorm, niets dat een directe reactie uitlokt. Het is slechts een blok, bevroren in de tijd, op het moment van impact. Pas dan volgt het besef: rekening houdend met Deans praktijk en de onderwerpen die ze erin aansnijdt, maakt het groene blok opeens plaats (als ware het een green screen) voor associaties met geweld, vaak gericht tegen onschuldige Zwarte personen op straat.

Afropessimisme

Midden in de bundel staat een interview dat onverbloemd direct is en waarschijnlijk een van de meest confronterende teksten in het boek: Frank B Wilderson III In Conversation with Aria Dean (2020). Wilderson is een kunstenaar, toonaangevend theoreticus van het afropessimisme en de meest pittige theoreticus die in Bad Infinity aan bod komt. De theorieën van Wilderson krijgen meer context als je zijn verhalen kent over hoe hij opgroeide als Zwarte man in Amerika in de jaren zestig en zeventig, wat hem een plek opleverde op de verdachtenlijst van de FBI, en over zijn ervaringen in Zuid-Afrika na de apartheid. Dean laat Wilderson veelvuldig aan het woord over zijn boek Afropessimissm (2020), waarin hij nadrukkelijk onderscheid maakt tussen de Zwarte ervaring en die van andere onderdrukte bevolkingsgroepen. Hij beargumenteert dat hoewel niet-Zwarte mensen natuurlijk ook kunnen lijden onder de witte suprematie en het kapitalisme, en ook hun lijden verlicht moet worden, ‘we’ll be damned if we allow ourselves to be guilt-tripped out of a structural analysis which says they not only suffer but their suffering gains coherence through their parasitic relationship to Black suffering!’

Teksten als deze lokken serieuze heroverweging uit, waarmee Dean zich wederom succesvol toont in het overbrengen van emotie en provoceert tot nadenken, of je je nou in haar argumenten kan vinden of niet. Wilderson neemt behoorlijk wat ruimte in beslag in Deans boek, wat legitiem is omdat het gaat om de opinie van een doorgewinterde academicus, terwijl Dean haar eigen positie enigszins in het midden houdt door Wilderson vooral zelf aan het woord te laten. Of ze wel of niet meegaat in zijn ideeën is minder belangrijk dan het gegeven dat ze er genoeg belang aan hecht ze in haar eigen boek te herhalen.

Het is belangrijk om te onderstrepen dat naast gedurfde en eigenzinnige theorieën, Deans teksten ook doorspekt zijn met subtiele observaties en serieuze kunstkritiek. Sommige essays, zoals America’s Bob Morris (2022) en Unsovereignty (2020), nemen een meer uitgesproken kunstkritische benadering. Written and Bitten (2017) is een verhandeling over het werk van kunstenaar Ulysses Jenkins, een videokunstenaar die het idee van de Zwarte vorm op camera radicaal ondermijnde en in twijfel trok. Het volgende essay, On The Black Generic (2017), gaat opnieuw over de representatie en beeldcultuur van het Zwarte lichaam. Het boek eindigt met Deans eerste essay, Rich Meme, Poor Meme (2016).

Deans bundel is vlezig en dicht geschreven, het is nadrukkelijk geen linkse feelgood oefening in krachtig ja-knikken en afgezaagd instemmen. Je hebt een open geest nodig (en bij voorkeur ook een open internetbrowser), vooral voor witte lezers die misschien wat huiverig zijn als het gaat om radicalere ideeën. Hoewel deze bundel misschien niet voor iedereen is weggelegd, is het een aanrader voor eenieder die geïnteresseerd is in het onderwerp van Zwartheid in de hedendaagse context van kunst, digitalisering en filosofie. De zelfverzekerde schrijfstijl van Dean zelf is toegankelijk genoeg om met een beetje inspanning te worden geabsorbeerd. Als lezer voel ik me dan weer geïrriteerd, dan weer verlicht, maar altijd geprikkeld. De inhoud daagt mij – een Afro-Amerikaanse vrouw van dezelfde leeftijd als Dean zelf – uit en roept gevoelens op van ongemak, iets wat ik waardeer aan de tekst, ook al moet ik me soms over bepaalde onaangename realisaties heenzetten.

Bad Infinity houdt het midden tussen theorie en kunstkritiek, al leest het soms even gemakkelijk weg als een tijdschrift. Het is een Boyhood-achtige omgekeerde chronologie van de gedachten van een relevante kunstcriticus en een belangrijke bijdrage aan de canon van Zwartheid die zichzelf probeert te definiëren. Dean neemt zo’n grote hap uit een duizelingwekkend scala aan onderwerpen omdat ze iets in zijn volledigheid wil begrijpen; misschien de kunstwereld, maar waarschijnlijk de hele wereld.

Deze tekst is uit het Engels vertaald door de redactie

Bad Infinity: Selected Writings, Sternberg Press, 2023

Olivia Brown

is an artist and writer living in Amsterdam, who is serious about being silly.

Recente artikelen