
Een horizon van aarde
De Colombiaanse Delcy Morelos gebruikt al ruim tien jaar aarde als voornaamste grondstof voor haar ruimtevullende abstracte sculpturen. Geïnspireerd door de kosmologieën van voorouderlijke culturen uit onder andere de Andes en de Amazone, onderzoekt ze de helende kracht van modder als bron van leven en levensonderhoud. Fionn Meade bezoekt haar huidige tentoonstelling bij DIA Chelsea en laat zich omhelzen door de kruidig geurende aarde.
De lucht is zwaar in de tweedelige tentoonstelling van de Colombiaanse kunstenaar Delcy Morelos bij DIA Chelsea in New York. Er is geen titel of muurtekst waarin Cielo terrenal (2023; Aardse hemel) en El abrazo (2023; De omhelzing) worden uitgelegd aan de hand van voorspelbare thema’s of de biografie van de kunstenaar. In plaats daarvan stap ik binnen in een halfdonkere spelonkachtige industriële ruimte die enkel wordt verlicht door een amberkleurig schijnsel dat door twee afgeschermde dakramen naar binnen valt. Mijn zicht is zodanig beperkt dat ik me ontwapend en kwetsbaar voel in de duisternis. Ik beweeg me schuifelend voort. Het eerste dat zich openbaart is de doordringend donkere aarde, diepbruin met een vleug mosgroen, die de muren tot een paar meter hoog bedekt, als op een kademuur die het hoogwaterpeil laat zien. Verspreid over de grond vormen op elkaar gestapelde, soms half begraven materialen een grillig landschap dat zich uitstrekt tot achterin de ruimte en daar in het donker verdwijnt.
Aanvankelijk moet ik denken aan een uiterwaard, alsof ik in vogelperspectief neerkijk op de architectonische overblijfselen van een beschaving die in het slib is weggezakt. Een pad van kaal cement loopt door de installatie en biedt mogelijkheid tot nauwkeuriger inspectie, zoals bij een zorgvuldig omheinde archeologische vindplaats waar de specimens opgestapeld liggen in het sediment. De spanning tussen mijn aanvankelijke lezing van de installatie als grootschalig model van ecologische nasleep en als close-up inspectie van bio-organische overblijfselen, wordt gecompliceerd doordat er tussen de geometrisch opgestapelde industriële materialen ook honderden handzame, asgrauwe keramische vormen liggen. Netjes in rijen gesorteerd en uitgestald, lijken ze nog het meest op mestkorrels, knollen, rudimentaire bekers of munitie.
Hoe dieper je Morelos’ schaduwrijke laagland binnendringt, hoe meer je ziet. Wat in eerste instantie doet denken aan de achterblijfselen van een massabegrafenis, klaart geleidelijk op tot een landschap dat verlangt naar transformatie, een teruggaan naar de natuur. Ik moet denken aan het adagium van Socrates: ‘vorm noemen we datgene wat als enige van het bestaande altijd in het gezelschap van kleur wordt aangetroffen.’1 De enscenering van Cielo terrenal stelt de met aarde bedekte vormen open voor verschillende lezingen, als uitvaart of herdenkingsritueel, maar ook als het droogproces van een vreemd soort oogst die geurt naar kaneel en kruidnagel.
Het gevoel van onheilspellende weifeling tussen tijdschalen, van het opdoemende Antropoceen en zaden die met of zonder onze invloed ontspruiten, wordt versterkt wanneer ik naar de tweede ruimte ga, waar in het daglicht El abrazo oprijst als een tempel. Met haar torenhoge massa aarde die lijkt te reiken tot aan de dakspanten, nodigt El abrazo bezoekers uit om zich langs de wanden van de trapeziumvormige formatie te bewegen. Het oppervlak is bedekt met sprieterige plukken hooi die deinen in de circulerende lucht. Het roodachtige oker van de aarde klimt verticaal omhoog, domineert moeiteloos de ruimte en onthult plots een diepe spleet die tot ver in het midden van de installatie is uitgesneden. In interviews omschrijft Morelos dit als de berg die haar omhelzing aanbiedt. Bezoekers worden als vanzelf naar binnen gezogen om zich daar volledig te laten omhullen door de aromatische spelonk. De kruiden van El abrazo worden elke week ververst – en dat ruik je.
De installatie doet me denken aan verschillende architecturale vormen – een ziggurat, mastaba, monoliet, zelfs een grot – maar de kwetsbaarheid van het oppervlak en de vriendelijke aanmoediging van de galeriemedewerkers om het voorzichtig aan te raken, roepen ademende en pulserende associaties met levendigheid op. De verontrustende sfeer van de eerste ruimte maakt in deze tweede zaal plaats voor een overweldigend gevoel van levenskracht. In deze overgang trilt een affectieve zwaai van neerkijken naar aanschouwen, van onrust naar verrukking.
Thema's
Geurende olie
De zelfverzekerdheid waarmee Morelos deze in elkaar grijpende werken naast elkaar presenteert, getuigt van haar ruim tienjarige ervaring met werken in aarde en klei op grootschalig formaat. Voor deze tentoonstelling werkte ze vier jaar samen met anderen om middels beproefde technologieën vorm te geven aan haar complexe constructies. Morelos werd geboren in 1967 en ging naar de academie in Cartagena in het noordwesten van Colombia. Haar achtergrond als abstract schilder is ook in haar installaties voelbaar in de precieze geometrische contouren en fijn bewerkte oppervlakken. Minder direct aanwezig is Morelos’ eigen achtergrond en diepgravende onderzoek naar Inheemse mythologieën, rituelen en traditionele ambachten, niet alleen in haar keuze voor specifieke materialen, maar ook in de onverbloemde symboliek van de poëtische titels die ze haar werk meegeeft. In interviews over haar werk onderstreept Morelos consequent het geweld dat Inheemse volken wordt aangedaan – ook het land van haar eigen woonplaats wordt voortdurend onteigend, zoals dat gebeurt op veel plekken in Latijns-Amerika. Morelos’ perspectief wordt gevoed door de afkomst van haar grootmoeder als Emberá, een volk afkomstig uit de Tierralta-regio in het noorden van Colombia, en haar eigen interesse in de taal en filosofie van het Amazonische Uitoto-volk in het zuiden van Colombia en het noorden van Peru.
De mengeling van copaiba-olie in de geur van El abrazo, afkomstig van boomhars die in de Inheemse geneeskunde van het Amazonegebied wordt gebruikt om ziektes te behandelen en het immuunsysteem te versterken, is een rechtstreekse verwijzing naar de helende benadering die Morelos neemt in haar werk jegens modernistische en minimalistische denksystemen. In een recent interview verklaart Morelos dat het werken met dergelijke erfenissen ook een ontmanteling teweegbrengt: ‘De angst en arrogantie – die gaan hand in hand – van het patriarchale labyrint hebben onze voorouderlijke band met de natuur vernietigd.’2 Het is veelzeggend dat Morelos’ installatie zich uitstrekt over de markeringen op de betonnen vloer van Richard Serra’s Torqued Ellipses, geïnstalleerd in 1997-98. Hier en daar waaieren ze nog net uit vanonder de baarmoederachtige omarming van de sculptuur. Ook de industriële elementen in Cielo terrenal – stapels planken, gewapend beton, buizen, vilt en stalen balken – blijken hergebruikt materiaal van eerdere installaties in Dia Beacon van kunstenaars Dan Graham, Robert Morris en Dorothea Rockburne. Morelos haalt daarmee het substraat van het instituut naar binnen voor een subtiele rituele behandeling en herpresentatie in een nieuwe balsemende, herstellende en gelaagde context.3
Koekjes
Morelos’ behendigheid in het traceren van deze esthetische lijnen en het verweven ervan in haar eigen installaties heeft mogelijk bijgedragen aan de enorme populariteit van haar werk. Recentelijk opende ze haar allereerste solotentoonstelling onder vertegenwoordiging van een galerie, El oscuro de abajo (14.10 t/m 21.12.23; De duisternis van beneden), bij Marian Goodman Gallery in Parijs. De tentoonstelling volgt op een aaneenschakeling van hoogtepunten in Morelos’ carrière. Zo nam ze deel aan de Aichi Triënnale van 2022 in Tokoname, Japan, waar ze het werk Oración, Horizonte (2022; Gebed, Horizon) presenteerde in een voormalige aardewerk pijpenfabriek. Op een immens laaghangend platform toonde ze honderden etherisch gekruide eivormige kleisculpturen die deden denken aan koekjes of mochi. Het werk is een directe verwijzing naar de Inheemse offerrituelen voor Pachamama, de godin van de aarde die vereerd wordt in het Andesgebergte, waarbij hosties en andere eetbare geschenken worden begraven om de overvloed van de godin te eren en de komende oogst te verwelkomen. In Morelos’ installatie hing een zinderende energie van incubatie, waarbij de eivormige sculpturen, zorgvuldig uitgestald in nette rijen, als langzaam rijzende broodjes leken te wachten op de komende transformatie. Eerder dat jaar bracht Morelos ook al een eerbetoon aan Pachamama met een ruimtevullende installatie in de ondergrondse tentoonstellingszaal van het Museo de Arte Moderno in Buenos Aires, getiteld El lugar del alma (2022; De plaats van de ziel). Diep onder de grond legde Morelos tussen hoge muren van donkere aarde een meditatief pad aan waarover bezoekers zich gestaag door de ruimte konden laten voeren.
Datzelfde jaar presenteerde Morelos op de Biënnale van Venetië een vergelijkbaar werk, Earthly Paradise (2022), waarvoor ze de muren van geurende aarde tot borsthoogte verlaagde. Als onderdeel van de vaste route door de tentoonstelling in het Arsenale werd het haar meest bezochte werk tot nu toe. Halverwege de immer overvolle tentoonstelling bood de installatie van Morelos een rustmoment waarop de kijkervaring eventjes werd uitgebreid tot het volledige waarnemingsbereik van het lichaam. De gebruikelijke overdaad aan kunstwerken, artistieke visies en drommen bezoekers, kwam in Morelos’ installatie even tot stilstand. Verre van een labyrint was de sculptuur eerder een streling voor het oog, een herinnering aan lichamelijke volheid en kwetsbaarheid te midden van de overdaad aan visuele prikkels. In dialoog met de omgeving riep het werk ook vervoerende echo’s op van vlootbouw en wapengekletter uit het verleden van het Arsenale.
Eenzelfde poreus spel van grenzen kwam naar voren in Morelos’ solotentoonstelling in Parijs, El oscuro de abajo. De zeer gedistilleerde selectie van tekeningen en schilderijen die hier werden tentoongesteld, stralen een gevoel van voortdurende transformatie uit, van vochtigheid en circulatie. In de serie La doble negación (2006; Dubbele Negatie), bijvoorbeeld, zijn laag op laag acrylverf over stukken hangend katoenen gaas gedrapeerd, tot het punt dat de formele ernst van elke druppel langs het textielraster behouden blijft. Het oppervlak glanst als verwarmde chocolade in beige- en bruintinten, golvend maar gestold. Ook de vroege serie van vier grote schilderijen op papier, En la trama personal (2004; In het persoonlijke web), toont een afgestemde, binnenstebuiten gekeerde spanning in het gebruik van gereduceerde geometrische abstractie. De ingezoomde rasters zijn gearceerd om te lijken op de schering en inslag van draden, maar ook op de marmering van botten en pezen die onlangs zijn gespleten, over elkaar gelegde lijnen van verschillende rode tot witte tinten die opzichtig druppelen tegen een roze getinte achtergrond. Horizontaal gerangschikt nemen de uitvergrote latten een perspectief aan van blootgelegde immanentie, een blik op de achterzijde, naar binnen gekeerd – het individuele lichamelijke perspectief wordt uitvergroot als een grensvoorwaarde, een omheind perspectief, een studie van afzondering op zoek naar gezelschap.
Agua salada organizada (2014; Zout water, georganiseerd) zet deze metafoor voort in de vorm van geverfde jute stroken, opgestapeld in gelakte acrylvariaties van rood en bruin. Ze zijn in paren aan de muur gehangen, intens dichtbij en toch apart, en stralen een soort koude dreiging uit. Alsof ze zijn weggesneden uit grotere monochrome gehelen, steken de boven elkaar gehangen stapels uit de muur en lijken ze expres hoog te zijn geplaatst om te worden gedroogd, als ware het versgeschoten wild. Ook Obstáculo (2006; Obstakel) presenteert zich als een subtiele belijning van acrylen aardetinten op katoenen canvas, met fijnkorrelige bruine en beige vlekken die doen denken aan sediment of bezinksel. Zoals de fijne lijnen die achterblijven in het kielzog van de terugtrekking van een uit zijn oevers getreden rivier, rijst Obstáculo op als waarschuwende blik in Morelos’ visie. We bevinden ons resoluut ín het landschap en zijn eraan gebonden. Zelfs als het scheurt, barst en verandert, maken we er deel van uit, lijkt Morelos te willen benadrukken. Zo ontvouwt ze de horizon onder onze voeten.
1 Plato, Menoon uit: Verzameld Werk – deel 3, 2010, vert. School voor Filosofie, Amsterdam
2 Delcy Morelos: Working with Soil to Free the Soul, interview met Julián Sánchez González, MoMA Magazine, 25 mei 2023
3 Morelos beroept zich op een herschrijving van de erfenis van het Minimalisme die aansluit bij Eve Kosofsky Sedgwicks beweringen over heroriëntatie en herverweving: ‘the many ways selves extract sustenance from the objects of a culture – even of a culture whose avowed desire has often been not to sustain them.’ Eve Kosfosky Sedgwick, Touching Feeling: Affect, Pedagogy, Performativity (Duke University Press, 2003) p.150-151
Fionn Meade
is an independent curator and writer




