
Een index van het onverwachte – in gesprek met Ilke Gers
Het werk van Ilke Gers doorkruist systemen en betrekt de bezoeker in dit fysieke spel. Momenteel zijn twee werken van Gers te zien in de tentoonstelling BOLD & GRITTY in het Stedelijk Museum Schiedam, waar ze in een vloerinstallatie en werk op papier, de vrijheden en beperkingen van kaders op verschillende manieren zichtbaar maakt. Birgit van Beek gaat in gesprek met Gers over typografie, performance en openbare ruimtes.
Met lichte verbazing loop ik de studio van Ilke Gers binnen. De ruimte van nog geen twee bij twee meter steekt minuscuul af bij haar werk in de publieke ruimte, dat meestal tientallen als niet honderden meters bestrijkt. De meters die Gers in haar werk maakt, zie ik enkel terug in de eindeloze hoeveelheden papier in de kasten rondom haar kleine bureau. Die bestaat niet alleen uit boeken over kunstenaars, typografie, filosofie en vele andere onderwerpen. Maar ook uit allerlei ‘vondelingen’ papier. Oude prints, ongebruikte indexkaarten en afgedaan archiefmateriaal krijgen onder de handen van Gers een nieuwe bestemming. Op dit papier komen tekeningen die corresponderen met de grotere lijnen in Gers’ werk op de vloer maar een heel ander tempo laten zien, meer spontaan, als een onleesbaar handschrift. In BOLD & GRITTY zijn voor het eerst de tekeningen en een vloerinstallatie van Gers naast elkaar te zien.
Voor BOLD & GRITTY nodigde het curatorenduo Opperclaes een groep kunstenaars uit waarvan het abstracte werk normaal gesproken voornamelijk in de publieke ruimte te vinden is. Na een eerdere samenwerking voor de Rotterdams Dakendagen, waar Gers op het dak van Winkelcentrum Zuidplein een nieuw perspectief op Rotterdam Zuid liet zien, brengen ze haar hier naar het museale podium. Het werk dat in Schiedam te zien is speelt zich op twee verschillende schalen af. De begane grond van de tentoonstellingsruimte geeft een idee van de grootte van haar meer bekende werk. Voor Once carried by air (2025) is de grijze vloer van drie tentoonstellingsruimtes met witte lijnen gemarkeerd. Daarnaast is een wand in een van deze ruimtes bekleed 198 indexkaarten met potloodtekeningen. Ondanks de ruimte die Gers met haar werk inneemt richt ze ook heel nadrukkelijk de aandacht op de grenzen en kaders waar we ons vaak automatisch toe verhouden. De museummuren en het systeem van titel en schrijfregels van de indexkaarten worden hier doorkruist maar ook benadrukt. ‘Ik werk niet op een wit vel papier, daardoor kan ik de grenzen van het bestaande papier verleggen. Ik doorbreek die regels graag, op zo’n manier dat je de twee systemen naast elkaar ziet bestaan. Pas wanneer de indexkaarten naast elkaar hangen kun je ze herkennen als een organisatorisch systeem.’
De schetsen zijn geen ontwerptekeningen voor de vloerinstallaties, ze zijn wel onderdeel van het onderzoek in aanloop naar een nieuw werk. Lijnen in de tekeningen komen niet een op een terug op de vloer, maar zijn wel in een corresponderende state of mind gemaakt. ‘Bij de voorbereiding voor een nieuw werk zijn altijd tekeningen betrokken, naast schrijven, onderzoeken, observeren en praten. Er is altijd een intentie in relatie tot de context. Ik bereid me uitgebreid voor, maar wanneer ik het grote werk maak laat ik me ook leiden door mijn relatie met de ruimte en hoe ik me daardoor beweeg.’
Bij elke vloerinstallatie maakt Gers ook een publicatie waarin delen van deze voorbereiding terug zijn te vinden, zoals tekeningen, teksten met onderzoeksuitkomsten of reflecties die zijn ontstaan terwijl ze aan een project werkt. Hierin sijpelt ook de typografische achtergrond van Gers door. Haar studie aan de Werkplaats Typografie mondde uit in een zoektocht naar de bewegingsruimte én beperkingen binnen ons alfabet. ‘Soms heeft taal niet de mogelijkheid om uitdrukking te geven aan al onze emoties, we gebruiken ons lichaam daarbij als aanvulling. Typografie is taal die vorm krijgt.’ Zoals onze gebaren vormgeven aan gesproken woorden, kan typografie een emotionele lading geven aan geschreven taal. Tijdens haar studie werkt Gers aan de vormgeving van het boek Art at Large door Marga van Mechelen, waarin al te zien is hoe Gers het lichaam, tijd, taal en performance samenbrengt. Het manuscript van Van Mechelen, een verzameling van essays over performance- en installatiekunst, schrijft Gers volledig met de hand uit. Fouten worden doorgekrast en blijven zo zichtbaar en iedere pagina wordt afgesloten met een tijdstempel. Een boek over performance wordt een performance op zich.
In de geest van de performatieve aard van het werk laat ik me in BOLD & GRITTY leiden door de witte strepen op de vloer. Als die van een koorddanser volgen mijn voeten de lijn die me in een halve cirkel door de ruimte laat draaien alvorens ik van korte streep naar korte streep hups om vervolgens via een rechte lijn terug naar de deur te worden gebracht. De performance in haar werk kan op verschillende momenten worden teruggevonden, vertelt Gers. ‘De bezoeker is fysiek betrokken, bevindt zich er middenin en soms kun je het aanraken, beïnvloeden en verwoesten.’
Tijdens haar residentie bij de Jan van Eyck Academie onderzoekt Gers beweging en ruimte in performances. Hier ontstaan de vloermarkeringen voor het eerst, als aanwijzingen voor de performers. ‘Ik ben altijd al gefascineerd geweest door hoe mensen zich bewegen in de openbare ruimte. Het enige wat je hoeft te doen is een paar dingen aan te passen, en dan zie je meteen hoe mensen daarop reageren.’Gers heeft daarbij geen verwachtingen van de deelnemers en hoe ze met de aangebrachte systemen omgaan. ‘Wat ik eigenlijk hoop is dat het je een ander perspectief geeft. Of een andere ervaring. En dat vind ik juist zo fijn aan werken in de openbare ruimte: er kunnen onverwachte dingen gebeuren.’
Performance steekt op verschillende manieren de kop op in haar werk. Wanneer ze een installatie opzet, zeker wanneer dat in de publieke ruimte is, wordt dit al gezien als een performance. ‘Ik denk dan: nee, ik bén echt aan het werk. Het is geen performance, al zit er wel iets performatiefs in. Maar voor mij gaat het veel meer om het proces dan om dat performatieve.’ Wanneer het werk eenmaal staat verdwijnt of verandert het met de tijd. Dit komt sterk naar voren wanneer Gers werkt met markeringen van krijt. ‘Wanneer bezoekers over een krijtstreep heen lopen nemen ze meteen een afdruk mee, deze verschijnt een stukje verder weer. Het werkt direct, en dat vind ik heel mooi, eigenlijk heb ik daar ook de voorkeur voor. Juist omdat het iets tijdelijks heeft, en zich verspreidt. Dat is precies wat me in mijn praktijk interesseert. Dat leidt ook weer terug naar publiceren: het idee dat dingen circuleren, rondgaan en dat mensen er invloed op kunnen uitoefenen.’
Het verrast daarom een beetje wanneer Gers vertelt over een project op een afgesloten locatie. If the Universe Were Watching (2023) bestaat uit witte vinyl markeringen aangebracht op de centrale antennes van een LOFAR-telescoop. Dat is een radiotelescoop die bestaat uit duizenden antennes verspreid over Europa. Het centrale punt is een kunstmatig cirkelvormig eiland met een diameter van 250 meter, dat ligt in een natuurgebied in Drenthe. Op dit eiland bevinden zich 12 antennes van ongeveer 30 x 30 meter. Het zijn platte panelen op kniehoogte bedekt met piepschuim en omwikkeld met zeil om de meetinstrumenten te beschermen.
Alleen dankzij drone- en satellietbeelden kunnen mensen de witte symbolen op deze panelen zien. Dit versterkt het gevoel dat dit werk vanuit een ander perspectief bekeken dient te worden: Wat als het universum dit ziet? De twaalf symbolen doen denken aan de wijzerplaat van een klok die door elkaar is geschud. Het is niet leesbaar als een klok maar nodigt wel uit om deze op nieuwe manieren te interpreteren. De verwijzing naar het verloop van tijd is ook geen toeval. ‘De LOFAR verzamelt gegevens die ons iets kunnen vertellen over waarom het universum gevormd is na de oerknal. Het gaat heel ver terug in de tijd, omdat het zo lang duurt voordat die signalen ons bereiken. En dat vind ik ongelooflijk, want het verandert de manier waarop je naar systemen als tijd kijkt en geeft misschien een nieuw perspectief om naar onszelf te kijken. Ik probeer me voor te stellen hoe het universum eruitzag nog voordat er überhaupt tijd bestond.’
Net wanneer je denkt te weten wat je van het werk van Ilke Gers kunt verwachten, slaat het weer een andere hoek om. Binnen het onderzoek dat ze uitvoert naar de relaties tussen lichaam, beweging en taal verlegt ze steeds bestaande grenzen. Nadat een krijtstreep is uitgeveegd, kan er altijd een nieuwe geplaatst worden.
De tentoonstelling BOLD & GRITTY is nog t/m 9 november te bezoeken bij Stedelijk Museum Schiedam.
Birgit van Beek
is schrijver en educator




