metropolis m

Samia Halaby, Position Slide, 1980, onderdeel van de tentoonstelling we refuse_d bij M HKA, Antwerpen 13 maart – 6 juni, foto Christine Clinckx M HKA

Weigering wordt vaak begrepen als iets niet willen. Maar in een tijd van uitputting, precariteit en politieke ontwrichting kan weigering ook iets anders zijn, stelt Anastasia Shin. Een manier om de voorwaarden van het bestaande niet langer te accepteren. Ze bespreekt aan de hand van diverse kunstpraktijken weigering als een vorm van verzet die niet altijd luid of zichtbaar hoeft te zijn om gehoord te worden. GO TO ENGLISH VERSION

Ik maakte kennis met Bartleby’s weigering nog voordat ik enig idee had van hoeveel er te weigeren zou zijn op de arbeidsmarkt die voor mij lag. Tijdens een seminar met de titel Postcriticalities, geïnspireerd door het begrip ‘criticality’ van Irit Rogoff, bespraken we manieren om de precaire toestand van de cultuur waarin we op het punt stonden af te studeren te bevragen. Herman Melvilles Bartleby uit 1853 is door veel mannelijke filosofen geïnterpreteerd, waaronder Agamben, Žižek en Deleuze; zij waren allen behoorlijk onder de indruk van zijn beleefde, weigerende zin ‘I would prefer not to’.

Die zin klinkt door in zijn afwijzing van administratieve taken en zijn weigering te werken, en werd door hen respectievelijk gelezen als een voorbeeld van zuivere potentialiteit, het openhouden van mogelijkheden en de weigering van een opgelegde subjectiviteit. Verteld vanuit het perspectief van zijn werkgever verdwijnt Bartleby, zowel tijdens als na zijn ontslag, zoals men in fictie metaforisch kan verdwijnen. 

Woorden krijgen vaak nieuwe betekenissen naarmate ze scherper worden ingezet. Dat geldt ook voor ‘weigering’, zoals ik het hier benader. Weigering bestaat nooit in een vacuüm. De grenzen en beperkingen waarop zij onze aandacht vestigt, zijn vaak de materiële en sociale omstandigheden die haar in bedwang houden. De strijd waaruit weigering voortkomt, heeft altijd al een geschiedenis; soms worden de grenzen ervan pas zichtbaar wanneer ze worden overschreden. Aangezien het concept voortkomt uit het alledaagse werkwoord ‘weigeren’, draagt het de ongelijke machtsverhoudingen in zich waarbinnen het plaatsvindt: tussen groepen onderling, maar ook op persoonlijk niveau. Voortbouwend op de oproep vanuit dekoloniale theorie om te breken met koloniale kennisparadigma’s, kan weigering ook worden begrepen als een praktijk waaruit een vorm van sociale en relationele vorm van betrokkenheid spreekt.1

Een afwijzing van de status quo

In 2015 richtten Tina M. Campt, Saidiya Hartman, Denise Ferreira da Silva Practising Refusal Collective (PR Collective) op. Het ontstond bij de vraag: hoe kunnen we een praktijk van weigering beoefenen, theoretiseren of tot uitdrukking brengen? PR Collective organiseerde sindsdien een reeks openbare evenementen en stelde gezamenlijk een woordenlijst op. Ze formuleerden de volgende definitie van weigering: ‘a rejection of the status quo as livable and the creation of possibility in the face of negation i.e. a refusal to recognize a system that renders you fundamentally illegible and unintelligible; the decision to reject the terms of diminished subjecthood with which one is presented, using negation as a generative and creative source of disorderly power to embrace the possibility of living otherwise.’2

Het herkennen van een systeem, het afwijzen van de voorwaarden ervan en het gevoel van kracht dat voortkomt uit de mogelijkheid om anders te leven, komen ook tot uitdrukking in Rest Is Resistance (2022), het manifest van Tricia Hersey. Vanuit haar eigen uitgeputte toestand denkt Hersey na over de allesbehalve onzichtbare systemen van validisme, kapitalisme, patriarchaat en witte suprematie die aan die uitputting ten grondslag liggen. Daartegenover stelt zij een andere manier van zijn, geworteld in rust. Ze neemt zich voor het rustiger aan te doen, zichzelf te beschermen, te rusten en terug te keren naar een ruimte van mogelijkheden.

Hersey plaatst deze keuze in de context van een oproep van haar voorouders: rust terugwinnen waar zij dat niet konden. Daarmee roept zij op tot een einde aan de grind culture, waarin eigenwaarde wordt gekoppeld aan productiviteit en aan de hoeveelheid werk die iemand verzet. In haar project The Nap Ministry wordt dit een collectieve oefening: mensen komen samen om te slapen en te dromen in een ruimte die Hersey hiervoor openhoudt. Ze ontwikkelde het idee van rust-als-verzet terwijl zij studeerde, werkte en kinderen opvoedde. Het project kwam snel in een stroomversnelling toen anderen, die eveneens de gevolgen van uitputting ervoeren, samenkwamen om gezamenlijk bezit te nemen van wat Hersey een ‘DreamSpace’ van mogelijkheden noemt. De installatie bestaat uit eenvoudige elementen: matten, kussens en een altaar met afbeeldingen van zwarte voorouders in rust. Haar boek is sindsdien mainstream geworden; Hersey reist en spreekt om haar boodschap verder te verspreiden.

Samia Halaby - A Jerusalem Window, 2000 Foto Christine Clinckx M HKA

Fysieke en mentale gevangenschap 

De auteurs van The Undercommons, Fred Moten en Stefano Harney, wijzen op het voortdurende karakter van dit proces wanneer zij het begrip ‘weigering’ benaderen via het idee van ‘vluchtigheid’. Zij bespreken de ontsnapping van Harriet Tubman en merken op dat ontsnappen nooit een afgeronde gebeurtenis is. Omdat Tubman tot slaaf was gemaakt, vluchtte zij niet richting burgerschap of een aangetaste subjectiviteit, maar weg van het hele systeem dat haar tot object maakte. Het omarmen van vluchtigheid betekent in die zin een volgehouden weigering: een weigering die minder publiek wordt opgevoerd, maar niettemin aan kracht wint en ruimte schept voor gemeenschap, voor een undercommons. Dit zijn ideeën die pas betekenis krijgen wanneer ze worden geleefd. In de woorden van bell hooks: ‘When our lived experience of theorizing is fundamentally linked to processes of self-recovery, of collective liberation, no gap exists between theory and practice. Indeed, what such experience makes more evident is the bond between the two – that ultimately reciprocal process wherein one enables the other.’

Het begrip ‘wanordelijke macht’, zoals dat voorkomt in de definitie van ‘weigering’ van het PR Collective, lijkt de kracht te hebben om bestaande orde te ontregelen. Maar zolang dezelfde onmenselijke dagelijkse omstandigheden blijven voortbestaan, rijst de vraag: op welke structuren steunt zo’n voortdurende weigering dan? En wat kan een vluchtige vorm van verzet creëren?

In China gaf Tan Ping (躺平), oftewel ‘platliggen’, vorm en beeld aan het stille borrelen van een collectieve afwijzing. Een generatie keerde zich tegen de ratrace van onderwijs en werk, vaak belichaamd door de zogenoemde ‘996’-werkweek: van 9.00 tot 21.00 uur, zes dagen per week. Structureel steunt deze weigering op de mogelijkheid om deel te nemen aan online discussies, anoniem te posten en een indirecte strategie te behouden die telkens muteert wanneer zij wordt gecensureerd. In de vorm van memes krijgt het beeld van achteroverleunende jongeren steeds nieuwe variaties: van uitgestrekte rijke mensen tot de metafoor van bieslook: ‘bieslook is moeilijk te snijden als je ligt.’ Tan Ping resoneert met Bartleby’s weigering om te werken, met het anti-grind-standpunt van The Nap Ministry en met bredere lichamelijke grenzen die symptomatisch zijn voor de wereldwijd stijgende burn-outcijfers.

Verlangen
Het boycotten van producten, het in stand houden van minderheidstalen en het verzorgen van heilige grond zijn allemaal vormen van verbondenheid die voortkomen uit weigering binnen ongelijke machtsverhoudingen. Hoewel weigering ontstaat in reactie op onderdrukking en een veelheid aan mondiale crises, houdt zij vast aan hoop: aan het mogelijke tegenover het waarschijnlijke. Daarin schuilt een deel van haar aantrekkingskracht.

Die beweging van weigering naar verbondenheid komt ook naar voren in het werk van kunstenaarsduo WORKNOT!, die afgelopen maand exposeerde bij TENT Rotterdam, in het kader van de Dolf Henkes Prijs. Hun bewuste keuze voor een distributiesysteem dat verbinding en ondersteuning bevordert, is tegelijk een afwijzing van vervreemdende, competitieve en geïndividualiseerde praktijken. Sinds 2020 werken zij met wat ze noemen een Fictional Dispatch, kleine pakketjes bezorgen met zorgvuldig gebonden teksten en geschenken, die worden bezorgd door de fietskoerier Tomi Hilsee. De objecten variëren afhankelijk van de crisis van dat moment en de bijdragen van de betrokkenen. Soms zijn het sigaretten, soms stickers, vertellen ze me.

Waar Rest Is Resistance de collectieve verbeelding buiten de dagelijkse sleur zichtbaar maakt, kiest WORKNOT! voor een meer vluchtige vorm. Hun werk gaat verder dan rust als middel om kapitalistische productiviteit vol te houden. Het richt zich juist op circulatie, zorg en onderlinge afhankelijkheid, zonder zich volledig te laten vastleggen. Het raakt aan een spanning die vaker terugkeert in praktijken van weigering: hoe toon je iets dat juist niet volledig zichtbaar, archiveerbaar of documenteerbaar wil zijn? De verzameling van bewerkte vrachtbrieven en het logboek van een fietskoerier werd in de tentoonstelling bij TENT, zowel offline als online, voor het publiek zichtbaar gemaakt. Maar het niet-archiveerbare en niet-documenteerbare proces zelf staat haaks op de economie van het tentoonstellen, waarin zichtbaarheid vaak bepaalt hoe arbeid en middelen worden gewaardeerd.

Een vergelijkbare spanning tussen zichtbaarheid, zorg en collectiviteit keert terug in Metro54 in Amsterdam in de tentoonstelling Practising Freedom and Refusal waarin sommige werken werden omschreven als ‘offergaven’. De tentoonstelling maakt deel uit van het grotere project Sustaining the Otherwise, dat zich richt op het creëren van een dialoog tussen kunstenaars, activisten, wetenschappers en schrijvers. Ik stuitte erop tijdens een workshop over ‘Chosen Family’ die nergens vermeld stond en niet toegankelijk was voor publiek. Juist die bijna-beslotenheid lijkt betekenisvol: weigering verschijnt hier niet als groots gebaar, maar als een zorgvuldig afgebakende ruimte waarin relaties kunnen worden beschermd

Ook tijdens een andere bijeenkomst in de Rotterdamse projectruimte, Available and the Rat, krijgt weigering onder de titel BORDERBORDER vorm. Er worden verboden boeken voorgelezen, en het moment van collectieve studie wordt gepresenteerd als een manier om kennis levend te houden door samen te lezen in naam van collectieve bevrijding. Weigering opent hier de deur naar kleine gemeenschappen waarin hoop en mogelijkheid worden aangegaan met de steun van anderen, zonder noodzakelijke conclusie.

Sommige van deze voorbeelden bestaan binnen kunstruimtes, andere worden in het dagelijks leven in praktijk gebracht. Juist in de minder zichtbare bijeenkomsten lijkt er een toewijding aan gedeelde waarden te ontstaan of te worden versterkt. Zonder definitieve, lineaire eindes keert weigering telkens terug, op allerlei manieren die voortbouwen op structuren die al in de praktijk geworteld zijn. Het laat zien dat weigering niet zozeer bedoeld is om direct iets te veranderen, maar enkel ruimte wil creëren voor een alternatief dat nog niet volledig zichtbaar, benoembaar of voltooid is.

DEZE TEKST IS EERDER VERSCHENEN IN METROPOLIS M NUMMER 3 -2026. METROPOLIS M KIJGT GEEN SUBSIDIE. WE KUNNEN NIET ZONDER DE STEUN VAN ONZE LEZERS. ONDERSTEUN DE KUNSTKRITIEK IN NEDERLAND, NEEM EEN ABONNEMENT. ALS JE NU EEN JAARABONNEMENT AFSLUIT STUREN WE JE HET EERSTE NUMMER GRATIS TOE. MAIL: [email protected]

Out of Office (Still Here)

Nest, Den Haag

1.5 t/m 16.8.2026

 

  1. Spathopoulou, Aila, en Isabel Meier. “Practising Refusal as Relating Otherwise: Engagements with Knowledge Production, ‘Activist’ Praxis, and Borders.” Fennia: International Journal of Geography 201, nr. 2 (december 2023). https://doi.org/10.11143/fennia.137167.
  2. https://www.womenandperformance.org/ampersand/29-1/campt.

Anastasia Shin

is an artist, writer and editor based in Rotterdam

Gerelateerd

Recente artikelen