metropolis m

Fernand Deligny
‘Ik heb wel eens gezegd dat de lijn van dezelfde aard is als de taal.’1

Fernand Deligny geniet momenteel veel aandacht, als gevolg van heruitgaven en vertalingen van zijn werk, waaronder de eerste Engelse uitgave van alle kaarten en tekeningen, die van grote invloed zijn geweest op Gilles Deleuze en Felix Guattari. Wie was deze Deligny?

Het denken van de even controversiële, indringende als ongrijpbare Franse dissident, voormalig communist, schrijver, filmer, uitvinder en ‘leraar’ Fernand Deligny (1913-1996) heeft de gemoederen niet onberoerd gelaten. Zijn teksten, films, tekeningen, ruimtelijke ‘installaties’, ‘performances’ en institutionele experimenten fascineren kunstenaars, academici en verplegend personeel, zoals recentelijk nog bleek tijdens een conferentie die aan zijn denken werd gewijd. Zijn kaarten en ‘dwaallijnen’, ooit inspiratiebron voor Gilles Deleuze2, waren onlangs nog te zien op de 30e Biënnale van São Paulo (2012) en in het Palais de Tokyo in Parijs. Na een heruitgave van zijn geschriften en films in 2007 en 2008, zijn Fernand Deligny’s tekeningen, ontstaan tussen 1969 en 1979, nu in boekvorm uitgebracht en voor het eerst van Frans- én Engelstalige bijschriften voorzien.

Met name Deligny’s educatieve experimenten (zelf noemde hij ze ‘tentatives’ – pogingen) spreken tot de verbeelding. Na als twintigjarige leraar met een klas moeilijk opvoedbare, vaak mishandelde en ‘onaangepaste’ kinderen, die zelden op ‘normale’ wijze konden communiceren, te zijn geconfronteerd, en na te hebben gewerkt met mensen die door de reguliere gezondheidszorg en de maatschappij als gekken en debielen waren bestempeld, trok Deligny eropuit met een kleine groep extreem autistische kinderen die verstoken waren van het vermogen te spreken. Met hen creëerde hij omstandigheden waarbinnen de kinderen wel goed konden leven.

Geïsoleerd in de Zuid-Franse Cévennes construeerde hij leefruimtes bestaande uit ‘netwerken’ van verschillende leefeenheden, waarover een ‘toezichthouder’ de scepter zwaaide. De toezichthouder was een vrijwilliger die onbezoldigd, dag en nacht, bij de kinderen was. Samen met hen en niet gehinderd door enige officiële instantie observeerde en analyseerde Deligny de ‘atypische’ gedragingen van de sociaal uitgestotenen, waarbij hij hun ‘ongecontroleerde’ bewegingen als uitgangspunt nam. Hij registreerde of ‘traceerde’ ze op een calqueerpapier dat gelegd was op een kaart van het gebied dat ze al wandelend doorkruisten. Ook filmde hij hun handelingen en doen en laten. Voor dit filmen bedacht hij het neologisme ‘camérer’. Het slaat op zijn aspiraties voor een ‘permanente cinema’, die onlosmakelijk verbonden is met het bewegen en leven zélf.

Naast de tekeningen schreef Deligny artikelen, gedichten en boeken over en met de autistische kinderen. Hij maakte de films Le moindre geste (1962-1971) en Ce gamin là, (1975, geregisseerd door Renaud Victor). Voor de films stond men in die tijd in Parijs in de rij; de tekeningen worden momenteel veelvuldig geëxposeerd.

Deligny heeft zich nooit een kunstenaar genoemd, noch zag hij de kaarten en dwaallijnen als kunst. Het waren gestes zonder begin of einde, zonder binnen of buiten, zelfs zonder intentie: ‘gestes pour rien’. De traceringen waren registraties, waarin herinneringen en gewoonten moesten worden geïncorporeerd. Ze kenden geen auteur, representeerden niets, waren niet-bewust gemaakt.

Deligny schreef: ‘de dwaallijn TRACEREN / ten opzichte van wat ons gewoon is // TRACEREN volgen de dwaallijn / die een weg baant voor / een andere blik op “de dingen” / van alledag // de dwaallijn TRACEREN / maakt het mogelijk je te realiseren / (opnieuw) te zien dat wat ontsnapt / aan de eerste blik // wij leven in de tijd (project)/ ZIJ leven in de ruimte / zien wat ons niet betreft.

In de zojuist verschenen publicatie Cartes et lignes d’erre/Maps and wander lines. Traces du réseau de Fernand Deligny 1969-1979 zijn de tekeningen uit de genoemde periode verzameld en afgebeeld. Ze tonen een ritmisch lijnenspel in grafiet, inkt, pen en krijt. De dikkere en dunnere strepen neigen naar een centrum; ze eindigen in sterren, punten, enkele of dubbele loops. In uitsparingen staan zigzaglijnen, elders verschijnen een draadfiguur, een zon en een Griekse y. Onder de lijnen zijn, onder andere, een tobbe herkenbaar, een tafel en een tent. Samen vormen ze de kaart aan de hand waarvan de dwaallijnen zijn getraceerd. Doordat het permanente, relatief leesbare karakter van de kaarten wordt gecombineerd met de transparantie en vluchtigheid van de lijnen op calqueerpapier vertroebelen de beelden en ontstaat letterlijk een non-sens die verontrust en verwart. De werken zijn betoverend en mysterieus, bijna mystiek.

Neemt hun dynamiek je in eerste instantie volledig in beslag, de uitleg bij de beelden, opgetekend uit de mond van Deligny’s medewerkers, maakt je als lezer bewust van het vervreemdende en eigen idioom dat de maker heeft gecreëerd. Deze kaarten en traceringen vertolken – of liever: zijn – een particuliere wereld. Ze zijn vergelijkbaar met een partituur. Een deel staat vast, een deel is onvoorspelbaar, variabel en beweegt.

Deligny’s institutionele innovaties en de ‘artistieke’ verslaglegging daarvan kunnen als een typisch fenomeen uit de jaren zestig worden beschouwd. Wereldwijd kwam men in die tijd in opstand tegen de heersende orde. Binnen de psychiatrie experimenteerden Félix Guattari en Jean Oury in die tijd met alternatieven in hun inmiddels fameuze kliniek voor antipsychiatrie La Borde. In Italië leidde Franco Basaglia een beweging voor democratische psychiatrie, resulterend in de wet (Legge 180) die bepaalde dat in 1978 de psychiatrische ziekenhuizen werden afgeschaft. Waar Michel Foucault in zijn studies naar institutionele conventies het proces van normalisatie, dat na de Tweede Wereldoorlog door de verschillende overheden was ingezet, koppelde aan de uitoefening van (staats)macht, beschouwde Deligny dit normalisatieproces eerder als een gegeven inherent aan de maatschappij.

Hoe inventief sommige sociale of politieke initiatieven (Deligny was ‘slapend lid’ van de PCF, Parti Communiste Français) ook waren, zoals de psychiatrische praktijken van La Borde en bepaalde educatieve projecten, Deligny trok zich terug. Hij wilde bestuderen wat wel ‘het menselijke aspect van de mens’ wordt genoemd, dat natuurlijke deel van de mens dat niet gedomineerd wordt door taal en instituties en dat onzichtbaar blijft. Aangezien ‘ons’ denken en kijken en leven wordt geleid door taal.3 Soms deed hij dit in dialoog met kunstenaars (François Truffaut baseerde zijn film L’enfant sauvage (1970) op Deligny’s ervaringen) of met journalisten en intellectuelen (marxistisch filosoof Louis Althusser bezocht hem meerdere malen). Het menselijke deel van de mens werd door Deligny ook het ‘gemeenschappelijke wij’ (nous commun/common us) genoemd.

Frappant blijft de actuele relevantie van Deligny’s houding ten opzichte van maatschappelijke verbanden en processen van institutionalisering bij hedendaagse tentoonstellings- of kunstpraktijken en sociaalpedagogische initiatieven. Filosoof Henk Oosterling startte educatie- en participatietrajecten waarin ‘doen’ met ‘denken’ wordt verweven op basisschool de Bloemhof en in de Rotterdamse Afrikaanderwijk. Zo is er ook de verschuiving naar een alomtegenwoordigheid van pedagogische modellen binnen de hedendaagse tentoonstellingspraktijk, die ook wel geduid wordt als de ‘educational turn’. Fernand Deligny’s visie combineert dichten, doen en denken, ofwel het leven aan deze zijde van de utopie.

Ilse van Rijk in kunsthistoricus en kunstcriticus

Frenand Deligny, Cartes et lignes d’erre/Maps and wander lines. Traces du réseau de Fernand Deligny 1969-1979, Éditions L’Arachnéen, Parijs 2013

1 Fernand Deligny, L’art, les bords… et le dehors, In: Sandra Alvarez de Toledo (red.) L’Arachnéen et autres texts, Parijs 2008, p. 130

2 Gilles Deleuze & Félix Guattari, 1837: Of the Refrain, A Thousand Plateaus. Capitalism and Schizophrenia, Minneapolis/Londen 1987, p. 310-350.

3 Sandra Alvarez de Toledo ( red.), Fernand Deligny. Œuvres, Parijs 2007 en op. cit. (noot 1)

Ilse van Rijn

is kunsthistoricus

Recente artikelen