Hedwig Houben
Hedwig Houben
Haar presentaties kietelen de codes van de kunst.
John Berger, een Engelse kunstcriticus en schilder die waarschijnlijk het bekendst is als schrijver, maakte in 1972 een vierdelige televisieserie voor de BBC getiteld Ways of Seeing. Van het scenario werd een boek gemaakt met dezelfde titel, een algemeen erkende, populaire klassieker die nog steeds een zeker cultureel gezag heeft. Aan het boek hebben behalve Berger zelf ook anderen meegewerkt, zoals Mike Dibb, de producent van de tv-serie, en de gevierde Britse grafisch ontwerper Richard Hollis. Deze samenwerking wat betreft inhoud, tekst en het overzetten van televisie naar boek – wat het hele project een bepaalde dynamiek heeft gegeven – heeft duidelijk bijgedragen tot de integriteit van Ways of Seeing.
Ik geloof dat het te maken heeft met deze integriteit – bij gebrek aan een betere karakterisering – dat ik aan John Berger moest denken toen ik voor het eerst About The Good And The Bad In Sculpture (2009) zag van Hedwig Houben (1983). In deze korte video van de Nederlandse kunstenaar is de camera vrij stationair gericht op twee gladde, witte, abstracte sculpturen die elk op een sokkel van matglanzend zwart marmer staan. Een vrouw, vermoedelijk de kunstenaar, maakt ons deelgenoot van haar worsteling om één ‘mooie’ en één ‘niet-mooie’ sculptuur te maken. Het was ongetwijfeld de toon die in eerste instantie herkenning opriep – op een informatieve, totaal eerlijke manier vertelt ‘de kunstenaar’ welke problemen zich voordoen bij het streven naar de ‘juiste’ vorm en hoe moeilijk het is om duidelijke beslissingen te nemen. Ze waarschuwt voor de valkuilen van al te grote omzichtigheid en de nadelen van ‘fraaie welvingen’. Haar instructieve benadering gaat zo ver dat ze op een gegeven moment over het videobeeld heen tekent (zoals een weerman op een kaart) om precies aan te geven waar het is misgegaan. We volgen de analyse en redenering tot een logische conclusie: door de veranderingen die voor haar gevoel nodig zijn, is de kunstenaar aan het twijfelen geraakt en daarom besluit ze om het hele project te laten rusten, het letterlijk achter te laten ‘in een hoek van het atelier’.
Niet achtergelaten, maar evengoed zeer precies gepositioneerd is Eclectic Chique (2008). Een groot, laag voetstuk, eigenlijk meer een podium, met daarop verschillende, zeg maar gerust er goed uitziende objecten: sommige hebben een eigen sokkel, andere staan schuin of liggen op een mooie manier gerangschikt. Volgens Houben zijn de sculpturen ‘bij elkaar gebracht’ aan de hand van bepaalde regels voor het plaatsen van objecten in een huis. Deze inrichtingsadviezen uit woontijdschriften en van internet luiden ongeveer zo: ‘Neem één kleur als uitgangspunt’; ‘Creëer ruimte door dingen weg te laten’. De term eclectic chique verwijst naar een bepaalde stijl die door een woonblad werd gepromoot. Voor Houben was het ook een ideale titel: ‘Hij paste perfect bij mijn installatie vanwege de verwijzingen naar kunst en design en het conflict tussen die twee.’
Ook al is Eclectic Chique nog zo ‘geslaagd’ (aantrekkelijk, modern, en inderdaad chic), Houben zegt dat ze zich niet kan voorstellen dat ze ooit nog een andere sculptuur zal maken. Ze heeft dat sindsdien ook niet gedaan, afgezien van enkele objecten die ze in haar performances gebruikt: ‘Door Eclectic Chique zijn mijn benaderingswijze en het verlangen om een perfect object of beeld te creëren veranderd – deze “utopistische” hoop om sculpturen, beelden, kunst, de wereld en de maakbaarheid daarvan te doorgronden. In plaats van te proberen om die “gewenste” beelden te maken, vind ik het nu interessanter om na te denken over dat doel en de drang om dat te bereiken en de onmogelijkheid daarvan.’
Met Six Possibilities For A Sculpture II (2010) lukt het Houben om de verschillende componenten van haar werkwijze naar een hoger niveau van speelsheid te tillen. Houben begint haar lezing dit keer staand en houdt een gevormde homp grijze klei op, een schaalmodel van een werk dat in haar atelier staat. Ze begint een diepgaande verhandeling over hoe dit werk is gebruikt bij verschillende gelegenheden en hoe elke nieuwe context weer andere problemen met zich meebracht. Als ze ongeveer halverwege is, begint Houben haar woorden te zingen met een hoge stem, nogal atonaal, in een totaal geïmproviseerde vertolking. Ze gaat door zonder te haperen, terwijl haar nu lyrische uitleg wordt weerspiegeld in het bewerken en kneden van de klei, wat het geheel nog absurder maakt. Of het nu opzet is of niet, deze performance kan worden beschouwd als een update van John Baldessari’s video Baldessari Sings LeWitt (1972), waarin de kunstenaar, gezeten aan een tafel, de 35 uitspraken over conceptuele kunst van LeWitt zingt. Houbens houding lijkt veel op die van Baldessari en heeft dezelfde uitstraling van zachtaardige spot en eerbetoon. In tegenstelling tot de oudere kunstenaar richt zij zich echter niet op een kunstenaar in het bijzonder, maar op het creëren in het algemeen.
Maxine Kopsa is redacteur van Metropolis M
Houbens werk is te zien in:
–Making is Thinking Witte de With, Rotterdam 23 januari t/m 1 mei
Vertaald uit het Engels door Leo Reijnen
Maxine Kopsa





