metropolis m

Diary as Feminist Genre. Foto: Caecilia Rasch

Een dagboek is een geheimzinnig object: een schrift gevuld met onuitgesproken gevoelens, een project dat nooit af is en een ritueel dat alleen maar kan falen (vandaag weer niet geschreven, morgen beter). Maar meer dan iets wat onder een kussen verstopt ligt en waar in geschreven wordt als de rest van het huis al slaapt, kan een dagboek ook van collectieve, politieke betekenis zijn, laat het onderzoeksproject Dagboek als feministisch genre van schrijver en journalist Emma van Meyeren zien. Ida Blom gaat in gesprek met Van Meyeren over het project.

Toen Emma tijdens de lockdown in 2020 steeds meer kleurrijke feministische infographics voorbij zag komen, Instagram stories die naar de ander wezen en volgers belerend toespraken over het patriarchaat, raakte ze gefrustreerd over de eenzijdige beweging die veel feministen toen maakten: dit terecht wijzen ‘voelde niet toereikend,’ vertelt ze. Sindsdien organiseert ze schrijfworkshops rondom het dagboek en nodigt ze schrijvers, curatoren, beeldend kunstenaars, muzikanten en ontwerpers uit die workshops te leiden, met schrijfoefeningen die hun eigen kunstpraktijk als uitgangspunt nemen. De workshops worden sinds 2020 jaarlijks georganiseerd, meestal in series, en waar ze online begonnen, vinden ze tegenwoordig ook plaats op plekken als de Openbare Bibliotheek Amsterdam en Post Office, een coöperatieve kunstruimte in Amsterdam. De workshops zijn gratis en laagdrempelig opgezet, en hebben inmiddels al meer dan vijftig keer in verschillende constellaties plaatsgevonden.

Ida Blom

Wanneer begon jij het dagboek als een potentieel feministisch object te zien, in plaats van een individueel project?

Emma van Meyeren

‘Ik voelde een soort vermoeidheid, frustratie ook, met mijn eigen schrijven, maar ook met het feminisme online. Ik had het idee dat feminisme begon te draaien om het onderwijzen van de ander en vond dat een vermoeiende beweging. Tegelijkertijd begon ik Gloria Steinem en bell hooks te lezen, die in de tweede feministische golf in de Verenigde Staten actief waren. Ik las hoe zij met elkaar omgingen in praatgroepen, die in die tijd van groot belang waren voor het feminisme. Praatgroepen waren destijds veel zelfkritischer. Die vroegen: wat doe jij zelf om het patriarchaat in stand te houden? Aan mannen vertellen hoe zij ons anders moeten behandelen, dat was niet aan de orde.

Ik dacht: wat als mijn frustratie niet alleen gaat over het feminisme in mijn leven, maar ook over hoe de infrastructuur van het internet het feminisme kan beperken. Online profielen zijn altijd bedoeld voor een kijker, zelfs als ze privé zijn. Netwerken zijn op zo’n manier gebouwd dat je onmogelijk echt met elkaar in gesprek kan gaan. Ik begon te verkennen welke andere vormen er zijn om te schrijven en na te denken over feministische onderwerpen. Het dagboek dreef naar boven als een radicaal tegenovergestelde. Een plek die nooit bedoeld is voor iemand anders om te lezen. Een plek waar je niet performatief hoeft te doen. Het kan ook navelstaarderig worden, natuurlijk. Maar het kan een manier van schrijven zijn waar je je twijfels uit. Dat miste ik heel erg in het feministische online discours.

Ik had altijd al een zwak voor egodocumenten, brieven ook. Dingen die op het eerste gezicht niet radicaal of geschiedenismakend lijken, maar toch heel betekenisvol kunnen zijn als archiefbron. Receptenboekjes die vrouwen hebben achtergelaten, bijvoorbeeld, of dagboeken die gaan over dagelijkse dingen. In dat alledaagse zit een alternatieve geschiedenis verscholen.’

IB

Het is mooi dat het in zoveel verschillende objecten kan zitten.

EvM

‘Niemand lijkt ook te weten wat een dagboek precies is. Ik vraag vaak aan het begin van de workshops aan deelnemers: hou je een dagboek bij? Dan zijn er heel veel mensen die zeggen ‘nee, maar…’ Dat vind ik grappig, de een zegt: ik email mezelf mijn gedachten, of: ik zet dingen in mijn notes-app. Ik vind het leuk om mensen weg te trekken van het idee dat je alleen een dagboek mag schrijven als je het netjes iedere dag doet en je hele dag beschrijft. Ik Whatsapp mezelf bijvoorbeeld.’

IB

Je schreef ergens dat je vaak geen zin hebt om dingen in je dagboek te schrijven. Dat het dagboek eigenlijk altijd een failed ritual is. Heeft dat hier ook mee te maken, dat het kan voelen als iets intimiderends?

EvM

‘Ik ben geinteresseerd in het ritualistische, ook in de context van rouw. Bij de morning pages, de populaire methode van The Artist’s Way van Julia Cameron, word je aangespoord om iedere dag wakker te worden en vijf pagina’s te schrijven. Ik wil niet ontkennen dat dat effect heeft, veel mensen hebben het gebruikt, maar het legt wel een verwachting op het genre, alsof je die methode alleen mag gebruiken als je er zo mee om gaat. Dat kan dan een reden worden om het niet te doen: dat je bij voorbaat denkt, ik kan of wil dat niet iedere dag.’

IB

Het voelt tegenstrijdig, want je voelt dan toch druk.

EvM

‘Ik denk dat Cameron mensen wil tonen dat als je denkt dat je geen tijd hebt om iets creatiefs te doen in je leven, dat vaak een verhaal is dat je jezelf vertelt. Daarin zie ik wel een parallel met wat ik belangrijk vind: welk verhaal vertel je aan jezelf?

Tegelijk denk ik, wat maakt het uit? Misschien schrijf je één keer iets op en wordt het een belangrijke tekst. Het wordt niet beter of slechter als je het vaker doet.

Dat is ook leuk aan dagboeken schrijven: het staat buiten het idee van goed of slecht.’

IB

Ja, precies. Het onttrekt zich aan die dwingende vorm die je jezelf soms oplegt, of die anderen je opleggen.

EvM

‘Wat ik het leukste vind aan de workshop is dat de tekst niet het eindproduct is. Vaak is het schrijven een manier om tot een ander idee te komen. Er komen mensen naar de workshop die in verschillende creatieve processen zitten, beeldende kunstenaars bijvoorbeeld, maar ook iemand die in de politiek zit en daar over wil schrijven. De workshop is niet bedoeld om het perfecte stukje te schrijven maar om na te denken over waar je vastloopt. Ik hoor van mensen dat ze al weken ergens over nadachten en na de workshop wisten wat ze ermee wilden.’

Diary as Feminist Genre. Foto: Caecilia Rasch
IB

De workshops zijn laagdrempelig opgezet en gratis toegankelijk. Was dat belangrijk voor het project?

EvM

‘Toen ik hiermee begon was ik er niet professioneel mee bezig, alleen als activist. Nu krijg ik hulp van fondsen. Maar ik vind eigenlijk dat alles gratis moet zijn. Mensen zeggen altijd dat je moet betalen voor literatuur, want je betaalt toch ook voor een brood. Maar brood moet ook gratis zijn!’

IB

Dat het gratis is levert wel een leuke mengeling van mensen op. Ik was benieuwd naar het groepsproces: hoe openhartig zijn mensen tijdens de workshops?

EvM

‘Ik heb door de jaren heen geleerd dat ik het belangrijk vind dat het geen therapeutische ruimte wordt, de workshops. Ik heb daar geen expertise in. Daarnaast vraag ik me ook af waarom het persoonlijke iets therapeutisch zou moeten zijn. Ik zie de workshop meer als een artistieke interesse in het alledaagse.

Ik heb het ook in verschillende constellaties over thema’s rondom rouw gehad. Dan is het logisch dat mensen specifiek willen zijn over hun ervaringen, en kom je al snel in een soort therapeutische sfeer terecht. Ik probeer daar dan richting aan te geven door terug te gaan naar het schrijven als ambacht. Niet dat mensen niet mogen zeggen waar ze mee zitten, maar dat daar het papier juist voor is.

Voor de workshops nodig ik schrijvers uit vanuit een losse thematische verhouding met het dagboek. Iemand zoals Maurits de Bruijn bijvoorbeeld, die in Ook mijn holocaust gebruik maakt van oude dagboeken van een reis naar Israel, maar niet zozeer een bekend dagboekenschrijver is. Zijn workshop ging over het schrijven met je lichaam, omdat hij daar op dat moment gefascineerd door was. Wat ik bijzonder vind, is dat er mensen met hele brede interesses binnenkomen, maar dat als we daarna bespreken waar mensen over geschreven hebben, het vaak dezelfde dingen blijken te zijn. Misschien komen persoonlijke dingen altijd op hetzelfde neer: de liefde, dat soort dingen. Docenten geven een rijk en complex kader en mensen komen dan uiteindelijk op dezelfde ideeën uit, ondanks dat we niet expliciet met elkaar in gesprek zijn. Dat vind ik altijd erg leuk. Het werkt goed, juist in een groep van vreemden. Ik vind het ook belangrijk dat het geen kliek is. Iedereen kan gewoon binnenlopen.’

Diary as Feminist Genre. Foto: Caecilia Rasch
Diary as Feminist Genre. Foto: Caecilia Rasch
IB

Je schrijft een dagboek niet voor een lezer. Er ligt een belofte in dat het alleen voor jouw ogen is. Tegelijkertijd zien we dat dagboeken steeds meer een commercieel product worden: recent zijn bijvoorbeeld de aantekeningen van Joan Didion over haar therapie-sessies gepubliceerd. Hoe verhoud je je daartoe?

EvM

‘Ik vind het een lastige beweging. Aan de ene kant is dat een deel van het feministische project: aantonen dat er geen harde scheidslijn bestaat tussen wat we zien als publiek/politiek, en de privéruimte. Politiek speelt zich continu af in de privéruimte, maar het privéleven wordt ook meegetrokken in de politiek. Je merkt dat als een groep mensen zich inzet voor het afbreken van ongelijkheid, diezelfde ongelijkheid dat verzet weer inkapselt.

Wat ik ook complex vind, zijn kunstenaars die werk maken op basis van een privé-ervaring. Soms kan het effect daarvan zijn dat een belangrijk onderwerp in onze samenleving wordt teruggebracht tot het individu. De maker heeft iets ervaren, het publiek staat er los van en is de observator, en zo verliest het alle radicale potentie. We zijn dan niet de scheidslijn tussen privé en publiek aan het doorbreken, maar zeggen: mijn individuele probleem, daar moet jij ook om geven. Wanneer een dagboek als dat van Joan Didion een verkoopbaar object wordt, is het uitgekleed van die potentie die het persoonlijke object draagt.’

IB

We lijken meer behoefte te hebben aan authenticiteit en intieme verslagen, in tijden van nepnieuws en kunstmatige intelligentie. Dat wringt.

EvM

‘Ja, het is pervers. Daarom vind ik het leuk dat ik een schrijfworkshop organiseer waarbij niemand hun teksten deelt. Het haalt de mogelijkheid weg om het zulke waarde toe te kennen.’

IB

In een stuk over Lynn Hershman Leesons The Electronic Diaries schreef je dat het dagboek een plek is om het zelfbeeld terug te nemen en toe te eigenen, en daarmee te onttrekken aan de blik van de ander. Elk geschreven woord is ook iets waar de lezer weer mee aan de haal gaat. Kan je die blik van de ander ooit loslaten als je schrijft?

EvM

‘Al mijn deelnemers zeggen van niet. Dat als ze beginnen met schrijven, ze voelen dat er een soort oog over hun schouders meekijkt. ‘

IB

Ik herken het wel: elke poging tot een dagboek eindigt in een soort wantrouwen dat ik bekeken word. En als ik mijn gedachten in geluid opneem kan ik bijna openhartiger zijn. Misschien associeer ik het dagboek automatisch met gevonden en stiekem gelezen worden.

EvM

‘Dat is ook een realistische gedachte. Mensen doen dat, stiekem lezen. Als we het hebben over privacy en gezien worden, dan hebben we het over sociale media en digitale media, over surveillance en de rol van camera’s, terwijl die innerlijke strijd over bekeken worden van alle tijden is. Mensen hadden voor sociale media natuurlijk ook al een zelfbeeld.’

IB

Voor social media was men misschien wel minder bezig met het construeren van dat publieke zelf.

EvM

‘Ik weet nooit of het werkt om te zeggen dat dingen meer of minder geworden zijn. Ze hebben misschien een andere rol aangenomen in ons leven. Het feit dat ik iets analoogs heb opgezet is al een reactie op de wereld waar wij in leven, toch? Dat was voor mij het belangrijkste. Overigens is dat nu ook weer een verdienmodel aan het worden, het offline gaan. Die breiclubjes of offline zondagen in cafes spelen in op een zelfde soort verlangen.’

IB

Zie jij een ‘finsta’ (een privé-Instagram account) eigenlijk ook als dagboek? Maakt dat deel uit van het politieke project dat het dagboek is?

EvM

‘Alma Noor organiseerde in oktober een workshop over de finsta, dus ik heb er veel over nagedacht. Genre-conventies zijn nooit zwart-wit, denk ik, en ik zei net dat een dagboek voor jezelf is, maar aspecten van het dagboek kunnen absoluut doorsijpelen naar online platforms. Mensen gebruiken op een finsta de taal om helemaal leeg te lopen. Love it. Ik zeg: ja, het is een dagboek.’

‘Ik ben sceptischer geworden over het persoonlijke verhaal, dat zoveel meer ruimte in is gaan nemen in alle kunstdisciplines: over het idee dat iets persoonlijks vertellen ook meteen politiek is.'

Diary as Feminist Genre. Foto: Caecilia Rasch
IB

Hoe heeft Dagboek als feministisch genre zich ontwikkeld in de jaren dat het liep? Is je blik op het dagboek veranderd?

EvM

‘Ik ben sceptischer geworden over het persoonlijke verhaal, dat zoveel meer ruimte in is gaan nemen in alle kunstdisciplines: over het idee dat iets persoonlijks vertellen ook meteen politiek is. Dat heeft ook een groot effect op de aantrekkingskracht die het dagboek heeft als historisch object. De interesse die ik eerder had in persoonlijke narratieven, ook als manier om me in een geschiedenis te verdiepen, is kleiner geworden doordat er nu zoveel geïndividualiseerde persoonlijke narratieven omhoog gehaald worden. Persoonlijke verhalen worden gecommodificeerd en het politieke wordt een persoonlijke, individuele aangelegenheid.

Mijn behoefte voor het fysieke samenkomen, en dan vooral waarbij er niks voorbereid hoeft te worden, is enorm gegroeid. Ik zie dat ook bij de deelnemers. Dat idee van: kom maar gewoon, kijk maar hoeveel je wil schrijven. Dat is wat het dagboek is. Een ruimte waar niets goed of fout is.’

Ida Blom

is schrijver

Recente artikelen