
Een park (in) delen – Sonsbeek 2026
Na een tumultueuze vorige editie, hervindt Sonsbeek zich met Ik hoef geen tuin, ik deel een park. De Arnhemse buitententoonstelling, gecureerd door Amira Gad en Christina Li, centreert zich rond vragen over ‘herinnering als levende draad’. Ischa Borger ziet een tentoonstelling die een grote diversiteit aan kunst bijeenbrengt voor een breed publiek, maar die ook worstelt met een iets te zwaar raamwerk.
Een vrouw rijst op uit een schelp in de Sint Jansbeek in het Sonsbeekpark in Arnhem. Anders dan bij Botticelli’s Geboorte van Venus (1483) verschijnt ze niet onbewogen, maar sleept ze haastig een rolkoffer mee. Haar rechterhand is vastgeklampt aan een roeispaan terwijl ze een kleine houten boot op haar hoofd balanceert. De sculptuur oogt alsof het van een heel klein blokje klei is gevormd. Uitvergroot tot zeker twee keer het menselijke formaat, krijgt die beeldtaal een surrealistische kwaliteit.
Het bordje aan de kade informeert voorbijgangers over het eerste werk van Sonsbeeks dertiende editie; Mounira Al Solh’s En Europa sloeg op de vlucht. Het beeld is een samensmelting van hedendaagse en historische elementen, zoals een schip van de Feniciërs, die rijk werden van de paarse kleurstof uit de Murex-Schelp – een zeedier dat inmiddels met uitsterven wordt bedreigd. De titel hint op een consequentie, haast een waarschuwing. Het verleden van de één is de toekomst van de ander.
Met het eerste werk laat Sonsbeek 2026 Ik hoef geen tuin, ik deel een park, zich meteen van haar meest politieke kant zien. Honderd dagen lang, vanaf 2 juli tot 11 oktober, toont de buitenluchttentoonstelling het werk van achttien (inter)nationale kunstenaars in Park Sonsbeek en de Arnhemse binnenstad. In combinatie met een gratis programma vol workshops, performances, filmscreenings en artist talks, vormt Sonsbeek een openbaar toegankelijke tentoonstelling van een schaal die haar gelijke niet kent binnen Nederland. Die open insteek benadrukken curatoren Amira Gad en Christina Li nog maar eens met de titel, geleend van Arnhems schrijverscollectief Loesje.
Dat Loesje zich mag scharen onder de deelnemende kunstenaars is veelzeggend voor de uiteenlopende kunstwerken die Gad en Li hebben verzameld. Sommige zijn intiem in hun eenvoud. Bij het bronzen beeld Puppies Puppies, een op ware grote gegoten zelfportret van trans vrouw en kunstenaar Jade Guanaro Kuriki-Olivo, ontstaan de hele dag door ontroerende gesprekken. Andere werken zijn technologisch en complex, zoals Femke Herrengravens ‘realtime simulatie met generatieve mutaties en quadrafonisch geluid’, dat zo overweldigend is als het klinkt.
Verscholen achter de titel ligt het curatoriële thema ‘herinnering als levende daad’. Volgens het curatorenstatement scheppen de kunstwerken voorwaarden voor een gedeelde toekomst, door te onderzoeken hoe herinneringen worden gevormd door te spreken, te luisteren en samen te leven. In de inleiding van de ‘micro-catalogus’ breken Gad en Li het thema op in zes lezingen, waar zij telkens drie kunstenaars onder scharen: hardnekkige herinnering, meer-dan-menselijk geheugen, gelaagde herinnering, restgeheugen, klinkende herinnering, en overlevende herinnering. Daaraan voegt Li met betrekking tot het park nog collectieve herinneringen toe, in wat leest als de meest radicale opvatting van de tentoonstelling: ‘De achtertuin is bezet grondgebied: een afgesloten privéruimte die de neiging heeft om het ongemakkelijke, het onbekende en degenen die naar de rand zijn verdrongen, te verbannen.’ Het park stelt daar volgens haar het idee van de commons tegenover: ‘gedeelde ruimte, die probeert terug te geven wat is ontnomen aan degenen wier geschiedenis is onderdrukt.’ Hoewel de tekst de nodige uitleg biedt voor hoe het thema aansluit bij de titel ‘ik hoef geen tuin, ik deel een park’, geeft ‘de achtertuin is bezet grondgebied’ het luchtige optimisme van Loesje een wel erg moralistische ondertoon mee.
Niet alle kunstwerken kunnen of willen dat zware raamwerk dragen. De politieke associaties bij de tuin sluiten goed aan bij het thema van migratie in Al Solhs sculptuur, ingedeeld bij overlevende herinneringen. Het doet mij denken aan de uitspraak ‘Europa is een tuin en de rest van de wereld is een jungle’, van de vertegenwoordiger van de EU voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid, Josep Borrell, in 2022. Li’s curatoriële lens opent een lezing van En Europa sloeg op de vlucht waarbij de connotaties van beschermingspolitiek die Borrell de tuin meegeeft niet alleen koloniaal, maar ook onhoudbaar zijn.
Minder passend voelt de curatoriële kijk op tuin en park als beladen concepten voor het werk van Afaina de Jong. De architecturale installatie Future Untold (Onvertelde toekomst) glinstert nog feller in de zon dan de Witte Villa aan haar linkerzijde. Van binnen is de driehoekige balkstructuur bijna Yves Klein blauw geverfd en klink er zachte muziek. Bezoekers kunnen het werk betreden om vanuit de blauwe contouren van grote U-vormige uitsneden naar het uitzicht te kijken. Het werk is gemaakt in samenwerking met vrouwen uit de buurt en wordt ingedeeld bij hardnekkige herinneringen, omdat de architecturale en sonische omsluiting het park vanuit een vrouwelijk perspectief her-kadert. Het is imposant, harmonieus en een publieksfavoriet, ook omdat het makkelijk is om onderdeel te worden van dit werk. De Jongs uitnodiging om de tuin te verlaten en het park te delen is veel letterlijker, en daarmee lichter, dan de boodschap die Al Solh haar sculptuur meegeeft.
De politieke lading waarmee de curatoriële visie de titel stut, kan een letterlijke interpretatie van tuin en park echter in de weg zitten. Weinig bezoekers zullen het Park Sonsbeek zien als de moreel verheven commons, of als tegenhanger van de tuin als grondgebied dat wordt bezet door henzelf of de buren. Want zo verwelkomend, verbonden, en collectief als tuinen kunnen zijn, zo afgesloten, onveilig, en verloederd zijn sommige parken helaas geworden. Het is sterk dat de curatoren dat laatste erkennen en afstand nemen van de utopische associaties van het park die de eerste editie van Sonsbeek tijdens de wederopbouw definieerde. Zij benadrukken dit moment als een van voortdurende crisis: ‘Het park als metafoor voor publieke ruimte […] is een kwetsbare en omstreden plek die in ontwrichting verkeert’. Maar als een buitententoonstelling die zich daadwerkelijk in een park afspeelt, en daadwerkelijk bezoekers met én zonder tuin probeert te verbinden, loopt Sonsbeek 2026 het risico het metaforische en letterlijke met elkaar te verwarren.
Misschien daarom ontstond een van de meest aangrijpende momenten toen de tentoonstelling niet langer voor een metafoor aangezien kon worden. In de tweede week werd een kunstwerk van Larry Achiampong gevandaliseerd. Het betrof Kiezen is altijd een luxe voor wie nooit het dieptepunt heeft gezien, waarvoor Achiampong een zelfontworpen Pan-Afrikaanse vlag drapeerde over het Lorentzmonument (1931). Het voor Nederlandse begrippen zeer statige Rijksmonument toont de natuurkundige Hendrik Lorentz, die bruggen bouwde tussen zowel de klassieke en de moderne fysica als tussen landen en mensen, met een oog voor vrouwenemancipatie.[1] Voor Sonsbeek 2008 breidde kunstenaar Hans van Houwelingen het monument uit met 142 namen van wetenschappers die Lorentz’ ideeën verder ontwikkelden van over de hele wereld, zoals de Indiaase Chandrasekhar, Japanse Esaki. Achiampongs interventie zet zich niet zo zeer af tegen het Lorentzmonument specifiek, maar eerder tegen monumenten als plek waar een dominant westerse erfenis van kennis en macht samenkomen. Hetzelfde deed hij in de binnenstad bij het abstracte monument Burgers. Met de vlaggen omhult hij de beelden in perspectieven die niet alleen vaak ontbreken in het Nederlandse publieke geheugen, maar ook actief weerstand oproepen.
Een van de vlaggen werd kapotgesneden, maar niet gerestaureerd: Deze keuze getuigt van lef van de kunstenaar en organisatie. De vernieling is het bewijs dat herinneringen altijd plaats vinden in het heden, dat al net zo verscheurd is als de vlag. In een reactie verwijst directeur Orlando Maaike Gouwenberg naar de titel van de tentoonstelling, ‘…ik deel een park’, waarmee ze een oproep doet aan mensen om een collectieve verantwoordelijkheid te voelen voor de kunstwerken. Die titel klinkt krachtiger, nu het park niet hoeft in te staan voor de publieke ruimte en de commons. Het park is publieke ruimte, is kwetsbaar en is omstreden.
De vernieling is het bewijs dat herinneringen altijd plaats vinden in het heden, dat al net zo verscheurd is als de vlag.
Bij de werken die hun kracht halen uit de verweving met de omgeving, lijkt het meer-dan-menselijke de gemene deler . Bijvoorbeeld bij Alvaro Barringtons Gehoord worden dat bezoekers aanzet tot luisteren, nasa4nasas geïmproviseerde partituur tussen twee lichamen met het landschap als ‘derde choreograaf’ en Fanja Bouts figuratieve glas-in-loodramen over de niet-menselijke elementen van Sonsbeek.
Des te meer valt het op dat Sonsbeek en Arnhem slechts zijlings worden aangegrepen als specifieke locaties waar herinneringen als levende daad plaatsvinden. De gewortelde geschiedenis van de locatie is geen decor, maar heeft ook geen hoofdrol. Achiampongs interventies zijn daarvan een goed voorbeeld. Al in 2021 verpakte hij een standbeeld in Liverpool van William Gladstone, wiens familie fortuin maakte met slavenhandel. Vergeleken met die rechtstreekse confrontatie wordt het Arnhemse slavernijverleden min of meer geschampt. Terwijl er in Sonsbeek veel directere maar onderbelichte verbanden liggen, van de aanschaffing van het landgoed en de bouw van de Witte Villa en haar bewoners tot de ‘Indische tentoonstelling Oost-West’ in 1928.[2]
Als herstart na een voortijdig afgelaste editie valt Sonsbeek 2026 misschien minder af te rekenen op de omissies, dan het vermogen niets buiten de boot te laten vallen. Met ‘herinnering als levende daad’ vonden Gad en Li een kernachtig onderwerp, dat niet zou misstaan als een werkdefinitie voor het begrip van ‘kunstpraktijk’ zelf. Hoewel het een overtuigende brug slaat tussen de meest uiteenlopende werken, voelt die keuze ook veilig. Het blijft zoeken naar de positie die de tentoonstelling kiest, wat de zwaardere herinneringen aan en in Arnhem te kort doet. Desondanks komen de curatoren hun belofte na, door de veelzijdige kunst te verenigen met nog veel meer vrijwilligers en bezoekers, rondom al evenveel methodes van herinneren. Samen roepen zij onverwachts mooie en soms confronterende herinneringen in leven, zodat beide deel uit kunnen maken van de onderhandelingen voor een gezamenlijke toekomst. Het is fijn dat Sonsbeek daar weer bij hoort.
[1] Lorentz streed al vroeg voor het vrouwenonderwijs, vrouwenkiesrecht en liet later als hoogleraar vier vrouwen promoveren. Margriet van der Heijden. ‘En weer gaat een prijs naar een man’, NRC. 16 november 2018.
[2] Zie rapport Sporen van Slavernijverleden in Arnhem, Gelders Erfgoed, 2024.
Ischa Borger
is hoofdredacteur van Simulacrum




