metropolis m

Su Melo, Tree Huggers (2026), Material Worlds, Lustwarande. Courtesy the artist. Foto: Gert Jan van Rooij

Sterke editie van Lustwarande verwelkomt de wereld in De Oude Warande in Tilburg, waar kunstenaars uit meerdere continenten laten zien hoe de mens diens verbinding met de natuur kan herstellen. Lieke Mangindaan bezoekt Material Worlds en ziet werk dat de ingesleten verhoudingen tussen mens en landschap op hun kop zet.

Material Worlds is de vijftiende editie van Lustwarande, de jubileumeditie van de 25-jarige tentoonstelling in het Oude Warande bos bij Tilburg,die dit keer is samengesteld door Chris Driessen en gastcurator Manon Braat (conservator hedendaagse kunst Museum Arnhem). De tentoonstelling verwelkomt mij met The Portal Dream (2026) van Hiva Alizadeh: een portaal van gekleurde haren waardoor ik het bos mag betreden. De haarlokken verwijzen naar de rijke geschiedenis van Iran, waar haar wordt gezien als een symbool van identiteit, tijd en menselijke ervaring. De materialen voor het werk kwamen net op tijd aan; ze werden vervoerd met de laatste Emirates vlucht uit Iran, waarna daar de oorlogvoering oplaaide.

Het ontvlambare en fragiele vacuüm waar deze materialen zich doorheen hebben moeten verplaatsen kenmerkt ook de tijd waarop de tentoonstelling Material Worlds reflecteert. De tentoonstellingstekst benoemt hyperobjecten zoals klimaatverandering, AI en toenemend politiek- en oorlogsgeweld, die de verstoorde relatie tussen mensen en de aarde blootleggen. Een gevolg van deze ontwikkelingen zou een hernieuwde belangstelling van materiaal en diens processen zijn, een greep naar de elementen waaruit de aarde bestaat, als een poging om gaten te dichten en banden tussen mens en landschap te herstellen.

De tentoonstelling vertrekt vanuit het Verlichtingsidee dat mensen, cultuur en natuur geïsoleerde ideeën, plekken en lichamen zijn. Dat idee is erg hardnekkig, zo beaamt ook de Lustwarande in de tentoonstellingsgids. Wanneer mensen zich buiten de natuur plaatsen, creëer je automatisch de mogelijkheid om erboven te staan, en alle wezens die tot deze zogenaamde natuur behoren, te domineren en gebruiken voor eigen gewin.

Een aantal werken doet die scheiding tussen natuur en cultuur direct omslaan, zoals Blocs Party (2026) van Katleen Vinck. Als een futuristisch ruimteschip balanceert de punt van het werk op de grond, geaard als een boom die opgaat in het landschap. De sculptuur is zowel industrieel als natuurlijk, futuristisch als prehistorisch en robuust en licht tegelijk.Hetzelfde geldt voor de organische sculpturen The Odes (2022) van Jan Eric Visser. Het onderscheid tussen hetgeen dat kunstmatig is of door de mens gemaakt en dat wat natuurlijk is, lijkt niet meer te bestaan. De plastic sculpturen lijken organisch gegroeid, alsof ze altijd al tot het bos hebben behoord.

Katleen Vinck, Blockparty (2025), Material Worlds, Lustwarande. Courtesy the artist. Foto: Gert Jan van Rooij.
Hiva Alizadeh, The Portal Dream (2026), Material Worlds, Lustwarande. Courtesy the artist and Enari Gallery, Amsterdam. Foto: Gert Jan van Rooij

Praten over ‘natuur’ en ‘cultuur’ als losse begrippen helpt  om koloniale processen in stand te houden, maar houdbaar is de overtuiging niet. Er is nooit zoiets als ‘natuur’ geweest, een apart deel op aarde waar mensen naar kunnen terugkeren, de plek waar klimaatverandering plaatsvindt of iets dat we vanaf een afstand kunnen redden.

Vissers sculpturen van plastic – een materiaal dat zich zowel in het landschap, ons lichaam en in kunst bevindt – tonen dat onze menselijke invloed op landschappen en ecosystemen direct bij ons terecht komt in een ondoorzichtige, duistere lus: wij zijn ook onderdeel van de natuur. Om de sculpturen te maken, recyclede Visser bestaand plastic, en gebruikte hij dezelfde mallen om zo min mogelijk materialen te verspillen. De kronkelende objecten geven daarmee aan dat mensen zowel dader, slachtoffer maar mogelijk ook heler van diens eigen tijd kunnen zijn.

De Oude Warende is een interessante en opmerkelijke plek om een artistieke discussie over materiaal, natuurlijk of kunstmatig, menselijk of meer-dan-menselijk, te huisvesten. Het bos oogt even wild als gecultiveerd, met chaotische stroken bos die ingekaderd worden door strakke paden, assen en gecontroleerde perspectieven. Als bezoeker bevind je je als het ware in het centrum van waar het ‘natuurlijke’ samenkomt met het ‘gemaakte’, waarin alle wezens (mensen en meer-dan-mensen) zowel natuurlijke wezens zijn als wezens die het bos cultiveren, maken en in stand houden.

De kronkelende objecten geven daarmee aan dat mensen zowel dader, slachtoffer maar mogelijk ook heler van diens eigen tijd kunnen zijn.

Jan Eric Visser, The Odes (2022), Material Worlds, Lustwarande. Courtesy the artist. Foto: Gert Jan van Rooij.

Een verschuiving van dichotomieën en daarmee een herwaardering voor de materialen waaruit onze ‘material world’ is opgebouwd, zou een gewenst resultaat van de tentoonstelling zijn. Tegelijkertijd vraag ik mij af of dat ook daadwerkelijk een belichaamde verandering teweeg kan brengen.

The white heart is black van Meri Karapetyan; uitvergrote anemonen gemaakt van zout op de bodem van het bos, weet zo’n materiële verandering in gang te zetten. Samen met andere bezoekers kniel ik neer om het fragiele en elementaire materiaal te bekijken. Van dichtbij zie je de erosie van het weer, en de sporen van de dieren die in de sculpturen gegrift zijn. Het materiaal van de anemonen wordt daadwerkelijk opgenomen in de natuurlijke cyclus van weer, wind, water, bomen, schimmels en bacteriën. Het kunstwerk wordt onderdeel van de omgeving; de grens tussen natuur en cultuur verder ontmanteld.

In hoeverre een bezoeker bewust wordt van deze processen, hangt samen met de plattegrond die je vooral instrueert om stil te staan bij de sculpturen, maar niet om even lang stil te staan bij een willekeurige boom, paddenstoel of gevallen bladeren.De plattegrond projecteert als het ware een museale, lineaire en gecontroleerde ervaring op het landschap. De kunstwerken worden geïsoleerd en gelabeld als ‘kunst’, een fenomeen dat het bos ervan weerhoudt om de sculpturen daadwerkelijk ‘te kunnen opslokken’.

Het loslaten van de plattegrond maakt dat sculpturen vanzelf kunnen opdoemen, en geeft tevens een welkome verwarring. In de verte denk ik een sculptuur te zien, en uiteindelijk blijkt het een omgevallen boom te zijn die sculpturaal op de grond gevallen is, of gekleurde bladeren die zich onderscheiden van de omliggende omgeving. Het markeert het moment waarop het ene materiaal niet meer waardering verdient dan het andere, waarin de sculpturen zelf, als het gecultiveerde bos hetzelfde blijken te zijn.

Het loslaten van de plattegrond maakt dat sculpturen vanzelf kunnen opdoemen, en geeft tevens een welkome verwarring.

Meri Karapetyan, The White Heart is Black (2026), Material Worlds, Lustwarande. Courtesy the artist. Foto: Gert Jan van Rooij.

De paradoxale tegenstrijdigheid van het presenteren van sculpturen over materialiteit, landschap en behoud en herstel van de aarde in een bos, brengt nog een complexiteit of denkstap mee. De sculpturen gaan over hetgeen dat de bezoeker op datzelfde moment om zich heen ziet. Het maakt dat je als bezoeker de geleerde les over onze verhouding tot onze omgeving direct in praktijk kan brengen.

Zo spoort Tree Huggers (2026) van Su Melo aan om onderdeel te worden van de sculptuur. Door je hoofd in de cocon te steken, ontstaat een intieme ruimte om contact te maken met de boom, en deze te kunnen omhelzen. Het landschap is daarmee geen backdrop om de kunstwerken in te presenteren, maar een gelijkwaardige speler en samenwerkingspartner.

Ten slotte zijn er nog sculpturen die met hun materialiteit iets willen teruggeven aan het landschap. Duti, Zoti, mio lé Ezé me, lé Dzinkussi van Kokou Ferdinand Makouvia zijn keramieken zuilen die om en naast bomen geplaatst zijn. Via elektriciteitskabels zijn de sculpturen verbonden aan elkaar en aan de bomen. Helemaal op de grond staan de zuilen echter niet, ze zijn neergezet op een dunne laag Kpatima-bladeren die Makouvia meenam uit Togo. Deze bladeren zijn afkomstig van de hyssop, een West-Afrikaanse plant waaraan mystieke en therapeutische eigenschappen worden toegeschreven. De bladeren zouden deze eigenschappen toevoegen aan de bosgrond onder de sculpturen, waarna deze via de grond zich richting de boomtoppen verspreiden. Makouvia speelt hiermee in op het schimmelnetwerk waarmee alle bomen in het bos aan elkaar verbonden zijn, en geeft vanuit diens eigen cultuur iets terug aan het herstel en behoud van het landschap.

Kokou Ferdinand Makouvia, Duti, Zoti, mio lé Ezé me, lé Dzinkussi (2026) (World Tree, Fire Tree, Grown in the Vase that Holds the Sky) (Wereldboom, vuurboom, gekweekt in de vaas, die de hemel vasthoudt), Material Worlds, Lustwarande. Courtesy the artist and Galerie Sator, Paris. Foto: Gert Jan van Rooij.

Material Worlds zit vol complexiteiten, schijnbare tegenstellingen en spanningsvelden die een bezoek extra interessant maken. Het lijkt een simpele opgave om kunstwerken over materialiteit, landschappen en ecologieën te bekijken in een daadwerkelijk landschap, terwijl dat nou juist complexiteiten en extra denkstappen introduceert. Want hoe beweeg en gedraag je je wanneer vaststaande geïsoleerde categorieën zich voor je ogen versmelten? Waar hoor je dan als mens nog bij? De vaststaande paden in het bos en de plattegrond laten toch blijken dat we als mens richting of houvast nodig hebben. Maar wanneer je van het pad afwijkt, sculpturen bekijkt en onderweg een boom knuffelt, dan is Material Worlds een aanzet zijn om onze verhouding met het landschap te herstellen.

Material Worlds is tot 27 september te zien in park De Oude Warande in Tilburg

Lieke Mangindaan

is een kunsteducator en kunstenaar. 

Gerelateerd

Recente artikelen