metropolis m

Miet Warlop, courtesy de kunstenaar

Performance leeft op het moment, zo ook in België die Miet Warlop vertegenwoordigt met IT NEVER SSST, een hybride werk waarin muziek, taal, dans en sculptuur samenkomen. Isabel Van Bos spreekt Warlop en curator Caroline Dumalin over hun plannen.

Dit jaar kiest België voor een praktijk die zich niet laat reduceren tot één discipline. Miet Warlop is iemand wier werk fundamenteel hybride is. Geen beeldend kunstenaar die af en toe een performance doet, geen theatermaker die sculpturen maakt. Met IT NEVER SSST brengt ze een werk waarin live-muziek, dans, taal en sculpturale installaties samenkomen.

Die hybride werkwijze gaf de doorslag bij de selectiejury, die het voorstel ‘spannend, gedurfd en verrassend’ noemde, aldus Caroline Dumalin, artistiek directeur van Morpho in Antwerpen en de door Warlop uitgekozen curator van het project. IT NEVER SSST werd verkozen boven twee andere finalisten: een voorstel van beeldend kunstenaar Kasper Bosmans met curator Samuel Saelemakers, en een van Hana Miletić in tandem met Helena Kritis. Maar precies omdat de keuze een andere praktijk bekroont, komt er meteen een praktische en inhoudelijke vraag naar voren. Want hoe vertaal je een praktijk die draait om de energie van een optreden, in het moment, naar een paviljoen dat zes maanden openblijft en honderdduizenden bezoekers moet bedienen? En misschien nog belangrijker: wat blijft ervan over als er geen performance is?

Tussen disciplines

Die vraag is niet nieuw voor Warlop. ‘Ik ben begonnen als beeldend kunstenaar, maar het statische karakter lag mij niet’, zegt ze me in een ontmoeting enkele maanden voor de biënnale. Warlop studeerde in 2004 af aan het KASK in Gent in de richting van Multimediale Kunsten. Die onrust, het verlangen naar beweging, naar energie, zou haar werk gaan bepalen. ‘Toen ik kort na mijn afstuderen de residentieprijs voor Jong Theaterwerk won, bleef dezelfde vraag knagen: wat is mijn artistieke praktijk eigenlijk? Ben ik beeldend kunstenaar of theatermaker?’ Het antwoord: geen van beide. Of allebei. Die weigering om te kiezen werd haar kracht.

Twintig jaar later heeft die praktijk haar van Torhout naar Avignon gebracht, waar The New York Times ONE SONG in 2022 uitriep tot een van de beste theatervoorstellingen van het jaar. Ze was in Berlijn en Parijs, waar Nervous Pictures te zien was. En in mei 2025, pal voor Venetië, is haar werk te zien op het Kunstenfestivaldesarts in Brussel. Onder de titel Inhale delirium exhale wordt een opmerkelijke selectie uit een twintig jaar werk geboden.
‘Ik ben nooit regisseur of choreograaf geweest’, zegt Warlop. ‘Mijn performances vertrekken altijd vanuit objecten, materialen of installaties, waarbinnen ik een performatieve dynamiek creëer.’ ‘Pas daarna komen de performers, die het materiaal activeren, ermee worstelen of erin verdwijnen.’ Haar werk begint niet bij het lichaam, als het geval bij zoveel performances, maar bij stoffige objecten, gips en absurde sculpturen. In Dragging the Bone (2014) rolt Warlop over het podium in een gipsen rok die haar lichaam omhult en tegelijk belemmert. Met elke beweging breekt het gips af, tot ze omringd is door brokstukken van zichzelf. In ONE SONG zingen twaalf performers een uur lang hetzelfde lied, gecomponeerd door levenspartner Maarten Van Cauwenberghe, terwijl ze squats doen, sit-ups maken, tussen drumstellen rennen. Een publiek moedigt hen aan en jouwt hen uit tot ze neervallen van uitputting. Wat die twee werken bindt, is een obsessie met herhaling en extreme inspanning. The New York Times noemde ONE SONG luidruchtig, absurd en buitengewoon vermakelijk, zij het enigszins verontrustend. Die combinatie van fysieke uitputting, absurde objecten en bezwerende muziek lijkt Warlops artistieke handtekening geworden.

Duizend woorden van gips
IT NEVER SSST bestaat uit duizend in gips gegoten woorden, in vijf talen: Nederlands, Frans, Engels, Italiaans en Bengaals. ‘Duizend gipsen woorden die staan als ruïnes of een oude karaokemachine,’ schetst curator Caroline Dumalin. Zeven performers zullen ze activeren: door de ruimte slepen, erin zingen, op een tribune exposeren als een monumentale muurtekening. ‘Ze bewegen door een wereld in beroering, terwijl de dreiging zich verspreidt’, legt Warlop uit. ‘Repetitieve, vaak absurde rituelen moeten de beweging gaande houden.’ Ze werkt met haar vaste kern, aangevuld met een lokaal team dat in februari 2026 in Venetië gecast wordt. ‘We willen ook een golving creëren buiten het Biënnale-terrein, in de stad zelf. Het gezongen en gebeeldhouwde woord moet constant in beweging zijn.’

Het werk bouwt voort op eerdere experimenten. In Chant For Hope (2023) voor de Dhaka Art Summit werkten zeven performers met kleitegels vol Bengaalse woorden. Maar de wortels liggen dieper. Alles in haar artistieke praktijk lijkt met elkaar in verbinding. ‘Elk einde is een begin, elke performance bouwt voort op de andere’, zegt Warlop. ONE SONG bouwde voort op Sportband / Afgetrainde Klanken uit 2005, een performanceconcert als uitputtende strijd tussen sportende muzikanten en een klein juichend publiek. Het was een requiem voor haar broer Jasper die uit het leven was gestapt. Zeventien jaar later keerde ze met ONE SONG terug naar die pijn, nu met woorden. Op gipsen bordjes verschijnen ‘never’, ‘why’, ‘if’, losse fragmenten die geen zinnen vormen, omdat verdriet dat ook niet doet. ‘Ik hou ervan wanneer de sporen van het verleden zichtbaar blijven in het werk van het heden. Ik onderzoek het idee dat mijn artistieke praktijk cyclisch is, een voortdurend proces, een levend onderzoek dat zelf een personage wordt.’

Acht dagen per maand zullen performers aanwezig zijn. Voor meer is er geen budget. De rest van de tijd blijft het werk sculpturaal, stil, een tribune van gipsen woorden zonder de stemmen die eruit horen op te klinken. Voor wie Warlops werk kent, van het podium, van zijn vibrerende energie, roept dat vragen op. Het paviljoen vraagt om een andere logica dan de black box, legt Warlop uit. Bezoekers komen en gaan, de meesten zullen nooit een performance zien. Wat overblijft is een installatie van gipsen objecten, die hoe indringend ook een andere Warlop biedt.

Warlop zelf weigert mee te gaan in de hier geschetste tegenstelling. ‘Het is een grote erkenning om deze plek tot je beschikking te krijgen binnen de context van beeldende kunst. De beeldende wereld stopt niet als er net die dag geen performers zijn.’ De gipsen woorden zullen resoneren, beweert ze, ook zonder de lichamen die ze activeren. Of dat werkt, zal Venetië moeten uitwijzen.

'De beeldende wereld stopt niet als er net die dag geen performers zijn.'

Miet Warlop, Plaster Hands, 2025, courtesy de kunstenaar

Taal in beweging
Zelfs de titel laat zich niet vastpinnen. ‘Uitspreken is het al interpreteren’, zegt Dumalin. ‘Is het “it never stops”? Of juist een poging tot stilte die niet lukt?’ Een klank die vraagt om stil te zijn, maar zelf geluid maakt. Het gaat over een wereld die nooit eens stil is. ‘We ervaren allemaal de stress om ons heen, in ons hoofd, en proberen die vanuit onze persoonlijke bubbel te verwerken’, zegt Warlop. ‘De vraag is: moeten we dat niet samen doen? Kunnen we de gedeelde spanning doorstaan in plaats van geïsoleerd te blijven?’ Dat zoeken naar collectiviteit loopt als een rode draad door het werk.

Het is een urgente vraag in 2026. Vlaams minister van Cultuur Caroline Gennez ziet in het werk een spiegeling van ons tijdperk: ‘Oude zekerheden staan op losse schroeven, brute macht heeft de macht. Mensen zoeken nieuwe rituelen, nieuwe houvast, een toekomstperspectief. Miet verbeeldt dat.’ Warlop zelf formuleert het voorzichtiger: ‘Een spiegel, niet noodzakelijk van wat er schort, maar eerder van wat we zoeken en tekort komen.’ Het gaat haar niet om grote geopolitieke analyses, maar om de chaos die gewone mensen dagelijks bezighoudt.

Dat er ongemak heerst rond haar keuze, blijkt ook uit de taal. Gennez omschreef IT NEVER SSST als ‘een muzikaal en levend beeldhouwwerk’. Warlop zelf noemt het een ‘performance tentoonstelling’. Beide termen verraden voorzichtigheid, alsof performance alleen niet volstaat voor het Belgische paviljoen, alsof het gevalideerd moet worden door iets sculpturaal, iets dat blijft. Die omzichtigheid is onnodig. Performance hoeft niet gelegitimeerd te worden door beeldende kunst. Anne Imhof won in 2017 met Faust de Gouden Leeuw voor het Duitse paviljoen en Anne Teresa De Keersmaeker creëerde een heropvoering van Vortex Temporum in WIELS in Brussel. Toch lijkt in Vlaanderen nog altijd een reflex te bestaan om performance veilig in beeldende kunst te verpakken. ‘In een tijd waarin alles lijkt ingedijkt te worden, mag kunst ook buiten haar oevers treden,’ zegt Warlop daarover. Voor haar is performance geen toegevoegde laag op sculptuur, maar iets dat uit dezelfde bron komt. Ze is geen performancekunstenaar die sculptuur maakt, maar een kunstenaar voor wie beweging materiaal is. Dit biedt direct ook het antwoord op de in het begin van deze tekst opgeworpen kwestie over wat er gebeurt in Venetië als de performance er niet is? Het werk blijft, omdat het nooit alleen performance was.

Een werk over collectiviteit in een wereld die uit zijn voegen barst, gepresenteerd op de Biënnale van Venetië waar nationale identiteit centraal staat. Op het Belgische paviljoen staat nog altijd ‘L’union fait la force’, een ironische boodschap voor een land dat kunstenaars per taalgroep afvaardigt, en voor een kunstenaar die vragen stelt over hoe we de gedeelde spanning kunnen doorstaan. Een performance die weigert altijd aanwezig te zijn. Een titel die niet wil stoppen, in een paviljoen dat haar probeert vast te houden. Een vraag naar verbinding, in een systeem dat daar niet voor gemaakt is. Die spanning is niet iets om op te lossen. Het is waar het werk zich afspeelt.

Miet Warlop, IT NEVER SSST
Belgisch Paviljoen, 61e Biënnale van Venetië, Giardini
9.5 t/m 22.11.2026

DEZE TEKST IS EERDER GEPUBLICEERD IN METROPOLIS M NUMMER 2-2026 BIËNNALE VAN VENETIË GIDS

Isabel Van Bos

is een freelance curator gevestigd in Brussel en geeft samen met Laura Herman vorm aan de Curatorial Studies KASK en Conservatorium in Gent

Recente artikelen