metropolis m

Het Modemuseum in Hasselt is een van de musea die 30% aan subsidie kwijtraakt

Musea kondigen acties aan tegen forse besparingsoefening van Vlaamse regering: “We rekenen op de steun van de hele sector” De 27 bovenlokale musea, die 30 procent van hun Vlaamse subsidies verliezen, kondigen acties aan tegen het besparingsbeleid van de Vlaamse regering. Hoe die er precies zullen uitzien, moet nog blijken, maar de sector waarschuwt cultuurminister Caroline Gennez (Vooruit) voor wel voor “desastreuze gevolgen” van het besparingsbeleid.

De Vlaamse museumsector legt zich niet zomaar neer bij de beslissing van de Vlaamse regering om 30 procent van de werkingssubsidies te schrappen, een maatregel die de begroting zo’n 2,3 miljoen euro moet opleveren. De Vlaamse krant het Nieuwsblad peilt reacties en laat Davy Jacobs van het Jenevermuseum in Hasselt aan het woord. Hij spreekt namens alle 27 musea die dertig procent moeten inleveren.

“We zijn volop in overleg met de hele sector en beraden ons erover hoe die acties eruit zullen zien. Naar alle waarschijnlijkheid gaan we actievoeren met de hele sector. De grote landelijke musea, die niet zijn getroffen door de Vlaamse beslissing, zullen wellicht solidair zijn met ons. We laten ons niet uit elkaar spelen, maar willen als één front een signaal geven aan het beleid.”

De boodschap van de musea is alvast duidelijk: als de geplande besparing doorgaat, zal dat leiden tot een “verschraling van het museale landschap” en zal dat “desastreuze gevolgen hebben voor de mensen die er dagelijks met veel passie werken, voor collecties én voor bezoekers”, zo klinkt het in een open brief van de sector aan cultuurminister Gennez.

De Vlaamse regering trok voor 2026 ook al 5 procent van de subsidies voor de bovenlokale musea in. In vergelijking met de besparing van dit jaar, nog eens 30 procent, was dat gemorrel in de marge, zo klinkt het. “Hoeveel bovenlokale musea zullen deze besparing overleven?”, vragen de 27 getroffen musea zich af in hun brief. “Dertig procent is geen extraatje, maar raakt elk van onze organisaties in het hart van de werking.”

47 miljoen minder

De Vlaamse regering koos er bij de begrotingsopmaak naar eigen zeggen voor om de middelen te concentreren waar ze de grootste impact hebben. Er komen deze keer dus geen besparingen op de grote musea of op de grote fondsen als Literatuur Vlaanderen. De besparing wordt gezocht bij de eerder lokale of bovenlokale initiatieven.

Daaronder vallen bijvoorbeeld de bovenlokale musea die het met een derde minder geld moeten doen. Op die manier wordt in totaal 2,3 miljoen euro bespaard. Er zitten veel sociaalhistorische musea onder de musea die nu getroffen worden door bezuigingen maar ook BOZAR in Brussel, Abby en Museum Dhandt Dhaenens.

Ook op landelijke en bovenlokale archiefinstellingen wordt fors bespaard, zij verliezen 50 procent van hun subsidies, goed voor 6,5 miljoen euro. Het gaat daarbij onder meer om het Stadsarchief Ieper, het Stadsarchief Mechelen, het KADOC in Leuven, het Letterenhuis in Antwerpen en het Archief en Museum van het Vlaamse leven te Brussel (AMVB).

Landelijke erfgoedbibliotheken krijgen het nog harder te verduren, zij verliezen net als Bozar al hun subsidies, goed voor 1 miljoen euro. Het gaat daar om de Hendrik Consciencebibliotheek in Antwerpen, de Openbare Bibliotheek Brugge en de Universiteitsbibliotheek Gent.

Ook Provinciale archeologische musea verliezen al hun subsidies, goed voor 3,9 miljoen euro. Het gaat daarbij om het Archeocentrum Velzeke, de Provinciale Erfgoedsite Ename en het Provinciaal Molencentrum Mola in Wachtebeke.

Verder verliezen landelijke dienstverlenende organisaties binnen het cultureel-erfgoeddecreet 30 procent zoals het Centrum voor Agrarische Geschiedenis in Leuven of Archiefbank hun subsidies, goed voor 1,8 miljoen euro.

Betere samenwerkingen tussen organisaties

Gennez wil ten slotte ook de vele overlegstructuren, steunpunten en koepels hervormen. Daarnaast streeft ze naar een betere samenwerking tussen organisaties. “Dubbelwerk en versnippering kunnen we ons niet langer veroorloven. Losse subsidies op naam bouwen we verder af”, vertelt Gennez.

Zo wordt bijvoorbeeld nog 5 miljoen euro bespaard op “rationalisatie en hervorming van tussenstructuren”, 4,5 miljoen euro op infrastructuur en 5 miljoen euro op stimuleringsmiddelen. Samen komt die puzzel zo uit op 47 miljoen euro.

In het persbericht worden het “heel erg moeilijke keuzes” genoemd. “Maar als we nu niet ingrijpen, dan verliezen we de controle en krijgen we volgend jaar, binnen 5 jaar en binnen 10 jaar een nog veel grotere rekening gepresenteerd. Een failliet land kan immers ook niet investeren in cultuur.”

Sluitingen

Jacobs vindt het kortzichtig om de verschillende musea één op één met elkaar te vergelijken. “Musea zijn een voedingsbodem voor toerisme en economie in de verschillende Vlaamse streken. Bovendien zijn wij de instapmusea voor kinderen en jongeren, die via ons kennismaken met ons erfgoed en op latere leeftijd vaak doorgroeien naar de grotere musea in de kunststeden. Die waarde druk je niet zomaar uit in een bedrag. De minister lijkt maar niet te willen begrijpen dat ook kleinschalige musea, die relatief weinig bezoekers ontvangen, een landelijke en zelfs internationale uitstraling kunnen hebben.”

Jacobs houdt er rekening mee dat de lijst met bovenlokale musea de komende jaren korter zal worden. “Sommige ontvangen vele duizenden bezoekers en kunnen rekenen op steun van hun gemeente of stad, andere werken met teams van hooguit vijf mensen en zijn voor meer dan de helft van hun budget afhankelijk van de Vlaamse subsidies”, zegt Davy Jacobs. “Voor musea zoals De Mindere in Sint-Truiden (dat focust op Franciscus van Assisi en de minderbroeders, red.), groentemusea ‘t Grom in Sint-Katelijne-Waver of Museum Dhondt-Dhaenens (moderne kunst, red.) wordt het heel zwaar.” Het Truiense museum noemt het alvast “gewoon onmogelijk” om de werking voort te zetten met 30 procent minder Vlaamse steun. MDD spreekt van “een bloedbad” voor de sector.

Minister Gennez reageert

“Besparen is natuurlijk nooit leuk”, zegt Vlaams minister van Cultuur Caroline Gennez in een reactie aan VRT NWS.

“De culturele sector is een ongelofelijk waardevolle sector. We hebben in budgettair moeilijke tijden keuzes moeten maken, maar we besparen niet op onze artiesten, schrijvers, filmmakers of op het Kunstendecreet. We zetten ook vol in op cultuur op school, zodat iedereen van jongs af aan met cultuur in aanraking kan komen.”

Over bovenlokale musea vindt Gennez dat de focus bij de lokale overheden ligt. “Wij deden daar als Vlaanderen iets extra. Met pijn in het hart moeten we daar nu op besparen. Ik heb heel veel begrip voor de ontgoocheling, maar het is mijn job om in budgettair moeilijke periodes keuzes te maken.”

Dat Vlaanderen door het terugtrekken van de subsidies voor Bozar niet meer betrokken is bij het kunstencentrum, noemt ze “heel spijtig”.

“Maar Bozar is een federale instelling die via de federale overheid tientallen miljoenen euro’s aan subsidies ontvangt”, gaat Gennez verder. “Vlaanderen investeerde daar bijkomend 700.000 euro in. Ik ben me ervan bewust dat het een welkome extra was, maar we hebben op dit moment niet de luxe om te investeren in zaken die tot de kernverantwoordelijkheid van andere overheden behoren.”

OPEN BRIEF Musea

Geachte minister,

Wat zou u uit uw winkelkar nemen als u aan de kassa plots te horen krijgt dat u een derde eruit moet halen? De verse groenten? De huishoudproducten? Of zou u opteren om van alles iets achter te laten in de hoop dat u aan het einde nog voldoende overhoudt om aan uw basisbehoeften te voldoen? Dát is helaas de keuze waar u ons, de bovenlokale musea, vandaag voor stelt. Alleen kunnen wij niet simpelweg goedkoper winkelen. Een besparing van 30 % betekent keuzes maken over wat er uit de kar dreigt te vallen: personeel, tentoonstellingen, beheer van de collectie, onderzoek, educatie, …

Maar laten we onszelf nog eens voorstellen. Want we denken dat u ons na twee jaar nog steeds niet goed kent. Bovenlokale musea zijn 27 collectiebeherende instellingen, verspreid over heel Vlaanderen, vaak lokaal verankerd, maar met een bovenlokale, landelijke en zelfs internationale uitstraling. Voor velen zijn wij een eerste kennismaking met een museum, van scholen tot lokale organisaties, van anderstalige nieuwkomers tot mensen met dementie. Elk van ons zet zich dag en nacht in voor het bewaren van en doorgeven van kennis over heel diverse collecties.

Samen maken we deel uit van een fijnmazig netwerk waarin elke speler bijdraagt tot het geheel. Ook in uw Strategische Visienota Kunsten en Cultuur Erfgoed onderstreept u het belang van die samenhang en continuïteit. Een cultureel ecosysteem kan immers alleen bloeien wanneer we het in zijn volle complexiteit erkennen en ondersteunen.

Maar waar is deze continuïteit? Met deze besparing kiezen u en de Vlaamse Regering integraal voor een verschraling van dat museale landschap. Want zo’n ongeziene besparing heeft reële en desastreuze gevolgen, voor de mensen die er dagelijks met veel passie werken, voor collecties én voor bezoekers. U kiest er doelbewust voor om de zuurstofkraan dicht te draaien. 30 % is geen extraatje, maar raakt elk van onze organisaties in het hart van de werking.

We kunnen dan ook niet anders dan concluderen dat dit een doelbewuste keuze is. Wil de Vlaamse Regering nog inzetten op een bovenlokale cultuurwerking? Bij de afslanking van de provincies werd de belofte gemaakt dat het wegvallen van dit provinciale intermediaire niveau voor cultuur niet ten koste mocht gaan van de diversiteit in de cultuursector. We stellen vandaag iets anders vast.

Want hoeveel bovenlokale musea zullen deze besparing overleven? De opdracht wordt alleen maar groter, de middelen schaarser. Door de voorziene besparing op het gemeentefonds zal de financiële druk op de musea alleen maar toenemen, hetgeen in vele gevallen een dubbele besparing betekent. En wie denkt dat het zo’n vaart wel niet zal lopen, hoeft maar te kijken naar het trieste lot van het Eperon d’Or in Izegem. Misschien was het toen al een teken aan de wand dat het windstil bleef vanuit uw kabinet.

Mevrouw de minister, u beschouwt cultuur als een universeel recht voor iedereen. U schreef in uw visienota: “Kunst en erfgoed zijn niet de luxe van wie tijd over heeft. Ze zijn een noodzakelijke vorm van menselijkheid.” Maar onze winkelkar geraakt leeg, met erfgoedhonger tot gevolg. Ons huishouden dreigt in elkaar te storten. Zo ontneemt u toekomstige generaties de kans om op een laagdrempelige manier kennis te maken het rijke verleden dat we samen koesteren.

Maar misschien kunnen wij als bovenlokale instellingen een museum oprichten voor de gebroken beloftes van de Vlaamse Regering.

Namens de 27 bovenlokale musea die u met deze besparing treft.

Bronnen: oa VRT en Het Nieuwsblad

Recente artikelen