metropolis m

Een stichting die een ANBI-kwalificatie heeft hoeft geen belasting te betalen over een groot deel van haar activiteiten omdat die, zoals het heet, ‘algemeen tot nut’ zijn. Toen recentelijk het aantal ANBI’s in Nederland groeide van 33.000 naar 45.000, werd ook de Belastingdienst duidelijk dat de goede doelen door velen misschien iets te ruim worden opgevat. Nous Faes over een giftcultuur die zijn (goede) doel voorbij schiet.

In Nederland bleek een belastingwetgevingswijziging die was bedoeld om ontwijking en misbruik tegen te gaan averechts uit te pakken.1 Het IBO-rapport ‘Licht uit, spot aan’: de vermogensverdeling (2022)2 richtte de aandacht op een trend onder de meest vermogenden Nederlanders om zelf zogenaamde ‘algemeen nut bevorderende instellingen’ (ANBI’s) op te richten rond een door henzelf bepaald goed doel. De belastingdienst had het aantal ANBI’s sindsdien van 33.000 naar 45.000 zien groeien en uitgezocht dat 94% van de miljonairs met een vermogen van meer dan 25 miljoen die regelmatig donaties deden, daarvoor hun eigen ANBI als begunstigde gebruikte. Deze non-profit instellingen, merendeels stichtingen, worden door de oprichters bedeeld met ruime, meestal periodieke giften in geld, aandelen of natura, zoals schilderijen en andere kostbare kunstvoorwerpen. Hoewel het bloot eigendom verschuift, blijft het vruchtgebruik, zoals dividenduitkeringen, maar ook die Rembrandt of Rubens boven de haard, veelal bij de schenker. Giften aan ANBI’s zijn aftrekbaar van de inkomsten- en vermogensbelasting, omdat we in Nederland de afspraak hebben gemaakt dat een goed doel het algemeen maatschappelijk belang dient. Sommige miljonairs, schreven de ambtenaren, weten op die manier hun inkomen naar nul euro terug te schroeven – en daarover leken ze best verbaasd. 

Ironisch genoeg kantelde door deze informatie de perceptie op filantropie met 180 graden: van de beoogde maatschappelijke verdienste (doelstelling) en het zo bewierookte altruïsme (motief) naar wat feitelijk opportunistisch handelen (eigenbelang) bleek te zijn. Want filantropie die naar eigen inzicht, volgens eigen opgestelde regels, en met oog op eigen voordeel vorm krijgt, is geen acceptabel wisselgeld voor het niet-meebetalen aan collectieve afdrachten die vanuit gedeelde verantwoordelijkheid worden gedaan. Sterker, het is ondermijnend. Waarom zou de samenleving, via een misgelopen belastingafdracht van jaarlijks miljarden euro’s,3 meebetalen aan wat een trits vermogenden toevallig de moeite waard vindt? Alsof hun esthetische voorkeur, hun ijdele verwachting om de canon (sleets als hij al is) te kunnen bepalen het primaat heeft. Hen tegen sterk gestegen taxatieprijzen een schenking vergoeden, ondanks het tergende slapende bestaan van de kunstobjecten in vrijhandelszones. Waarom betalen deze meest vermogenden kortom niet gewoon belasting, zodat op democratische wijze kan worden bepaald welke collectieve goederen en voorzieningen worden aangeschaft voor ‘het algemeen nut’ en zodat er tevens voldoende geld is om dat ook te financieren? 

De ANBI voorkeursbehandeling 

De ANBI is op te vatten als een vinkje binnen de belastingwetgeving dat relatief eenvoudig aan bepaalde juridische entiteiten (veelal stichtingen) wordt verstrekt, mits voldaan wordt aan een aantal simpele administratieve voorwaarden. Tot de ‘algemeen nut bevorderende instellingen’ behoren automatisch publiekrechtelijke lichamen (de Staat, provincies, gemeenten, et cetera) en verder Nederlandse en buitenlandse niet winstgeoriënteerde instellingen die zich richten op een limitatieve rits van ‘goede doelen’.4 De ANBI instelling die erfenissen en schenkingen ontvangt hoeft daar geen belasting over af te dragen; datzelfde geldt voor uitkeringen in het algemeen belang die zij zelf doet. Andersom heeft wie als particulier of vanuit een vennootschap aan een ANBI schenkt, jarenlang giften ongelimiteerd kunnen aftrekken van respectievelijk de inkomsten- en vennootschapsbelasting. 5 Hoewel het rapport over misbruik door vermogenden de Tweede Kamer zodanig schokte dat de belastingaftrek per 1 januari 2023 beperkt werd tot 250.000 euro, leidde een lobby van brancheorganisaties nog geen zes maanden later tot het aanbod van de staatssecretaris om grotere giften vanuit de bedrijven van donateurs weer onbeperkt mogelijk te maken. Een en ander zou zijn beslag moeten krijgen in de belastingvoorstellen van het kabinet voor 2024, die vervolgens door de Tweede Kamer worden behandeld. 

Waarom zou de samenleving meebetalen aan wat een trits vermogenden toevallig de moeite waard vindt?

‘Niemand weet wat een ANBI is’

Het centrale criterium voor toewijzing van het etiket ‘ANBI’ – voor 90% in doelstelling en activiteiten gericht zijn op het algemeen belang – zorgt van meet af aan voor problemen. Want wat is precies ‘algemeen belang’ en wat niet? Tijdens het rondetafelgesprek met experts dat de vaste commissie voor Financiën in 2008 voerde over de wijzigingen in de belastingwetgeving, vormt het een bron van irritatie, want waarom kan bijvoorbeeld de koorvereniging wél een ANBI status krijgen, maar de sportvereniging in hetzelfde dorp niet? Een hoogleraar belastingrecht merkt dan op: ‘Het begrip ANBI is volstrekt onduidelijk. Eigenlijk weet niemand wat een ANBI is. We weten alleen dat ANBI’s een algemeen belang moeten behartigen en dat dit geen particulier belang mag zijn. Voor het overige is de afbakening volstrekt onduidelijk. Daar komt het maatschappelijk en sociaal belang nog bij. Dat is al even onduidelijk’.6

Signalen dat er wat mis is met de ANBI-status komen na enige tijd weer bovendrijven, maar het duurt wel bijna dertien jaar, tot 2021. Dan stelt de staatssecretaris een commissie in die ‘het algemeen nut’ scherper moet krijgen, graag ‘binnen de mogelijkheden van de belastingdienst’. Daarmee doelt de staatssecretaris op de vijf fte die zich met de 45.000 ANBI instellingen bezighouden. Dat de commissie, met als voorzitter hoogleraar Filantropie René Bekkers, de vraag herinterpreteert tot het adviseren over verbeterde regels en toezicht op naleving, opdat de ANBI ‘geen gedrag vertoont dat ingaat tegen algemeen gangbare waarden en normen’7 maakt duidelijk dat er inmiddels wel wat aan schort. Even opvallend, is dat in het rijtje van maatschappij en democratie ondermijnende problemen die rond de ANBI spelen, het misbruik en de belastingontwijking door meest vermogenden (toch geen sinecure) niet wordt genoemd.8 

Het ‘algemeen belang’ scherpt de commissie in zoverre aan, dat een ANBI daadwerkelijk iets moet uitvoeren: zij mag dus niet op haar kapitaal liggen slapen. De algemeen nut-vereiste impliceert ook dat ‘zowel de doelstelling van de instelling als haar feitelijke werkzaamheden niet gericht mogen zijn op wat in wezen het eigen belang is van haar leden en/of bestuurders’. Het is een open deur, maar precies hetgeen je je afvraagt als belastingontwijking in het geding is. 

Uiteindelijk zou het team dat op naleving van de regels toeziet, uitgebreid worden, tot veertig fte. Dat kan 45.000 instellingen natuurlijk nooit afdoende volgen; toezien op de publicatieplicht van financiële gegevens en bestuurderssamenstelling is al heel wat. Doorlichten van instellingen gebeurt dus enkel steekproefsgewijs, of na signalen van onrechtmatigheden. 

De waardebepaling

Een andere benadering leest als volgt: een doorwrochte analyse zou historische en context-gerelateerde onrechtmatigheden betrekken. Te eenvoudig wordt een schenking op de lat bijgeschreven. Maar het ‘algemeen nut’ van een voorgestelde schenking kan pas waarde in de weegschaal leggen, als er antwoord is of de wet terecht alle juridische ruimte en een financiële vrijbrief aan het privébezit dat ooit werd verworven geeft, óf dat aan het bezit een kostprijs jegens ‘mensen en de planeet’ kleeft die nooit naar behoren is voldaan. In dat geval gaat namelijk een deel van de eigendomsclaim verloren. Wat niet (helemaal) van jou is, kan je immers niet schenken. In het geval van een culturele schenking zou bovendien de context tellen. Maar al te helder is de herinnering aan de Vaandeldrager die het Rijksmuseum per se voor 175 miljoen euro wilde kopen, omdat hij ‘onvervangbaar’ en ‘onmisbaar’ zou zijn, hoewel de kunstgemeenschap zojuist onderuit was geschopt: een onvergetelijke faux pas. Van algemene waarde kan geen schenking of bijdrage zijn, waar de bredere (kunst)gemeenschap niet mee gediend is, kunst is immers een dialoog, geen dictaat.

Op deze manier zou de vraag gesteld worden of het algemeen belang optimaal gediend is met ‘de deal’ die een categorie meest vermogenden, bij wie het ontiegelijk uit de rails is gelopen, eenzijdig met de samenleving heeft willen sluiten, een als vanzelfsprekend beschouwde deal waar ‘de gulle gever’ in het ANBI register het afgelopen decennium zoveel bij gebaat was. We zouden ons als (kunst)gemeenschap namelijk ook iets beters kunnen voorstellen, de maatschappelijke kosten van de deal in ogenschouw nemend. Ik stel me er een publiek colloquium bij voor, een ervaring zoals eerder binnen Former West is gecreëerd. Daar zou ruim gelegenheid zijn om de concrete gevallen te bespreken en te wegen alvorens een houding en koers te bepalen. Want ‘algemeen nut’, dat hoort thuis in de commons, is per definitie communaal, en hoort niet thuis in handen van een select gezelschap eenlingen. 

1 Milan van Denderen & Misha van Denderen, ‘Inkomsten uit erfbelasting gedaald na mislukte poging om ontwijking te beperken’, 20.4.2023, website ESB.
2 ‘IBO Vermogensverdeling – Licht uit, spot aan: de vermogensverdeling’, 8.7.2022, rapport op website Rijksoverheid.
3 De culturele ANBI kent vergeleken met de gewone ANBI een verruimde giftenaftrek van 125% (particulieren) en 150% (bedrijven). Eind januari 2022 waren er 7.756 ANBI’s met een culturele status, 17% van het totaal.
4 Over de periode 2009-2018 was de giftenaftrek in de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting, en de vrijstelling van schenk- en erfbelasting en de energiebelasting in totaal €5,8 miljard.
5 ‘Goede doelen’, website Belastingdienst.
6 Wijziging van de Successiewet 1956 en enige andere belastingwetten (vereenvoudiging bedrijfsopvolgingsregeling en herziening tariefstructuur in de Successiewet 1956, alsmede introductie van een regeling voor afgezonderd particulier vermogen in de Wet inkomstenbelasting 2001 en de Successiewet 1956), website Tweede Kamer der Staten-Generaal
7 ‘Toezicht op Algemeen Nut’, 30.5.2022, rapport op website Rijksoverheid.
8 De politiek maalt zich zorgen om organisaties die op kosten van de belastingbetaler op andere wijze ondermijnend bezig zijn: een ontluisterend rijtje dat rijkt van terrorisme financiering, intimidatie en haatzaaiing, tot conversie therapie voor homoseksuelen.

Nous Faes

is eigenaar van The Sociological Studio for Policy and Research

Recente artikelen